• Trouw | sluit dit venster om terug te keren naar de site
 
 
   

 

 

 

   

Trouw, 30 december 2013

Mooiste en ergste van tv-jaar 2013

Nog één dag en 2013 zit er op. Tijd daarom voor het jaaroverzicht. Wat was het mooiste, ergste, of pijnlijkste op tv?

Beste drama: Gedeelde eerste plaats voor ‘De Prooi’(Vara) en ‘Penoza III’ (KRO). ‘De prooi’ nagelt de kijker aan z’n stoel met een onthutsend inkijkje in het financiële wanbestuur van ABN Amro-topman Rijkman Groenink. Het draait bij hem niet meer om het welzijn van de gewone spaarder, maar om exorbitante winsten van de aandeelhouder. Een kandidaat voor de Zilveren Nipkowschijf. ‘Penoza’ is misschien wel de meest opwindende misdaadserie ooit op vaderlandse bodem gemaakt. Met steeds onverwachtse , spannende plotwisselingen. Een zenuwslopende mix van familieleven en criminaliteit.

Slechtste drama: ‘De val van Aantjes’(EO). Te goedkoop. Vlak spel. Hannie van Leeuwen ten onrechte afgebeeld als straalbezopen F16-fetisjiste. Een seksbeluste mevrouw Aantjes die haar man de broek van het lijf rukt als hij een politiek telefoongesprek voert: geen drama, maar slechte slapstick. Beste dramaomroep: Vara. Vanwege ‘De prooi’, ‘Overspel II’en ‘Volgens Robert’. Beste documentaire: ‘Het nieuwe Rijksmuseum (NTR)’. Oeke Hoogendijk toont hoe een nieuwbouwplan een autonoom voortrazend monster wordt waar geen sterveling meer greep op krijgt. Won terecht een Zilveren Nipkowschijf.

Tv-momenten van het jaar: Obama-speech tijdens Mandela-herdenking (‘door hem wil ik een beter mens worden’), inhuldiging koning Willem-Alexander, Anouk met ‘Birds’op Songfestival, verkiezing paus Franciscus (‘buona sera’).

Dodelijkste opmerking: “Lach eens, maak eens een grap, je bent toch cabaretier?”, zegt Rita Verdonk tegen een zure Freek de Jonge in ‘Pauw & Witteman’. In dezelfde uitzending krijgen ook de gastheren ervan langs. “Oh, jullie vinden alleen rechtse lui graaiers? Kijk eens naar jullie eigen salaris”, roept politicologie-student Yernaz Ramautarsing. Meest politiek correcte moment: Stine jensen vraagt in ‘Licht op het noorden’(VPRO) aan een Scandinavische spermabankhouder waarom er in de masturbatiehokjes alleen heteroporno ligt en geen homoporno.
Saaiste programma: ‘Ontvoerd’(RTL 4). Oud-politieman John van den Heuvel interviewt ouders van ontvoerde kinderen op een manier alsof hij een gruwelijke diefstal van damesrijwielen op het spoor is.Grootste blunder: NOS begint een uur te laat met uitvaart van Mandela.

Pijnlijkste talkshow moment: Terrorisme-deskundige Eelco Dijkstra praat zichzelf in ‘Pauw & Witteman’ volledig klem over een mogelijke aanslag op een Leidse school. “Misschien een beetje te kleinschalig voor een man van uw postuur”, spot Jeroen Pauw nog. Daarna nooit meer iets van Dijkstra vernomen. Grootste flapuit: Ruud Lubbers. Geeft in ‘Nieuwsuur’hoog op van zijn contacten met de koninklijke familie. Hij had Beatrix geadviseerd aardiger te zijn tegen de vriendinnen van Willem-Alexander en Juliana had tegenover hem haar twijfels geuit over de geschiktheid van haar kleinzoon voor de troon.

Ergste programma: ‘Liefde voor later’(KRO). Anita Witzier bezoekt stervenden met kleine kinderen en vult met hen een zogenoemde herinneringsdoos met dierbare spullen. Al na één aflevering heb je helemaal geen zin meer om dood te gaan.

------------------

Trouw, 20 december 2013

Een mix van rancune, roddel en commercie

Hoe kon een buitenechtelijk burgemeesterszoentje in een hotellobby uitgroeien tot een mediarel die de fractievoorzitters van  Maastricht tweemaal noopte tot spoedoverleg, waarbij de tweede keer niet minder dan vijf satellietwagens naar het stadhuis sjeesden? Het antwoord is simpel: Evert Santegoeds. Nadat Patty Brard op 3 december de promiscuë zoen van Maastrichts eerste burger Onno Hoes onthulde in ‘Show Laat’, gooide de roddelkoning keer op keer nieuwe briketten op het smeulende Limburgse vuur. Via De Telegraaf, Privé en SBS 6. Effect bleef niet uit. Zelfs Rutte en Asscher gingen zich met Hoes’ seksleven bemoeien: een privézaak.

Dat vond Santegoeds ook, maar dan bedoelde hij wel Privé met een hoofdletter. In het blad waarvan hij hoofdredacteur is, verscheen onder de suggestieve kop ‘Burgemeester Hoes, blijf van mijn kind af!’een roddelverhaal over een nieuwe affaire. Daarin vertelt de 25-jarige Danny, gesecondeerd door zijn al even achternaamloze moeder José, dat hij een jaar lang het bed deelde met de burgemeester. In De Telegraaf onthulde Santegoeds een foto van Hoes op een homo-datingsite: een torso zonder hoofd. En natuurlijk kwam alles ook weer op tv.

Was die hotelzoen nog een openbare daad waaraan mensen aanstoot kunnen nemen, voor alle volgende ‘onthullingen’ geldt dat als Santegoeds ze niet had geopenbaard, slechts ingewijden ervan hadden geweten, zodat niemand zich zou hoeven ergeren. De vraag is dan ook: waarom brengt Santegoeds deze verhalen, al dan niet waar, naar buiten? Natuurlijk omdat hij roddeljournalist is. Het is zijn werk. Maar er is meer.

SBS 6 is een zieltogende zender, en de roddelrubrieken ‘Show Vandaag’ en ‘Show Laat’, waarvan Santegoeds een prominent gezicht is, zijn in een moordende concurrentiestrijd verwikkeld met ‘RTL Boulevard’. Aardige ‘bijkomstigheid’ is dat ‘Boulevard’-presentator Albert Verlinde getrouwd is met Hoes. De zoenrel betreft dus twee BN’ers, dat is tweemaal zoveel aandacht waard. Bovendien, waarom zou je Verlinde sparen als hij zelf zijn dagelijks  brood verdient met allerhande slippertjes? Dit klemt temeer nu Santegoeds en Verlinde gewezen vrienden blijken, die met enige animositeit uit elkaar zijn gegaan, zoals de Volkskrant berichtte.

De media-ophef rond Onno Hoes gaat dus veel verder dan de vraag hoe een burgemeester zich moet gedragen. Het draait evenzeer om commerciële belangen van tv-zenders en rancuneus, nichterig geruzie. Met deze ogen moeten alle eventueel nieuwe onthullingen in Onno-gate worden bekeken.

Verlinde vroeg zich deze week op radiostation Q-music af: “Het lijkt wel of Evert niet wíl dat het goed komt tussen Onno en mij. Hij blijft maar doorgaan.” Froukje de Both, die Verlinde in ‘RTL Boulevard’verving omdat zij de kwestie ‘objectiever zou kunnen bekijken’, beklaagde zich dat in het Privé-verhaal over Danny elk wederhoor van Hoes ontbrak. Dat was een terechte opmerking. Minder overtuigend voor een roddelrubriek als ‘Boulevard’ was de oproep van Winston Gerschtanowitz aan Santegoeds om met Onno-gate te stoppen. “Zo tegen kerst zitten mensen niet op dit soort verhalen te wachten.” Maar of Santegoeds zich door deze krokodillentraan zal laten afremmen, is zeer de vraag.

------------------

Trouw, 13 december 2013

Niet Zuma, maar Obama is Mandela’s erfopvolger

Sjuul Paradijs, hoofdredacteur van De Telegraaf, is veertig kilo kwijt! Daags na de herdenking van Mandela stond ‘P&W’ al weer met beide voeten in de Hollandse klei. Het ‘Journaal’niet. Dat meldde dat de voor de ceremonie ingehuurde doventolk een charlatan was. “Hij had nul procent van de gebaren goed.”

Als je de uitzending vanuit het Soccer City-stadion terugkijkt, denk je: dat ik dat zélf niet heb gezien. De tolk beschikt over welgeteld drie gebaren, die telkens terugkeren. Hij trekt er een beetje een treurig gezicht bij. Alsof hij wanhopig verlangt naar een vierde gebaar. Of misschien wel een vijfde. Zeventig wereldleiders voor de gek gehouden.

Er is meer dat opvalt bij zo’n tweede blik. De sprekerslijst. Op Obama na geen enkele westerse redenaar. Wel Brazilië, India en China. “Europa verdwijnt voor Zuid-Afrika steeds meer achter de horizon”, legde oud-NRC-correspondent Peter ter Horst in ‘Nieuwsuur’uit. “Het land wil zich nadrukkelijk scharen onder de opkomende economieën.”

Toch blijft het merkwaardig: leiders van autoritaire staten als China en Cuba voeren het woord bij het afscheid van ‘s werelds grootste vrijheidsstrijder. Oud-spindoctor Jack de Vries dacht dat Mandela het bewust zo had geregeld. “Tot na zijn dood blijft hij werken aan verzoening in de wereld”, zei hij in ‘RTL late night’. Kenneth Herdigein, gelegenheids-commentator bij de NOS, schreef de gestorven ANC-leider geraffineerder denkwerk toe. “De Chinese vice-president, met zijn communistische éénpartijstaat, wordt gedwongen te spreken over de erfenis van Mandela. En dan komt ‘ie ook nog ná Obama.”

Klonk plausibel, al was voor het overige de toegevoegde waarde van deze duider, van beroep acteur, niet erg helder. Er waren meer BN’ers van wie je je afvroeg wat ze ineens op tv deden. Jeroen van Merwijk bijvoorbeeld. Hij zong in ‘P&W’een lied over mensenrechten. Zal wel met Mandela van doen hebben, vermoedde je. Die gedachte werd nog versterkt toen Karin Bloemen aanschoof om Van Merwijks compositie ‘Apartheid es ien skone zaak’ te vertolken. Toch bleek de cabaretier, met een rare omweg via Johannesburg,  het vooral over zichzelf te willen hebben.

“Ik houd op met toeren, want ik word te weinig geboekt”, klaagde hij. “Daar moeten we dus iets aan doen”, reageerde Jeroen Pauw meteen, “hoewel dat niet de bedoeling is van jouw komst hier.” Oh nee? Wat was dán de bedoeling van Van Merwijks komst? De cabaretier vertelde ook nog even dat hij een website had. Zodat mensen alvast konden boeken voor de ‘schuiloptredens’die hij wilde gaan  houden in z’n eigen huis. Waar een Mandela-U-bocht al niet goed voor is.

Nee, dan Obama.  Ook als hij over zichzelf sprak, deed hij dat in het licht van Mandela’s grandeur:   “Ik  kan nooit aan Mandela tippen, maar door hem wil ik wel een beter mens worden.” Gevolg van dat morele appèl was dat iedereen Obama onmiddellijk op het schild hees. Niet de Zuidafrikaanse president Zuma (‘hij kan nie praat nie’, twitterde een vrouw), maar Obama is de erfopvolger van Mandela, concludeerde Ter Horst terecht in ‘Nieuwsuur’. Afluisterschandalen of niet, de president van de VS heeft zijn vroegere glans  herwonnen. Voorlopig kan hij bij de tv-kijker weer niet kapot.

------------------

Trouw, 9 december 2013

Wat zou Mandela van óns vinden?

Nadat de eerste BN’ers hun zegje over het sterven van Nelson Mandela hadden gedaan, volgden al snel de BBN’ers: de Bijna Bekende Nederlanders. John de Laet bijvoorbeeld. Deze Amsterdamse GroenLinks-bestuurder zond op Sinterklaasavond de volgende tweet de wereld in: “Zeg, interesseert het iemand nu nog of de loting voor het WK 2014 morgen eerlijk verloopt na de dood van de hoofdpiet?”

“Dat is iemand die probeert grappig te zijn, maar niet met zijn emoties weet om te gaan”, analyseerde Jörgen Raymann in ‘RTL late night’. “Zo’n tweet komt niet voort uit racisme of kwaadaardigheid, maar uit onwetendheid.” Zijn collega Roué Verveer dacht daarover anders. “Hij is niet waardig de naam van Mandela in zijn mond te nemen.”

Een bijzondere uitzending van ‘RTL late night’. Presentator Humberto Tan greep de dood van Mandela aan voor een debat met twee zwarte tv-collega’s over Nederlands racisme. Allerlei recente voorvallen, zoals de hoogoplopende zwarte pieten-discussie, de sneer van Jack Spijkerman naar Tan (‘je bent niet alleen donker, maar ook dom’) en de ‘grap’ van Gordon tegen een Aziatische deelnemer aan ‘Holland’s got talent’ (‘welk nummer ga je zingen”? nummer 39 met rijst?’) passeerden daarbij de revue. En telkens was de vraag: hoe zou Mandela reageren?

Raymann had van de oud-president van Zuid-Afrika geleerd om te vergeven. “Na 27 jaar Robbeneiland zei Mandela: ik laat mijn wrok achter me, anders blijf ik levenslang gevangen. Je moet met empathie naar jezelf en anderen kijken. “ Dat probeerde Raymann ook met De Laet. “Door deze ene tweet leer ik hem niet kennen. Daartoe zou ik De Laet eerst moeten ontmoeten. Eigenlijk heb ik medelijden met hem.”

Ook Verveer was, ofschoon hij De Laet een ‘klootzak’noemde, geraakt door de verzoeningsgezindheid van Mandela. Hij wenste Rutte ook die eigenschap toe. “Toen de premier zei dat zwarte piet zwart ís en bíijft, leek dat niet erg op verzoening.” Volgens de cabaretier moeten we allemaal een ‘stukje Mandela’ in ons proberen te krijgen. Bij Tan ontwaarde hij die mentaliteit al. “Je had Spijkerman na zijn opmerking een stomp kunnen geven, maar je zweeg. “Tan: “Niets zeggen is ook iets zeggen.”

Mijn hemel, wat kan dit programma een niveau krijgen, wanneer al die vermoeiende RTL-sterren van tafel worden gebannen. Nu Goedele Liekens nog! U hoort het al, zelf ben ik, al loopt het tegen kerst, nog niet honderd procent van vrede vervuld. Ik geloof niet dat ik na een inbraak in mijn woning zou gaan bidden voor de dader, zoals Raymann geheel in Mandela’s geest deed. Maar dat neemt niet weg dat ik het mooi vind om de goedheid van andere mensen te zien.
Mandela is de nieuwe, seculiere Jezus: we citeren hem, vragen ons af wat hij van ons handelen zou vinden en hopen dat zijn geest in ons wordt uitgestort. Actrice Gerda Havertong had het in ‘EenVandaag’over een man die het charisma oversteeg, en een zwarte Zuidafrikaanse noemde hem in het ‘Journaal’ zelfs Onze Vader (met hoofdletters) . “Mandela is dood, maar toch wil iedereen heel  dicht bij hem blijven”, wist ‘Journaal’-lezer Astrid Kersseboom. Even was het alsof we op de achtergrond het geween bij Jezus’graf hoorden: ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’.   

------------------

Trouw, 18 november 2013

Pas na Kennedy werd onze tv volwassen

Als populaire beroemdheden overlijden, verloopt de verslaggeving doorgaans volgens de wet van de déconfiture: eerst is de dode een heilige, dan een tragische held en na verloop van jaren eigenlijk niet meer dan een feilbaar mens. Zo verging het John F. Kennedy . Bij leven de hoop van een nieuwe generatie, maar na zijn dood al snel een rokkenjager en drugsgebruiker.

Het is vijftig jaar geleden dat de Amerikaanse president stierf, en de tv overspoelt ons deze week met flashbacks. Of die allemaal het kijken waard zijn, is zeer de vraag, want wat voor nieuws valt er nog te melden over Kennedy? Coen Verbraak opende  het terugblik-circus dit weekend met ‘De dag dat Kennedy werd vermoord’(Vara). Oei, denk je bij zo’n titel. Toch geen programma over wat u deed als BN’er op die 22ste november 1963?

Gelukkig oversteeg  het retrospectief deze obligate vraag ruimschoots, ofschoon sommige observaties wel zeer particulier en weinig interessant waren (Adriaan van Dis: “Kennedy had een perfecte scheiding”, Frans Molenaar: “Hij was niet echt een mooie man”). Boeiender was het om te zien hoe de wet van de déconfiture zijn werk had gedaan. Van Dis, Jeltje van Nieuwenhoven en Jan Marijnissen waren in de jaren zestig allen Kennedy-aanbidders, maar nu zagen we hoezeer die stralenkrans was verbleekt. Van Nieuwenhoven: “We hebben een heel vertekende herinnering aan Kennedy. Vietnam verwijten we Johnson, maar het wás Kennedy.” Dis: “Kennedy kwam met alles weg.” En Marijnissen: “Kennedy, de vredelievende huisvader, leidde de VS naar Vietnam.” Verbraak vroeg zich af: “Kennedy, moordenaar?”

Ook de Cuba-crisis, waar Kennedy destijds als dé held uit tevoorschijn kwam, ligt inmiddels heel wat genuanceerder. Van Dis: “We hadden eigenlijk báng moeten zijn voor Kennedy.” Marijnissen: “Chroetsjov heeft toen meer wijsheid getoond dan Kennedy.” Zelfs Hans Wiegel vond dat je de credits voor het vreedzaam oplossen van de rakettencrisis net zo goed aan de Sovjet-leider kon geven.

Fascinerend om te zien hoe de menselijke herinnering steeds verandert. En hoe die er ook falikant naast kan zitten. Zo denken veel mensen dat ze die gehele novemberavond voor de tv hebben doorgebracht. “Onzin”, zei programmamaker Ad van Liempt. “Op tv was helemaal niets te zien.”

‘Andere tijden’(NTR/VPRO) toonde gisteren hoe hilarisch slecht het nieuwe medium (anno 1951) het ervan afbracht. NTS-nieuwslezer Fred Emmer meldde niet meer dan: “Zojuist ontvangen wij het bericht dat een moordaanslag is gepleegd op president Kennedy.” Daarna volgden hoog water in Limburg en een postduivenexpositie.

‘Brandpunt’ ging die avond stug door met een uitzending over insectengif. Dat kon niet anders, vond de programmabaas van de KRO, ‘want er moest bewegend beeld zijn.’Richard Schoonhoven, toen eindredacteur van ‘Brandpunt’, beet die 22ste november uit ergernis over de belabberde nieuwsvoorziening zijn voortand stuk op zijn pijp. Hij liet de bewuste tand nog even zien.

1963 was het laatste jaar dat de kijker een nieuws-déconfiture van deze omvang kreeg voorgeschoteld. Na de aanslag bedacht Hilversum het ‘gele dossier’, een draaiboek voor calamiteiten. Je zou kunnen zeggen dat onze tv met de Kennedy-moord volwassen is geworden.

------------------

Trouw, 11 november 2013

Verschijnsel Gordon nader verklaard

De succesrijkste programmamaker van dit moment is Gordon. Albert Verlinde memoreerde het vorige week in ‘RTL boulevard’: “Gordon heeft drie programma’s met twee miljoen kijkers. Wie zegt hem dat na?”

Waaraan heeft Gordon die populariteit te danken?  Allereerst aan z’n echtheid. Wie hem observeert in ‘Hotter than my daughter’, ‘Geer & Goor: Effe geen cent te makken’ en ‘Holland’s got talent’(drie keer RTL 4) ziet een man zonder masker: kwajongensachtig, soms ronduit plat, maar vaak ook gevat.

Hij speelt met taal, en wel in een tempo dat de kijker amper kan bijbenen. Moet hij met collega-zanger Gerard Joling in ‘Effe geen cent te makken’naar een ouderenbreiclub dan weet Gordon al welke tekst de breiers op hun graf zullen krijgen: “Hier liggen ze, uitgebreid.” Aan de breitafel volgt meteen de volgende grap: “Met deze kleur krijg je geen sjaal, maar een aso-sjaal.” Je moet onwillekeurig grinniken, zeker wanneer Joling met een lach als een dieselmachine (copyright Matthijs van Nieuwkerk) elke nieuwe grap verwelkomt.

Maar Gordon is meer dan een clown. Tussen alle grappen en grollen door weet hij zijn ‘slachtoffers’ het gevoel te geven dat hun lot hem niet onberoerd laat. In ‘Hotter than my daughter’, waarin RTL 4 te sexy geklede oudere vrouwen een make over geeft, slaagt hij er vaak in die gevoelige snaar te raken. Zoals zaterdagavond bij Joyce. “Ik ben op m’n vijftiende getrouwd, heb m’n dochtertje verloren en ben geslagen door m’n man. Ik heb veel verdriet gehad, en begin nu pas te leven.” Ineens begrijp je een héél klein beetje beter waarom deze geblondeerde Amsterdamse in veel te korte en strakke glitterjurkjes nietsvermoedende mannen bespringt. “Gordon trekt dit programma voorbij sleutelgat-tv”, legde RTL-directeur Erland Galjaard pas uit in ‘Profiel’(KRO).

Diezelfde emotie legt de kijkcijferkoning in ‘Effe geen cent te makken’, waarin hij projecten bezoekt van het Nationaal Ouderenfonds. Toen hij onlangs op visite ging bij een homo op leeftijd,  voelde je door het scherm heen hoe Gordon te doen had met de eenzaamheid van de man. Althans, zo zei Gordon-fan Paul de Leeuw het begin deze maand in ‘DWDD’. Mooier kan ik het niet formuleren.

Maar Gordon is niet alleen die authentieke, nabije tv-ster. In ‘X Factor ’maakte de zanger (volgens Galjaard het meest vakkundige jurylid van Nederland) zijn collega Eric van Tijn ooit openlijk uit voor lul omdat de laatste Gordons favoriete deelneemster had weggestemd. In ‘Profiel’rees een beeld van een ruziemaker, een narcist en een driftkop.”Als hij z’n zin niet krijgt, kun je beter vier dagen de telefoon laten rinkelen”, wist Galjaard. Die primaire, diva-achtige kant roept, naast Gordons alomtegenwoordigheid, vaak irritaties op, ook bij mij.

Hoe is Gordon zo geworden? In ‘Profiel’liet hij blijken dat z’n vader aan de drank was en hij zelf op z’n achttiende een zelfmoordpoging deed vanwege zijn homoseksualiteit. We zagen Gordon in de weer met pillen tegen reuma, diabetes en psoriases. Joyce Humblet, zijn beste vriendin, vroeg zich af: “Door die grote mond van Gordon prik je toch zo heen?! Wie ziet nou niet dat daarachter een goed en lief mens schuilgaat?” En daar zou ze best eens gelijk in kunnen hebben.  

------------------

Trouw, 8 november 2013

Veel transparantie in ‘Verliefd op Ibiza’

“Ik wil op mijn vrijgezellenfeest ook gewoon een stripper, zoals iedereen”, zegt Sandra sip tegen haar vriendinnen op het terras. Maar ja, waar vind je zo snel een stripper? Treft dat even, de strandtenteigenaar is gebruind en gespierd, die wil vast wel. En hup, daar gaat Sjoerd al uit de kleren. Welkom bij ‘Verliefd op Ibiza’(SBS 6/Net 5).

Een feelgoodserie, heet het in vaktermen. En inderdaad, het leven op het Spaanse partyeiland is altijd lekker licht en luchtig. “Sjoerd vrijt met een ander”, verklapt Jacky aan Bibi. “Nou en?”, zegt Bibi, “we zijn goede vrienden die af en toe met elkaar naar bed gaan. Verder mag Sjoerd het doen met wie hij wilt.” Let niet op die verkeerde ‘t’. Daar gaat het nu even niet om. Het gaat om… Ja, waar eigenlijk om?

Nou ja, er was in de laatste aflevering wel een soort kwestie. Die Sandra uit de eerste alinea zou trouwen met Tom, een intellectueel typetje (man met bril, nou dan weet je het wel), van wie ze veel had geleerd over kunst en soortgelijks. Het nare alleen was dat Tom Sandra steeds zo in de schaduw stelt. Althans, zo ziet zíj het. Dus wilde Sandra  helemaal losgaan met die stripper. Direct na de show tongzoenen, dat soort werk. Maar, bedenkt Sandra zich halverwege: ik ga trouwen met Tom. Einde vrijpartij. Sjoerd doet er niet moeilijk over: “Je hoeft je niet schuldig te voelen, hoor, er zijn heel veel mensen die niet met een stripper naar bed gaan op de dag voor hun trouwen.” Zo is het maar net. “Wodkaatje?”, zegt Sjoerd. “Wodkaatje!”, zegt Sandra. Ziezo, probleem opgelost.

Of toch niet? Over dat roddeltje van Jacky hoeven we ons niet druk te maken. Ten eerste klopt het niet - Sjoerd heeft het niet echt met Sandra gedaan - en ten tweede maalt Bibi er op het eerste gezicht niet om. Nee, er is iets anders aan de hand. Sandra biecht haar strippers-zoen op aan Tom. “Een stripper? is dat zo’n man met een blote bibs?”, vraagt hij (niet vergeten: Tom is een intellectueel). “Ja”, beaamt Sandra, “een man met een blote bibs. Maar hij was wel heel gespierd en lief.” Toch zit het Tom niet lekker. “Had je de lat niet wat hoger kunnen leggen?” Er verschijnt een diepe frons op zijn voorhoofd. Dat stripgedoe zal  toch geen dingetje worden?!  Maar gelukkig, in ruil voor Sandra’s biecht belooft Tom beterschap (over dat in de schaduw stellen en zo). Best wel chill van Tom.

Wat een heerlijk transparante serie toch: verhaallijnen en dialogen zijn dun als zeewater. Bruine lijven, zwoele nachten, gespartel in zwembaden en stampende house, Ibiza is no problemos. En zijn die er wel, dan worden ze binnen één aflevering opgelost: wel trouwen, niet trouwen, wel trouwen. Dat alles overgoten met bubbelbaden cocktails en witte wijn. Als iemand, per vergissing, een nacht niet heeft gedronken, is dat nieuws. Zoals bij Bibi. “Ik heb gisteren bijna niks op”, zegt ze klaaglijk. “Maar ik héb me een buikpijn.” De kijker staat voor een immens raadsel: niet gedronken en tóch buikpijn, hoe kan dat?Terwijl we koortsachtig een antwoord op dat mysterie proberen te vinden, rolt de aftiteling al in beeld: ‘Verliefd op ibiza’wordt mede mogelijk gemaakt door Crystal Clear. Een bronwatertje. Met minder dan één kilocalorie per honderd millimeter!  

------------------

Trouw, 28 oktober 2013

Prachtig drama geeft inkijk in bancaire jungle

‘De prooi’van Jeroen Smit leest als een thriller. Als een alwetende verteller neemt hij de lezer bij de hand en leidt hem langs de financiële ravijnen die ABN Amro ten langen leste verzwolgen. De gelijknamige Vara-tv-serie gebruikt hetzelfde stijlmiddel: het drama wordt objectief verteld, scenarioschrijver Frank Ketelaar en regisseur Theu Boermans  waken ervoor partij te kiezen. We zien  de ondergang van de bank en haar bestuursvoorzitter Rijkman Groenink dus niet vanuit het subjectieve perspectief van (een van) de hoofdrolspeler(s).

Gevolg is dat je je als kijker met niemand identificeert en ook aan niemand echt een hekel krijgt. Groenink (Pierre Bokma) is een cowboy en een straatvechter, maar hij heeft toch net genoeg menselijks  om zich niet van ons te vervreemden. Zijn sociale onhandigheid, onbegrepen humor en verlamde rechterarm geven hem iets aandoenlijks. Ja, hij is een tiranniek leider, maar daardoor is hij ook heel erg eenzaam. Wanneer hij helemaal alleen op een buitenlandse hotelkamer zijn vrouw een zoen geeft door de mobiele telefoon, zie je daar niet de macho die zijn collega’s schoffeert en er ten slotte met dertig miljoen euro vandoor gaat. Prachtig spel van Bokma.

Diens tegenstrever Rijnhard van Tets (Reinout Bussemaker) zou je het voordeel van de twijfel willen gunnen, al was het maar omdat hij Groenink partij durft te geven. Maar aan de andere kant is hij zo’n arrogante kwast dat je ook voor hem niet valt. “Mislukt stuk jonkheer”, snauwt Groenink hem toe. En dan Wellink. Ach ja, Nout Wellink. Victor Löw heeft de perfecte hete aardappel om de directeur van De Nederlandsche Bank gestalte te geven. Een beetje naïeve man lijkt het, die zich uiteindelijk steeds laat meeslepen in de wilde overname- en fusie-avonturen van Groenink. Veel sympathie wekt dat niet op, eerder meewarigheid.

Is dat erg, dat gebrek aan vereenzelviging of afschuw? Bij nader inzien eigenlijk helemaal niet. Aanvankelijk had ik op een wat dwingender vertelperspectief gehoopt, maar na deel twee realiseerde ik me dat dat ook makkelijk had kunnen leiden tot karikaturisering, zeker in zo’n korte reeks als deze (drie afleveringen).  Bovendien is de serie als objectieve vertelling al spannend en dramatisch genoeg. Wanneer een megalomane Groenink na zijn benoeming tot bestuursvoorzitter  jubelt dat ABN Amro binnen vijf jaar honderd miljard waard zal zijn, en je hoort op de achtergrond het ‘Gloria in excelsis Deo’uit Bachs ‘Hohe messe’, dan kun je moeilijk klagen over een gebrek aan drama.

Maar ‘De prooi’is meer dan mooi drama. Zoals in Smits meeslepende bestseller krijgt de financiële leek een helder inkijkje in de bancaire jungle. Tussen alle bankclichés door - strakke maatpakken, golf, tennis en dure diners met foie gras- ziet de kijker een ontluisterende financiële wereld, waarin het niet meer draait om het welzijn van de gewone spaarders en kredietnemers, maar om exorbitante winsten van de aandeelhouders. Dit alles mede mogelijk gemaakt door globalisering en een stevige neo-liberale wind. Het is deze, voor veel kijkers tot voor kort verborgen wereld die ‘De prooi’ zichtbaar maakt. Wat mij betreft een kanshebber voor de Zilveren Nipkowschijf.

------------------

Trouw, 22 oktober 2013

Bij Louise Fresco telt ieder appeltje mee

Er is een dame die me in toenemende mate fascineert. Ze lijkt op prinses Irene: charmant,  beschaafd, beetje deftig, prachtige dictie. Vaak begrijp ik haar niet, maar dat is niet erg. Wanneer ze in haar hemelblauwe, zijden jurk een appelboom beklimt om teder een appeltje te strelen, denk ik: waarom heb ik hier mijn hele leven op moeten wachten?

Ze kijkt met liefde naar de wereld om haar heen. Of het nu gaat om foto’s van hongerende kinderen in Biafra, een zaadopslag in Noorwegen of het tweestromenland tussen de Eufraat en de Tigris. “Deze Biafra-foto’s”, zegt ze, terwijl ze de mondaine Paris Match doorbladert, “hebben mij al jong ervan overtuigd dat ik mijn leven aan die kinderen moest wijden, ik verwend meisje.”

Prachtig. Maar dan zit ze ineens in Spitsbergen. “Hier liggen zaden van alle voedselgewassen opgeslagen”, vertelt ze. “Alleen al van rijst bestaan honderdduizend varianten.” Wat dat met Biafra te maken heeft, is een raadsel. Maar goed, ze is kosmopoliet. Reist van het ene land naar het andere, zonder dat je weet waar ze naartoe wil. Het rare is: toch blijf je kijken. Komt dat door die even onverwachtse als  onontkoombare volzinnen? Zoals: “De biodiversiteit van appels is van groot belang voor de wereldvoedselvoorziening?”

Soms lijkt het alsof ze niet ons, de kijker, toespreekt maar een groepje goede vriendinnen. Die haar door en door kennen, zodat ze niet al te veel hoeft uit te leggen. “Toen ik nog bij de VN werkte”, zegt ze af en toe, of “toen ik nog in Afrika zat.” Een medewerkster uit de crew slingert bij tijd en wijle een vraag naar haar hoofd. “Wordt het een appelboom?”, vraagt deze, wanneer onze wereldreizigster met een stokje in een berendrol peurt. “Nou, eerder een heel appelbos”, roept de programmamaakster verrukt, “want er zitten zoveel appelpitjes in deze poep.” Wat een geluk toch. In een vorige hoop, die van een paard, zat helemaal geen pit. “Jullie moeten meer appels eten”, had onze leidster een kudde paarden nog opgedragen.

Wie is toch deze mysterieuze dame, met haar kastanjebruine haar, waar steevast een zonnebril in hangt? Deze vrouw die plots een alleraardigst achteruitkijk-spiegeltje uit haar tas kan toveren om ‘een beter kader te krijgen van de strijd tussen mens en ecosysteem.’

Ze is Louise Fresco. Landbouw- en voedseldeskundige, leren we van internet, én hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Voor haar reeks ‘Fresco’s paradijs’ bezoekt ze ‘plaatsen waar hoopvolle ontdekkingen zijn gedaan op het gebied van landbouw en voedsel’, zo meldt de site van omroep Human. Kijk, dat is duidelijke taal. Nu begrijpen we de serie meteen veel beter. Als Fresco in het Hemelse Gebergte, tussen Kazachstan en China, een wilde appel van de boom plukt en constateert dat ‘deze zo in de schappen van Albert Heijn had kunnen liggen’, is dat een hoopvolle ontdekking op zich.

Eentje die deeluitmaakt van het paradijs dat Fresco  ons probeert voor te spiegelen. Een Hof van Eden waar elk appeltje meetelt: van de Duitse Holsteiner tot de Britse Blenheim Orange. Groot, klein, zoet of wrang, zelfs voor de bitterste appel heeft dit programma een opbeurend woord: lekker in de stoofschotel. Je zou wel een zuurpruim zijn om deze serie af te kraken.

------------------

Trouw, 27 september 2013

De SGP is veel verder dan de Vara doorheeft

Er voltrekt zich een revolutie binnen de SGP. Was de tv krap tien jaar geleden nog het oog van de duivel, nu zijn SGP’ers veelgeziene gasten. Niet alleen bij de geestverwante EO, ook bij de NOS. En  zelfs bij ‘aartsvijand’ de Vara.
 Die zichtbaarheid houdt gelijke tred met de omwentelingen in de achterban. De eerste vrouwelijke SGP-lijsttrekker, Lilian Janse uit Vlissingen, zat meteen bij ‘Knevel & Van den Brink’. Gemor over haar zege was er nauwelijks in de partij. Na jaren van verzet sloot de SGP haar eerste First Lady pragmatisch in de armen. Zoals de partij dat eerder deed met de buis.

Voor de achterban is de ooit zo verfoeide kijkkast een voertuig tot emancipatie geworden. En die emancipatie gaat snel. De kijker was nog maar net ‘bekomen’ van de eerste SGP-vrouw of hij stond al oog in oog met de ‘eerste’ refo-homo. Willem Kok schoof woensdag aan bij ‘De wereld draait door’ om over zijn benauwde jeugd te vertellen. “Ik merkte als jongen dat ik de leraar leuker vond dan de juf, en dacht: dit klopt niet.” Hij verhuisde van Staphorst naar Brabant en ging er samenwonen met een vriend. Na drie jaar kwam zijn moeder daar achter.

Die moeder, Hilligje, was ook in de studio. Ze zei: “De ene mens mag de andere niet wegzetten. Voor God zijn we allemaal gelijk, ook mijn zoon.” Voor iemand uit de ultra-orthodoxe hoek een revolutionaire uitspraak, maar het leek of Matthijs van Nieuwkerk dat helemaal niet opmerkte. Hij, en tafelheer Valerio Zeno, bleven maar hameren op de afwezigheid van Hilligje bij het homohuwelijk van haar zoon. Waarover ze spijt betuigde. “Ik zou het nu niet weer zo doen.”

De heren  hadden niet door dat ze die avond historie schreven: een vrouw uit de ‘zwarte kousenkerk’aanvaardt  voor de Vara-camera het homohuwelijk! En dat niet alleen: ze verlaat zelfs die kerk, uit protest tegen het homo- en vrouwenstandpunt. Het verhaal van deze SGP-vrouw en haar zoon is vanavond te zien in de documentaire ‘Houdt God van vrouwen?’ van Emile van Rouveroy op het Nederlands Film Festival.

Wat opvalt aan SGP’ers op tv is dat ze zo onbevangen en welbespraakt zijn. Allesbehalve mediaschuw. Ze zien er gezond en blozend uit, helemaal niet doorrookt, slaperig of drankzuchtig. En ze blijven onverstoorbaar. Zoals SGP-fractieleider Kees van der Staaij dinsdag bij ‘Pauw en Witteman’. Hij kreeg emmers drek over zich heen vanwege zijn verzet tegen het veel bekritiseerde  Second Love. Dat is een internetsite die geld verdient door mensen te verleiden tot vreemdgaan. Advocaat Gerard Spong noemde Van der Staaijs actie een kruistocht tegen de mensenrechten (‘waar bemoeit u zich mee?’) en seksuologe Goedele Liekens riep dat de Bijbel ‘een gevaar is voor de maatschappij .’ En wat deden Pauw en Witteman? Die zaten er bij en keken er naar.

Een beetje Van der Staaij-bashing was het wel. Hij beijverde zich niet voor een verbod op overspel en haalde niet God of de Bijbel als autoriteit aan, wat de SGP vroeger zeker had gedaan. Geheel in seculiere taal pleitte Van der Staaij voor een disclaimer bij de reclamespotjes: Vreemdgaan dupeert kinderen. Zoiets als bij sigaretten. Een gematigd standpunt, zou je denken. Alleen had niemand bij ‘P&W’ dat in de gaten.

------------------

Trouw, 16 september 2013
 
De dikke mens als nieuwe paria

Waarom zijn er toch zoveel programma’s over dikke mensen? De Avro vertoont ‘Operatie NL fit’, SBS 6 ‘The biggest loser Holland’ en RTL 4 de obese-terugblikshow ‘Hoe is het nu met?’

Leuk om te kijken zijn die programma’s niet. Het zijn doorgeformatteerde producties waarvan je precies weet wat komen gaat: een uurtje fitness, een tafeltje gezond, een trainertje hier, een psycholoogje daar. In belerende taal worden de ongelukkige dikkerds aangezet tot een even verantwoord als dor leven, met afgesproken ‘eet- en weegmomenten’ en terugkoppelingsgesprekken met de coach.

Geen greintje humor, afvallen is een bloedserieuze zaak. In ‘Operatie NL fit’ dienen de kandidaten zelfs te verschijnen voor een tribunaal met deskundigen. Gadegeslagen door priemende ogen moeten de nieuwe paria’s zich uitkleden en laten wegen. Gelukkig zijn ze tot nu toe allemaal afgevallen. Je wilt het niet tot je verbeelding laten doordringen wat er zou zijn gebeurd als er een onsje was bijgekomen.

Linda is deze keer 1,6 kilo lichter. Een hele prestatie, want ze had in de dagen ervoor twee feesten, die haar dieet in de war schopten. “Dit is pas mijn vierde eetmoment”, roept ze lichtelijk gepanikeerd tijdens haar huwelijksjubileum. In de schemering zien we haar een glas drinken met haar man. Is het wijn? We gunnen het Linda van harte.

SBS 6 kruidt zijn verrassingsloze dikke mensencircus met sentiment. De deelnemers leven gedurende de afvalrace gescheiden van hun geliefden, maar daar heeft de omroep een knappe oplossing op gevonden. Na een zware training worden de kandidaten onverwachts geconfronteerd met foto’s van hun dierbaren. “Oh, m’n overleden nichtje”, roept Boudien uit. Na de dood van dat nichtje is Boudien veel gaan eten en steeds dikker geworden. De foto doet haar in huilen uitbarsten, en daar is het SBS 6 natuurlijk allemaal om te doen.

Wie worden er beter van al die afvalshows? Hopelijk de obesitas-patiënten zelf en hun lotgenoten onder de kijkers. Maar wie er vooral garen bij spinnen zijn de fitness- en sportschoenen-industrie. ‘The biggest loser Holland’ wordt gesponsored door onder meer de fitnessketen Basic-Fit en ‘operatie NL fit’ door schoenenmerk Reebok. Dikheid mag een maatschappelijke kwestie zijn, er is via de tv ook geld mee te verdienen. Waarmee meteen die hausse aan dikke mensenshows is verklaard.

Hoe groot het obesitas-probleem werkelijk is, probeerde  het wetenschapsprogramma ‘Factcheckers’(NTR) te achterhalen. Volgens presentatoren Joep van Deudekom en Rob Urgert worden we elk jaar een pond zwaarder. Erg wetenschappelijk ging het er in deze eerste uitzending niet aan toe.  Dat bleek toen acteur Marcel Musters werd uitgehoord over zijn dikke mannentijd. Of hij toen mooie rollen kreeg aangeboden? “Jazeker”, antwoordde Musters,  nu dertig kilo lichter, “hoe dikker ik werd, hoe aantrekkelijker de rollen. Vooral karakterrollen.”  De presentatoren concludeerden vervolgens dat het een ‘soort feit’is dat dikke acteurs leuke rollen krijgen.

Ongegrond natuurlijk, maar er werd eindelijk wel iets leuks gezegd over de dikke medemens: al dat vet is toch ergens goed voor. Een verfrissende relativering die je in al die rigide obesitas-programma’s nooit zult horen.

------------------

Trouw, 2 september 2013

Hilversum ofwel de BV Stroopsmeerderij & Co

Stel je voor: Trouw begint een nieuwe rubriek - laten we zeggen over uitheemse kamerplanten - en álle andere dagbladen, dus De Telegraaf, het AD, de Volkskrant en NRC, melden dat juichend op de voorpagina. Iedere lezer zou die kranten meteen voor gek verklaren. In Hilversum is het echter de gewoonste zaak van de wereld: wanneer een tv-ster een nieuw programma krijgt, staan collega’s te dringen om reclame te maken, ook al is het idee zo oud als de weg naar Kralingen.

Linda de Mol kon dit voorjaar links en rechts aanschuiven om een ‘revolutionair nieuw format’ te promoten: een quiz. Een late night talkshow is ook bepaald niets nieuws, maar Humberto Tan kreeg, afgelopen weken, vooral bij zijn eigen RTL, alle kans om de trom te roeren. Tan bleek een snelle leerling van de ons-kent-ons-methodiek. Al  tijdens zijn tweede uitzending nodigde hij Frans Bauer uit om propaganda  maken voor de nieuwe Tros-show ‘Vive la Frans’.

Hilversum kent een zichzelf in stand houdend rondpomp-systeem van collegiale waar. Witzier bij Knevel, Van den Brink bij ‘Pauw & Witteman’, Knevel bij Van Nieuwkerk, de carousel draait door. De stroopsmeerderij blijft allang niet meer beperkt tot Hilversum zelf. Jörgen Raymann presenteerde dit weekend de opening van de Uitmarkt, en hij vond alles fantastisch. “Hoe doe je het in het buitenland?”, vroeg hij aan zangeres Laura Jansen. “Het is spannend hoor, afwachten”, zei ze. “Nou”, reageerde de Avro/NTR-presentator, “je zal daar vast net zo veel succes krijgen als hier.”

Daarna trad het RO Theater aan met ‘Echte dames’. “Zorg dat je erbij bent”, riep Raymann, “want het wordt echt geweldig.” Waarna het al weer tijd was voor rapper Kraantje Pappie. “Hij heeft een geweldige flow en heel leuke woordgrapjes”, vond de presentator. In snel tempo ging het door: de Nederlandse Opera (‘absoluut prachtig’), zangeres Hadewych Minis (‘mooi, stoer en sexy’), Conny Janssen Danst ( ‘gewoon fantastisch’), rockband De Wolff (‘een van de allerbeste’), Nynke Laverman (‘heel bijzonder, en bovendien mijn favoriete Friezin’) en tot slot Corpus Acrobatics (‘allerhoogste niveau, ik sta perplex, it will rock your world’).

Een gesubsidieerde publieke omroep die onophoudelijk veren op de hoed steekt van de (doorgaans) al even gesubsidieerde kunstsector. Oké, het gekozen format - vooruitblik op het nieuwe culturele seizoen - biedt misschien weinig mogelijkheden tot kritische beschouwing, maar welke kijker heeft iets aan deze voortdurende pluimstrijkerij?

Nee, dan ‘Koefnoen’(Avro). Paul Groot en Owen Schumacher bekijken de wereld, ook de eigen Hilversumse, ten minste met scepsis en ironie. Zaterdag, in hun honderdste uitzending, hadden ze een leuke parodie op ‘Heel Holland bakt’ van omroep Max. De oven van Badr Hari raakte oververhit en  Mark Rutte bakte een oneetbare natte hotelcake (‘eerst de kaasschaaf, dan de bijl’).  Het is het alomtegenwoordige Dikke Ik dat ‘Koefnoen’ doorlopend te kijk zet. Hetzelfde Dikke Ik dat vaak zo glorieert in al die elkaar bejubelende Hilversumse programma’s.

Toegegeven, ook ‘Koefnoen’ kreeg, bij Knevel & Van den Brink, airplay voor zijn jubileum. Maar daar wil ik in dit geval geen mot over maken. Zo ben ik dan ook wel weer.

------------------

Trouw, 14 augustus 2013

Waarom toch al die euthanasie-roddels ?

Eén zinnetje, meer liet de Rijksvoorlichtingsdienst niet los: Prins Friso is gestorven aan de complicaties van een hersenbeschadiging. Toch gooide Hilversum z’n hele programmering om. Wat was de precieze doodsoorzaak (‘geen idee’, sprak neuropsycholoog Henk Eilander) , waar zou de prins begraven worden (‘kan Delft zijn, kan ook niet Delft zijn’, zei royaltyspecialist Dorine Hermans) en was er misschien sprake van euthanasie?

Vooral die laatste vraag was volledig uit de lucht gegrepen.  Het gekke was : de nieuws- en actualiteitenrubrieken gaven dat ook wel toe, maar kwamen toch steeds weer met die social media-roddel op de proppen. Dat ging zo. Esther Eikelenboom in ‘EénVandaag’: “Als er sprake was van een gepland overlijden waren de  koning en koningin niet op vakantie gegaan,was Mabel niet volop aan het twitteren en had een zoon van prinses Irene vandaag  niet zijn huwelijk bekendgemaakt.” En Rick Nieman in ‘RTL nieuws’: “Is er euthanasie toegepast?” “Nee”, zei verslaggever Koen de Regt, “kringen rond de familie ontkennen dat.”

Zo maak je, op een moment dat je enige tekst dat RVD- zinnetje is, gewoon je eigen ‘nieuws’: “Geen euthanasie op Friso, internetroddelaars liegen.” Fijn, weten we dat ook weer. Maar ‘Knevel & Van den Brink’waren aan het eind van de avond nóg niet overtuigd. Tot twee keer toe probeerden ze Paul Schnabel in de mond te leggen dat de prins ‘met opzet’(Knevel) aan z’n eind was gekomen, hetgeen de oud-SCP-directeur even zo vaak ontkende. Hoe had hij dat ook moeten weten? “Ik heb slechts  vermoed dat toen de prins van die Londense kliniek naar Huis ten Bosch werd vervoerd zijn einde nabij was.”

De rest van de talkshow ging heen met oeverloos gebabbel over: heeft  de prins wel genoeg over koetjes en kalfjes  gepraat, is hij wel frivool genoeg geweest en hoe heeft hij zijn beschermheerschap van de Vereniging De Hollandsche Molen opgevat? Neuropsycholoog Eilander was zo verstandig om zich niet uit z’n tent te laten lokken met vragen als: heeft  Friso een betere behandeling gekregen dan ‘normale’ mensen? Hij zal wel hebben gedacht: laat ik nou niet NRC Handelsblad voor de voeten gaan lopen met medisch gespeculeer. Over díe journalistieke uitglijder, direct na Friso’s ski-ongeluk,  hoorde je trouwens niemand. Terwijl  zachtzinnigheid en kiesheid deze avond toch niet de trefwoorden waren. Jeroen Snel (EO) presteerde het  zelfs om te speculeren over waar Mabel en haar kinderen later begraven zouden worden.

Je kunt als verslaggever natuurlijk ook gewoon besluiten: als er niets te melden is, houd ik mijn mond. Dat deed Bart Hettema (‘EénVandaag’) min of meer bij een verlaten Huis ten Bosch. “Er staan hier wat journalisten te kijken, en verder wat andere mensen die weer naar de journalisten staan te kijken.”

Het ‘Journaal’ en ‘Nieuwsuur’ staken er met kop en schouders bovenuit. Astrid Kersseboom,  Marielle Tweebeeke  en Lilian Gonsalves (Prins Clausfonds) bouwden, in respectvol zwart gekleed, gedrieën aan een mooi en waardig portret van de overleden prins.  Friso was bescheiden, intelligent en warm.  En altijd met een twinkeling in zijn ogen. Gonsalves: “Als hij wist dat je ergens mee zat, kwam hij naar je toe en zei: ik heb aan je gedacht.”

------------------

Trouw, 9 augustus 2013

Hilversum neemt een loopje met de kijker

Kijk, als Anne van der Meiden naar z’n boekenkast loopt om een standaardwerk te pakken, zoals in de fraaie lezingencyclus ‘NTR academie’, dan kun je nog denken: oké, hij is een geleerde, dat heen-en-weer wandelen heeft een functie. Zoals ook het loopje van Annechien Steenhuizen - wat een aanwinst trouwens voor het ‘Achtuurjournaal’, deze coole dame met haar mooie, donkere timbre - niet van nut is ontbloot. “Dit gebeurde vandaag in Syrië”, zegt ze wanneer ze naar de beelden loopt. Eén beeld zegt meer dan honderd woorden.

Maar verder, er wordt wat doelloos op-en-neer gebanjerd in Hilversum. Bij ‘RTL nieuws’dóen ze bijna niet anders. Dinsdag kwam Rik Konijnenbelt vanaf de vertrekhal in Schiphol op ons af met de tekst: “Het ministerie van buitenlandse zaken roept alle Nederlanders op Jemen zo snel mogelijk te verlaten.” Daarbij vouwde hij vroom de handen, alsof hij wilde zeggen: kijk, ik wandel niet slechts, ik doe er ook nog een gebed bij. En dat allemaal voor u, lieve kijker.

Waarom al dat gewandel? Waarom flaneerde in dezelfde uitzending Floor Bremer door een historisch stadje om ons te vertellen dat jaarlijks ruim zesduizend minderjarigen wees of halfwees worden? Dat kan toch ook gewoon stilstaand? En waarom kuierde een paar minuten later Bart Reijnen voorbij met een mand vol gezonde spullen? “Margarine met omega 3-vetzuren en drankjes met extra vitaminen, DSM wordt er rijk van”, wist onze winkelende verslaggever. Sandra Korstjens, correspondent in Brazilië, deed hetzelfde loopje in Sao Paulo. In haar mand zaten margarine met omega 3 en 6 (dus niet die zuren van Reijnen) en een yoghurtdrankje met calcium en extra vitamine D.

Pas bij Marije Vlaskamp kwamen we tot rust. Ze vertelde over de éénkind-politiek in China. En ze wandelde niet. Gewoon een ‘ouderwetse’standupper. Als ‘tegengif’ zagen we een avond later in het Journaal wel  meteen weer wandelende Chinezen. Een jong stads stelletje in Peking kwam ons tegemoet, terwijl correspondent Marieke de Vries via de voice over een traditioneel Chinees gezegde bezigde: “Een vrouw trouwt voor de jurken en de maaltijden.”

Hilversum is bevangen door wandelvreugd opdat wij ons niet vervelen. Zin heeft het zelden, dat geslenter, maar het staat zo lekker levendig. Denken de tv-bazen. Van kantoortuin naar computerscherm, van kastje naar de muur. Andries Knevel is er een ster in. In ‘Andries’, een praatprogramma met christenen, marcheert hij gewichtig naar de wijnkelder om voor de gast een goede fles uit te zoeken. Hij trekt een exemplaar uit het rek, bestudeert het etiket en legt hem snel weer terug. Volgende fles maar. Weer die vorsende blik, dan een instemmende knik. De kurk kan eraf. Stiefelend naar tafel opent hij het gesprek. “Had je monnik willen worden?”, vraagt hij kerkhistoricus Paul van Geest. Plop zegt de kurk.

Het is in al zijn potsierlijkheid het overbodigste van alle Hilversumse loopjes. Wat de visite wil drinken, weet Knevel vast van tevoren, evenals de fles die hij zal kiezen. Hij kan dus net zo goed direct met gast en fles aan tafel gaan zitten. Maar dat zal wel te saai zijn. De wijnkelder-walk moet  ons ‘vermaken’. Bedacht achter een stoffig bureau. Vermoedelijk op het Ministery of Silly Walks.

------------------

Trouw, 10 juli 2013

Geen stervende die het verzint: herinneringsdoos

Zou er ooit een stervende uit zichzelf op het idee komen om als laatste daad op aarde Anita Witzier te bellen met het verzoek een zogenoemde herinneringsdoos te mogen samenstellen? Om haar vervolgens aan de rand van het sterfbed te moeten dulden met tranentrekkende vragen als: “Deze knuffel, hè, was dat niet een vriendje in goede en slechte tijden? Een troostvriendje? Kon je erbij uithuilen? Op wat voor momenten? Had je het nodig?”Als een mitrailleurvuur gaat het door. Met als slotsalvo: “Het werkt hè, zo’n knuffel?” “Ja”, zegt nierkankerpatiënt Eric met zijn laatste krachten, “stop hem maar in de doos.”

Eric is een van de zeven terminale zieken die samen met Witzier (KRO) een herinneringsdoos vult voor zijn nabestaanden. ‘Liefde voor later’heet het programma, en het verloopt volgens het stramien waarin KRO, NCRV en EO bij uitstek excelleren: presentatrice dept als zelfbenoemde Pleegzuster Bloedwijn de tranen die ze eerst zelf met een reeks temende vragen heeft opgewekt. Het is heel moeilijk om in de oprechtheid van dit soort programma’s te geloven. Vooral omdat er zo ontzettend veel van zijn. Peilloos verdriet levert torenhoge kijkcijfers op. “Goed wakker geworden”, twitter Marc Dik, producent van ‘Liefde voor later’, “950.000 kijkers.”

Het is gluur-tv, en het wordt steeds erger. ‘Liefde voor later’belast nu zelfs kroost van stervende ouders. En ook dat is weer niet voor niets. Erger leed dan dat van een jong kind dat halfwees wordt is immers niet denkbaar. Zoals bij borstkankerpatiënte Diana, die haar kinderen meeneemt wanneer ze zich, vanwege de aanschaf van een pruik, laat kaalscheren. Huilend zit ze voor de spiegel. De lokken verdwijnen in de herinneringsdoos. Samen met Diana’s favoriete recepten en oude kledingstukken. “Nu ze zo zwak is, voelt Diana nog meer de urgentie om spullen te verzamelen voor de doos”, vertelt Witzier in een voice over.

Zou het werkelijk? Je hebt aan de vooravond van je dood toch wel wat anders aan je hoofd dan het uitmesten van keukenlades en afstruinen van rommelzolders omdat de KRO zonodig een doos met je wil vullen? En je zou zelf toch nóóit op de gedachte komen om bij je overlijden je huis open te stellen voor een heen-en-weer sjouwend camerateam? Natuurlijk niet. Zo’n plan rijpt, in al z’n gekunsteldheid, alleen in de hoofden van Skyhigh TV (de producent) en de KRO.

Het gekke is dat niemand in Hilversum zich meer de ethische vraag stelt of je (kinder)leed zo genadeloos mag registreren. Men is eraan gewend geraakt. ‘Knevel & Van den Brink’noemden ‘Liefde voor later’zelfs indrukwekkend. De kritische vragen kwamen dit keer van de tafelgasten. “Het lijkt me heel moeilijk om er kinderen bij te betrekken”, dacht Monique Samuel. En Marlène de Wouters vroeg Witzier hoe ze meehuilen wilde voorkomen. “Wel”, antwoordde Witzier, “ik laat me helemaal niet leiden door wat wel of niet mag. De ene keer staan we te huilen en tien minuten later verschrikkelijk te lachen.”

In de laatste aflevering van ‘Liefde voor later’ging Witzier op bezoek bij Joyce. Haar man Eric was al weer enkele maanden gestorven. “Waar is de doos?”, wilde Witzier weten. “In de garage”, zei Joyce. “De kinderen hebben er nog niet in gekeken.”

------------------

Trouw, 8 juli 2013

Waar is de dominee als je hem nodig hebt?

Door de zomerstop mis ik mijn favoriete tv-dominee Gremdaat. Het alter ego van cabaretier Paul Haenen, geregeld te gast in ‘DWDD’, komt altijd met zeer bruikbare raadgevingen. Zoals: “Als uw partner onredelijk is, reageer dan niet met woede maar met stroperig begrip.” Of: “De breedte in het leven is vaak het moeilijkst te hanteren, maar wel de beste investering.”

Eppe Gremdaat is, denk ik, nogal vrijzinnig. Vermoedelijk zelfs agnostisch. Niets bijzonders in domineesland. Een paar jaar geleden mocht ds. Klaas Hendrikse zijn verpulverde godsbeeld breed uitventen in ‘P&W’, en pas trad ‘hofpredikant’ Carel ter Linden in zijn voetspoor. Stukken minder zelfingenomen dan Hendrikse, maar toch: ook Ter Linden gelooft niet meer in een persoonlijke God. Andries Knevel en Tijs van den Brink waren zo van de kook dat ze helemaal vergaten de aimabele Hagenaar te laten uitspreken. “En het hiernamaals dan?”, riepen ze. “En de Opstanding?”

Atheïsme en dominees, het blijft het een wonderlijke combinatie. Zoiets als een melkboer die het bestaan van koeien ontkent. Toch was het in het geval van Ter Linden  jammer dat zijn atheïsme er  zo  doorheen werd gejast. Hij is wel de predikant van de koninklijke familie. Zijn ‘bekering’zou ook iets kunnen zeggen over de religiositeit van de Oranjes. Of in ieder geval over de wijze waarop Ter Linden hen geestelijk begeleidt. Maar goed, er was geen tijd.  We hebben vijf christelijke omroepen (NCRV, EO, Ikon, KRO en RKK), maar de God van Nederlands bekendste predikant zat ingeklemd tussen tussen Rijksbezuinigingen, buurtterreur en  voedselverspilling.

Meer tijd trok  de tv uit voor ds. Klaas van der Kamp. De secretaris van de Raad van Kerken kwam zowel bij de EO als de NCRV de slavernij betreuren. “De zwarte holocaust werd door de kerken altijd goedgepraat”, sprak hij in ‘Knevel & Van den Brink’. In ‘Schepper & co aan tafel’ (NCRV) herhaalde Van der Kamp vorige week nog eens hoe belangrijk het is dat kerken schuld bekennen. Hoe nobel ook bedoeld, het klonk, 150 jaar na dato, een beetje gratuit. De dominee heeft, denk ik zomaar, zelf geen slavernij bedreven en zijn boetedoening vraagt van hem  geen groot persoonlijk offer.

Ach ja, tv-dominees. Ze propageren het  atheïsme of beklagen ons duistere verleden, maar waar zijn ze als je ze echt nodig hebt? In de discussie over de mazelen-epidemie op de Bible Belt  bijvoorbeeld? Iedereen is aan het woord geweest: artsen en Unicef ( ‘EenVandaag’), de GGD (‘Knevel & Van den Brink’), de wethouder van Hardinxveld-Giessendam en de ouders (EO’s ‘De vijfde dag’), maar geen predikanten. Terwijl dat toch de enigen zijn die vaccinatiegraad significant omhoog kunnen krijgen.

Ik ben het geheel eens met de oproep van oud- ‘Den Haag vandaag’-presentator Ton Planken, afgelopen vrijdag in Trouw.  De geestelijkheid moet ingrijpen. Maar dan niet bij monde van Ter Linden, zoals Planken suggereerde, maar door een predikant uit de eigen gelederen. Een soort bevindelijke kloon van ds. Gremdaat, met een praktisch advies. “Lieve mensen”, moet hij zeggen voor de EO-microfoon, “die onmenselijke, letterlijk ziekmakende god die de kerk u heeft aangesmeerd, bestaat niet. God houdt van kinderen. Ga vaccineren.  Amen.”           

------------------

Trouw, 24 juni 2013

Hoe kan dat nou? Oerol bestaat nog

“We hebben u een beetje voor de gek gehouden.” Dat was toch wel het minste wat Cornald Maas ons had mogen toeroepen vanaf Terschelling. Twee jaar geleden zweepte hij voor de Avro-camera heel cultuurminnend Nederland op om mee te lopen in niets minder dan een Mars der Beschaving. Want Oerol stond op het spel. Staatssecretaris Halbe Zijlstra wilde vier ton bezuinigen, wat in 2013 onherroepelijk zou leiden tot de dood van het theaterfestival. Maar Oerol bestaat nog steeds, zoals we vorige week konden zien.

Niets aan de hand dus. Maar hoe zat het dan met al die boze cultuurpausen die in 2011 af- en aanliepen in ‘Opium op Oerol’(Avro)? En hoe waarachtig waren de giftige pijlen die ze afvuurden op de VVD-bewindsman? De beschaving stond op het spel,  ja de bezuinigingen deden zelfs denken aan deTweede Wereldoorlog en aan 4 mei. Maas ontpopte zich als zelfbenoemd generaal van een aanzwellend leger demonstranten: “Op naar donker Den Haag.”
 
Maar zie, de vier ton is geschrapt, en Oerol is nog steeds springlevend. Da’s ook niet zo gek, want vier ton is nog geen tien procent van de totale Oerol-begroting. Het bedrag is inmiddels gecompenseerd door de gemeente, de provincie en het Fonds Podiumkunsten, maakte Oerol vorig jaar augustus in een bescheiden persberichtje bekend. Maar op tv? Geen woord over de hysterie van 2011, laat staan een ‘tsja, we waren een beetje de weg kwijt.’ Oerol-bedenker Joop Mulder, die toen foeterde dat zijn creatie werd vermoord,toonde ons nu een rij rustieke Franse dakpannen op het strand, waartegen zich ‘embryonale duintjes’ vormden. Ik kan het weten, want ik heb de hele week gekeken.

Dat viel overigens lang niet altijd mee. Oorlog, verlies, eenzaamheid, pijn, ziekte, verraad en de dood zijn de hoofdingrediënten van het theaterfestvial. ‘Twee boezemvrienden zien kameraadschap stranden door meisje met ernstige ziekte’, dat soort werk. De Oerol-kijker moet niet alleen emotioneel stevig in zijn schoenen staan maar ook beschikken over een bijzonder goed onderscheidingsvermogen: zijn die panisch heen-en-weer rennende dames in badpak deelnemer aan een experimenteel toneelstuk of toeristen op de vlucht voor een volgende hoosbui?

Als ‘Opium op Oerol’ één ding duidelijk maakt, dan is het dat locatietheater in deze vorm niet geschikt is voor televisie We zien slechts flarden van voorstellingen en de uitleg die erop volgt, maakt ons inzicht bepaald niet groter. Neem de ‘Spectaculaire voorstelling’ van Bianca van der Schoot en Suzan Boogaerdt. Maas kondigt het stuk als volgt aan: “Je ziet hoe een tribune wordt opgebouwd en hoe die wordt afgebroken.” Simpeler kan bijna niet, zou je denken, maar pas op. Van der Schoot: “Wij zijn toeschouwers geworden van ons eigen leven. We zitten er als het ware tegenaan te kijken. Het is een hele klus om tegenwoordig betekenis te geven aan je bestaan en erin aanwezig te zijn.”  En Boogaerdt: “We houden het sober, schoon en klein. Als een gladde tegel die terugkaatst.  We leggen ook iets neer bij het publiek.”

Ik geloof dat ik volgend jaar zelf maar ‘es naar Terschelling ga. Al was het maar om van die groteske tv-explicaties te zijn verlost.  Op naar Oerol dus, tenminste, als het niet is wegbezuinigd.

------------------

Trouw, 19 juni 2013

Weer zo’n dorre reis van Paul Rosenmöller

In april schreef documentairemaakster Menna Laura Meijer in het blad van het Mediafonds een essay dat in de tv-wereld veel stof deed opwaaien. Het ging over ‘neem je mee tv’, reportages waarin de presentator de kijker bij de hand pakt, maar waarvan je na afloop denkt: ik ben geen snars wijzer geworden. Adriaan van Dis, Jelle Brandt Corstius, Hans Goedkoop, het is allemaal format-tv, vindt Meijer: semi-intellectuele kwaliteit, vooral bedoeld om bij de kijker zoveel mogelijk herkenning en zo weinig mogelijk onbeantwoorde vragen op te roepen. “Het is the male gaze, ‘Klokhuis’ voor volwassenen”, concludeerde ze badinerend.

Ik ben het deels met Meijer eens. Als ik Paul Rosenmöller in Latijns-Amerika zie, denk ik: inderdaad, dit is format-tv. Zelfs de leader is precies hetzelfde als in al zijn eerdere Ikon-reportages. Maar erger is dat Rosenmöller zijn eigen bonte historie als actievoerder en politicus telkens zo weggumt. Daardoor hebben zijn reizen vaak iets dors, het wil maar niet gaan sprankelen.

In de twee afleveringen tot nu toe (El Salvador en Argentinië) laat een bijna ‘anonieme’ Rosenmöller vooral mensen aan het woord die het verleden van de militaire dictatuur proberen te verwerken. En hij concentreert zich op de criminaliteit. Zeker, belangrijk - al stelt Rosenmöller wel erg voor de hand liggende vragen (“is het geweld hier een heikel onderwerp?”) - maar waarom zien we niets over de politieke context van nú? Overal zitten democratisch gekozen meestal linkse regeringen, maar wat hebben die bereikt? De kijker moet na afloop zelfs opzoeken door welke partijen die landen worden geregeerd. Dank aan Wikipedia.

Toch een rare zaak dat stilzwijgen, als je weet dat Rosenmöller als maoïstische jongere zeer betrokken moet zijn geweest bij de revoluties in Latijns-Amerika. Hij had, zowel tijdens zijn China- reizen als nu, dat inmiddels gelouterde verleden moeten laten resoneren. Daarmee had hij de kijker een boeiend perspectief geboden: niet alleen op de idealen en (des)illusies van een werelddeel, maar ook op die van een hele (nou ja, halve) generatie hier. Er was op die manier tevens een mooie symbiose ontstaan tussen mens en programmamaker Rosenmöller.

Van Dis en Brandt Corstius leggen zulke spannende mozaïeken wél (daarin ben ik het met Meijer dus niet eens), juist door hun eigen leven en persoon te laten meeklinken: de eerste zijn Indische bloed, de tweede zijn ‘russificatie’. Het gekke is dat Rosenmöller in een interview in de VPRO Gids zijn hart wél laat spreken (“Als ik terugdenk aan mijn standpunten als maoïst, kan ik alleen maar concluderen dat die heel, heel erg verkeerd waren”), maar in zijn serie niet. In het interview zegt hij verder dat hij met de crew uitgebreid heeft gediscussieerd over wat destijds het alternatief was geweest voor de rechtse dictatuur in Argentinië. “Waarschijnlijk een linkse, en die was misschien net zo erg geweest.”

Waarom zien we van die pijnlijke dilemma’s niets terug op tv? Waarom maakt Rosenmöller zichzelf en daarmee zijn programma zo vlak? Hij hoeft zich nergens voor te schamen of zich schuldig over te voelen, hij moet alleen beter z’n best doen om ons te raken. Gewoon wat meer  ‘neem je mee tv’  maken.

------------------

Trouw, 12 juni 2013

Steeds meer kwalen of steeds meer belangen?

Wie maandagavond tv keek, had na afloop de halve medische encyclopedie in zijn hoofd. Het begon om half acht met ‘Over leven met’ op Nederland 1, daarna ‘In therapie’ op Nederland 2, direct gevolgd door ‘Dokument: ADHD’, en tot slot ‘Argos TV’ over de Mexicaanse griep. Gisteravond  sloeg BNN de encyclopedie open bij de ‘s’: het Syndroom van Dandy Walker. Vanavond  gaat de EO op pad met de achttienjarige Alana, ‘die van binnen het lichaam heeft van een oude vrouw.’

De KRO sloot vorige week ‘XXL’ af, een serie over obesitas-patiënten, en de NCRV ‘Alpe d’HuZes’ over mensen met kanker. Veel van die programma’s zijn kopieën. Telkens is de openingszin: steeds meer mensen lijden aan…. Daarna komen patiënten in beeld die steevast enkele dagen of langer worden gevolgd.  Zelfs de aandoeningen hebben, hoe verschillend ook, veel van elkaar weg. Een Alzheimer-patiënt blijkt net zo veel  moeite te hebben met ordening als een ADHD-kind, en de testen die ze moeten ondergaan, lijken als twee druppels water op elkaar. “Wat is de hoofdstad van Griekenland?”, luidt de vraag aan het ADHD-kind. En aan de Alzheimerpatiënt: “In welk jaargetijde leven we?”

De makers zullen ongetwijfeld zeggen dat het om erkenning, herkenning en troost gaat, maar toch is er iets mis met deze programma’s. Onder het mom van medeleven wordt een toon aangeslagen zo lamentabel en op effectbejag gericht dat je je na drie minuten al een voyeur voelt van de ergste soort. Laten we even luisteren naar Mirella van Markus in ‘Over leven met’(NTR). Tegen Leon, de man van Alzheimer-patiënte Marian: “Eén ding is zeker: Marian zal niet beter worden.” Leon: “Nee, de levensverwachting is verkort.” Mirella: “Heb je al het idee dat je haar aan het verliezen bent?”

Ton, een andere Alzheimer-patiënt, komt niet meer uit zijn woorden. De camera registreert zijn pijnlijke worsteling genadeloos. Onder in beeld verschijnen voordurend angstaanjagende mededelingen uit de ‘steeds meer’-school : steeds meer Alzheimer, steeds meer demente vrouwen  (‘nu al één op de drie’) en steeds meer geld nodig. Ten slotte een telefoonnummer, waar we terecht kunnen met onze giften.

We zien in al die ziekte-shows  hetzelfde: de individuele mens teruggebracht tot zijn kwaal, en dat alles zo tranentrekkend mogelijk verpakt. Waarom nooit eens een wetenschappelijke benadering?  Hoe ernstig is het nu wérkelijk met onze gezondheid gesteld en wat is het toekomstperspectief?  Slechts één keer klonk een kritische vraag. Van Marlou van den Berge, regisseur van NCRV’s ‘Dokument: ADHD’: “Wie wordt er eigenlijk beter van de diagnose?”

Een expliciet antwoord volgde niet, maar de oplettende kijker had aan een half woord genoeg. We maakten kennis met Yoram, die de hele dag een beetje heen en weer wiebelt. Echte problemen zijn er nog niet, maar zijn ouders gaan toch met hem naar de ADHD-poli. Vanwege je weet maar nooit. Om op de vraag van Van den Berge terug te komen: zouden de farmaceutische- en de gesubsidieerde belangenindustrie misschien beter worden van die vloed aan ‘steeds meer-dit-en-steeds-meer-dat-shows’? Het ADHD-medicijngebruik is de afgelopen zeven jaar met ruim driehonderd procent gestegen! Laat Hilversum dáár eens induiken.     

------------------

Trouw, 10 juni 2013

Hoe KRO, WNL en NCRV ons om de tuin leiden

Er is één programmasoort die van ons eist dat we ons verstand geheel op nul zetten: omroepreclames. Neem die van de KRO. Met (te) luide stem roept hoofd RKK Leo Fijen ons toe: “Als het aan de politiek ligt, zal de eucharistieviering verdwijnen. Word nu dus lid van de KRO. Als dank krijgt u dit geschenk.” Waarna een door Fijen zelf geschreven boek in beeld verschijnt.

Wat is er allemaal níet waar aan dit spotje? Allereerst: Den Haag schrapt niet in de eucharistieviering maar in het budget van de publieke omroep. Inderdaad zal  het RKK daardoor verdampen, maar de KRO maakte in april al bekend dat ze het bisschoppelijke omroepje en daarmee de tv-missen zou overnemen. Toch kwam plots daarna die actie ‘Red de eucharistie’. Die dus al gered wás.

Verder: alsof je extra geld en extra leden nodig hebt om een kerkdienst te kunnen uitzenden. Een mis is geen duur programma en de KRO zit met ruim 400.000 leden niet in de gevarenzone. Sterker, de vereniging is zo rijk en machtig dat ze Eva Jinek heeft kunnen binnenhalen als nieuw KRO-gezicht op de zondagochtend. Deze agnostische talkshowhost mag dalijk kijkers gaan wegkapen bij Fijen, die op het andere net de eucharistie inleidt. Dat we lid moeten worden van de KRO om de eucharistie te redden, is dus onzin.

Dan WNL. Die omroep maakt ons wijs dat als we ons niet als de bliksem aanmelden het rechtse geluid uit de ether verdwijnt. Straks, na de verplichte omroepfusies, zouden we alleen nog maar zitten opgescheept met die linkse Vara-BNN en die christelijke KRO-NCRV. Maar wat is er rechts aan WNL? Jinek maakte een goed en redelijk kritisch praatprogramma, maar met rechts had het niets te maken. Een volstrekt inwisselbare show, zoals ook Jinek zelf bij vele omroepen blijkt te passen:  eerst NOS,  toen WNL,  nu KRO. Dat we lid moeten worden van WNL om het rechtse geluid te redden, is dus onzin.

De NCRV maakt het ’t bontst. Die suggereert dat we door ons bij haar aan te sluiten de kankerbestrijding een handje helpen. “Steun Alpe d’Huzes. Word lid van de NCRV.” ‘Alpe d’Huzes’ is een NCRV-inzamelingsactie met een nogal nare bijsmaak. Doel lijkt vooral om zoveel mogelijk tranen te trekken - niet voor niets is Caroline Tensen presentatrice - en  kanker voor te stellen als een strijd die je alleen kunt winnen als je hard genoeg knokt. En als je nou weinig vechtlust hebt, is het dan je eigen schuld dat je sterft? Om over het lot en medische grenzen nog maar te zwijgen? Overigens komt tot nu toe de helft van het ingezamelde geld niet terecht bij kankeronderzoek, onthulde het Financieele Dagblad.

Maar goed, wie kanker wil bestrijden, moet dus bij de NCRV zijn.  Geen wonder dat de omroep juist deze ziekte heeft uitgekozen voor een ledenwerfactie. Wie immers wil er met de schuld leven dat hij níet meewerkt aan de oorlog tegen kanker? Met het uitsterven van de eucharistie en het rechtse geluid kan ons geweten misschien nog net leven, maar met het willens en wetens negeren van kanker?

Dat is wat al die spotjes doen, inspelen op ons schuldgevoel. Maar ondertussen zijn het gewoon doorzichtige pogingen om met gelegenheidsargumenten het eigen bleke profiel wat op te poetsen en daarmee potentiële leden om de tuin te leiden.

------------------

Trouw, 5 juni 2013

Bultrug shockeert ons meer dan seksmisbruik

Het is iedere keer weer een verrassing wat op de tv tot ophef leidt en wat niet. Zo kon Paul de Leeuw vorige maand straffeloos melk drinken uit de borst van een moeder. Niemand die er om maalde.  Ook permitteerde hij zich een ‘grap’ over de afslachting van de Engelse soldaat Lee Rigby: terroristen met bebloede slagersmessen als Britse inzending voor het Songfestival.  Alleen de Engelse media stonden op hun achterste benen. Hier bleef het rustig.

De banale grappen zijn tekenend voor de wanhoop waarmee De Leeuw de laatste tijd zijn slecht bekeken show probeerde te verkopen.  En ‘onze’ lauwheid zegt iets over hoe we zijn uitgekeken op De Leeuws weekend-amusement. Vorige week nam hij definitief afscheid van de zaterdagavond. Er keken een schamele 868.000 mensen.

Een kwestie waarover je veel  publieke verontwaardiging zou verwachten, is het seksuele misbruik in protestantse kerken. Toch wil het debat daarover, in tegenstelling tot dat over de seksschandalen in de katholieke kerk, maar niet losbarsten. Zou dat komen doordat het in protestantse kerken veelal over volwassen slachtoffers gaat en in de katholieke kerk over weerloze kinderen?  Paul Rosenmöller bracht dat onderscheid aan in ‘Spraakmakende zaken’ (Ikon), waarin hij een vrouw sprak die in een pastorale relatie was onteerd.

Beheerst vertelde deze Annelies van Luttikhuizen hoe ze na een lang stilzwijgen eindelijk hulp durfde te zoeken bij twee kerkeraadsleden.  Deze ‘hulpverleners’  ontpopten  zich echter al snel als haar ergste vijanden. Het werd Van Luttikhuizen verboden om ook maar met iemand over haar pijn te spreken. Ze raakte geïsoleerd en overspannen. Een christelijke psychiater dacht dat ze het misbruik wel zelf zou hebben uitgelokt. Rosenmöller trok de conclusie dat externe druk nodig is om de protestantse doofpot open te breken. Zoals het ook in de katholieke kerk is gegaan.

‘Argos-TV: Medialogica’ (Human/VPRO) toonde een zaak die ons veel meer shockeerde dan het protestantse misbruik: de bultrug, die in december aanspoelde op onze kust. Hij had gewoon rustig kunnen sterven, zoals wereldwijd bosjes uit koers geraakte zoogdieren doen, ware het niet dat hele volksstammen zich er via radio, tv en social media mee gingen bemoeien. Het dier kreeg zelfs een naam: Johanna (gedoopt door Radio 2). Terwijl de walvis na enkele uren al was opgegeven, werd onder dwang van de publieke opinie toch een reddingspoging ondernomen. “Dat moet voor het dier een hel zijn geweest”, vertelde een nog steeds boze bioloog Mardik Leopold. Doodsbedreigingen, een stille tocht, persconferenties en een heus Kamerdebat, waarin werd geroepen om, jawel, een protocol, Nederland leek eind 2012 te verdrinken in een oceaan van emoties. En de tv liet het allemaal ongelimiteerd de huiskamer binnenstromen. Had dat niet wat nuchterder gekund, was de onderliggende vraag in ‘Medialogica’?

 Externe druk, wat doet een programmamaker er mee? Laat hij zich verleiden tot inzicht, zoals De Leeuw, die uiteindelijk toch excuses maakte voor zijn terroristen-grap, tot ergerniswekkende hypes, zoals Johanna, of tot doortastendheid en waarheidsvinding, zoals het protestantse misbruik vereist? Het is aan het gezonde verstand van Hilversum.

------------------

Trouw, 27 mei 2013

Waarom boycot de tv Obama’s schandalen?

Dit wordt een recensie van iets wat niet op tv is geweest: de Obama-schandalen  Sinds het ‘Journaal’ er halverwege deze maand mee kwam, is het in Hilversum oorverdovend stil.  ‘Buitenhof’, ‘Brandpunt’ , ‘De vijfde dag’, niemand duikt er bovenop. NCRV’s ‘Altijd wat’ heeft nooit iets. Net als  ‘EenVandaag’. De Avro/Tros-rubriek  vertelt ons alles over VVD-rommelaartje Jos van Rey, maar niets over de rommel  in Amerika.

Terwijl het toch echt om pittige beschuldigingen gaat: Obama’s belastingdienst voert extra controles uit op de aangiftes van conservatieve tegenstanders, zoals de Tea Party, de regering stopt informatie over de aanslag op de VS-ambassade in Benghazi in de doofpot, en journalisten van persbureau AP worden afgeluisterd. Vooral dat laatste heeft  de hele Amerikaanse pers op haar achterste benen gebracht. Zo niet Hilversum. Even leek  Jeroen Pauw te ontwaken toen hij stamgast Eelco Bosch van Rosenthal, na een lang betoog over drones, eindelijk onderbrak met: “Zullen we naar die andere omstreden Obama-kwestie gaan?”  “Inderdaad”, reageerde de oud-VS-correspondent: “Guantánamo Bay.”Helemaal aan het eind zei hij nog drie zinnetjes over zijn geplaagde collega’s in de VS. Dit was ‘Pauw & Witteman’, welterusten!

Twan Huys, eveneens voormalig Amerika-correspondent, zat een dag na de onthullingen bij Matthijs van Nieuwkerk. Niet om te protesteren tegen het aftap-schandaal, maar om te  keuvelen over Barbara Walters, de vertrekkende ABC-anchor die ooit aan Pat Nixon, op staatsbezoek in China, had gevraagd hoe het eten van Mao was. Enkele dagen later schoof onze eigen abdicerende tv-koningin aan: Eva Jinek. ‘DWDD’ was weer helemaal terug in de Hilversumse microkosmos.

Wie iets over het afluisterschandaal te weten wil komen, moet sprokkelen. Een halve zin op de tv, een piepklein bericht in de krant of een goed verstopt onthullinkje op de journalistensite Villamedia.nl. Alwaar je kunt lezen dat niet alleen telefoonlijnen van AP zijn afgetapt, maar ook van het rechtse Fox News. Als enige actualiteitenrubriek doorbrak  ‘Nieuwsuur’ de stilte. Met een item van wel negen minuten.

Waarom zou de tv die Obama-schandalen boycotten? Omdat wij onze handen al vol hebben aan Van Rey? Wat nu als onder Bush was gebleken dat het liberale kwaliteitsblad The New Yorker werd afgeluisterd en de Burgerrechtenbeweging onder speciaal toezicht stond van de belastingdienst? Hilversum zou op z’n kop staan. En terecht. Waarom nu dan niet? Toen ik mezelf die vraag stelde, doemde een oude IKON-reportage van Paul Rosenmöller voor me op . Gaandeweg die reis door Obama-land werd duidelijk dat de president in Amerika lang niet zo populair is als daarbuiten. Zelfs veel Democraten zouden hem niet meer moeten.

Wij journalisten zijn dol op Obama, met zijn Europese ideeën, en willen maar niet geloven dat de droom van  hope en change mogelijk voorbij is. We lijken weggegleden in een onprofessionele, zoete sluimer. Tom Kleijn, VS-correspondent van ‘Nieuwsuur, zei het zo:  “Het buitenland ziet Obama als die vlotte, transparante president, maar hier weten ze dat hij helemaal niet open is. Hij heeft een hekel aan de pers. Sommigen vergelijken hem zelfs met Nixon.”

------------------

Trouw, 15 mei 2013

Als een roddeltante op schoot bij Paay

De biografie van tv-diva Patricia Paay is als een sneeuwbal  die smelt in het studiolicht. Er blijft steeds minder van over. Eerst had ze het bed had gedeeld met John de Mol en zanger Waylon. Niet waar, riepen de heren.  Waarna Paay toegaf dat ze zich van het nachtje met De Mol ook bitter weinig kon herinneren.

Eerlijk gezegd interesseert het me geen bal met wie Patricia heeft gepaaid, maar nu de publieke tv - u weet wel,  het wat serieuzere gedeelte van het omroepbestel  - al wekenlang  door het smeltwater van haar biografie banjert, voel ik me toch gedwongen er iets over te schrijven. Zelfs de NOS doet volop  mee aan de hype. “Patricia Paay kan het avontuurtje met  De Mol niet bewijzen. Aan de andere kant kan De Mol ook niet bewijzen dat het niet is gebeurd”, filosofeert de nationale omroep op internet.

Studio na studio struint de ex-zangeres af, en steeds treft ze presentatoren die zich als willige lammeren ter slachting laten leiden. Zoals Nicolette Kluijver van ‘Spuiten en slikken’. Het zou toch echt iets voor BNN zijn om uitgebreid  te hengelen: ben je nou wel of niet naar bed geweest met De Mol en Waylon?  Maar geen vraag daarover. Als kijker voel je: daar heeft Paay, na alle ontkenningen, een stokje voor gestoken.  Nu gaat het plotseling over een andere  ‘verovering’: David Bowie. Die zit lekker ver weg en heeft nog niets tegengesproken. Bovendien deed ze ‘het ‘ ontzettend lang geleden met hem: eind jaren zestig. Ook dat is veilig. Ratelen dus maar. “Hij was een echte giver”, zegt de gepensioneerde Star Sister. “Hij geeft alles wat je wilt. Je kan het niet beter treffen. Alles leuk en lekker.”

Het klinkt zo algemeen dat het ook over haar pas aangeschafte printer had kunnen gaan.  Of over de vernieuwde Avro Bode. Niettemin is Kluijver dolenthousiast. “Seks met Bowie, de Beyoncé van deze tijd”, gilt ze. Enkele dagen eerder zit de 64-jarige seksbom in Vara’s ‘DWDD’. Niet zo verwonderlijk: de schrijver van ‘La Paay’ is Vara-regisseur Bert van der Veer. Ook bij Matthijs van Nieuwkerk heeft Paay de regie. Weer gaat het over die ‘lover’ die zo veilig ver weg zit. “Bowie was een echte giver, hoor”, herhaalt Paay haar mantra. De enige juiste vragen komen deze avond van tafelheer Ali B: “Waar ben ik in beland? Wat is dit?” En: “Wat een gesprek!”

Twee dagen later gaat het bij ‘Eva jinek op zondag’ (WNL) over ‘een hindoestaanse prins’ met wie Paay zou hebben gevreeën. Geen naam en toenaam. Weer lekker safe. Jinek noemt  Paay een  ‘openhartige vrouw’. Hoe openhartig, dat blijkt gaandeweg het interview. Zonder dat Jinek er naar vraagt, verkaart de diva haar visie op het leven. “Ik zie mezelf als een product. Heel zakelijk. Bij alles wat ik doe vraag ik me af: wat heb ik eraan, voegt het iets toe en wat verdien ik er mee? Ook mijn boek voldoet aan die drie criteria. Ik moet voor mezelf zorgen, nietwaar?”

Zie daar de marketingstrategie waar  heel Hilversum is ingestonken. In plaats van zo’n strategie kritisch bloot te leggen, wat je van de publieke omroep zou verwachten, en de bedgeheimen - verzonnen of niet - te laten voor wat ze zijn, kruipt Hilversum als een roddeltante bij Paay op schoot: Moeder de Gans, vertel ons nog wat sprookjes.

------------------

Trouw, 26 april 2013

’s Morgens ‘n tweet,’s avonds op de tv

 Als je je ‘s ochtends gek gedraagt, zit je met een beetje geluk ’s avonds al in een talkshow. Zo verscheen in ‘Debat op 2’(NCRV/KRO) een kapper die een nare tweet over Sylvia Witteman had verstuurd:  “Domme hoer. Door d’r knieschijven schieten en loslaten in een bos vol beren.” Voor wie het niet heeft gevolgd: Witteman, columniste van de Volkskrant, startte een petitie tegen het volgens haar belabberde Koningslied en werd daarna bij herhaling met de dood bedreigd.  Ook de kapper had ‘het gevoel dat hij iets kwijt moest.’ “En waarom zou je niet mogen beledigen? Daar is twitter toch voor?”

Breed lachend zat hij in de studio. Dat had ons kappertje natuurlijk nóóit verwacht:  één grievende tweet, slechts 58 volgers, maar wel direct het stralende middelpunt van een tv-debat. Alles draaide nu om hem. Wat een gratis reclame. En kijk, hij kreeg nog bijval ook. “Een bloemrijke, creatieve tweet. Het is bijna een gedicht”, vond PowNed-oprichtster Marianne Zwagerman. Waarop meteen een accurate analyse volgde van social media-bestrijdster Charlotte Wolff: “Van literatuur heeft u blijkbaar ook al geen kaas gegeten.” Ze noemde de tweet ‘volstrekt bizar’.  “Tegen uw klanten durft u zoiets niet te zeggen, is het wel?”

Advocaat Peter Schouten dacht, met een parafrasering van Andy Warhol, dat twitteraars uit zijn op one minute of shame. Dat gold zeker voor  Alex Ringeling, webredacteur van Sp!ts. “Ik heb veel ergere dingen gezegd dan deze kapper. Ik beledig dagelijks mensen. Dat is niet mijn, maar hún probleem.” En zo vond iedereen wel wat . Een volstrekt stuurloze discussie. En dat kwam vooral doordat de hoofdvraag ontbrak: wat is beschaving?  Een debat op z’n ‘twitters’: geen richtinggevend kader, geen hiërarchie in opvattingen, alles wat wordt geroepen is van evenveel waarde. “U kunt hierna nog verder discussiëren op internet”, sloot gesprekleidster Ghislaine Plag af. Ja, ik ben me daar gek.

Liever keek ik naar een programma van de vorige avond: ‘Bloed, zweet en snaren’, over het jubilerende Concertgebouworkest. Normaal gesproken ben ik niet zo dol op docusoaps, omdat je door een gebrek aan regie al snel verzandt in oeverloos gekeuvel en ondraaglijke saaiheid. Bij deze Avro-serie is dat anders. Er is een duidelijke focus, waardoor elke aflevering een mooi afgerond geheel vormt. Art Rooijakkers doet wat je van een presentator van zo’n serie  mag verwachten:  niet op de voorgrond treden, maar verbinden en uitleggen.

Dit keer ging het over de verjonging en internationalisering , die chef-dirigent Mariss Jansons heeft ingezet. We volgden de jonge Franse fluitiste Julie, die voor de muziek haar vriend Bruno in Frankrijk moest achterlaten. We zagen haar skypen, taalles nemen en inburgeren. En duimen voor Bruno, die bij Julie’s orkest klarinettist wil worden. Menselijke emoties overheersen gelukkig niet, waardoor er ruimte overblijft voor de muziek. Die zelfs via het tv-scherm prachtig klinkt. Van het ‘Adagio for strings’ van Samuel Barber kreeg ik kippevel.

Bruno bemachtigde de baan helaas niet. “Ach, ik was zelf ook niet helemaal tevreden over mijn auditie”, reageerde hij.  “Maar er komen nog wel andere kansen.”  Beschaafde jongen, die Bruno. Vast geen twitteraar.

------------------

Trouw, 22 april 2013

Massale journalistieke psychose over Boston

Zaterdagavond, ‘NOS Journaal’. Een kleine week na de aanslag in Boston zijn we nu beland bij meneer Carlos, buurman van de bommengooiers. “Dat hebben die broers niet met z’n tweeën gedaan, hoor. Daar zit meer achter”, bezweert hij. “Heeft die buurman een punt?” wil presentator Rik van de Westelaken weten.  “Misschien wel”, denkt VS-correspondent Wouter Zwart.

Vijf dagen na de ramp: misschien wel. Oud-VS-correspondent Eelco Bosch van Rosenthal schuift drie avonden aan bij ‘P&W’ om te laten doorschemeren dat hij nog altijd niets weet.  Op basis van z’n tablet, dat wel.

Zo gaat het de hele week. Rob Trip, vrijdagavond: “De grote vraag is natuurlijk: waarom hebben ze het gedaan?” Zwart: “Dat blijft inderdaad de grote vraag.” Diezelfde avond in ‘Nieuwsuur’: wat is het laatste nieuws? “Wel, eigenlijk dat er geen nieuws is”, bekent correspondent Tom Kleijn. Waarop Twan Huys: “We komen later in de uitzending bij je terug.” Waarom eigenlijk? Waarom zet  Hilversum z’n verslaggevers dag na dag voor gek met onnieuws?

Wat gebeurde er nog meer in de week dat in Boston drie doden vielen? In China elf doden bij een hotelbrand, in Iran tientallen doden bij een aardbeving en in Zuid-Afrika het negende slachtoffer van een homofobe seriemoord. Minstens zo tragisch als het Boston-drama, maar we zien er weinig of niets over. Waarom niet? Omdat het geen rampen zijn met duizenden getuigen? De Boston-bommen explodeerden tijdens de drukbezochte marathon. Er vielen meer dan 150 gewonden. Velen zagen het voor hun ogen gebeuren.

Maar veel belangrijker: het is Amerika. Elke aanslag kan een nieuw 9/11 betekenen. Zo’n frame kennen China, Iran en Zuid-Afrika niet. Daarom zijn die catastrofes voor het westen minder onheilspellend. De paniek onder journalisten wordt nog aangewakkerd door de grote politiemacht die Amerika inzet (‘Nieuwsuur ‘had het over negenduizend man), de afzetting van complete wijken en straatverboden. Er ontstaat een massale journalistieke psychose en een voortschrijdende nieuwsinflatie. Alles is direct publicabel, of de bron nu Obama is of meneer Carlos.  Alles is geoorloofd, het is immers oorlog? Nou ja, bijna dan. De verdachten zijn in elk geval geboren in het moslimland Tsjetsjenië, en er zijn ook al gifbrieven opgedoken, net als na 9/11. 

Onder elke reportage en vraag schuilt diezelfde huiver: nieuwe moslimterreur van Al Qaida? Verslaggevers gaan hink-stap-springend naar de Apocalyps. Zwart: “We moeten niet te veel speculeren, maar op de computer van een van de verdachten staat een islamfilmpje.”  Verbanden die normaal gesproken zouden worden weggelachen, klinken nu, dankzij ons collectieve ‘9/11-frame’, ineens heel plausibel. Paul Witteman: “Volgens hun oom zijn de jongens losers, en die zijn natuurlijk gevoelig voor indoctrinatie.”

Angst en irrationaliteit regeren. CNN meldt woensdag arrestaties die er niet zijn, een gewonde Saoedische student wordt betiteld als verdachte, en de NOS duwt de buurman van de gebroeders Tsjarnajev een microfoon onder de neus. En zo worden we de hele dag door geïnformeerd over niets. Bosch van Rosenthal. “De New York Yankies hebben zojuist het clublied van de Bostonse honkbalploeg gespeeld.” Het stond op z’n tablet.

------------------

Trouw 15 april 2013

Nieuw Rijksmuseum: Kafka in vier bedrijven

Van de stortvloed aan programma’s over het nieuwe Rijksmuseum, zal de documentairereeks van Oeke Hoogendijk  de kijker het langst bijblijven. Natuurlijk, het was leuk om Cornald Maas en Rik van de Westelaken zaterdagavond de loftrompet te horen steken bij de officiële opening. En het gaf een gevoel van trots toen de koningin haar vermoedelijk  laatste vuurwerk ontstak. Maar gisteravond, na het slot van Hoogendijks vierluik ‘Het nieuwe Rijksmuseum’ (NTR), overheerste de verbijstering:  Hoe is het überhaupt mogelijk dat het tot een opening is gekomen?
 
Aan elke goede documentaire gaat een goed journalistiek inzicht vooraf. Dat heeft Hoogendijk in hoge mate. Ga maar na: directeur Ronald de Leeuw stapt op, architect Antonio Cruz dreigt wanhopig het bijltje erbij neer te gooien, oeverloos gepalaver over een fietstunnel  (de nieuwe directeur Wim Pijbes: “Ik ben meer bezig met de fiets dan met Rembrandt”), geruzie over de entree, en grote budgetoverschrijdingen. Hoogendijk laat zien hoe een nieuwbouwplan een autonoom voortrazend monster wordt waar geen sterveling meer greep op heeft. Pijbes: “Wie is de baas? Niemand. Dus iedereen. Er is geen bouwheer met mandaat.”

Als een vlieg aan de muur is de maakster negen jaar lang aanwezig bij vergaderingen en inspecties. Ze dompelt ons onder in een horror-scenario, waarin eindeloos heen en weer wordt geplonst in halfduistere, onder water gelopen bouwputten. Pijbes: “Dit moet toch echt beter gestuct worden, maar ja het besluit valt elders.” Waar is elders? De filmster troont ons mee naar stadsdeel Oud-Zuid dat zich in de hoek gezet voelt als een ‘Mickey Mouse’-bestuurtje en z’n macht laat gelden door de fietstunnel te beschermen. Naar het ministerie van OCW dat het studiecentrum schrapt. Naar De Rijksgebouwendienst, waar Louise Attema de muren te korrelig vindt. En naar de Fietsersbond, vermoedelijk machtiger dan alle andere partijen bij elkaar.

We zien het Hollandse poldermodel in volle glorie, een Kafkaiaanse tragikomedie in vier bedrijven. De Leeuw is meer  bezig met z’n nieuwe huis in Wenen (“op een kwartiertje lopen van de Staatsopera”) dan met de dagelijkse misère om hem heen. Zijn opvolger rept over een ‘trein die niet meer is te stoppen.’ Sarcastisch stelt Pijbes vast: “Ik heb een project van 366 miljoen, maar kan geen schroef in de muur draaien.” De opzetwanden deugen namelijk ook al niet.

De kleuren evenmin.  Hoofd interieurarchitect Marleen Homan. “Ik heb begrepen dat het Rijksmuseum daarover nog wat wil nadenken, ook al zit de verf reeds op de wanden.” En over de vitrines die ze moet leveren: “Zes jaar van alleen maar nadenken, tekenen en opnieuw tekenen. En nog steeds ligt er niets definitiefs op tafel.”  Haar ‘baas’, de Fransman Jean-Michel Wilmotte, is het  trage Rijksmuseum zo zat dat hij tijdens een vergadering  in slaap valt.
 
Eén belangrijke vraag laat Hoogendijk in haar filmisch hoogstandje onbeantwoord. Hoe kan het dat zich voor zo’n prestigieus project maar één aannemer meldde? Waarom trok de tweede partij zich terug? Alle concurrentie viel daardoor weg, wat voor de overblijvende partij de weg baande om tientallen miljoenen meer te bedingen dan het museum in kas had.

------------------

Trouw, 22 maart 2013

Juist als je iets níet kan, staat de tv voor je deur

Wat zou het toch zijn dat tv-sterren steeds maar dingen doen waarvoor ze geen talent hebben?  In een klooster gaan bijvoorbeeld terwijl je dandy bent of  punkrock-zangeres? Jan Slagter vond het laatst bij de RKK- monniken zo saai dat hij dreigde met moppen en Elle Bandita stuurde een paar dagen na haar EO-retraite een contemplatieve tweet de wereld in:  “Ik heb m’n poes  geschoren!”

Nu heeft de EO weer de ‘Mattheüs masterclass’. Mensen die geen zangstem hebben of geen noot kunnen lezen, wagen zich aan Bachs meesterwerk. De acteur Porgy Franssen is een van hen.  “Het is moeilijk hoor”, spreekt hij ons toe, “want ik ben geen zanger. Enfin, daar komt u vanzelf  achter. Maar ik vind het wel hartstikke leuk om kandidaat te zijn.” Dat is blijkbaar hét criterium om te mogen meegalmen in ’s werelds mooiste oratorium: dat je het ‘hartstikke leuk’ vindt. “Porgy is de enige deelnemer die noten kan lezen”, spreekt de voice over ons nog moed in.

Wolter Kroes kan dat dus niet. “Het liedje moet voor mij worden voorgespeeld en dan kan ik het napapegaaien”, bekent hij oprecht. Met ‘het liedje’ doelt hij op de aria ‘Mache dich mein Herze rein’. Het valt niet mee. “Wat heb ik me op de hals gehaald?”, verzucht de feestzanger. “Normaal gesproken begint de lol voor mij al in de auto. Daarna doe ik op het podium mijn ding en laat ik de  zaal uit z’n dak gaan. Nu moet ik een kerk in extase brengen.”

Wat zou toch het doel zijn van deze show? Leedvermaak?  Of wil de EO ons laten genieten van de ‘groei’ van de deelnemers? Misschien. Maar het oogmerk lijkt vooral: effectbejag, ijdeltuiterij en een  klein beetje evangelisatie. Interessant is het niet. Je gaat toch ook niet naar de schouwburg om de plaatselijke bingoclub Shakespeare te zien repeteren? En dat vier weken achter elkaar? En nog wat: waarom zijn klassieke werken met mensen die wél kunnen zingen altijd midden in de nacht en dit probeersel op prime time?  De echte ‘Mattheüs Passion’ begint maandag pas om 23.40 uur bij de NTR.

Lieden die hun vak wél verstaan zijn vissers. Er zijn twee series: ‘Hollandse vissers’(Max) en ‘De Urker vissers’ (NCRV). Waar die overweldigende belangstelling voor de visserij ineens vandaan komt, is een raadsel, maar erg veel wijzer worden we niet. “De ene week gaat het goed en de andere week wat minder. De vraag is elke keer weer: wat zit er in het net?”, mijmert een visser in de Max-serie. Maar daar zien we ten minste nog water.

 De NCRV-aflevering die ik zag speelde zich geheel af aan de wal. Het visnet was gescheurd, vandaar.   “Hoe laat ben je thuis?”, vraagt vissersvrouw Kramer haar man Jacob na de ‘kost’ ( dat is wel het leuke van die vissersseries: je leert nog eens wat nieuwe woorden. Kost is lunch en ‘knipje’ is middagslaapje). “Nou”, zegt Jacob, “een uur of zeven, acht, negen.” En weg slentert hij weer naar de nettenboeterij. Een inkijkje in een gesloten, hechte  gemeenschap, belooft de NCRV. Een wereld die we ontwend zijn: rustig, gemoedelijk, vroom. En daardoor voor de ‘moderne mens’misschien een tikkeltje saai.

Waarom laten ze die Urker vissers niet meedoen aan de ‘Mattheüs masterclass’? Die mannen kunnen prachtig zingen. Maar ja, dat zal wel meteen het probleem zijn.  

------------------

Trouw, 15 maart 2013

Het curieuze sprookje van paus Franciscus I

Hoe een strenge, humorloze kardinaal bij toverslag veranderde in een lachende Verlosser van de Armen, maar in wie ten slotte toch een boze fee bleek te huizen. Dit is het wonderlijke sprookje van paus Franciscus I.

Zes minuten over zeven: er is een nieuwe paus, maar wie? Kerkhistoricus Paul van Geest hoopt in ‘NOS live’ nog steeds op kardinaal Dolan van New York. “Hij heeft gezegd: het conclaaf mag niet te lang duren, want m’n schone sokken zijn op.”  Presentatrice Annechien Steenhuizen: “Wat wil dat zeggen, dat van die schone sokken?” Van Geest: “Nou, dat als ‘ie paus wordt hij in elk geval gevoel voor humor heeft.”

Een ‘heel interessante kandidaat’, die Dolan,  vindt Van Geest, net als  kardinaal Scola van Milaan, ook ‘heel interessant.’ De zwarte kardinaal Turkson, lieveling van verlicht Nederland, is vooral  ‘heel intelligent’, weet de kerkhistoricus, ‘hoewel hij zegt dat homo’s niet bestaan.’  Steenhuizen: “En tóch intelligent?”

Het speculeren gaat tot de laatste seconde door. “We hoeven weinig spannends te verwachten”, vermoedt Rome-correspondent Andrea Vreede.  Dan verschijnt de nieuwe paus eindelijk op het balkon: Jorge Bergoglio. Zo’n beetje de enige naam die Hilversum níet heeft genoemd. “Hoezo verrassing?”, vraagt Jeroen Pauw ontnuchterend, “hij was tweede bij de vorige pausverkiezingen.”  Maar eerst terug naar Van Geest in het ‘Journaal’: “Bergoglio is een strenge man, hoor. Hij kookt wel zelf, maar men heeft hem nooit zien lachen.”

Vreede vindt de Argentijn toch wel ‘spannend’.  “De Romeinen zijn nu al dol op hem. Hij draagt niet eens die stijve, rode mantel. Een revolutie!” Nu komt ook Van Geest een beetje op stoom. “Andrea heeft gelijk. Geen rode mantel. Hij gaat zuiveren!”  Sacha de Boer: “Dat is wel nodig ook, hè?” De beelden van het St. Pietersplein druppelen langzaam door en Van Geest raakt nu geheel uitgelaten: “Hij zegt gewoon goedenavond. Hij lacht en spreekt eenvoudige taal! Dit is Johannes Paulus I en Johannes XXIII tegelijk!” De Boer: “Het Vaticaanse twitter is ook weer actief. Hij is dus nog modern ook.” Van een strenge, ongenaakbare kerkvorst naar een popiejopie met twitteraccount, en dat alles binnen de spanningsboog van één kwartier.

Het ‘Pausjournaal’ (RKK) ontpopt zich tot een euforisch katholiek entrenous. Stijn Fens in Rome: “Hij gaat in Buenos Aires met de bus naar z’n werk. Over vier jaar hebben we een andere kerk. Een paus van de armen.” Wilfred Kemp, met een knipoog naar Máxima: “En een paus van de prinsessen.”  Theoloog Marcel Poorthuis in de studio : “En van de dieren.”  CDA-senator Maria Martens: “Dat ‘ie zomaar goedenavond zei, hè?”  Antoine Bodar, stemmig: “Hij heeft de voeten van aidspatiënten gewassen.”

Bodar moet meteen door naar ‘P&W’. Wat hij vindt van de nieuwe kerkvorst. “Nou”, zegt de mediapriester, “hij begon met goedenavond.” Paul Witteman: “Wat is daar nou zo bijzonder aan als er een heel plein voor je neus staat?” Bodar: “Goedenavond is iets voor een tv-presentator, niet voor een paus.”  En toen kwam Pauw er ook nog overheen: “Bergoglio staat op de foto met dictator Videla.” Bodar: “Hij kan natuurlijk altijd nog aftreden.” Achter Pauws stoel zagen we nog net een olifant met een lange snuit.

------------------

Trouw, 11 maart 2013

Perfecte marketing: quiz verkopen als iets nieuws

De kennisquiz is zo oud als de televisie. Toch leek het alsof ons zaterdag iets revolutionairs stond te wachten bij RTL 4. Dat kwam doordat Linda de Mol  de week ervoor heel Hilversum had afgestruind om haar zelfbedachte  spel  ‘Weet ik veel’ te promoten.  “Een algemene kennistest, die was er nog nooit”, jubelde ze bij ‘DWDD’. En Matthijs van Nieuwkerk knikte braaf van ja.

Hij was niet de enige. ‘RTL boulevard’ en  ‘Evers staat op’ (538),  iedereen rolde de rode loper uit voor de  showbizz-koningin.  Aan het eind van de week was de consternatie zelfs zo groot dat Omroep Brabant serieus meldde dat een studente uit Roosendaal quiz-kandidaat was. Alsof al niet sinds mensenheugenis massa’s studenten meedoen aan ‘2 voor 12’ en ‘Per seconde wijzer’. Alsof De Mols ‘eigen’ RTL 4 niet jarenlang de ‘Achmea kennisquiz’ uitzond. En alsof de EO niet sinds februari  ‘Wat weet Nederland’ brengt.

Zelden werkte een marketingstrategie om iets ouds als iets nieuws te verkopen zo perfect.  Het begon al in december bij RTL’s ‘Life 4 you’. Daarna volgden, in de week voor de première, de belangrijke amusementsshows.  Albert Verlinde: “Linda’s app is later deze week verkrijgbaar.” Edwin Evers: “Je kunt thuis meespelen op je tablet.”

De Mols p.r.-verhaaltje was telkens hetzelfde: dat het ontzettend nieuw was, dat ze last had van zenuwen, en dat ze kijkcijfers moest halen. Van Nieuwkerk, dreigend:  “Paul de Leeuw is terug, ‘Golden oldies’ begint.” De Mol: “Ja, en wat dacht je van de ‘Showbizzquiz?”  Nou hoeft ze zich over die ‘Showbizzquiz’(SBS 6) echt niet druk te maken, want dat is pas echt een opgewarmde prak.  ‘Golden oldies’ is daarbij vergeleken een wonder van vernieuwing.  Weliswaar de zoveelste variant op het verschijnsel talentenjacht, maar rockende bejaarden zijn, volgens mij, nog niet eerder in dit genre verdwaald. De eerste aflevering smaakte niet echt naar meer. Een trage en saaie selectieprocedure bij merendeels niet al te beste koren.

Niettemin mocht presentator Ruben Nicolai in ‘DWDD’ volop reclame maken voor zijn BNN-seniorenshow.  Een dag later zat De Mol er. Ook zij kreeg geen strobreed in de weg gelegd.  Uitgebreid mijmerde ze over kijkcijfers. Minder dan een miljoen zou een ramp zijn. Waarmee meteen de enige reden voor haar promotietour was gegeven: kijkers genereren.  Je vraagt je af: hoe kan het dat heel Hilversum zich laat inpakken?  Komt het doordat Linda als lieveling van het omroepdorp garant staat voor torenhoge kijk- en luistercijfers? Of ze nu iets interessants heeft te vertellen of niet?
Gelukkig was als een geschenk uit de hemel  precies op tijd nog een ander gespreksonderwerp ontstaan: een column van De Mol had fans van Sylvie van der Vaart op hun achterste benen gekregen. Konden de journalisten direct erbij pakken.  Gaf het gesprek ook wat meer body. “Een gecreëerd relletje”, noemde De Mol het. Maar door wie  gecreëerd? Door RTL 4?

En toen was het eindelijk zaterdagavond, alsof het nooit zo ver zou komen. Een mooie, vrolijke quiz met drie BN’ers en een zaal vol studenten.  Er keken er 2,3 miljoen (!) mensen. De promotie had z’n werk gedaan:  de app en de quiz-website liepen vast. Linda’s naam is goud waard. Ze kan tevreden zijn.

------------------

Trouw, 4 maart 2013

Hilversums nieuwste trend: mensvijandig amusement

Een nieuwe vorm van ramptoerisme maakt een razendsnelle opmars in Hilversum. Vooral Reinout Oerlemans (Eyeworks) is er een ster in. Een jaar geleden hing hij het VUmc vol met verborgen camera’s om stiekem de strijd op leven en dood van spoedeisende patiënten te filmen. Toen RTL 4 dat project na een golf van protest afblies, kwam de tv-producent al gauw met een ander mensonvriendelijk format: ‘Sterren springen op zaterdag’.

Voor SBS 6 lieten nagenoeg ongetrainde BN’ers zich van de hoge duikplank ploffen. Nu was Oerlemans voor zijn gewonden niet meer  afhankelijk van een ziekenhuis, hij creëerde ze gewoon zelf!  Justine Pelmelay sprong met buikpijn en belandde na een paar darmoperaties in kritieke toestand , meldde  GeenStijl.  ‘RTL boulevard’ wist dat Jody Bernal  moest vrezen voor blijvende gehoorschade door een gat in zijn trommelvlies en een beschadigd slakkenhuis. Niettemin vertelde  Oerlemans een paar weken later trots in ‘DWDD’ dat hij zijn programma had verkocht aan het buitenland.  Ter promotie had hij een fragment gebruikt waarin Patty Brard met een keiharde smak haar lip aan gort sprong. “Patty gaat de wereld over”, glunderde de programmamaker.

“Ik dacht dat ik die duik niet zou overleven”, zei Brard vrijdag in ‘DWDD’ . Terugkijkend op Oerlemans’ reclamestunt  waarvoor zij nooit toestemming had gegeven, meende ze:  “Het was toch wel leuk geweest als Reinout me vooraf even had gebeld.” “Heb je een percentage van de winst gekregen?”, wilde Matthijs van Nieuwkerk weten. “Nee”, antwoordde Brard, “ik heb m’n contract er nog op nagekeken, maar schijn nergens recht op te hebben.”

Oerlemans heeft al weer een ander mensvijandig  ei uitgebroed: schansspringen voor brekebenen. Helaas voor hem kwam concurrent en mede-eigenaar van SBS 6 John de Mol met precies hetzelfde plan. Ruzie in de tent, maar SBS zendt De Mols show inmiddels uit: ‘Vliegende Hollanders: sterren van de schans’. Het idee is hetzelfde als bij ‘Sterren springen op zaterdag’:  door ongelukken zoveel media-lawaai veroorzaken dat de rampzalige kijkcijfers van SBS 6 omhoog veren.

Met die gratis publiciteit gaat het prima. Dean Saunders kwam bij de trainingen gillend van pijn ten val, en ‘RTL boulevard’ en ‘SBS shownieuws’ waren er als de kippen bij. “Je kan hier natuurlijk op wachten. Een verbrijzelde knie, een heftig ding”, meende RTL-anchor Winston Gerschtanowitz. ‘Shownieuws’ toonde de ‘Popstars’-winnaar in het ziekenhuisbed. “Na een kijkoperatie heeft hij besloten de wedstrijden nog niet op te geven.” En toen moest het echte schansspringen nog beginnen. Dit was slechts de oefen-‘voorpret’.

Als een geschenk uit de hemel gingen de deelnemende BN’ ers, merendeels uit de B-categorie, ook nog eens als beesten tekeer in hun hotel in het Zwarte Woud. ‘RTL boulevard’ berichtte dat de wanhopige hotelier hen zelfs op straat wilde knikkeren. Volgens presentator Gerard Joling ging het slechts om ‘après ski-achtige gezelligheid’, maar SBS 6 bood de hotel-eigenaar wel excuses aan.  Naar de eerste aflevering van ‘Sterren van de schans’ keken 1.143.000 mensen. Naar de tweede, afgelopen vrijdag, nog maar 600.000. Een halvering.  Misschien hebben tv-kijkers meer smaak dan tv-producenten.

------------------

Trouw, 15 februari 2013

Freek Vonk roept ‘t kind in ons wakker

Freek Vonk is voor televisie geschápen. De jonge bioloog spat van het scherm: aantrekkelijk,  gepassioneerd en naturel. Maar bovenal: één met de jungle. Hij knuffelt met pinguins of laat olifanten z’n neus vacuüm zuigen. Zelden kwam de kijker dichter bij de natuur dan met Vonk. Sinds hij in 2009 werd ontdekt door Matthijs van Nieuwkerk zien we hem overal opduiken: op dvd’s, in bladen en tal van tv-programma’s.

De interessantste tv-talenten zijn vaak diegenen die niet uit het mediawereldje zelf, maar uit een andere discipline komen: ze nemen hun eigen vak mee, waarvan de kijker nog weinig weet. Vonks  programma ‘Freek in het wild’(VPRO) is voor jongeren gemaakt, maar ook volwassenen moeten wel ontroerd raken. “Hé, schatje”, zegt hij tegen een weesolifant die hij de fles geeft. “Ik krijg wel heel vaderlijke gevoelens van je.”  In ‘DWDD’ vertelt Vonk dat hij met zijn huisdier, de varaan Johan, zelfs onder de douche gaat.  “Maar de liefde komt wel heel erg van één kant, hoor.”

Vonk appelleert aan het kind in ons, het Adam-in-het-paradijs-gevoel. Het willen vliegen met de vogels of zwemmen met de vissen. Onze onbezorgde argeloosheid die helaas een beetje  ondergesneeuwd is geraakt door hypotheekrenteaftrek, scheefwonen of thuissituaties met zorgtekort. Vonk geeft ons hoop op beter leven tijdens Rutte II.

Vonk = tv. Zelfs zijn romance met Eva Jinek is op de tv ontstaan en door de tv verslagen.  In de ochtendshow van Giel Beelen erkent de bioloog dat  de vonk is overgesprongen tijdens het interview op Eva’s bank. ‘RTL boulevard’ toont de eerste beelden van het verliefde stel. Geschoten bij de Westergasfabriek, waar Jinek elke zondagochtend haar WNL-talkshow presenteert. Albert Verlinde juicht: “Ze zijn gelukkig en de wereld mag het zien. Het is nu in the open.  Ik vind het nu al het leukste stel van 2013.”

Verleidelijk om dat Jinek-interview  van 18 november nog even terug te kijken. Kon de kijker toen al merken dat er iets broeide? Het begint zo: “Freek, ben je nog wakker?” Geen gekke vraag natuurlijk als je net een kwartier naar Derk Sauer hebt moeten luisteren. Maar goed, wat vooral opvalt is dat voortdurende ‘Freek’. Tegen Van Haersma Buma zegt ze toch ook geen Siep? “Zou je ook een serie kunnen maken over een poes?”, vraagt Eva met zoetgevooisde stem. “Zou wel kunnen”, zegt Freek, “maar over de jungle is toch veel meer te vertellen.” Volgt een verhaal over zijn vele littekens door aanvallende wilde dieren. Eva kijkt bezorgd. “Hoe lang nog, Freek?”, zucht ze. “Ach, ik ben niet bang voor de dood”, glundert de bioloog. “Ik wil best sterven in het harnas. Vooral vrouwtjesolifanten zijn gevaarlijk. Die stoppen niet.” Eva knikt: Nee, vrouwtjes stoppen niet.

Het is de 46ste minuut en teder tikt Eva de knie van haar stoere Adam aan. “Aanstekelijk werk heb je. Ik denk: dat wil ik ook.”  Freek: “Ga je een keer mee?”  Zorgzaam drapeert de bioloog een meegenomen slang om Eva’s ranke nek.  Nu zijn ze met z’n drieën: Adam, Eva en de slang. “Voelt best aangenaam”, zegt Eva. “Maar je bent zelf ook lekker warm”, klinkt het romantisch.

Met de kennis van nu zeg je: we waren live getuige van een paradijselijke romance. En de slang kwam er niet eens vervelend tussen.

------------------

Trouw, 13 februari 2013

Paus volgen? Kijk dan naar Duitse televisie

Als een paus aftreedt, merk je weer hoe weinig belang Hilversum hecht aan behoorlijke religie-journalistiek. Alle pauselijke crises worden op een rijtje gezet - wat een journalist natuurlijk ook moet doen -, maar daar blijft het zo’n beetje bij. De conclusie luidt meestal dat de volgende paus ‘progressief’ moet zijn (Jesse Klaver in ‘P & W’) of ‘een lesbische negerin van 23’ (Frénk van der Linden in ‘DWDD’). Niets over de prioriteiten van Benedictus’ pontificaat en wat hij daarvan heeft waargemaakt. Niets ook over zijn core-business: de theologie.

Het bontst maakte ‘EenVandaag’ het. Volgens die rubriek heeft Benedictus XVI het Latijn weer ingevoerd (wat nooit is weggeweest), is hij onfeilbaar (nou, dat is ‘ie zelden) en heeft hij ‘de belangen van de Nederlandse katholieken niet goed behartigd’ (een soort Roomse Agnes Jongerius?) Opiniepeiler Gijs Rademaker concludeerde dat Nederland niet de meest volgzame regio is (bedoeld wordt kerkprovincie) en een carnavalsvierster in Den Bosch verlangde naar ‘een lekker menneke’ op de troon van Petrus.

Over de showrubriek ‘DWDD’ zullen we maar helemaal zwijgen. Daar draaide het vooral om de vraag of tafelgast en tv-priester Roderick Vonhögen niet ’es toe is aan een lekker potje seks. ‘P & W’ ruimde een plichtmatige tien minuten in voor het pausaftreden, waarin het met name ging om wat Joseph Ratzinger drinkt bij de lunch. Priklimonade, wist kerkhistoricus Paul van Geest.

Gunstige uitzondering was ‘Nieuwsuur’ met Vaticaankenner Gerard Klaasen (RKK) in de studio, Andrea Vreede in Rome (die vrouw is werkelijk topklasse) en Wouter Meijer in de geboorteplaats van de paus, Marktl am Inn. Maar voor een echt volledige impressie van de kerkvorst, moest je naar de ARD. Geen schandaal werd uit de weg gegaan, maar we hoorden ook iets over Benedictus’ theologie, zoals ontvouwd in zijn encyclieken. Nikolaus Schneider, voorzitter van de Evangelische Kerk, roemde in ‘Brennpunkt’ de encycliek Caritas in Veritate, over de verhouding tussen liefde en waarheid. Voorzitter Robert Zollitsch van de Duitse bisschoppen zei dat de paus de Godsvraag centraal had gesteld in zijn pontificaat: “Waar God is, is toekomst.”

We zagen Angela Merkel. Kritisch over de Vaticaanse toenadering tot de foute bisschop Williamson, maar lovend over Benedictus’ geslaagde dialoog met moslims en joden. Bondspresident en theoloog Joachim Gauck sprak in ‘Tagesschau’ over de ‘grote filosofische vorming en menselijkheid’ van de pontifex. ‘Tagesthemen’ informeerde bij vooraanstaand SPD’er Wolfgang Thierse of Benedictus de oecumene, een belangrijke pauselijke prioriteit, dichterbij had gebracht. Stel je voor dat het NOS Journaal zoiets zou vragen aan Diederik Samsom. Of aan Erica Terpstra!

Duitse reporters willen, zoals Nederlandse, alles weten over condooms, homo’s, pedofilie en vrouwen, maar toch heb je na een avondje ARD een uitgebalanceerder beeld van het pausschap dan na een avondje Hilversum. Het contact tussen verslaggevers en geestelijkheid lijkt er ook vanzelfsprekender, en het geloof meer onderdeel van het dagelijks bewustzijn. Duitsland is zoals Nederland geseculariseerd, maar je krijgt de indruk dat tv-journalisten de kerk stukken serieuzer nemen.

------------------

Trouw, 30 januari 2013

Zelfs de Vara is niet meer republikeins

Er is geen republikeins sentiment meer. Als zelfs de Vara na Beatrix’ abdicatiespeech één groot oranje sprookjesbos is, weet je: in Nederland zal een prins nóóit in een kikker veranderen. Hoe anders had het kunnen lopen? De ‘rode’ omroep zou als leverancier van de belangrijkste informatieve programma’s het Republikeins Genootschap kunnen uitnodigen om in het ‘machtsvacuüm’ te springen. Nu vroeg je je na een avondje Vara af: dat genootschap, bestaat dat eigenlijk nog?

Prem Radhakishun droeg in ‘DWDD’ zelfs zijn oranje overhemd. En Jan Mulder riep: Leve de koningin. The times, they are a-changing. Bij de inhuldiging van Beatrix in 1980 had de omroep op z’n minst begrip voor de krakersrellen.  Over ‘de afbraak van het Rokin’, waarover oud-VARA-man Koos Postema het nu had, vernam je toen weinig.  “In de Nieuwe Kerk hoorden we het straatlawaai. Jaap van Meekren was bang dat hij niet ongeschonden thuis zou komen.” Toen Beatrix-biografe Jutta Chorus voorzichtig opperde dat de vorstin met haar inhuldiging misschien zelf de weerstand had opgezocht, kreeg ze direct een standje. Matthijs van Nieuwkerk: “De krakers zochten de weerstand, niet zij.”

Wie op de avond van de Toespraak langs de zenders zapte, kreeg een goed beeld van hoe ook links  in de loop der jaren smolt voor de koningin. 1992 was een ijkpunt. Met de Bijlmerramp verloor Beatrix haar koele imago. Of, zoals kunstenares Marte Röling het in ‘P & W’ uitdrukte: “Ze is lief, en zit vol mededogen.” Beatrix’ pro-Europa houding en haar ‘verzet’ tegen populisme deden de rest. Diederik Samsom (PvdA) kreeg bij RTL 4 zelfs een brok in de keel. “Ik ben dankbaar dat zij zo lang mijn vorstin is geweest.” De monarchie is niet langer het probleem van links, maar van populistisch rechts. Hoewel, ook Geert Wilders liet weten dat de koningin voor velen een voorbeeld is.

Toch dacht Halbe Zijlstra (VVD) in ‘P & W’ dat het staatshoofd juist tot na de val van het PVV-gedoogkabinet had gewacht om haar aftreden bekend te maken. “Ze wilde dat Willem-Alexander koning zou worden in een politiek stabiel land.” Ook aan deze Vara-stamtafel niets dan lof. De ernstigste kritiek kwam van hoofdredacteur Sjuul Paradijs van De Telegraaf: “Willem IV zou in de kop beter uitkomen. Met Willem-Alexander ben ik meteen acht kolom verder.”
Erica Terpstra was zo uitgelaten dat ze nog meer op haar typetje in ‘Koefnoen’ leek dan het échte ‘Koefnoen’-typetje. “Met mijn Oranje-hart zeg ik samen met De Telegraaf: Dank U, Majesteit.” Job Cohen constateerde droogjes dat die krant nooit eerder zo’n prima voorpagina had. “Ik ben een republikein, maar geen president had het er zo goed vanaf gebracht als koningin Beatrix.”

In ‘DWDD’zong Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr het ‘I’ill be home’ van Randy Newman als loflied op Beatrix. “Ik houd gewoon ongelooflijk veel van haar. Ze is een soort vervangmoeder. Er is weinig waarvan je zegt: dat had ze niet moeten doen.” “Was de Groene Draeck niet te vaak met belastinggeld geschilderd?”, probeerde Jan Mulder behoedzaam. Jutta Chorus reageerde adequaat: “Dat soort geluiden komt voort uit populistisch eigenbelang.” En zo werd ook dit latent-republikeinse oprispinkje vakkundig gesmoord. Voor de Vara-microfoon.   

------------------

Trouw, 11 januari 2013

Help, ik begrijp de televisie niet meer!

Er is veel onbegrijpelijks op de kleurentelevisie. Neem het nieuwe, milieubewuste Vara-programma ‘Kassa groen’. In de eerste uitzending werd de ‘CO2-voetafdruk’ van de redactie becijferd. Een meneer met een vilstift rekende het uit. Eerst tekende hij een rondje. Dat verdeelde hij vervolgens in vier partjes, en daar zette hij cijfertjes in: 28%, 7%, 37% en weer 28%. Met somber gezicht deelde de viltstiftman de uitslag mee: 8745 kg! Presentatrice Brecht van Hulten schrok zich rot: “8745 kg? Dat is net zo veel als 1400 kg kip of 400 kg Nederlands rundvlees!”

De uitzending was vijf minuten op gang en ik had ongeveer 63 vragen. Waarom is 8745 kg veel? Is het per dag, per uur of per minuut? Hoe kan een groene redactie zo’n walm veroorzaken?  Wat zijn de mondiale gevolgen van deze Vara-steekvlam? Welke rol speelt de viltstift? Wat kan een kip er nou aan doen? Laat een Nederlands rund meer winden dan een Vlaams? Maar antwoorden? Ho maar. Van Hulten was inmiddels al ‘hulptroepen’ aan het optrommelen. “Zes carnivoren gaan zes weken geen vlees eten”, leek haar dé oplossing. En toen dacht ik: dus als Lutz Jacobi in Friesland achter een bord gierstsoep zit, gaat in de Vara-studio de CO2-uitstoot omlaag?

Volgende onbegrijpelijkheid: het nieuwe  KRO- programma, ‘Eilanders’. Even ter uitleg: die omroep is Wad-verslaafd. Eerst wandelde Leo Fijen wekenlang over Schiermonnikoog en nu mag Sofie van den Enk op de veerpont menselijke verhalen optekenen. Het zal wel te maken hebben met loskomen van het vasteland, dan raakt de tong misschien ook wat losser. Hoopt de KRO. En eerlijk is eerlijk, Van den Enk weet de passagiers mooie verhalen te ontlokken. Een bewijs dat in ieder mens een bijzonder relaas schuilt. Alleen moet ze stoppen met  die blik vol warm begrip close up in beeld.  Je mag best van mensen houden, maar zó erg hoeft  nu ook weer niet.

Maar goed. Een heer vertelde dat hij in 1987 was gestopt met roken. “Onderweg naar Vlieland gooide ik mijn laatste pakje in het water. Maar ik werd tijdens die vakantie zo chagrijnig dat mijn vrouw me voor de keus stelde. Ze legde een pakje sigaretten en haar trouwring voor mijn neus.” Z’n vrouw: “Zo kun je toch geen vakantie vieren, hè?” Enfin, heel verhaal over boos ringen weggooien in het bos, zoeken, niet meer kunnen terugvinden, enz.  So far so good. Maar dan: “Tien jaar later hebben we op Vlieland een huisje gekocht.” En de rookloze man keek in de lens met zo’n geamuseerde blik van: hoe raar dingen toch kunnen lopen, niet?  Maar wat heeft het één nu met het ander te maken? In 1987 gooi je op Vlieland je ring weg en in 1997 koop je er een vakantiewoning?  Is er een mystiek verband zo diep dat het mij ontgaat?

Confuus schakelde ik in op ‘Joris’showroom’ (NCRV). Een mevrouw vertelde dat ze sinds 42 jaar hutten  bouwt en daarin ‘allerlei dingen verzamelt die met elkaar praten.’ Vervolgens ging ze zwemmen. Inmiddels het één en ander gewend dacht ik: oké, dat iemand 42 jaar hutten bouwt, begrijp ik. Dat dingen met elkaar willen praten ook. Maar dat een vrouw van 70 geheel gekleed te water gaat, met aan haar arm een opblaasbare krokodil (‘voor de gezelligheid’), daar zet ik toch een klein vraagtekentje bij. Mag dat?

 

Trouw, 27 december 2012

Mooiste en ergste van tv-jaar 2012

Wat was het mooiste, gekste, vernieuwendste of ergste programma van 2012? Laten we beginnen met binnenlands drama. Er was weer een rijk aanbod: familieperikelen in ‘Bloedverwanten’(Avro),  dramaturgische hoogstandjes  in ‘De geheimen van Barslet’ (NCRV/NTR) , vervreemding in ‘Crimiclowns’(Veronica) en maatschappijkritisch sociaal realisme in ‘Lijn 32’ (NCRV/KRO). De winnaar kwam evenwel in het najaar: ‘Moeder, ik wil bij de revue’(Max).  De serie voldoet aan alle voorwaarden voor succes: topcast, liedjes van Wim Sonneveld, spannend verhaal en jaren vijftig-nostalgie. De kijker wordt meegesleept in een droom en hoopt nooit meer te ontwaken.

Beste buitenlandse drama:  ‘Downton abbey’(NCRV) of  ‘Borgen’(Canvas). Omdat ‘Downton’ vorig jaar al won, gaat de eerste plaats naar de Deense politieke thriller.  ‘Borgen’ toont haarscherp de verwevenheid van politiek, media, opiniepeilers en spindoctors. Daaronder een tweede verhaallijn over de privébesognes van de hoofdpersonen, onder wie premier Birgitte Nyborg en haar gezin. Na ‘Borgen’ kijk je met andere ogen naar de echte politiek.

Beste ‘nieuwe’ talent: Hoewel hij al een aantal jaartjes meeloopt, komt Kefah Allush in het EO-programma ‘De kist’ pas helemaal tot zijn recht. Als interviewer maakt hij zich geheel dienstbaar aan het verhaal van anderen, wat in Hilversum niet per definitie de gewoonte is.

Grootste blunder: ’24 uur: Tussen leven en dood’(RTL 4). Producent Reinout Oerlemans filmt zonder toestemming spoedeisende patiënten in het VUmc. Later komt hij in opspraak door diverse gewonden in  ‘Sterren springen op zaterdag’ (SBS 6) . Oerlemans  gebruikt vervolgens de  pijnlijke smak van Patty Brard om zijn show internationaal te promoten. De publieke omroep blijft niettemin de rode loper voor hem uitrollen als presentator.

Ergste programma:  ‘Echt scheiden’ (RTL 4). Onder het mom van hulp worden scheidende paren geschoffeerd. De enigen die beter worden van dit programma zijn RTL 4 (reclameverkoop) en presentatrice Natasja Froger (salaris).

Vernieuwendste amusement: ‘Villa Morero’(SBS 6). In de gedaante van Martin Morero en tante Cor uit ‘Gooische vrouwen’ ontvangen Peter Paul Muller en Beppie Melissen BN’ers in een villa. Zonder enige voorbereiding wordt er aangeleuterd. Een genadeloze parodie op babbelprogramma’s die pretenderen informatief en dicht op de mens te zijn.

Vernieuwendste kunstprogramma: ‘ArtMen’(Avro).  Jasper Krabbé en David Blade hebben precies de juiste balans gevonden tussen vorm en inhoud. Rennen door een bos in een aflevering over het landschap in de moderne kunst, daar is over nagedacht. Verwondering ligt aan hun werkwijze ten grondslag. ‘ArtMen’ is een parel in cadeauverpakking.

Commerciëlste programma van de publieke omroep:  Keus uit veel, maar ‘Wijn aan Gort’(Max) spant de kroon. Oud-reclameman en wijnboer Ilja Gort mag onder het mom van een wijncursus onbelemmerd zijn eigen Bordeaux aanprijzen.

Wonderlijke verschijnselen: Joanna Lumley trekt onbezweet door tropisch Afrika, we horen niets meer over de slechte beveiliging van de Kunsthal en Chris Kijne (VPRO) heeft nog steeds geen talkshow op prime time, hoewel hij, erudiet en Intelligent als hij is, dat meer dan verdient.

------------------

Trouw, 24 december 2012

Het verkwikkende venijn van Violet

Wat is er heerlijker dan de hele avond ‘Downton Abbey’ kijken? Zaterdag kon het toen de NCRV de derde reeks vervolgde, en België aansluitend de kerstspecial van 2011 herhaalde. Drie uur lang verblindende pracht, oogstrelende verfijning  en  acteerprestaties van topniveau. Drie uur ook Maggie Smith als douairière Violet Crawley, die door één wenkbrauw op te trekken een kudde dravende neushoorns tot stilstand kan brengen.

Zaterdag dwong ze een arts een twijfelachtige medische verklaring af te leggen om het huwelijk van Lord en Lady Grantham, haar zoon en schoondochter, te redden. Hun dochter Sybil stierf in het kraambed, maar volgens de arts had dat niet gehoeven als er een keizersnede was uitgevoerd, iets waar Lord Grantham tegen was. Violet wil dat de arts zijn woorden intrekt. “Dus ik moet gaan liegen om een huwelijk te behouden?”, roept hij radeloos. “Ach, liegen”, verzucht de douairière, “dat is zo’n onmuzikaal woord.” Maar ze krijgt wel haar zin.

De serie is nu aanbeland in het interbellum. De aristocratie brokkelt af, het familievermogen verdampt. Daar kan zelfs de wenkbrauw van Violet niets aan veranderen. De mater familias blijft niettemin heilig geloven in de bevoorrechte stand der edelen, met alle daarbij behorende do’s en dont’s. “Ongelukkige huwelijken bestaan in onze kring niet”, bezweert ze haar zoon.  “Hooguit zeggen we: we zien elkaar wat minder vaak dan we zouden willen.” Dat kleindochter Sybil ver beneden haar stand is getrouwd, zint haar allerminst. Violet omschrijft Tom steevast als ‘de chauffeur’ en zijn kleding als ‘die van een verzekeringsagent’. Maar ai, in de kerstspecial dreigt zelfs Violets eigen dochter Lady Rosamund er met een verkeerde huwelijkskandidaat vandoor te gaan. “Weet je iets van zijn achtergrond?”, vraagt Violet vilein. “U bedoelt dat Lord Hepworth niet bemiddeld is?”  Violet:  “Nou…, niet bemiddeld, hij speelt nog net geen viool op Leicester Square.”

Haar ironie is van het genre tongue in cheek.  In een van de vorige afleveringen suggereert  kleindochter Edith om te gaan tuinieren, nadat ze als bruid voor het altaar in de steek is gelaten.  Violet schrikt: “Zó wanhopig kun je toch niet zijn?” En wanneer de moeder van Lady Grantham overkomt zegt ze: “Ik zie zo uit naar haar komst. In haar gezelschap herinner ik me altijd de deugden der Engelsen.”  Waarop haar verre neef Matthew: “Ze is toch Amerikaans?”Violet: “Precies.” Maar hoe ordinair Violet deze Martha Levinson (Shirley MacLain) ook vindt, ze haalt alles uit de kast om haar te imponeren met een overdadig adellijk diner. Doel: dollars lospeuteren. Een beetje opportunistisch misschien, maar het landgoed kan Martha’s geld goed benutten in de financiële crisis van na de Eerste Wereldoorlog.

Violet zet elke situatie naar haar hand. Op aristocratisch-Britse wijze. Dus, nooit bruusk, maar wel onontkoombaar.  Wil ze aan een diner de door haar geminachte aartsbisschop de mond  snoeren, dan stelt ze een onmogelijke vraag die hem wel boven de pet móet gaan: “Heeft de oorlog de mensen weer de kerk in gedreven of juist verder weggejaagd dan ooit?”

Hoe waren we de donkere dagen van december ooit doorgekomen zonder het verkwikkende venijn van Violet Crawley?

------------------

Trouw, 12 december 2012

Religieuze ‘kleintjes’zetten je even stil

Er is flink wat tumult over de dreigende opheffing van de kleine levensbeschouwelijke omroepen: Ikon, RKK, joodse omroep, boeddhisten, enz.  In ‘DWDD’ sprak Roderick Vonhögen (RKK) van ‘een schandaal.’  “Miljoenen kijkers  worden aan de kant geschoven.”  En zijn collega Antoine Bodar: “Waarom zou je je wel mogen uiten als sociaal-democraat of liberaal, en niet als humanist, jood of hindoe?”

Ik kijk graag naar de, oneerbiedig gezegd, religieuze dwergen. Ze hebben een programma-aanbod dat zich wezenlijk onderscheidt van dat van de ledenomroepen: geen amusement,  nieuws, en ‘hete’ actualiteit, maar verdieping en contemplatie. Waar de grote omroepen de samenleving grotendeels bekijken door een sociaal-economische en politieke bril doen de ‘kleintjes’ dat vanuit een theologisch/filosofisch en ook wel kunstzinnig perspectief. Ze durven in te gaan tegen de moderne, commerciële cultuur en zijn in die zin publieke omroepen bij uitstek.

Zo toonde ‘Kruispunt’ (RKK) zondag een boeiende Amerikaanse documentaire over Dolores Hart. Filmster geweest, tegenspeelster van Elvis Presley en Anthony Quinn, maar Hollywood vaarwel gezegd en ingetreden in het klooster. Ze geeft er lijdende mensen hoop en heeft er de ‘eeuwige liefde’ gevonden. “Ik had het gevoel dat ik hier moest zijn voor iets groters dan wat ik opgaf.”  Dat offer was haar verloofde Don Robinson. Hij komt Dolores al 47 jaar lang regelmatig bezoeken in de abdij. Hand in hand zagen we de twee bejaarde ex’en door de kloostertuin schuivelen. De kijker was getuige van een diep soort liefde, dieper dan je met je verstand kunt bevatten.

Niet dat alles bij de ‘religieuze dwergen’ geweldig is. De reizen van Paul Rosenmöller, nu weer over de ‘scherpe randen van de euro’, heb ik nooit zo goed kunnen plaatsen binnen de taak van de Ikon. ‘Het vermoeden’  van Annemiek Schrijver wel. In dat programma vertelt een gast over wat voor hem of haar heilig is. Pas was Sasja Martel aan de beurt, protestants opgevoed maar bekeerd tot het jodendom. Haar heilige tekst was een gedicht van judith Herzberg:. ‘Houd me dicht tegen je aan. Als een band om je arm. Als een hanger op je hart. Want sterk als de dood is de liefde.’ Het zijn teksten die je even stilzetten in het geraas van alledag, je tot nadenken stemmen en zelfs tot goede ideeën kunnen leiden. Zelf is Martel een joods hospice begonnen.

Medemenselijkheid is de rode draad in alle programma’s van de ‘kleintjes’. Wat kunnen ‘we’ voor elkaar betekenen, los van overheid en markt? Of zoals ‘Lux: Paradise reset’ (Ikon) het vertaalt: wat zet ons in beweging? Nou vond ik deel twee van deze serie iets te zweverig. Dat de aanblik van vilt je leven kan veranderen (kunstenares Claudy Jongstra) gaat zelfs mij te ver. Deel één was wat meer down to earth. Schrijfster Joke Hermsen legde uit dat kunst en cultuur je verlossen uit de kerker van het ‘ik’.  “Wat vroeger de kerk deed: laten zien dat er iets groters is dat ons overstijgt. Door dat te beseffen en te ervaren worden we ethischer mensen, die zich het lot van anderen aantrekken.”
Voor niemand die wel eens nadenkt, is dat een wereldschokkende onthulling. Maar toch goed en belangrijk dat het af en toe wordt gezegd.

------------------

Trouw, 10 december 2012

Machteloos gepraat over dode grensrechter

Voetballers van Nieuws Sloten molesteren een grensrechter. Dagenlang praat de tv erover, en hoe verder de week vordert hoe meer het probleem uitdijt.  Op zaterdag is het inmiddels zo ver dat iedereen zich schuldig moeten voelen. “We spelen allemaal een rol”, concludeert Ghislaine Plag in ‘Debat op 2’(NCRV/KRO).  En ze was nog wel zo to the point begonnen: wat is de verantwoordelijkheid van de ouders? Maar al snel verzandt het debat in vaagspraak: “We moeten natuurlijke ontmoetingsplaatsen creëren waar we dingen kunnen benoemen.”

Steeds meer vragen, steeds minder antwoorden. In praatshows verschijnen deskundigen die al pratende concluderen dat er meer gepraat moet worden. Twan Huys (‘Nieuwsuur’) wordt er gek van. “Ik ga u nu toch echt onderbreken”, zegt hij streng  tegen KNVB-directeur Anton Binnenmars. “Wat heeft u gedaan met die drie eerdere meldingen over de puinhoop bij Nieuw Sloten?” Waarna Binnenmars weer vervalt in machteloos KNVB-jargon. “Het gaat erom dat we met z’n allen zeggen: dit willen we niet meer. Met z’n allen ervoor gaan staan en met elkaar de verantwoordelijkheid pakken.”

In ‘DWDD’ brengt hij Matthijs van Nieuwkerk tot wanhoop. “We moeten hier goed bij stilstaan. Denk na, neem je verantwoordelijkheid”, spreekt Binnenmars.  “Zijn dit niet heel erg open deuren?”, vraagt Van Nieuwkerk.  Radeloos kijkt de presentator naar scheidsrechter Yeb-Jan Joustra. Die zet nóg een deurtje open: “Er moet meer dialoog komen, met gemeenten, clubs en de KNVB.”  In ‘P & W’ drijft KNVB’er Bernard Fransen (‘help ons’) zijn gastheren tot vertwijfeling: “Als je aan iedereen hulp vraagt, vraag je het eigenlijk aan niemand”, vindt Witteman. “De KNVB is toch verantwoordelijk?” Fransen: “Ja, maar wij hebben niet de hele wereld aan een touwtje.”

Het is 5 december, en Wilders verstuurt z’n tweet dat voetbalgeweld een Marokkanenkwestie is. De tragedie kan nu nóg verder worden verbreed.  Hup, daar zit al een Marokkaan aan tafel bij ‘P & W’: journalist Abdeljalil Kaddour. Pauw: “Marokkanen zijn oververtegenwoordigd in geweldsdelicten?” Kaddour: “Da’s helemaal niet waar.” Pauw: “Nou, dat blijkt anders wel uit de CBS-cijfers.” Kaddour: “Kan ik niet bevestigen.” Hoogleraar Micha de Winter tilt het gesprek naar een kosmologisch niveau:  “Door de evolutie is ieder mens in staat tot geweld, maar ook tot empathie.” Eerbiedig staren de anderen hem aan.

Een Hilversumse worsteling met het kwaad, waarbij de verdachten steeds meer uit beeld raken en het een onontwarbare kluwen wordt van ‘wij allen samen met elkaar.’ Pauw  stelt niettemin verstandige vragen: “Waarom heeft niemand de politie gebeld tijdens die vechtpartij? Die jongens konden gewoon wat drinken en naar huis.”  En krijgt nietszeggende antwoorden:   “Verbijsterend hoeveel mensen toekeken en niets deden”, zegt minister Schippers.  Tsja, verzuc ht ze, na een week discussiëren: hoe lossen we dit op? Zelf denkt ze aan een topberaad van vier ministeries, burgemeesters, sportwethouders, de KNVB, NOC*NSF en de politie. “Is het niet een opvoedingsprobleem ?”, probeert criminoloog Hans Werdmölder. “We zien dit toch al jaren aankomen? We hebben veel te lang weggekeken.”  En dan wordt het even stil in de huiskamer.

------------------

Trouw, 7 december 2012

Altijd hetzelfde liedje: Iedereen kijkt weg

De ene week is het Tim Ribberink, de student die het graf in werd gepest, de volgende week zijn het de frauderende sociaal-psycholoog Stapel en horror-neuroloog Jansen Steur. En nu is het dan Amarantis: een scholenkoepel die er een financiële puinhoop van maakte.  Telkens komt het verhaal op hetzelfde neer: onverlaten konden jarenlang hun gang gaan, iedereen keek weg, protocollen bleven in de kast. Eén lange keten van institutioneel falen. Alleen de poppetjes zijn iedere keer anders.

Die poppetjes zien wij, de tv-kijkers. De minister roept: onaanvaardbaar. Het kamerlid: het is een schande. En ze gaan over tot de orde van de dag. Als kijker voel je je meegesleurd in een deprimerende draaikolk van steeds weer nieuwe ‘incidenten’. En nooit is er iemand die ook maar één sprankje hoop biedt op verbetering.  Het wachten is op het volgende schandaal. Wie hoor je nog over Tim Ribberink?

Kwam er maar eens iemand met een grondige analyse van wat er nu werkelijk mis is in de samenleving. Nou ja, in ‘Buitenhof’ duiken ze bij tijd en wijle op. Maar meestal zie je ze in de krant.  Commentator David Brooks bijvoorbeeld. In de Herald Tribune vroeg hij zich afgelopen juli af: waarom stinken onze elites? Het antwoord:  er is geen morele code meer voor leiderschap. Leiders voelen zich niet langer onderdeel van een grotere sociale orde, geen schakels in een keten, maar individuen die zoveel mogelijk (financieel) succes willen.  Moeten ze eens uitnodigen bij ‘P & W ’, die Brooks.

Het lijkt erop dat alleen onder druk van Hilversum af en toe nog iets in orde komt. Dankzij ‘Pro Deo’ bijvoorbeeld. Vorige week kreeg een man na bemoeienis van dit doorbijterige RTL 4-programma eindelijk geld van de verzekering. Al een jaar lang lag zijn huis in puin door een binnenrijdende bestelbus.  Was er dan niemand op het verzekeringskantoor die had gezegd: “Zeg, dit kunnen we toch niet maken. Die man heeft altijd braaf z’n premie betaald en nu zit hij weg te teren in een woonkeet.” Vermoedelijk niet. Iedereen praatte natuurlijk braaf met de baas mee. Totdat Martijn Krabbé verscheen met zijn dwingende camera en een batterij Pro Deo-advocaten. Toen wilden ze ineens wel betalen en staarden ze breed lachend in de lens.

In het groot gaat het nog een graadje erger. Fruitproducent Dole gebruikte op bananenplantages in Nicaragua jarenlang schadelijke chemicaliën.Twaalf landarbeiders claimen daardoor onvruchtbaar te zijn geworden. In een rechtszaak werd de helft van hen in het gelijk gesteld. Dole, dat van de schadelijke bijwerking op de hoogte was, kreeg een boete van 2,3 miljoen dollar. Weer vraag je je als kijker af: was er dan niemand binnen de multinational die aan de bel durfde trekken?  Of werden ‘lastige’ werknemers, net als bij Amarantis, bedreigd met ontslag? De fruitgigant wist van geen ophouden. De Zweed Frederik Gerrten, die een film maakte over het schandaal, werd op bevel van Dole aan alle kanten geïntimideerd en belasterd door p.r.- en marketingbureau’s.  En weer was er niemand bij Dole die zijn mond opentrok. Dankzij Gerrtens ‘Big Boys Gone Bananas!’, hier vertoond door VPRO’s  ‘Tegenlicht’, weten we nu hoe fraai dat bedrijf in elkaar zit. Misschien helpt het. Even.

------------------

Trouw, 3 december 2012

Een spel van loven, veinzen en flirten 

Het is zonder twijfel het moeilijkste onderdeel van de tv-quiz: de kennismakingsronde. Hier ontpopt zich de ware spelleider. Toon belangstelling , maar nooit te royaal, want dan kun je je eerste quizvraag pas stellen om 2 voor 12. Het een soort oprecht veinzen, een vak apart.

Tros-ster Lucille Werner snapt het. Kundig keuvelend bewaakt ze de wetten van Babbelonië. Wet één: spit nooit in de liefde.  Stip het aan als een zoete fee, en ga dan door naar kandidaat nummer twee. Mrs. Lingo vroeg aan Laura: “Hoe heb je Harold leren kennen?” “Nou”, zei Laura, “ik ging solliciteren in een kroeg, en toen vroeg ik het maar aan hem, want die andere vond ik te leuk.”  Een beetje warrig, maar met één spitse vraag werd alles duidelijk. Werner: “Harold, jij werkte in die kroeg?” “Ja”, zei Harold, “ik was er bedrijfsleider.”  Gaat er een drama schuil achter Laura’s cryptische antwoord? Had ze misschien een oogje op die ‘leukere’ barman, en is Harold tweede keus?  We zullen het nooit weten. En dat is ook nergens voor nodig.

Formeler is Joost Prinsen.  In ‘Met het mes op tafel’ (Max) spreekt hij iedereen aan met ‘u’, zelfs de piepjongen.  Dat is het conservatisme van de vlinderstrik. Weet veel van de kandidaten. Tegen een blonde jonge vrouw: “U bent Montessorileidster, maar heeft u niet Europese studies gedaan?” Zij: “In een ver verleden.”  Een nóg betere indruk kan een quizmaster niet maken: hij kent zelfs de oertijd van de kandidaat. Hoewel. Een deelnemer eerder vroeg Prinsen: “Wat is uw beroep ook alweer? ” De kandidaat: “Ik doe promotie-onderzoek naar zonne-energie.”  Wet nummer twee: wees zo mogelijk vlot, maar nooit nonchalant.

Ook heel belangrijk: stel de kandidaat op z’n gemak met een compliment. Beau van Erven Dorens (‘Show me the money’) tegen Chris en Isabella: “Wat zijn jullie een stralend koppel. “  En, wijzend op Chris’shirt: “Jij hebt zelfs Whitney Houston meegebracht. “Chris: “Ja, voor het geval dat ik ’t niet weet.” Van Erven Dorens (SBS 6): “Ik hoor het al, jij bent hier de moppentapper.” Een show met vaart. De kandidaten rennen de trap op, waar het geld wacht, en ondertussen licht de presentator hun doopceel. “Chris is marineman, zij assistant. Ze zijn een jaar bij elkaar en gaan in februari samenwonen.”

Wees op de hoogte van de actualiteit, in de breedste zin des woords. Eddy Zoëy van ‘The price is right’ kreeg Ralf tegenover zich, een accountmanager.  “Komt er nog een beetje geld binnen bij de bank?”, vroeg de SBS 6-ster. Kijk, dat is klasse, weten waarover je het hebt. “Ach”, zei Ralf, “dat gaat wel door.” Waarop Zoëy: “Ja, die banken redden het wel, daar stroomt al het geld naar toe.” Indrukwekkend, zowel qua voorbereiding als samenvattend en empathisch vermogen.

Maar het is niet louter bittere ernst bij Zoëy.  Hij opende zijn show met: “Boemboem!” (vuist in de lucht). Waarna de zaal: “Boemboem! ” Toen Zoëy weer: “Boemboemboemboemboemboemboem!” En de zaal: ”Boemboemboemboemboemboemboem!”  Een ideaal quizwoord: zeven lettergrepen en toch begrijpelijk.  Waarmee Zoëy tevens de belangrijkste quizwet aller tijden in praktijk bracht :  “Gedraag u niet al te wijs, waarom zoudt ge uzelf tot verbijstering brengen?”(Prediker 7: 16).

------------------

Trouw, 30 november 2012

Vraag blijft: wie snijdt in een tumor die er niet is?

Als het niet zo’n tragisch slot had, zou je het een hilarisch verhaal kunnen noemen. Joke Prins ging in 1998 naar neuroloog Jansen Steur, met haar vader als patiënt. Maar binnen de kortste keren was zij zelf patiënt. Prins vertelde het in ‘Nieuwsuur’. “In de wachtkamer kreeg ik een migraine-aanval. Jansen Steur schoof meteen m’n vader opzij en voor mij werd een mri-scan aangevraagd.  Twee weken later volgde de telefonische uitslag: multiple sclerose.

De vrouw zit nu in een rolstoel.  Niet vanwege ms, want dat heeft ze niet, maar door een foute   lumbaalpunctie in een van Jansen Steurs overbodige onderzoeken.  Ze is slechts een van de vele slachtoffers van de neuroloog van Medisch Spectrum Twente. De omvangrijkste medische strafzaak uit de geschiedenis, noemde ‘RTL nieuws’ het. In één adem volgde die andere affaire:  Diederik Stapel, ‘de grootste wetenschapsfraudeur ooit.’ 55 van zijn 137 publicaties blijken uit de duim gezogen: van vleeseters zijn hufters tot rommel op straat maakt racistisch.

Jarenlang konden twee wetenschappers liegen en bedriegen zonder dat iemand ingreep. Toezichthouders, collega’s of vakgenoten, ieder hield z’n mond. In ‘P&W’ gaf Stapel-onderzoeker Pim Levelt een droeve opsomming: “Zeventig co-auteurs, twee visitatiecommissies, tien leescommissies en een leger van reviewers van toptijdschriften hadden niets in de gaten.”  Stapel is slechts het topje van de ijsberg, suggereerde Levelt. “Als het bij Stapel fout is gegaan, waarom bij anderen dan niet?”

Zoals ook de affaire Jansen Steur niet op zichzelf staat. ‘EenVandaag’ noemt op zijn website zeven ziekenhuizen waar medisch specialisten jarenlang onbelemmerd konden aanrommelen. “Zijn ze van god los?”, vroeg verslaggever Erik van Prooijen terecht. “Dat is niet een beeld dat ik herken”, zei Marcel Daniels namens de Orde van Medisch Specialisten.  “De controle is veel strenger geworden.”  Een ongeloofwaardig antwoord met de recente misstanden in het Ruwaard van Putten Ziekenhuis vers in het geheugen.

Het was onmacht en damage control wat we zagen.  In het ‘Journaal’ een relativerende Bernhard Uitdehaag van de Vereniging voor Neurologie: “In elke beroepsgroep kan dit gebeuren.”  En in ‘RTL nieuws’  Hans Clevers van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen: “Fraude zoals door Stapel gepleegd hoort bij de wetenschap. We zullen ermee moeten leren omgaan.”  In geen van beide gevallen ook maar één blijk van bezorgdheid over een volledig falend controlesysteem, laat staan een oplossing. Gewoon ‘ermee leren omgaan.’

Gelukkig hebben we op zulke momenten Mariëlle Tweebeeke nog. Hoe kan het dat een chirurg in opdracht van Jansen Steur gaat snijden in een hersenpan waarin niets afwijkends te zien is, vroeg ze in ‘Nieuwsuur’ aan Herre Kingma. De hoogste baas van Medisch Spectrum Twente praatte er eerst  een poos omheen (vast geleerd van de afdeling communicatie) om tenslotte te verzuchten: “Kwestie van overwicht van Jansen Steur.”

Instituties deden jarenlang hun werk niet, waardoor twee ‘Zonnekoningen’ ongestoord konden blijven aankliederen. Als Stapels studenten en de media er niet bovenop waren gedoken, was daarin nog steeds niets veranderd. Dat was de les van deze tv-avond.

------------------

Trouw, 28 november 2012

Westen komt er bekaaid  af in de armoedeweek

Het is een internationale themaweek, maar het lijkt toch vooral een zaak van de Nederlandse publieke omroep: Why poverty?  Daar waar buitenlandse zenders hier en daar een documentaire inroosteren, gaat het bij ons van ‘Labyrint’ tot ‘Nachtzoen’ en van ‘Puberruil’ tot ‘Andere tijden’ over armoede. Zelfs de ‘Spuiten en slikken’-omroep BNN betreedt het pad der bezitlozen. Is Hilversum betrokkener bij het wereldleed dan BBC, Canvas of ARD? Dat zal toch niet? De oorzaak is veel prozaïscher:  wij hebben 22 publieke omroepen, alle buitenlanden maar één.

Misschien is dat grote aantal bij een belangrijk thema als dit een voordeel, ofschoon het wel erg veel armoede tegelijk is. En versnipperd. Eén beeld doemt telkens op: het westen faalt. Met de kolonisatie pakten ‘we’ eerst de rijkdommen van de arme landen af en na de dekolonisatie verstrekten ‘we’ leningen tegen woekerrente. De tegenstelling wordt scherp aangezet. Zoals in ‘Poor us’(VPRO). “Het Europese imperialisme had tot doel een wereldwijd systeem van meer armoede te scheppen”, zegt historicus Tim Hitchcock. Het was dus geen gevolg, maar een doel op zich. Nergens onderbouwt  Hitchcock die boude stelling. Zoals ook het  goede dat het rijke westen voor Afrika doet nauwelijks aan bod komt. Niet in ‘Poor us’ en niet in de rest van de programmering.

Het gaat vooral  over de geldbelustheid van het bedrijfsleven en de laksheid van politici. Zambia zit op een kopermijn, maar het geld verdwijnt in de zakken van de Zwitserse handelsfirma Glencore, is de boodschap van ‘Stealing Africa’ (Ikon). En in Mali verdrijven rijke naties als China en Saoedi-Arabië de arme boeren, leren we uit ‘Land rush’(VPRO). Het zal  ongetwijfeld kloppen, maar waar zijn de documentaires over ‘onze’ ontwikkelingshulp? Doen ‘we’ dan helemaal niets goed? Nou, in elk geval bitter weinig.

Misschien deugen alleen popsterren. Bono en Bob Geldof zamelen sinds 1984 geld in voor arme landen, zo’n dertig miljoen dollar per jaar. In ‘Give us the money’ (VPRO) klaagt ontwikkelingswerker Jaimie Drummond: “Het is bespottelijk, maar we moeten nog altijd een beroep doen op beroemdheden.”  We zien het rockduo met de paus en Bush jr. Zeldzame, bewogen beelden van de voormalige VS-president, die het Congres vijftien miljard vraagt voor aidshulp. Zelfs de überconservatief Jesse Helms  laat zich winnen voor de goede zaak.

Zes miljoen mensen ten zuiden van de Sahara krijgen nu aidsmedicijnen, in acht landen is het aantal malariadoden gehalveerd en er sterven dagelijks  1700 kinderen minder.  Toch zegt de Afrikaanse econome Dambisa Moyo, zonder ook maar enige bewijsvoering: “Geldof en Bono hebben jammerlijk gefaald.”  En de Afrikaanse CEO  Mariéme Jamme: “Ze hangen maar op die G8 rond, drinken koffie en wijn met politici, maar met ons praten ze niet. En maar denken dat ze wat hebben bereikt.” De documentaire sluit af met het weinig vleiende: “Het precieze effect van de acties van Geldof en Bono is niet bekend.”

Het is een bijzonder eenzijdig en negatief beeld dat Hilversum met zijn armoedeweek de huiskamer in slingert. Het westen deugt niet, ondernemers evenmin (uitgezonderd Bill Gates), en het popduo doet alsof het God zelf is.

------------------

Trouw, 23 november 2012

Alle dieren tellen mee bij de BBC

Ooievaars, jan- van- genten, gieren, flamingo’s, maraboe’s, nog meer flamingo’s, visarenden en kelpmeeuwen. Even geen Gaza of Vaatstra, maar Serengeti en Sahara. Ik schaarde me onder de twee miljoen liefhebbers van ‘Earthflight’, de meest bekeken natuurdocumentaire in Nederland ooit.

‘De  planeet door de ogen van de vogel’, is de slogan waarmee de BBC deze reeks, hier uitgezonden door de EO, aanprijst. Een bijna hallucinerende ervaring. Dankzij cameraatjes op de vogelrug, lijkt het alsof de kijker meevliegt. Samen met de arend maakt hij een duikvlucht, ziet hij hoe rond de aarde is (vogels hebben daar toch een betere kijk op dan wij), en aanschouwt hij hoe een roze, ‘kleverige’ massa bij het naderen van de arend uiteenspat in duizend druppels: flamingo’s op de vlucht.

De kijker volgt en detail hoe de gier zijn poten en vleugels gebruikt bij het afremmen. Of hij ontdekt hoe elegant de ooievaar zweeft op de thermiek.  Zó hebben we de natuur nog nooit gezien.  ‘Frozen planet’, nu in herhaling op Canvas, was al prachtig, maar dít is een openbaring.  Toch is er, volgens natuurliefhebbers, ook een minpunt. Vogelaar Hans Dorrestijn verwoordde het bij ‘Pauw & Witteman’: “Het is te technisch, een natuurkermis. Niemand vraagt zich af: kan dat wel, vogels met camera’s?”

Is dat een terechte ethische vraag, of schrijft Dorrestijn de vogel te veel menselijk gevoel toe?   In natuurseries draait het toch altijd om lering en vermaak van de mens? André van Duins ‘Animal crackers’, in januari terug bij de Tros, maakt van de natuur zelfs een complete amusementsfabriek.  Zo ook ‘Penguin Island’ (EO). We zien het Australische Phillip Island, waar pinguïns door de BBC worden getransformeerd tot soapsterren. “Sam en Tommy staan klaar om te eten”, meldt de voice over, terwijl we twee pluizige pinguïnkuikens zien, “maar oh, wat nu, ze worden aangevallen door een volwassen vrouwtje.” Een hevig gevecht komt in beeld, ach en wee. Maar dan: “Gelukkig is papa Bluey gealarmeerd door het gekrijs en kan hij z’n kroost op tijd redden.” Met cliffhangers worden we verslaafd gehouden: “Volgende week krijgen Sam en Tommy het moeilijk, want pa en ma moeten ver weg voedsel zoeken. Zouden ze het redden in hun eentje?”

Het is een soort ‘Goede tijden, slechte tijden’  in pinguïnverpakking. In de dierenkliniek ligt Foot, een pinguïn met een geblesseerd pootje. En Jonathan, de zilvermeeuw. Hij is allang opgeknapt, maar laat zich lekker pamperen met nazorg. Dieren krijgen menselijke trekjes, zelfs zozeer dat je geneigd bent te mompelen: Jonathan, jongen, let toch op de zorgpremie. Bij de gulzige maraboe uit ‘Earthflight’ denk je aan die marketingdame die steevast tijdens het avondeten belt: altijd de eetlust van een ander bederven door er met je snavel tussen te komen.

Het heeft iets relativerends om je een paar avonden terug te trekken uit de boze mensenwereld, en alleen maar dieren te zien.  Iets behaaglijks ook. Buiten huilt de wind, binnen is het warm, en kijk je naar een aasgier in de koude, ijle lucht. Ik weet niet hoe ’t met Dorrestijn zit, maar ik vrees dat bij mij een snorrende kachel  alle ethische bezwaren tegen cameravoerende vogels doet smelten als sneeuw in ‘Frozen planet’.

------------------

Trouw, 16 november 2012

De bittere dood met zachtheid gefilmd

Onder de indruk was ik van ‘Poule des doods’, een NTR-documentaire over dichters die poëzie voordragen op begrafenissen van eenzame overledenen. Maakster Astrid Bussink heeft voor een vorm gekozen die tegelijkertijd dichterlijk, weemoedig en universeel is. Maar bovenal respectvol. De doden blijven wat ze waren: anoniem. Hooguit de voornaam wordt genoemd, verder niets.  De dichters lijken door de camera ‘betrapt’ tijdens het leven van alledag (sigaretje roken op de fiets), en de uitvaart-ambtenaren zitten meestal achter een kantoorraam. Dat schept bij de kijker een gevoel van eerbiedige betrokkenheid,  maar ook gepaste afstand. We zien de ambtenaren druk telefoneren over de zoveelste eenzame dode, maar dankzij het vensterglas kijken we de dood niet recht in het gezicht, een distantie die bij het onderwerp hoort.

Tussen de eenzame uitvaarten door heeft Bussink amateurfilmpjes gemonteerd. Spelende en dansende kinderen, varen in een bootje, ravotten in de tuin. De dode die moederziel alleen is gestorven, is ooit een gelukkig kind geweest, lijkt de boodschap.  Een kind met dromen, zonder enig voorgevoel van het trieste lot dat hem te wachten staat. Het resultaat dat Bussink met deze montage bereikt is ontroering: hoe broos en vergankelijk is de kinderlijke onschuld. Een effect dat nog wordt versterkt door de mooi-droevige stem van doodsdichter Starink.
De maakster weet ondanks de zwaarte van haar onderwerp een zekere lichtvoetigheid te bewaren, al gaat ze daarmee soms tot het randje. Om direct na shots van de kistverbranding over te schakelen op de ‘nazit’ in de aula en Starink, turend op een limonade-etiket, te horen zeggen  ‘zal  wel even houdbaar blijven toch?’, gaat sommige kijkers misschien net iets te ver. Zoals de overgang van uitvaartgedicht naar tafereeltje bij de auto (‘wat eet je vanavond?’ ‘oh, hutspot’) eveneens wat bruusk kan overkomen. Aan de andere kant tonen deze montages wel de alledaagsheid van het sterven: buiten gaat het leven door.

Die ‘gewone’ omgang met de dood zit ook heel sterk in ‘De kist’. Het EO-programma heeft sinds kort een nieuwe presentator: Kefah Allush, een tot het christendom bekeerde Palestijn. Je zou wellicht denken: ah, een bekeerling, die gaat vast het vingertje heffen. Maar dat gebeurt niet. Allush maakt zich zelfs bijna onzichtbaar. Hij stuurt nauwelijks, gaat mee in het relaas van de gesprekspartner en luistert. Met bruine ogen vol begrip kijkt hij hen aan, waardoor zelfs wat minder aaibare types als Hans Laroes, Joop Braakhekke en Hedy  d’Ancona openbloeien. Er verschijnt  iets zachts op hun gelaat, wanneer ze tegenover deze rustige Palestijn spreken over de dood.

Een vraag dient hooguit om het gesprek op gang te houden, zoals gisteren bij d’Ancona: Wanneer was de dood dicht bij u? Haar initiatief ‘Uit vrije wil’- zelf het tijdstip van je sterven bepalen - wordt door Allush niet religieus becommentarieerd.  Evenmin Braakhekkes verzuchting: “Voor planten wordt het altijd weer lente, voor de mens niet.” Allush maakt zich geheel dienstbaar aan het verhaal van anderen, en dat is in Hilversum niet per definitie het gebruik. Een goeie opvolger voor Andries Knevel, als hij eens met AOW gaat.

------------------

Trouw, 14 november 2012

Boer zoekt vrouw, maar vooral een terras

Eigenlijk had ik ‘Boer zoekt vrouw’ al van mijn kijklijstje geschrapt. Het zesde seizoen, ik geloofde het wel. Dus besloot ik: dit najaar geen broeierige hooibergen en traag tuffende tractoren.

Totdat ik een persiflage zag van cabaretiers in ‘DWDD’. En ik in vrolijk lachen uitbarstte. Boer Aad (Remko Vrijdag): “De KRO zet mij neer als een botte, om zich heen schietende, saté prikkende, distels stekende, vrouwonvriendelijke, horkerige boer, terwijl dat alleen maar mijn softe kant is. De echte Aad wordt er telkens uitgeknipt.” En boerin Henrieke (Martine Sandifort): “Bert en ik hebben een literaire wandeling gemaakt door Parijs. Onderwijl hebben we gesproken over het kubisme, dat is echt mijn ding, maar op tv zie je daar niets van terug.” Homoboer Willem (Bas Hoeflaak) was  evenmin tevreden: “Ik moet verplicht sandalen met sokken aan. Ze schilderen mij af als een knuffelnicht, terwijl ik in het echt een leernicht ben van jewelste. Bij het afscheid van Jacob hebben we nog een complete gangbang gehouden, maar dat monteert de KRO er allemaal uit.”

De persiflage is Matthijs van Nieuwkerks zoete wraak op de KRO. Die weigerde nog langer ‘BzV’-beelden te leveren aan  de VARA, omdat Van Nieuwkerk onrespectvol met de boeren zou zijn omgegaan. Yvon Jaspers schuift niet meer aan als tafeldame en is inmiddels opgevolgd door Gerdi Verbeet.  Zou de KRO al spijt hebben van haar boycot? Jaspers’ commerciële bijverdienste met ‘Kakelbont’-serviezen wordt nu vilein aan de kaak gesteld. Henrieke: “Ik moest in Disneyland per se in zo’n grote theekop gaan zitten, zodat Yvon Jaspers haar servies kon promoten.”  Van Nieuwkerk heeft weer bewezen wat de kracht is van zijn formule: voortdurende vernieuwing door creatief denken. Ook als het even niet meezit.

En dat ontbreekt nu precies aan ‘BzV’. Nieuwsgierig gemaakt door het boerencabaret  schakelde ik zondag toch maar even in, en ik zag exact hetzelfde als in alle voorgaande seizoenen. Oké, er zit nu een gayfamer in, wat misschien goed is voor de boeren-emancipatie, maar het is toch ook een beetje obligaat. Als je lang niet hebt gekeken, zie je pas echt hoe weinig er gebeurt in dat uurtje televisie.

De boeren en hun partners waren op citytrip en dat ging als volgt. Aad, in Hamburg: “Dat het zo druk is hè op de terrassies hier. Maar ja, in Amsterdam of Den Haag is het ook druk op de terrassies.” Martin en Wilma slenterden door Krakau. Zij: “Terrasje pakken, even wandelen, en dan wéér een terrasje pakken, dat hoort er voor mij helemaal bij op vakantie.” Zo ook voor Henk en Fiona op Malta. Henk: “Koffie met gebak?”Fiona: “Alleen koffie.”Henk: “Echt geen gebak?”  Fiona: “Nee, gewoon koffie.”

Willem en Klaas maakten een tochtje te paard door Zwitserland. Klaas: “Net ‘Brokeback Mountain’  hè, met al die bergen en schapen?”En toen was het al weer tijd voor, precies, een terras. Willem: “Maar even in de schaduw hè?”Klaas: “Ja, maar dan zitten we naast elkaar. Is dat niet een beetje gek?” Willem: “Da’s toch gezellig?!”
En zo druppelden de vakantiebelevenissen de huiskamer binnen, traag als boerenappelstroop aan een houten lepel.  Er kijken nog steeds vier miljoen mensen, maar ik ben klaar met ‘Boer zoekt Vrouw’. Mij te uitgemolken.

------------------


Trouw, 12 november 2012

Was Tim slachtoffer van homohaat?

In ‘Debat op 2’ (NCRV/KRO) vertelde een jongen dat hij op school elke dag in elkaar werd geslagen. De reden: hij zong in musicals en zou daarom wel homo zijn. Hij moest uiteindelijk de school verlaten. Niemand had het voor hem opgenomen: de leraar niet, de directie niet en mede-leerlingen al evenmin. Er zaten tal van pestervaringen in het programma, met telkens dezelfde strekking: niemand schoot te hulp.

Het waren stuk voor stuk Tim Ribberink-verhalen, naar de 20-jarige Twentenaar die zichzelf begin deze maand van het leven beroofde.  Het pesten begon voor Tim al op de basisschool en daarna hield het nooit meer op, meldde het ‘Journaal’.  Op het Twents Carmelcollege, met pestprotocol (!), zou  Tim ‘zeker signalen hebben afgegeven, maar die zijn door ons niet opgevangen’, zei  directeur Peter Koopman. Tims ouders waren evenmin op de hoogte.

Ferdy Smelt, een oud-klasgenoot van Tim, was dat wel. “Tim was altijd het pispaaltje”, zei hij in ‘EénVandaag’.  “Alsof hij nooit iets goed kon doen.”  Ferdy voelde zich schuldig. “Ik had naar zijn mentor moeten gaan, naar zijn ouders of naar Tim zelf. Dat heb ik allemaal nagelaten. Daar heb ik spijt van.”

Waaróm werd Tim zo getreiterd? “Hij was tenger, zacht en aardig”, zei Gerri Eickhof in het ‘Journaal’. In ‘EénVandaag’ meldde oud-klasgenoot Rémon Tijink: “Hij was anders, had een masker op.”  En pastor Marinus van den Berg tijdens de Avondwake op RTV Oost: “Tim leefde eenzaam in een innerlijk moeras. Laat de pesters uit de kast komen.”  Let op de verborgen boodschappen:  anders zijn , een masker dragen, zachtheid. Was Tim homo en werd hij daarom zo gesard?  Waarom gebruikte de pastor die typische homo-term ‘uit de kast komen’?  “Op school scholden ze hem al uit voor homo”, herinnerde Ferdy zich.

Later die week zag ik op Canvas een aangrijpende reportage, die me bevestigde in mijn vermoeden dat Tim slachtoffer is geworden van homohaat. ‘Gaybashing in België’ heette de uitzending, en de ene na de andere ‘Tim’ kwam voorbij. David Gevaert uit Brussel werd vijf keer in elkaar geramd door homohaters. De politie deed niets.  David raakte in een burnout, verloor zijn baan en moest zelfs verhuizen. Bart, een ander slachtoffer, werd door drie mannen toegetakeld met een stoel. “Er stond heel veel volk te kijken, maar niemand stak een vinger uit. Er werd een beetje gelachen.”  Bart voelt zich ‘extreem somber en hulpeloos.’ De kijker wist:  er hoeft nog maar íets te gebeuren of deze Vlamingen raken in de geestelijke gevarenzone.

Tim was al daar al aanbeland.  Dat gebeurde nadat de pesterijen in juni  een dieptepunt hadden bereikt. Een anonieme kwelgeest meldde uit naam van Tim op internet: “Ik ben een loser en een homo”.  Het uitbaterspaar  van ijssalon Happy Days, waar Tim een centje bijverdiende, vertelde in het AD: “Hij raakte in zichzelf gekeerd, voelde zich opgejaagd en werd steeds magerder.” Op 1 november schreef Tim in zijn afscheidsbrief:  “Ik ben mijn hele leven buitengesloten.” Een klassieke homo-emotie.  Of Tim echt gay was, wist alleen hij, maar de media hebben mij er wel van overtuigd dat het jarenlange ‘homootje pesten’ voor hem voldoende reden was om zijn eenzame leven te beëindigen.

------------------

Trouw, 9 november 2012

Dol op Obama, nog doller op koopkracht

Even dacht ik dat ik droomde. Astrid Kersseboom stond voor een soort flipperkast met een grote rode knop. Als  een veredelde Leontine Ruiters gaf ze daar een flinke hengst op, maar er kwam geen bal tevoorschijn. Wel een ezeltje en een olifantje. “Eens even kijken hoe de tussenstand is”, sprak de presentatrice.  De olifant liep sneller dan de ezel. “Negentien kiesmannen voor Romney, drie voor Obama.”

Ik zou niet weten hoe Hilversum de race nóg aanschouwelijker had kunnen maken. Terwijl die al zo versimpeld  wás: Goed tegen slecht.  Niettemin deed Wouter Bos een  Romney-imitatie om de verkiezingen voor de arbeider te verklaren:  “Geen geld lenen om Pino’s te kopen, maar hard werken en dan Pino’s produceren.”  Geestig hoor, maar ook zonder die act had de kijker wel begrepen hoe erg de Republikeinen zijn.

Nou denk ik dat zelf ook, maar een beetje meer verscheidenheid had Hilversum gesierd. Waar je ook naar keek, NOS, ‘EénVandaag’, RTL 4 of ‘Nieuwsuur’, overal hoorde je hetzelfde:  Republikeinen zijn blanke, oude, boze mannen. NOS-correspondent Eelco Bosch van Rosenthal: “Obama is gewoon de betere kandidaat.”  Dat de Democratische Partij drijft op bankiers, filmsterren en beroepspolitici, zoals Geert Mak deze week bij de VPRO betoogde, bleef onderbelicht. Democraten zijn altijd jong, hip en Latino. Terwijl er toch ook oude, nukkige Democraten moeten zijn en dartele, zwarte Republikeintjes ?

De EO stak de draak met de Hilversumse Obama-cliché’s. “Seculier en vooruitstrevend Nederland bejubelt een christen die bij ons lid zou zijn geweest van het CDA”, spotte Tijs van den Brink. Zijn gast, Amerika-deskundige Koen Petersen, nam het op voor Romney: “Voor de handel zou hij een betere president zijn.”  Waarmee Petersen in z’n eentje de zo geroemde Hilversumse pluriformiteit belichaamde.

Zelfs VVD’er  Frits Huffnagel, steunpilaar van de rechtse omroep WNL, deed in ‘P & W’ een Obamaatje. “De grootste handicap voor Obama was dat hij vier jaar puin van Bush moest ruimen.” En zijn collega Hans Van Baalen: “Obama kan nu iets moois neerzetten.” Ed Nijpels op zijn beurt vond het heel flauw dat Romney pas na een uur treuzelen z’n verlies toegaf. Voor de zekerheid vroeg Witteman nog even aan een VVD-wethouder uit Helmond:  “Zou u ook Democratisch stemmen?”Ja, dat zou ze. En zo hoorde de VVD er even helemaal bij in Obama-wonderland.
De VVD  zat daar trouwens niet in de eerste plaats om over de VS te praten, maar over zichzelf. Tekenend. De Hilversumse Obama-liefde is hevig, maar ook heel kort. ‘P & W’ ruimden the day after negen obligate minuutjes in voor de Amerikaanse verkiezingen. De rest ging over de PvdA-nivelleringsdriften en het gemor daarover bij de liberalen.

De NCRV was al druk bezig met een monument voor Hetty Blok, en ‘RTL nieuws’ opende met de koopkrachtplaatjes.  Het ‘Journaal’ besprak de zege pas als zesde item. Eerst het koopkrachtverlies , toen de ING-ontslagen, daarna nog wat klein gekeutel, en toen, ja toen kwam eindelijk de overwinning van de Democraten. “De opwinding is nu wat minder groot dan vier jaar geleden”, zei Sacha de Boer bijna verontschuldigend.  Ja, we zijn dol op Obama, maar toch nog een stukje doller op onze koopkracht.

------------------

Trouw, 2 november 2012

De doden blijven altijd onder ons

Avond aan avond trekken ze voorbij: onze dierbare doden. Nooit eerder schonk de KRO zoveel aandacht aan Allerzielen. Twee dingen vallen op. Allereerst de vorm: eeuwenoude katholieke rituelen worden verbonden met helden van de moderne tijd. KRO-medewerker Sander de Kramer brandt een kaarsje voor Ramses Shaffy, wiens lied ‘We zullen doorgaan’  De Kramers levensmotto is geworden. En vanavond, op Allerzielen zelf, brengt Pia Douwes een eerbetoon aan haar voorbeeld Conny Stuart. Dat gebeurt live op begraafplaats Westerveld, waar Karin de Groot, ‘samen met heel Nederland’ , kaarsjes gaat aansteken voor hen die stierven.

‘Ode aan de doden’ voelt de tijdgeest exact aan: er is behoefte aan rituelen rond de dood, maar niet aan expliciet christelijke verwijzingen. Dus liever geen God of vagevuur, maar wel een loflied op  ‘die aardige meneer Hak, die iedere jubilaris beloonde met de Zilveren Snijboon’.  Niet een Opperwezen, maar de gestorvene zelf staat centraal in een soort seculiere requiemmis . Bekende doden, maar ook onbekende. Zo ontsteekt KRO-verslaggever Ajouad el Miloudi een kaarsje voor zijn overleden oom. “Omdat hij lief en charismatisch was, en mooie maatpakken droeg.“  Allerzielen wordt op die manier iets voor alle mensen, ongeacht cultuur of geloof.

 Da’s mooi, maar voor de doden wel  een hele verandering. Nu er geen hemelse rust meer is,  blijven ze  voor altijd op onze woelige aarde. Dat is het tweede wat opvalt:  de graagte waarmee nabestaanden hun dierbaren met ons delen.  Zelfs als de overledene heel bescheiden was, komen familieleden graag even voor de camera.  Zoals bij Theresia Vreugdenhil, couturière van de koningin. “Ik vind mezelf niet belangrijk, wel  de mensen voor wie ik werk”, zegt ze op archiefbeeld. Toch krijgt ook deze dienstbare dode een ode. “Ze wilde de klanten mooier maken, hun sterke kanten beter laten uitkomen”, vertellen haar trotse dochters.

Een avond eerder spreekt auteur Mirjam Rotenstreich in ‘Recht uit het hart’ over Tonio, haar zoon die in 2010 overleed na een ongeluk. Haar man en Tonio’s vader, A.F. Th. Van der Heijden, schreef er een boek over, waarmee hij  de Librisprijs won. Rotenstreich trekt een volle zaal met haar lezing.  “We leven nu met z’n tweeën voor drie, verenigd in een verbond”, zegt ze. “Waarom vertelt u ons dit?”, wil iemand weten. “Om Tonio naar buiten te brengen en hem levend te houden”, antwoordt Rotenstreich.

De dode en zijn goede kanten onsterfelijk maken, dat is wat we in deze aanloop naar Allerzielen zien. Schaduwzijden worden slechts spaarzaam vermeld. Thomas van Hemert doet het als een van de weinigen, wanneer hij zijn vader, filmregisseur Ruud van Hemert, herdenkt. Met liefde, dat wel, maar hij verheelt niet dat zijn pa ‘mensen kapot kon maken als ze niet deden wat hij wilde.’

De overledene zelf komt ook nog even aan het woord. In een vlak voor zijn dood opgenomen en tijdens de uitvaart vertoond filmpje neemt Van Hemert sr. zijn leven onder de loep.  “Ik heb veel fouten gemaakt en mensen verdriet gedaan, maar ik deed het wel in alle oprechtheid.” Zo krijgt de dode het laatste woord op zijn eigen afscheid. Om daarna voor altijd door ons op aarde te worden gekoesterd.

------------------

Trouw, 3 oktober 2012

Handen reiken, bruggen bouwen, stippen zetten

Het was een avond van handen  reiken, elkaar wat gunnen, bruggen bouwen , over schaduwen heenspringen, en ja stippen zetten op de horizon. Al moesten we voor die stip tot middernacht opblijven. Maar toen verscheen ze ook in volle glorie. “Met de hypotheekrente hebben we….” Enfin, u kunt de woorden van Samson in ‘P &W’ zelf wel afmaken.
Hilversum nam de aaneenrijging van politieke cliché’s niet al te serieus.  “Tegen bruggen bouwen kan ik als oud-minister van Verkeer en Waterstaat weinig bezwaar hebben”, sprak Annemarie Jorritsma grijnzend. Pieter jan Hagens wilde van ‘EénVandaag’- verslaggever Remko Theulings weten tussen wie die bruggen dan wel zouden verrijzen.  “Tussen jong en oud”, dacht hij, om er direct aan toe te voegen dat kabinetsslogans snel vervagen. Dat bleek. Samson was het motto van Rutte I al straal vergeten. “Vrijheid en verantwoordelijkheid”, hielp  de premier hem meteen, “ en daar teken ik nog steeds voor.”

Hoe plooibaar toch de geest van bruggenbouwende politici. Over zijn switch in de hypotheekrenteaftrek zei Rutte luchtigjes in ‘Nieuwsuur’:  “Alleen op stofzuigers krijg je absolute garantie”  En vice-premier Asscher was al bijna vergeten dat hij Rutte ooit een  ‘rechtse corpsbal’ (‘Nieuwsuur’) dan wel een ‘blije corpsbal’ (‘EénVandaag’) had genoemd.  Commentator Kees Boonman  moest nog een beetje wennen aan al die soepelheid. Dat Rutte bijvoorbeeld ineens PvdA-jargon in de mond nam als ‘eerlijk delen’. Zoals Boonman ook de PvdA-loonsverhoging voor de laagstbetaalden ongeloofwaardig vond. “0,2 procent, dat is een heel goedkoop kopje koffie in een armzalig wegrestaurant.” En hoe zit het met die duizend euro van Rutte voor de hardwerkende Nederlander?, vroeg hij zich af.  Het is voor Boonman een stip op de horizon geworden. Een paar weken geleden spotte hij al: “Waar is toch het loket waar we dat bedrag kunnen ophalen?”

Dezelfde prettig- ironische toon klonk door bij Ferry Mingelen. “Dit is het kabinet van burgers slaan in plaats van bruggen bouwen”, had hij in de wandelgangen genoteerd.  “Geen Olympische spelen, staatscasino’s worden verkocht en er is zelfs tijd gevonden voor het verbieden van optredens van wilde dieren in circussen.”  Aangenamer verrast was Mingelen over de snelheid van het politieke duo. “Binnen drie weken waren de belangrijkste beslissingen genomen.”  Boonman betitelde de informatie als een ‘doorbraak van nieuw realisme’.  De informateurs  zelf, Bos en Kamp, bleven goeddeels buiten beeld. Het was de avond van de Bruggenbouwers.

Goedlachs schoven ze aan bij ‘P & W’. Daar bleek dat Samson niet na drie weken, wat al snel is, maar zelfs na één avondje praten met Rutte al had gedacht: We zijn er zo’n beetje uit. ‘P & W’ wreef  de heren hun recente verkiezingsretoriek over ‘rechts rotbeleid’ en ‘socialistisch gevaar’ niet al te diep in. Wel werd Samson doorgezaagd over de bezuiniging op ontwikkelingshulp en Rutte over het korten op demente bejaarden. En verdraaid, ook het douceurtje voor de hardwerkende Nederlander kwam nog even ter sprake. “Die vijfhonderd euro was voor de VVD heel belangrijk”, zei Rutte. “Het was toch duizend euro?”, vroeg Pauw nog.  Een antwoord bleef uit. Duidelijk een brug te ver.

------------------

Trouw, 24 oktober 2012

Wat is er nou zo moeilijk aan VPRO’s  ‘Tegenlicht’?

Elk journalistiek programma zou eigenlijk in elkaar moeten zitten als VPRO’s ‘Tegenlicht’: onbevangen, nieuwsgierig en verwonderend. Geregeld denk ik na afloop: ik heb iets nieuws geleerd.  Of het nu gaat om het Deense eiland Samsø, waar burgers hun eigen energie opwekken,  de bouw van een Palestijnse modelstad op de Westelijke Jordaanoever, of de herontdekking van Confucius door Jonge Chinese intellectuelen. ‘Tegenlicht’  heeft een feilloze antenne voor voortrekkers die iets nieuws beginnen. Het maakt maatschappelijke onderstromen zichtbaar die hoop bieden op een betere toekomst.

En uitgerekend dát programma ligt onder vuur. Het is niet toegankelijk genoeg, vindt de zenderleiding. Een later tijdstip zou beter zijn. Ik heb van de week m’n uiterste best gedaan om die ontoegankelijkheid te ontdekken, maar het is me niet gelukt. Wat is er nu zo mysterieus aan de beginzin: “Temidden van wolkenkrabbers in Shanghai, sieraden van Cartier en BMW’s in Peking, durft een groep slimme studenten zich af te vragen: Is dit alles?” En wat is het hocus pocus-gehalte als je vooraf in korte flitsen laat zien wat de kijker het komende uur mag verwachten: in de tiende minuut dit en in de veertigste dat?

Zal ik wat verklappen? Het gaat om STER-inkomsten. De adverteerder koopt in op een ‘afgesproken’ aantal kijkers, en wordt dat niet gehaald, dan gaat hij zich roeren of bedingt hij een lager tarief. Commerciële druk bepaalt de plaats van een programma in de avond.  Ook op het informatieve net Nederland 2. Daar wordt in Hilversum nooit met een woord over gerept, maar zo zit het wel.

Het zou tragisch zijn als ‘Tegenlicht’ het slachtoffer werd van die reclamedruk. Deze week zagen we iets unieks: de ontvangst van de markteconomie in communistisch China. In het westen weten we alleen nog uit schriftelijke overlevering hoe het kapitalisme hier ooit heeft wortel geschoten, maar in China horen we het uit de eerste hand. Studenten zijn er niet blij mee. Ze maken kennis met marktverschijnselen waaraan wij allang gewend zijn: leegte, hebzucht en jaloezie. Een studente formuleert het zo: “De economie is ontwikkeld, maar er ontbreekt iets in ons leven. De mensen zijn niet gelukkiger. Waar kunnen wij op terugvallen?” In elk geval niet op de Partij, want die is bij de jeugd uit de gratie. Een leraar doceert: “Voorgaande generaties zeiden: de goedheid van de Partij is dieper dan de zee. Die tijd is voorbij.”

In het ideologische vacuüm grijpen intellectuele jongeren terug op Confucius. “In de westerse beschaving gaat het om handel, in de klassieke Chinese over hoe je met elkaar omgaat”, zegt een student.  “Volgens Confucius moet je gerechtigheid doen op de plek waar je je bevindt. Maar wat zien we nu in China? Mensen worden verjaagd uit hun huizen.”

De studenten komen in kleine groepjes bij elkaar om zich te laven aan het gedachtegoed van de oude Chinese wijsgeer. Ze vinden er troost in, hoop en perspectief. Toen ik dat had gezien dacht ik: Oh, wrange ironie. Chinese studenten waarschuwen tegen een allesdoordringende markt, en het programma dat dat in beeld brengt, ‘Tegenlicht’, dreigt slachtoffer te worden van datzelfde commerciële denken. Maar dan in Hilversum.

------------------

Trouw, 22 oktober 2012

Je bent authentiek of je bent het niet

Britt Dekker was genomineerd voor de Televizier Talent Award. “Eindelijk gerechtigheid”, verzuchtte ze in het AD. Let vooral op dat ‘eindelijk’.  In kanariegeel verscheen ze in Carré.  Blakend van welvaart en bekend van het bekend zijn.  “Je bent zo authentiek!”, complimenteerde Kim-Lian van der Meij de RTL-ster. Dekker herkende de drie moeilijke lettergrepen meteen:  “Dat woord heb ik vaker gehoord.”  Wat natuurlijk wel weer een authentieke reactie is.
Vorig jaar verslikte Mies Bouwman zich bijkans toen ze de Gouden TelevizierRing moest toekennen aan RTL’s  ‘Voetbal International’. Drie pratende mannen aan een tafel, dat moest een vergissing zijn. Maar het bleek nog erger te kunnen: een nominatie simpelweg omdat je ‘echt’ bent. Toch verloor Britt van d.j. Gerard Ekdom. Hoe authentiek moet die dan wel niet zijn?!

Het Televiziergala maakte dit jaar meer boze tongen los dan ooit. Voorop in de verontwaardiging liep Max-baas Jan Slagter. Hij had zijn achterban niet op tijd uit de schommelstoel gekregen om ‘Dokter Deen’ en ‘Erica op reis’ naar een nominatie te twitteren. Max liep daardoor alle kansen mis.  “Dat online-stemmen moet er uit”, riep Slagter boos. “Terug naar couponnetjes knippen en bellen.” In ‘EénVandaag’ sloot SBS-directeur Leo van der Goot zich daarbij aan. “Wie zichzelf het slimste plugt, wordt genomineerd.  Wie dat niet doet, valt buiten de boot. Kijk naar Martijn Krabbé, onze beste showpresentator, maar hij staat niet op het lijstje.”

In ‘DWDD’ mopperde NTR-directeur Paul Römer: “Zelfs Jan Smit heeft een keer gewonnen. Dat sloeg nergens op. De TelevizierRing wordt steeds meer de beste sms- en marketingprijs in plaats van de  kijkersprijs voor het mooiste programma.” Wie het hardst schreeuwt wint, en wie op de avond zelf uitzendt maakt extra grote kans. ‘Voetbal International’ was vorig jaar tegelijk met het  Avro-feestje op de buis, kon daardoor volop promotie maken voor zichzelf, en ging met de Ring naar huis. Dit jaar had ‘The voice of Holland’ (RTL 4) dat geluk. De makers zongen vooraf een lofzang op zichzelf bij ‘RTL boulevard’ en gedurende het gala riepen Nick en Simon in ‘The voice’ kijkers op massaal te sms’en zodat de talentenshow zou winnen.

“En zo zal ‘Wie is de mol?’ dus nooit in de prijzen vallen”, legde Van der Goot uit. “Simpelweg omdat dat programma tijdens nominaties en gala nooit op tv is.” Zes keer voorgedragen, maar telkens verloren. Römer  noemde het Avro-programma de Joop Zoetemelk van Hilversum, eeuwige tweede. “Terwijl het ’t meest vernieuwende en innovatieve format is.” Van der Goot vond dat de Ring nu echt eens naar de ‘Mol’ moest gaan, al was het maar omdat  ‘we er dan eindelijk vanaf zijn.’ Maar zo liep het niet: ‘The voice’ won.

Waarna het feest kon beginnen. Niet alleen in Carré, maar ook op tv. Alsof alle voorpubliciteit nog niet genoeg was geweest, toog Jort Kelder met zijn ‘Hoe heurt het eigenlijk?’ naar de feestende sterren. Geen evenement  staat immers nog op zichzelf.  Of het nu om iets belangrijks gaat of niet, alles krijgt zijn pre- en afterparty:  voetbal, Haagse debatten, Holleeder en de TelevizierRing. Nog even en de authenticiteit van Britt Dekker komt avondvullend op ons af. 

------------------

Trouw, 19 oktober 2012

Cremers groeit in één dag uit tot knuffeldeskundige

Het was een drukke dag voor Ton Cremers, voormalig hoofd beveiliging van het Rijksmuseum.  Na de schilderijenroof uit de Kunsthalf groeide hij in één avond uit tot Hilversums knuffeldeskundige.  Zou het komen doordat hij beroepshalve toch al bij de Kunsthal rondliep? Of zou de kaartenbak van de omroep maar één naam tellen?
Cremers’ tournee begon bij ‘Eén vandaag’. “De Kunsthal is één grote, open kubus. Da’s niet goed”, doceerde hij met ernstig gezicht.  Hij kon meteen door naar ‘RTL nieuws’.  “Het museum is te open, te toegankelijk”, herhaalde hij. Volgens Kunsthal-directeur Emily Ansenk  was de beveiliging toch echt ‘state of the art’. Wat dat betekende, ‘state of the art’? Niemand die het kwam uitleggen. Zelfs Cremers niet.

Die was inmiddels al weer doorgehuppeld naar ‘DWDD’. Hij groeide in zijn rol, begon zelfs grappen te maken. Matthijs van Nieuwkerk vroeg of de dieven nu met dikke sigaren in de mond naar zijn programma zouden kijken. Waarop Cremers: “Nou, overschat je kijkerspubliek niet, hoor.” Gebulder op de tribunes. Zelfs Van Nieuwkerk en z’n tafeldame Claudia de Breij lagen dubbel. Assertief typje, die Cremers. Over de museumdeur wilde hij het niet hebben. Natuurlijk wel over de ‘open structuur’. “Als je eenmaal binnen bent, kun je zo doorlopen. Een nachtmerrie.”  Maar even later: “Een honderd procent beveiligd museum is ook niks. Zou ik niet willen bezoeken.”  Hup, naar het ‘Journaal’.  “Ze hadden voor deze expositie een extra beveiligd compartiment moeten bouwen”, vond Cremers. Nu was het te open, te transparant.

Zou Cremers ook in ‘Opsporing verzocht’ zitten? Toch maar even kijken. Het  Avro-programma bestaat deze maand per slot van rekening dertig jaar. Maar nee, wel de kunstroof, niet kunstbeveiliger. “De Kunsthal is vlakbij een homo-ontmoetingsplaats. Was u in de buurt, bel dan”, sprak Frits Sissing cryptisch. Catherine Keyl mocht vanwege het jubileum terugblikken op haar tijd als presentatrice.  Het was niet makkelijk geweest. “Ik ging een soort van meedenken met de politie, zeg maar.” En: “Ik lag wakker van al die misdrijven.” In ‘Eén vandaag’ balde ze haar probleem met het opsporingsprogramma definitief samen tot: “Hun manier van denken is heel erg van wengweng, terwijl ik meer van het djingdjing ben.”

 
Hoog tijd weer voor Cremers. In ‘Nieuwsuur’ dit keer.  Eerst kwam directeur Ansenk nog even voorbij met haar ‘state of the art-beveiliging’ (en nog steeds geen uitleg), waarna het al weer snel de beurt was aan onze sympathieke kunstbeveiliger.  “De Kunsthal behoort tot de beter beveiligde musea”, meldde hij nu ineens. Oh ja?  In het ‘Journaal’  was diezelfde beveiliging toch nog een ‘onding ‘? De verslaggever begreep het ook niet helemaal. “Wat heb je aan goede beveiliging, als er toch wordt gestolen? ”  “Goeie vraag…”, mompelde Cremers filosofisch. “Het punt is: De Kunsthal zit met een open structuur, er zijn geen afzonderlijke compartimenten.”

De volgende dag ben ik op de fiets gestapt om de Kunsthal weer ‘es te bezoeken. Wat direct opviel was de open structuur en het gebrek aan compartimenten. Achter het museum reed een vuilnisauto langs met de tekst: “Nou, we moeten ophangen. Als we weer iets niet weten, hoor je het wel.”

------------------

Trouw, 17 oktober 2012

Zolang het fictie is, houdt iedereen van jaren vijftig

 ‘Kruispunt’(RKK) volgde Mona Keijzer, de nummer twee van het CDA. “Wat houdt die ‘c’ nog in?”, wilde Wilfred Kemp weten. Keijzer kwam er niet goed uit. “Dat is waar we vandaan komen”, aarzelde ze. Op archiefbeeld sprak Frits Wester stellig: “Het is over met het CDA. Ze zoeken naar nieuwe waarden en woorden, maar het is voorbij.” Christen-democratie is iets uit de jaren vijftig, was de indruk. CDA-watcher Pieter Gerrit Kroeger waarschuwde dat de partij zich niet opnieuw in de tooi van dat tijdperk zou moeten hullen, zoals in de ‘paarse jaren’ . “We leven in een modern, seculier land, een soort Scandinavië. Dat moet het CDA accepteren.”

Ook ‘Brandpunt’(KRO) ging over de jaren vijftig. Fons de Poel (1955) zwierf rond in Nijmegen, en constateerde dat het katholieke bolwerk uit zijn jeugd een ‘Havanna aan de Waal’ was geworden. Zou het Jaar van het Geloof, pas afgekondigd door de paus, er ooit nog voet aan de grond krijgen, was de leidraad in zijn sfeervolle reportage? Bij oude bekenden zocht De Poel een antwoord. Ze dronken bier en zongen mooie Latijnse misliederen, maar waren het er snel over eens dat de volle kerken uit de jaren vijftig voorgoed voorbij waren.

En dan is het een avond later ineens ‘echt’ jaren vijftig, en iedereen vindt het geweldig. Bijna twee miljoen mensen kijken naar ‘Moeder, ik wil bij de revue’ (Max), en dat is geen wonder. De dramareeks voldoet aan alle voorwaarden voor succes: de cast, de liedjes van Wim Sonneveld, een spannend verhaal en…jaren vijftig-nostalgie.

Gerrie van der Klei speelt de verlopen revuester Riet Hogendoorn met alle trekjes van een diva: van poeslief tot onuitstaanbaar. Huub Stapel is de norse Limburgse kolenboer Jacob Somers, die maar niet kan accepteren dat zijn zoon Bob bij de revue wil. Bob, de jonge acteur Egbert-Jan Weeber,verbeeldt de aandoenlijkheid zelve: naïef, zachtmoedig en teder. Het type dat vaderlief een brief schrijft dat hij zo graag weer vrede met hem wil. Maar ook iemand met een visioen: het theater. Dat is de grote kracht van deze serie: de kijker wordt meegenomen in een droom. Een droom zo heerlijk en lang uitgesponnen dat je nooit meer je bed uit wilt.

Bobs eerste bezoek aan het theater is geen flits, maar een ‘avondvullende’ ervaring. Evenals de bruiloft van zijn zus Ida met Stijn . Scènes en spreektrant  zijn zoals in de jaren vijftig: rustig. Er gebeurt weinig in een aflevering, maar alles wordt zo mooi in beeld gebracht dat je je geen seconde verveelt. De kleding is alsof je door het fotoalbum van je (groot)ouders bladert.  De eerste luxe huishoudelijke apparaten doen hun intrede, de eerste auto’s verschijnen in de straat , alle requisieten zijn exact zoals in de jaren vijftig. Het lijkt op het streekdrama van wijlen Willy van Hemert: alles zorgvuldig en van niveau.

Het grappige is dat deze serie twintig, dertig jaar geleden waarschijnlijk niet eens een succes was geworden. Neem het liedje over Dora:  “Eén dag in de week blinken de ruiten als spiegels. Dat is de dag waarop Dora de schoonmaak doet.” We zouden het toen seksistisch en anti-feministisch hebben genoemd. En nu smullen we er van. Niemand wil de jaren vijftig écht terug, maar het kijkt wel heel lekker weg.

------------------

Trouw, 15 oktober 2012

‘t Ging niet om Holleeder of kijker, maar om Huys

Wat zijn we wijzer geworden over Willem Holleeder? Dat z’n vader hem in elkaar trapte, dat hij zelf nooit kinderen zou slaan en dat ‘ie graag psychologie wilde studeren, ‘want ik ben geïnteresseerd in mensen.’ Hij vindt z’n leven  ‘één grote ellende’ en raadt z’n zoon aan nooit te worden als pa. Een combinatie van goodwill kweken en pathetisch zelfbeklag, dat was deze ‘College tour’.

Zou Twan Huys nou werkelijk iets anders hebben verwacht?  Dat Holleeder bijvoorbeeld zou zeggen: “Goh, nu je het zó formuleert, inderdaad, ik zat achter die liquidaties van Mieremet, Endstra en  Klepper, en ik heb ook al dat verdwenen losgeld opgemaakt.”  Waarom dan toch deze topcrimineel geïnterviewd? Van Holleeder zelf hoefde het niet: “De media hebben míj benaderd, niet omgekeerd.”  We hoorden de hele avond niets van belang. Holleeder had Heineken voor het geld ontvoerd, ‘want geld is lekker makkelijk’ (gelach). Maar dat wisten we al. Geen spoor van berouw, laat staan een mea culpa.

Eén ding was opvallend. Holleeder gaat af en toe naar de katholieke kerk om een kaars te branden. Zijn biograaf Auke Kok, die bij de live-opnamen van ‘College tour’ aanwezig was geweest,  vertelde het één dag voor uitzending bij ‘P&W’. “Het gaat slecht met de kerk”, was daar de lacherige reactie. Precies die flakkerende kaars was gedoofd op de montagetafel van ‘College tour’.  Eén onthullende uitspraak in een uur zendtijd , en díe wordt vermoord.

Toch blikte elk zichzelf respecterend programma vooruit en terug op Het Grote Niets. Het human interest-gehalte steeg daarbij tot vreeswekkende hoogte. “Was ‘ie zenuwachtig?”,  wilde Claudia de Breij (‘De kunst van het maken’) weten van Auke Kok. Een dag eerder bij ‘P&W’ moest de tijd worden volgepraat  totdat Kok (jaja, hij had er er maar druk mee) met de taxi zou arriveren. Mirjam Rotenstreich kreeg het woord. Of de heren wisten dat ze Holleeder wel eens was tegengekomen?  Bij de geitenboerderij nog wel.  “Dat is toch wel de laatste plaats waar je hem verwacht, de geitenboerderij, niet?”, vond de schrijfster. En toen kwam Kok binnen.

Gelukkig was er ook nog een fittie, zoals dat tegenwoordig heet, zodat Het Grote Niets misschien wat minder Groot Niets zou lijken. Misdaadverslaggever John van den Heuvel  (‘RTL boulevard’) was laaiend dat Huys de Heineken-ontvoerder een podium bood. Maar dat bleek kinnesinne. “John wilde zelf Holleeder interviewen”, vertelde Huys in ‘DWDD’. “Hij heeft hem per email zelfs een villa aangeboden.” Beelden kwamen voorbij van de radioshow van Giel Beelen, waar Huys en Van den Heuvel aan het ruziën sloegen.  Beelen luisterde verlekkerd toe. Hoe wonderlijk komen belangen in Hilversum soms samen: Beelen is de bedenker van de Holleeder-show.

Huys las Van den Heuvels mailtje in een ingestudeerd één-tweetje met Holleeder nog even demonstratief voor in ‘College tour’.  En zo hield de omroepstad zich weer een week lang bezig met eigen roem, eigen eer en eigen fitties.  ‘College tour’ draaide natuurlijk niet om Holleeder, en al helemaal niet om de kijker, maar om Huys, Huys en nog eens Huys. En om de STER. Ik moet me sterk vergissen of de reclameblokken rond de uitzending waren zwanger van de boodschappen.

------------------

 
Trouw, 26 september 2012

Het viel eigenlijk wel mee, daar in Haren

“Het is nog niet te laat. Project X Haren gaat nog de hele nacht door. Zorg dat je erbij bent! Dit mag je niet missen. Kom nu naar Haren! De hele nacht extra treinen vanaf alle grote stations, en pendelbussen naar het feestterrein. En natuurlijk een explosieve afterparty in het gemeentehuis!”

Deze tekst slingerde Vara´s ‘Lucky TV´ vrijdagavond de lucht in aan het einde van ‘DWDD’. Op dat moment stond de veldslag in het Groningse villadorp juist op uitbarsten. Een nogal wrange grap dus. Het fragment is dan ook nergens (meer) te bekennen op de website van ‘Lucky TV’. De Vara is driftig aan het verdonkeremanen. Matthijs van Nieuwkerk maandagavond quasi-onnozel: “Waar ging het eigenlijk mis?”  Allerlei ‘schuldige media’ passeerden de revue, behalve zijn eigen ‘Lucky TV’.  Wat hetzelfde is als de evolutietheorie bespreken en de oerknal vergeten. “Ach, als programmamaker denk je: Verrek, wat geestig! Wat gebeurt er allemaal?”

Tot zover de slager keurt zijn eigen vlees. Dat half Hilversum ‘Merthe’s Facebook-party’ vooraf lacherig promootte, is helder, maar het lijkt alsof de ernst van het inferno nog steeds niet is doorgedrongen. Allerlei tv-deskundigen mochten de miljoenenschade bagatelliseren. “Er is eigenlijk niets nieuws aan de hand”, vond crisisadviseur Marco Zannoni in het ‘Journaal’. “Gewoon een grote groep dronken jongeren.” In ‘Nieuwsuur’ sprak hoogleraar Bart Jacobs: “Sociale media spelen een rolletje, meer niet.” Job Cohen, die de rel gaat onderzoeken, kwam ook nog even voor de microfoon.  Het werd een gesprek met een hoog dr. Clavan-gehalte. Verslaggever: “Dit is het eerste onderzoek naar een Facebook-rel. Hoe bijzonder is dat?”Cohen: “Wat u zegt, de eerste keer.”

Bij ‘P & W’, net terug van vakantie, mocht een slachtoffer zijn verhaal doen. De media hadden zich recht tegenover zijn huis geposteerd. Geëmotioneerd en verward vertelde deze Rik-Jan Wesselink: “Ik kon nog net op tijd mijn kinderen naar binnen halen en het hek dicht doen. Twintig jongeren omringden het pand.  Ik was ontzettend bang.” De keukenverkoper zei het met tranen in de ogen. Eén geluk bij een ongeluk: toen hij de reljongeren vroeg te stoppen met het vernielen van zijn vlaggenmasten hielden ze zomaar op.

Een andere bewoner, Henrik Blanksma, gaf een ooggetuigeverslag van de plunderingen in Albert Heijn. “Het was ontzettend dreigend. Met een paal werd de winkelruit geramd. Daarna steeg een groot gejoel op. Meer dan tweeduizend jongeren waren in de straat. In mijn tuin klom een groepje in de bomen.”  Vara-ster Jeroen Pauw leek het niet erg te begrijpen. Na een aantal sturende vragen sloot hij geruststellend af met : “Je vraagt ze uit de boom te komen of te stoppen met het rukken aan de vlaggenmast en ze doen het. Het lijken me heel toegankelijke jongeren.”

En zo was je na een avond lang kijken geen cent wijzer. Het enige wat je wist: er is niets nieuws onder de zon, maar Cohen gaat het toch maar even onderzoeken. De enige die dé vraag stelde waar het allemaal om draaide, was niet een deskundige of een journalist. Het was de jonge jurist en internetondernemer Danny Mekic in ‘DWDD’:  “Waar waren de ouders?” Inderdaad, waar waren in hemelsnaam de ouders van deze kinderen?

------------------

Trouw, 24 september 2012

Van een zwarte  geestelijke geloof je alles, nou ja, bijna

Een groter contrast is nauwelijks denkbaar. Terwijl in Deventer de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, Desmond Tutu, met studenten spreekt over een betere wereld, breken in Haren losgeslagen jongeren het halve dorp af.  “Het is tuig“, zegt de burgemeester op ‘RTL Nieuws’. “Dit vraagt om lik op stuk”, vindt de minister. “Het is de mobiliserende werking van social media”, denkt de politie. “Ze hadden die jongeren brood en spelen moeten geven”, weet de hoogleraar. Was er nog een dominee in beeld gekomen, dan hadden alle traditionele rolmodellen hun mondje geroerd.

Maar helaas, al die rolmodellen zijn door incompetentie en schandalen, al dan niet opgeklopt door de media, van hun voetstuk gevallen: burgemeesters, politici, agenten, leraren en geestelijken.  Ouders lijken afwezig. Jongeren leven in een voorbeeldloze cultuur  - uitgezonderd een tijdelijke pop- of sportster -,waarin  ze alles zelf moeten uitzoeken. Als ik met die gedachte in het achterhoofd de ‘NTR-College Tour’ met Tutu nog eens terugkijk, valt me ineens heel iets anders op dan de eerste keer.

Aanvankelijk zie ik studenten die braaf hun vragen stellen. Over Tibet, over racisme, over Zuid-Afrika. En ik zie een oude, zwarte man die eenvoudig antwoord geeft. “Tibet zal zegevieren” en “Zuid-Afrika is een gekwetst volk.” Maar de tweede maal ben ik getuige van iets groters:  jongeren die hunkeren naar een lichtend voorbeeld, en dat vinden in deze Anglicaanse aartsbisschop. Hij maakt een dansje, een grap, flirt met de meisjes in de zaal, en zegt: “Blijf jullie dromen dromen, blijf geloven in een betere wereld waarin niemand wordt buitengesloten en trek je niets aan van het cynisme van ouderen.”

Je kan een speld horen vallen daar in het Deventer stadhuis. Tutu’s woorden worden opgeslurpt. “Ik ben dol op jongeren”, zegt hij, en je ziet de studenten glunderen. Zoiets horen ze natuurlijk nooit.  “Eet niet alleen”, is zijn advies. “Daar word je maar dik van.” Gelach. Maar hij bedoelt iets anders.  “Jullie eten ieder van je eigen bord, wij Afrikanen eten uit één pot. Europeanen ontwikkelen zich als individu, Afrikanen als gemeenschap.” Het is bedekte kritiek, maar de zaal is ademloos. Hier zit hun held. Tutu is magnifiek en menselijk tegelijk, dat is zijn kracht.
Maar er is meer dat hem mediageniek maakt. Zijn wijsheden zijn verpakt in eenvoudige oneliners, maar hij brengt ze met vuur. Ze komen uit zijn tenen. Dat heeft iets oprechts. Er is nog wat: hij is zwart. Ik weet niet wat het is, maar van een zwarte geestelijke geloof je veel meer dan van een blanke.  Of het nu gaat om ‘I have a dream’ van Martin Luther King of  ‘de wereld moet weten dat zij één familie is’ van Tutu. Het klinkt zoveel inspirerender dan het ‘we hadden meer empathie moeten tonen’  van ‘onze’ kardinaal Eijk in het misbruikschandaal.  Zelfs Joris Luyendijk, van het seculiere NRC Handelsblad, zei na een interview met Tutu in VPRO’s ‘Wintergasten’: “Van u word ik bijna gelovig.”
Zo lijkt het de (seculiere) studenten in Deventer ook te vergaan. De knuffelbisschop uit Kaapstad kijkt ze één voor één aan en zegt: “God heeft met ieder van jullie een plan. Met jou, met jou en met jou.”  Je ziet dat ze het geloven. Stuk voor stuk.

------------------

Trouw, 21 september 2012

In de kerk valt ook wel ‘es iets te vieren

Door alle seksschandalen zou je bijna vergeten dat er ook wel ‘es iets valt te vieren in de Rooms-Katholieke kerk. Het 50-jarig jubileum van het Tweede Vaticaanse Concilie bijvoorbeeld. Hilversum besteedt er (nog) geen aandacht aan, behalve dan het RKK dat deze week een mooi drieluikje over de grootste kerkvergadering ooit afsloot.

Het programma zat weggepropt op een onchristelijk uur in de namiddag en dat was jammer, want het was een toonbeeld van hoe je met weinig middelen toch grote verhalen kunt vertellen. Drie heren in een kerk, dat was de eenvoudige formule. De tv-priesters Antoine Bodar en Roderick Vonhögen gingen met RKK-presentator Wilfred Kemp uitgebreid in gesprek over de erfenis van het concilie: de liturgie-vernieuwingen, de ruimte voor het eigen geweten, de dialoog met de buitenwereld. En dat alles in de oogstrelende Kerk der Friezen in Rome.

Archiefbeelden brachten in herinnering hoe indrukwekkend die conciliepaus Johannes XXIII ook weer was. Groots en barmhartig, wijs en menslievend. “De hele wereld is mijn familie”, zei hij in een toespraak en “ga naar huis naar uw kinderen en geef ze een aai van de paus.” Toen kon een geestelijke dat nog zeggen zonder zich verdacht te maken.
Zijn boodschap voor de wereld mag anno 2012 weinig schokkend overkomen, destijds was het een revolutie. Kemp gaf de context goed aan: “Een kerk die tot dan toe had beweerd dat alleen zij de volle waarheid in pacht had, ging verkondigen dat ook in andere religies  ‘sporen van God’ waren te vinden en dat de kerk iets kon leren van de wereld.” Bodar was vooral verheugd over de erkenning van het jodendom als vader van de christenheid. “Aan hen hebben we Jezus en Maria te danken. Dat stemt katholieken tot bescheidenheid.”

Over de uitwerking van het concilie in Nederland waren de heren het snel eens: het kind is met het badwater weggegooid. Op dit punt in de uitzending miste je iemand als Huub Oosterhuis, die met zijn vrijzinnige visie wat peper in de discussie had kunnen brengen. Nu was het koekoek éénzang:  ‘gefröbel’ met de liturgie heeft tot vlakke missen en lege kerken geleid, en de oecumene tot protestantisering van de katholieke eredienst. Van Bodar waren deze standpunten bekend, maar Kemp en Vonhögen leken er in de loop der jaren toe bekeerd. Kemp had in zijn jeugd in zijn parochie volop geëxperimenteerd met liturgie, maar voelde zich door de ‘doorgeslagen vernieuwingen’ nu meer en meer verbonden met ‘de eeuwenoude traditie’.

Vonhögen was, net als Kemp, opgegroeid met ‘knip- en plakliturgie’ en wist jarenlang niet anders. Totdat er liederen kwamen waarvan  hij  ‘helemaal niets meer begreep’ - die van Oosterhuis - en de eerste heilige communie een aangelegenheid werd in spijkerpak. Bodar had in elk geval nog een matrozenpakje aan gemogen, verklapte hij. “Zijn daar foto’s van?”, wilde Kemp weten.

Het was kortom een gesprek waarvoor katholieken in de wieg lijken gelegd: mild en gemoedelijk en, ondanks zware kost, af en toe lichtvoetig. De kerk in Nederland zit slechts in een ‘dipje’, dacht Vonhögen. Het instituut bestaat al 2000 jaar, dus het zal ook in ons land allemaal wel weer goedkomen, voorspelde hij. En ook dat optimisme is zeer katholiek.

------------------

Trouw, 5 september 2012

Hilversum spint zich een slag in de rondte

“Weerzinwekkend”, noemde Kustaw Bessems het verkiezingscircus. “Hoezo?”, vroeg Andries Knevel in ‘1 voor de verkiezingen’, “dat hoort toch allemaal bij de politiek?” Met dat ene zinnetje verried Knevel haarfijn hoezeer hij zelf onderdeel is geworden van de Haagse kaasstolp. De tv schept een parallel universum, waarin niets meer echt is en alles draait om framing, spinning en strategie.

Veel interessanter dan het ‘debat’ vind ik die grillige wisselwerking tussen opiniepeilers, Haagse spindoctors en Hilversumse journalisten. Ze hebben gedrieën de volgende cocktail gebrouwen: Rutte is een leugenaar, Samson een winnaar die niet wil kiezen voor links, Buma een houterige figurant en Roemer een goeiige, dommige Brabo. ‘EenVandaag’ meldde dat de SP-leider acht jaar over de HAVO had gedaan. Beelden van gestuntel met cijfers moesten zijn domheid bevestigen. Z’n Engels is ook al bagger, wist de rubriek. Die Roemer toch, in één week tijd van toekomstig premier naar loser.

En Jolande Sap?  Ach, die wil GroenLinks meteen na de verkiezingen kwijt, suggereerde ‘Nieuwsuur politiek’.  “Er is onrust, hè, in uw bestuur?”, probeerde Mariëlle Tweebeeke.  “Nee, hoor”, zei Sap, “dat is een nepberichtje van de PvdA op de site Joop.nl.” Waar of niet, Sap heeft nu het etiket van ‘ze willen van d’r af’. En dat kan rampzalig uitpakken, want wie eenmaal een stempel heeft dat spektakel oplevert in peilingen en kijkcijfers, komt  er nooit meer vanaf. Rutte werd maandag door Tijs van den Brink weer aangepakt op zijn veronderstelde gejokkebrok.  “U gaat wel een zeteltje vooruit, terwijl u vorige week bij ons toch heeft gejokt.” Samson heeft ook gejokt - over de Eindhovense ziekenhuizen - maar dat valt buiten het voor hem bedachte frame, dus daar horen we veel minder over.

Een frame is houdbaar totdat het om reden van kijkcijfers, pure verveeldheid of anderszins tijd is voor een volgend frame.  Zo zijn, als we De Telegraaf mogen geloven, Knevel en Van den Brink de belangrijkste bedenkers van de tweestrijd VVD-PvdA. Eerst was het VVD-SP, maar het evangelische duo zou, vlak voor het EO-tv-debat, bij de campagnestaf van Rutte erop hebben aangedrongen Samson als doelwit te kiezen. En zo geschiedde. Zodoende kon de EO na afloop joelend een persbericht naar buiten brengen dat beide heren hard hadden gebotst, en dat Samson zijn VVD-rivaal had beticht van leugens.

Zo’n zelfgefabriceerde kluif laat je natuurlijk niet zomaar uit je mond vallen, dus sabbelde Van den Brink maandag nog even lekker door. Tegen Rutte: “U had zich voorbereid op een tweestrijd met Roemer, maar nu wordt het Samson. Maakt dat voor u verschil?”  Je zou het hypocriet kunnen noemen, maar evengoed de creatie van een zeer geslaagde schijnwerkelijkheid. De EO als kampioen framing van Hilversum. Collega’s namen het EO-spinnetje over. Pieter Jan Hagens in ‘EenVandaag’: “Mijnheer Roemer, u wilt de aanval openen op Rutte, maar het gaat toch om Samson-Rutte?”

Arme Roemer. Wilders (hoe is het trouwens met de islam, Geert?) had hem in het Radio 1-debat een watje genoemd. Albert Verlinde, aan tafel bij ‘Wat kiest Nederland’ (RTL 4) vond dat niet erg, mits dat ‘watje’ maar niet het debat ging bepalen. En toen dacht ik: Welk debat?

------------------

Trouw, 3 augustus 2012

‘Kijken in de ziel’ dwingt arts én kijker tot denken

‘Kijken in de ziel’(NTR) is aan een nieuwe serie begonnen.  Na psychiaters, voetbaltrainers, advocaten en politici, legt Coen Verbraak nu de arts onder het vergrootglas. Zijn methode is telkens dezelfde: als geïnteresseerde buitenstaander probeert hij door te dringen in de psyche van zijn gesprekspartner. Zijn vragen lijken van een soort die iedereen met enige intelligentie zou kunnen stellen.  Als je op een feestje naast een arts zit, zou je, na een bedorven eiersalade, bijvoorbeeld hoopvol kunnen informeren: bent u in uw vrije tijd ook arts, of moet u de dokter in uzelf aanzetten?

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat deze vraag niet van mezelf is, maar van Verbraak. Ik vond de formulering van zo’n grote schoonheid dat ik helemaal vergat naar het antwoord te luisteren.  Moet u de dokter in uzelf aanzetten? Prachtig. Verbraak wil hetzelfde weten als u en ik, en daardoor is ook zijn vijfde reeks weer boeiend.  Wat kan een arts voor me doen, en wat niet? Wat zijn z’n dilemma’s?  Kijkt hij anders naar de mensen in de kassarij dan anderen? En wat als hij zelf ziek wordt?

Verbraak vraagt het allemaal met een eerlijke betrokkenheid. Zonder scoringsdrift, maar wel  oprecht nieuwsgierig. Hij maakt daardoor iets los bij zijn gasten. Ze vertrouwen hem en lijken ervan te genieten weer eens te kunnen filosoferen over die kernvraag die in de dagelijkse routine zo dikwijls ondersneeuwt: waartoe is de arts op aarde? Voordeel is dat Verbraak telkens het neusje van de zalm aan tafel krijgt.  Ook nu weer. Of het nu gaat om de huisarts, de chirurg, de internist, de neuroloog of de oncoloog, ze zijn allen van klasse.  Empathisch, belangstellend en gericht op heel de mens. Kortom, het type dat je lang niet in elke spreekkamer aantreft.

Met zijn, op het eerste gezicht, eenvoudige vragen weet Verbraak grotere thema’s aan te roeren.  Door oncoloog Hanneke van Laarhoven voor te leggen of ze haar eigen moeder als patiënt zou willen, dwingt hij haar hardop na te denken over ethische behandelgrenzen. Haar reactie - aanstaande maandag te zien - is ‘nee’, omdat ze voor haar moeder kastjes zou opentrekken die ze bij een ander dicht zou laten, terwijl haar moeder er niet beter van zou worden. Een antwoord dat verder reikt dan een inkijkje in de persoonlijke praktijkvoering,  en zelfs, zo kan ik me voorstellen, zou kunnen leiden tot een verdere verdieping van de medisch-ethische discussie in de beroepsgroep.
Niet zelden dwingt ‘Kijken in de ziel’ je na te denken over je eigen opvattingen. ‘Wij’ zijn het  als een recht gaan zien om tot op hoge leeftijd niets te mankeren, maar ‘wij’ verstaan wezenlijk iets anders onder gezondheid dan medici. Van Laarhoven (maandag): “Iemand met chronische kanker kan gezond zijn inzoverre hij in staat is een goed leven te leiden.” We leven in een gemedicaliseerde samenleving, waarin zelfs dik-zijn tot ziekte is verklaard, klaagt chirurg Huug Obertop. “We hebben een gezondheidsideaal waar we snel vanaf moeten. Al dat getut.”

Verbraak laat een noodzakelijke kanteling zien in het maatschappelijk denken over zorg, en dat is misschien nog wel zijn grootste verdienste. Want daarover heeft niemand het met z’n arts in de spreekkamer.

------------------

Trouw, 30 juli 2012

Amusant acteerdebuut van koningin Elizabeth

Een optimistische natie herrijzend uit de as. Dat beeld schotelde regisseur Danny Boyle ons voor in zijn spectaculaire openingsshow van de Olympische Spelen. Amper een jaar na de rellen in Londen, en midden in de Euro-crisis leek Boyle ons toe te roepen:  Crisis? What crisis? Niet zolang we Mr. Bean hebben , J.K. Rowling en Paul Mc Cartney.

‘The Isles of Wonder’, geïnspireerd op ‘The tempest’ van Shakespeare,  was een eigentijdse, of beter gezegd tegendraadse  show. Met duidelijke politieke statements. Dansers brachten een ode aan de Britse staatsgezondheidszorg  NHS, en de multiculturele samenleving zat als een veelkleurig lint door de ceremonie heengeweven.  Geen stiff upperlip-repertoire als ‘Pomp and cirumstance’ en ‘Land of hope and glory’, maar ‘Tubular bells’ en ‘Bohemian rhapsody’, wonderlijk   vermengd met religieuze hymnes als ‘Abide with me’.  Toen de Schotse zangeres Emeli Sandé dit lievelingslied van Ghandi zong, kon je in het stadion een speld horen vallen.

Met licht- en geluidseffecten schiep Doyle een overdonderende Britse mix van verleden, heden en toekomst. En dat alles in sneltreinvaart, maar dat mag je verwachten van de regisseur  van ‘Trainspotting’. Van het plattelandsleven tijdens Shakespeare ging het naar de fabriekspijpen van de Industriële Revolutie, de suffragettes en de beide Wereldoorlogen. Een minuut later zaten we in een smeltkroes van culturen, flower power en Sgt. Pepper’s lonely hearts club band.  Prachtig en vrolijk, maar de samenhang? Net toen ik in mijn schrijfblok wilde noteren dat de NOS-commentatoren Jack van Gelder en Léon de Haan ons eindelijk het Grote Onderlinge Verband moesten onthullen - zij zaten ten slotte bij de generale repetitie - waren we al weer aanbeland bij de explosieve cocktail Mud en  Sex Pistols.

Met Boyle koos Londen voor de filmische kwaliteit van een Oscar-winnaar, maar op tv kwam die belofte niet uit.  Er gebeurde in het Olympisch Stadion te veel voor het kleine tv-scherm.  Aan Van Gelder en De Haan te horen hadden zij een goed totaaloverzicht, maar in de huiskamer  bewoog je je hoofd vlug van links naar rechts om dan spijtig te constateren dat er alweer een staalarbeider uit beeld was gevallen. De tribunes mochten zich, volgens de commentatoren, zeer betrokken voelen, thuis had je toch een beetje het gevoel van een suffragette zonder stemrecht.

Neemt niet weg dat Boyle een volks spektakel bedacht.  Hij deed het voor u en mij, en die miljoenen anderen.  Zelfs koningin Elizabeth stelde zich ten dienste van het volksvermaak, toen ze zich uit Buckingham Palace liet ‘ontvoeren’ door James Bond (Daniel Craig).  Van een body double wilde ze, volgens de Britse pers, niets weten. Ze stond erop zelf te acteren. Eenmaal  veilig aangekomen in het stadion moet het  ‘God save the Queen’ haar extra geruststellend in de oren hebben geklonken.  Dat Boyle dit redelijk pompeuze volkslied liet uitvoeren door dove en slechthorende kinderen, tekent zijn gevoel voor relativering.  Zoals dat ook bleek uit de acteerprestaties van het staatshoofd. “Good evening, Mr. Bond”, was haar tekst. Een filmdebuut op 86-jarige leeftijd. Dat is nog wel het grootste mirakel van Danny Boyles ‘The Isles of Wonder’.

------------------

Trouw, 24 juli 2012

Is dit alles, oehoehoehoe?

Het was een samenzijn van collega-popsterren. Twee redelijk charmante,  zuidelijke heren: Jan Leyers van Soulsister en Henny Vrienten van Doe Maar. Presentator Leyers deed het ontspannen en rustig. Bovendien is hij prettig om naar te kijken. Toch krijgt hij voor zijn vuurdoop als ‘Zomergasten’-host een zeventje, en niet meer. Want Leyers had niet de regie. Die lag bij Vrienten, en die was niet van plan haar uit handen te geven.

Misschien lopen we hier tegen een cultuurverschil aan. Vlamingen zijn hoffelijk.  Leyers  kan prachtig converseren, maar doorprikken doet hij niet. Op het seminarie in Brabant was iets gebeurd met Vrienten, maar wat?  Leyers vroeg er niet naar.  Vrientens vader begreep weinig van zijn pop-zoon. Ook daarover niets.  Na een paar zinnen over het Doe Maar-einde in 1984 besloot Vrienten zelf: “We zullen het hierbij laten.” En Leyers knikte.

De pijnlijke stiltes vulde hij als geroutineerd VRT-man  op met  soms wat wankele bruggetjes. Leyers:  “Hoe zit het met jou en conflicten?” Vrienten: “Heb je psychologie gestudeerd?” Waarop Leyers:  “Kijkers, er is ook een tweede scherm.”  Of deze.  Na een stroef gesprek over een fragment  over Neanderthalers: “Hoe was jouw oertijd, Henny?”
Maar al deze tv-trucs  konden niet voorkomen dat de kijker gaandeweg tot een verbijsterende conclusie kwam:  Vrienten zat aan tafel, maar Doe Maar was afwezig. Zelden spraken popsterren zo onthecht over hun vak.  “Het is een frase, er zijn geen argumenten voor”, abstraheerde  Vrienten in het wilde weg.  En ook: “Een popster is niets.”  Geen woord over de lekkere chicks (ook geen argumenten voor?) of de drugs ( ja, ‘af en toe een jointje’) en geen enkel tv-fragment over Doe Maar. Zelfs wie de stekker eruit trok, kwamen we niet aan de weet. “Ernst Jansz en ik wilden het allebei.”

We zagen wel de intellectueel Vrienten, de kunstminnaar, de (bloem) lezer van poëzie, vooral T. S. Eliot. Diens definitie van poëzie had Vrienten tot de zijne gemaakt: sensatie van het uitgestelde begrip. “Klinkt als coïtus interruptus”, reageerde Leyers. Ach, eigenlijk was heel Eliots leven een coïtus interruptus, vond Vrienten.

Tegenwoordig componeert hij filmmuziek. Dat verleidde  hem tot een uitgebreid college over muziek- en klanktheorie.  Onder een kleinmenselijk drama in een West-Friese huiskamer, kunnen het best twee klarinetten. Een piano mag ook.  Bij de Romeinse tijd past meer een klaroenstoot. Vrienten imiteerde een klaroen, maar ook een zeehondje,  en het plom-plom-plom van een leeuwepoot. “Circus staat voor het vrije leven, heb jij daar iets mee?”, probeerde Leyers.  Hij wilde natuurlijk eindelijk iets horen over die chicks en die drugs, maar Vrienten begon uit te wijden over circusmuziek. “We komen er zeker nog op terug”, trachtte de presentator de moed erin te houden. Maar dat gebeurde niet, zoals er veel losse eindjes zaten in deze eerste  ‘Zomergasten’.

Wel leerden we dat een gitaar sex appeal heeft en een banjo niet. “Een gitaar is djam, een banjo plomp. Ik heb het niet zo op de banjo.” “Het was een wonderlijke ervaring om met je te praten”, sloot Leyers na ruim drie uur af. Maar als kijker dacht ik geheel op z’n Doe Maars: Is dit alles, oehoehoehoe?

------------------

Trouw, 20 juli 2012

Hilhorst gelooft te veel in de maakbare mens

We lijken vrijer dan ooit, maar hoe vrij zijn we wérkelijk? Die filosofische vraag stelde Vara-programmamaker en publicist Pieter Hilhorst rond de Franse presidentsverkiezingen.  Anders gezegd: waarom zijn de idealen van de Franse revolutie - vrijheid, gelijkheid en broederschap - zo moeilijk zichtbaar, terwijl ze wel de grondslag vormen van onze westerse democratie? Ontglipte twee maanden geleden, door de val van het kabinet, Hilhorsts drieluik enigszins aan de aandacht, nu kunnen we, dankzij een herhaling vanaf woensdag, ons opnieuw bezinnen op die belangrijke kwestie.

De in de jaren zestig bevochten vrijheid is uitgemond in een ego-maatschappij, vindt Hilhorst. Hij onderbouwt die stelling met wetenschappelijke bijdragen van onder anderen politiek filosoof Rutger Claassen, cultuurpsycholoog Jos van der Lans en wetenschapstheoretica Trudy Dehue. Het verhaal komt telkens op hetzelfde neer: we hebben ons vrijgemaakt van de bevoogding van kerk, staat en burgerlijke moraal, maar die vrijheid heeft ons niet gelukkiger gemaakt. We zijn individuen geworden, waarbij ieder een project op zichzelf is, geheel verantwoordelijk voor eigen succes, maar ook voor eigen falen. Dehue formuleert het zo: “Als ik struikel, weet ik dat ik niet word geholpen.”  Gecombineerd met het vrije marktdenken is onze keuzevrijheid ontaard in een juk, vindt Hilhorst. Een aannemelijke redenering, maar één vraag blijft open:  waar zijn de idealisten uit de jaren zestig gebleven? Waarom is er niets terechtgekomen van hun utopia zonder bevoogding?  Of zijn ze net zo hard meegegaan in de ego- en graaicultuur, waar we , volgens Hilhorst, nu  in verzeild zijn geraakt?

Een antwoord blijft uit. Hilhorst vindt dat ‘we’ - wie dat ook mogen zijn - gelijkheid en boederschap zijn vergeten bij ons streven naar vrijheid. Hij pakt het slim aan. Door voor- en tegenstanders van  grotere gelijkheid aan het woord te laten, weet hij een soort juiste midden te schetsen van de in zijn ogen ideale maatschappij. Niet té gelijk, want dan haal je de dynamiek uit de samenleving en krijg je Oostbloktoestanden (Frits Bolkestein), maar ook niet té ongelijk, want dan gaat het op alle vlakken achteruit: zowel sociaal, humanitair als educatief. Om dit laatste te beargumenteren haalt Hilhorst de Britse wetenschappers Kate Pickett en Richard Wilkinson aan. In hun onderzoek ‘The spirit level’ concluderen zij dat in inkomens-ongelijke maatschappijen meer  schooluitval, ziekten, verslaving, kindersterfte en moorden voorkomen. 

Hilhorst gaat wel heel erg uit van de maakbaarheid van de mens. Zijn redenering, meer nog oplossingsfilosofie, lijkt: als de economische omstandigheden maar goed zijn - iedereen zoveel mogelijk gelijk - en als we daarnaast ook nog een klimaat scheppen van broederschap (omzien naar elkaar), is de mens goed.  “We hoeven alleen maar goed te doen en anderen zullen volgen. Dat betekent dat we in staat zijn om onze eigen ideale maatschappij te maken”, juicht de Vara-programmamaker. Begrenzende factoren voor dat goede samenleven, zoals opvoeding, talenten en menselijk tekort, laat Hilhorst te veel buiten beschouwing. En dat is nou precies het manco van dit, op zich boeiende, drieluik.

------------------

Trouw, 16 juli 2012

Deze Borgia-paus kun Je alleen maar haten

Ik wil dit keer met u spreken over de zonde. En dan bedoel ik niet de pekelzonden uit dat nieuwe KRO-programma ‘Zonde van de week’,  waarin een panel  onder leiding van Rob Kamphues melige grappen maakt op de zaterdagavond. “Lust is mijn grootste zonde”, zei dit weekeinde cabaretier Ruben van der Meer. “Ik lust bijna alles.”   
Nee, ik bedoel het grotere werk, de categorie waarover ex-priester Peter de Rosa het heeft in  ‘Stadhouders van Christus’ (1988), een schandaalboek over twintig eeuwen pausdom. “Na de dood van paus Innocentius VIII leek het alsof het pontificaat niet dieper kon zinken”, noteert De Rosa, “maar toen kwam Borgia.”

Precies in die periode begint het door de Avro aangekochte kostuumdrama ‘The Borgias.’  We zien Innocentius VIII op zijn sterfbed berouwvol zuchten: “We hebben de troon van Sint Petrus bezoedeld met onze hebzucht en ontucht.” Zijn  gedoodverfde opvolger, de machtswellustige Rodrigo Borgia , vleemt: “De troon zal worden schoongewassen met de tranen die we om uw dood vergieten.”

Met deze korte dialoog zet scenarioschrijver Neil Jordan de toon voor hoe hij Borgiapaus Alexander VI ziet:  als een gore hypocriet.  Iemand die met omkoping en manipulatie de pauselijke tiara bemachtigt, maar tijdens het conclaaf even zo makkelijk voor zich uit prevelt:  “We kunnen strijden wat we willen, maar uiteindelijk is alles in Gods handen.“  Het staat Jordan natuurlijk geheel vrij om deze eigenschap eruit te lichten. Of het historisch klopt, is niet zijn zorg. “Ik pretendeer niet een van A tot Z feitelijk juist verhaal te vertellen”, zegt hij in de Hollywood Reporter. “Dat laat ik over aan boekenschrijvers.”

Toch ontstaat door het overbelichten van Borgia’s schijnheiligheid niet de kerkvorst van vlees en bloed, waarover paus -vertolker Jeremy Irons vorig jaar juli sprak in The Times.  “Als we in Alexander VI  de worsteling kunnen ontdekken  tussen goed en kwaad, dat zou interessant zijn.”  We zouden daarmee, volgens Irons, iets herkennen van onszelf.  Maar dat is helaas niet het geval. Irons speelt  een pure tiran, die stoïcijns en berekenend nepotisme bedrijft, corrupt is en genadeloos. Gevoelloos serveert hij, vlak voor zijn kroning, zijn maîtresse Vannozza af.  Van twijfel of een innerlijk gevecht is zelden iets merkbaar. Of het moet de oprisping vlak na zijn verkiezing zijn, wanneer de Renaissancepaus verzucht: “Het is een eenzaam ambt, met God als enige, en zwijgende getuige.”

Zelfs in bed is deze paus van steen.  Nou is een spetterende vrijpartij niet het eerste waaraan je denkt bij de bisschop van Rome, maar als je ziet hoe lusteloos en onhandig Alexander VI zijn nieuwe minnares Giulia Farnese, gespeeld door onze ‘eigen’ Lotte Verbeek, het hof maakt, begrijp je meteen waarom  de Kerk zich tegenwoordig zo vastbijt in het celibaat. Zouden de makers het niet gepast vinden om de paus te filmen in een heftige seksscène? We zullen het merken, we hebben nog zeven weken te gaan. Maar of we ooit iets van begrip of medeleven zullen krijgen voor deze Vaticaanse ijspegel, valt te betwijfelen.  Terwijl dat toch de voorwaarde is voor drama op z’n best: the man you love to hate. Dat dát effect ontbreekt, is pas echt doodzonde.

------------------

Trouw, 6 juli 2012

Waarom is er nooit een normale homo op tv?

Waarom zien we nooit ‘es een normale homo op tv? Waarom altijd valseriken als Albert Verlinde, relnichten à la Gordon en Joling of de exhibitionisten van de Canal Parade?  Toen ‘Oh oh Cherso’   ‘modern’ wilde doen,  introduceerden ze Gio, een supervrouwelijke nicht in skinny jeans. ‘Gooische vrouwen’ ging aan de haal met Yari, een heupwiegend mode-ongeluk.

Of we zien overgevoelige types die oh zo lief zijn voor hun moeder, zoals in ‘Uit de kast’ (KRO). Ook BNN lijkt nu de emohomo te hebben ontdekt.  In ‘It gets better’ maken we kennis met Jesse. Drie meiden vertellen: “We hebben aan Jesse een goede vriendin. Hij roddelt nog meer dan wij.” Presentator Patrick Lodiers observeert Jesse op straat en zegt: “Iedereen ziet aan je dat je homo bent. Waarom vertel je het niet gewoon?”

De bedoeling van ‘It gets better’ is, zoals de titel al verraadt, positief. BNN probeert jongeren met een probleem te helpen door ze te koppelen aan een BN’er met dezelfde ‘moeilijkheid’. Lodiers doet dat enthousiast en betrokken, ofschoon de confrontatie op zich niet veel voorstelt. Het ‘probleemgeval’ en de BN’er zijn maar een paar minuten samen. Het zijn meer twee verhalen naast elkaar.

Nu dus Jesse. Hij moest huilen toen zijn moeder hem vroeg of hij homo was, en als ze hem in het programma vertelt dat zijn oom het inmiddels ook weet, reageert Jesse overstuur. “Hoe heeft hij dat dan gehoord?” “Ach”, reageert Jesse’s ma laconiek, “je kletst wel eens wat.”  Bij een klimpartij klaagt Jesse dat zijn haar in de war komt, en Thulai, een vriendin, noemt hem een ‘lieve zorgzame jongen. Soms zelfs té.’

Ook bij Jesse’s ‘helper’, Carlo Boszhard, niets dan zoetheid. “Alle homo’s zijn lief”, weet Carlo’s moeder, “kijk maar naar de tv.” Carlo: “Ma, je moet eens vertellen van die jurk.” Carlo’s vader: “Dat vond ik niet zo leuk.” Moeder: “Carlo kwam eens als Mies Bouwman de trap af.” “Homo’s zijn smaakmakers”, concludeert Carlo.

Een avond later zien we in een herhaling van ‘Uit de kast’ Frans, een 18-jarige paardensporter. “Dressuur is toch meer een sport voor meisjes?”, informeert Arie Boomsma. “Klopt”, zegt Frans. “Ze vragen me wel eens: waarom laat je hem niet over hindernissen springen, in plaats van dat chique lopen?” Loes, een vriendin, zegt: “Frans zit altijd zo apart op de fiets. En hij is heel netjes!”’

Dat is het cliché dat Hilversum ons voorschotelt: homo’s zijn óf  tuttig, lief en zacht óf vals, rellerig en plat. Slechts een heel enkele keer lijken ze bijna normaal, zoals Lucas en Edwin in ‘GTST’. Hoe zou dat toch komen, dat stereotiepe beeld?  Carlo’s partner Herald zei daarover iets interessants: “Als homo ontwikkel je een kwaliteit naast je eigen karakter, omdat je bang bent dat je anders niet wordt geaccepteerd. Bij mij is dat humor.”  Homo’s spelen noodgedwongen een rol, die op den duur deel wordt van hun persoonlijkheid. En díe rol vergroot Hilversum voortdurend uit. Terwijl er toch ook genoeg homo’s zijn, voor wie de geaardheid niet meer is dan een toevallige bijkomstigheid. Die eens per maand naar hun moeder gaan, en dan niet per definitie gearmd en kirrend door De Bijenkorf paraderen.  Misschien moeten we onze hoop vestigen op de eerste gayfarmer in ‘Boer zoekt vrouw.’

------------------

  
Trouw, 27 juni 2012

En daarom ziet u niets over armoe in Oekraïne

Twee jaar geleden tijdens het WK voetbal  in Zuid-Afrika reisde de ene na de andere omroep naar  ‘het vergeten continent’ om ons  voor te lichten over de armoede aldaar. Oekraïne, waar nu het EK plaatsvindt, is eveneens arm,  maar er is, op Jan Slagter met zijn stichting ‘Max maakt mogelijk’ na,  geen cameraploeg te bekennen.  Rara, hoe kan dat?  De verklaring is heel simpel: gebrek aan sponsors.

Voor Afrika staan de sponsors in de rij.  Afrika is namelijk, in tegenstelling tot Oekraïne, het hartgebied van de ontwikkelingssamenwerking.  Hulporganisaties hebben er alle belang bij om hun werk aldaar te promoten, zeker nu Den Haag fors wil snoeien op het budget.  Hilversum hoeft  maar te kikken of hulporganisaties regelen de complete reis, inclusief gidsen, tolken,  interview-kandidaten, onderdak en andere faciliteiten ter plekke.

Zo kan het  gebeuren dat we middenin het EK niets horen over kinderarbeid in Oekraïne of de 30 procent van de bevolking die daar onder de armoedegrens leeft,  maar wel alles over  gehandicapte jongeren in Burkina Faso en kindhuwelijken in Ethiopië. ‘Reisadvies negatief’ van de KRO is zo’n voorbeeld van een compleet door hulporganisaties gefaciliteerd programma. Presentator Sander de Kramer reist in Burkina Faso zelfs in een auto met levensgrote opdruk  van het Liliane Fonds. Onderin beeld verschijnen voortdurend oproepen om de sponsor financieel te ondersteunen, of het nu gaat om het Liliane Fonds, Plan Nederland of Oxfam Novib. De hulporganisaties worden er zelf ook niet slechter van.

Over de kwaliteiten van De Kramer overigens geen verkeerd woord. Hij is in het ‘KRO-laboratorium’ langzaam opgekweekt tot een bekwaam presentator. Eerst deed hij kleine dingetjes voor het RKK, daarna maakte hij het mooie ‘Hand van God’ over  voetballers en geloof, en straks wordt hij boegbeeld van het gezichtsbepalende KRO-programma ‘De wandeling’.  De Kramer is naturel, mediageniek en heeft een oprechte belangstelling voor mensen. Die eigenschappen benut hij ook ten volle in ‘Reisadvies negatief’. Foute regimes of corrupte ambtenaren interesseren hem niet zo, zijn aandacht gaat direct naar de arme Afrikaan, waar zijn hart ligt. Als De Kramer van zijn Rwandese gids Gatete afscheid neemt met de woorden ‘geef me een knuffel, ouwe dibbes’, komt dat uit zijn mond gemeend-spontaan over.

Velen zullen dankzij Sander de Kramer geld storten voor Afrika. Prima. Maar toch knaagt er iets.  En dat is niet alleen dat Oekraïne er zo bekaaid afkomt. Het is ook de Derde Wereldjournalistiek die hier op het spel staat.  Gids Gatete maakte zich zondag binnen een paar minuten bekend als medewerker van Oxfam Novib. We zien Rwanda dus alleen maar door de ogen van deze hulporganisatie.  Met   objectiviteit  of journalistieke onafhankelijkheid heeft dat bitter weinig te maken. Veel van De Kramers vragen lijken ook rechtstreeks ingegeven door ontwikkelingsorganisaties.  “Hoe belangrijk is het dat Oxfam Novib u financieel steunt?”, vraagt hij plaatselijke hulpverleners.

Hilversum maakt  bijna geen Derde Wereldprogramma’s meer zonder sponsors. Terwijl dat, journalistiek gezien,  veel beter zou zijn. Aad van den Heuvel , ook  KRO,  heeft  het jarenlang bewezen.

------------------

Trouw, 20 juni 2012

Over wat er allemaal door mij heen gaat

Jack van Gelder is de koning van journalistiek Luilekkerland, waarin de vragen zacht zijn als een roomsoes: Wat ging er door je heen, hoe voel je je nu?  Of je gretig toehapt of niet, het maakt Jack helemaal niets uit. Ik heb besloten me op z’n Van Gelders te laten interviewen en de soes te verslinden.  Daar komt ‘ie. Wat gaat er mis tijdens het EK? “Nou, Jack, allereerst dat we worden beroofd van alle andere actualiteit dan voetbal. Een uitstekende rubriek als ‘EenVandaag’ werd een week lang van de tv verbannen en ‘Knevel & Van den Brink’ komt pas op 13 augustus terug.  Ook  op nieuwszender Radio 1 is het alleen maar sportzomer.”

Wat doet dat met je? “Wel Jack, ik gun ieder zijn voetbalplezier, maar waarom horen we nu al anderhalve week niets meer over wat zich buiten de Oekraïnse stadions afspeelt? Het is daar is een halve dictatuur, man. Hoe is het met oud-premier Timosjenko, die vermoedelijk onterecht in het gevang zit? En hoe vergaat het de homo’s die pas door duizend neonazi’s en kozakken met traangas en zwepen van de straat zijn geveegd?”

Tsja, hoe zou het met hen zijn? “Ik weet het niet Jack. ‘Buitenhof’ en ‘Eva jinek op zondag’ zijn op vakantie, de publieke omroep laat ons volledig in de steek. Het laatste dat ik heb gehoord is dat ‘de situatie rond Timosjenko is verbeterd.’ Dat zei premier Rutte op 10 juni bij Jinek.”

Verbeterd dus? “Ja, Jack, maar ‘RTL nieuws’- gelukkig hebben we in Nederland nog zoiets als commerciële tv - meldde maandag dat ze nu wordt aangeklaagd voor moord. Waarschijnlijk de volgende stap van president Janoekovitsj om zijn politieke rivaal uit te schakelen. En oh ja, het ‘journaal’ had een itempje van één minuut waarin vrouwen een Oekraïns volksliedje zongen voor het ziekenhuis waar Timosjenko verblijft.  En ‘Nieuwsuur’ riep dat verlies van Oranje slecht is voor de detailhandel.”

Hoe verslaan ze het EK in het buitenland? “Niet zo overspannen als hier, Jack. In Belgie is de talkshow ‘Villa Vanthilt’ gewoon elke dag op de buis. ‘Terzake’ loopt  zelfs voor het eerst de hele zomer door. Nogal wiedus, zal je zeggen, België doet niet mee aan het EK. Maar ook de BBC laat zich niet gek maken. Zelfs voetbalminnend Duitsland maakt het niet zo dol als wij.”

Is er nog hoop? “Als ik mijn omroepgids doorblader niet, Jack. Trouwens, ook voor het voetbal zelf is het slecht dat talkshows en actualiteitenrubrieken op zwart gaan. Het EK wordt nu alleen maar ‘geduid’ door voetballers zelf, trainers en fans. ‘We gaan er voor’, ‘we zijn er klaar voor’, veel meer krijgen we niet te horen. Nooit eens een psycholoog, socioloog of vrijetijdsdeskundige die het voetbal kritisch vanaf de zijlijn beschouwt of het in een breder kader plaatst.”

Wat leren we hier uit? “Dat de publieke omroep zijn taak niet verstaat. Het EK is dé kans om de onderdrukking in Oekraïne nationwide aan te klagen, maar in plaats daarvan krijgen we een overdosis Oranjelol.  De vrouwen van het volksliedje - zie boven - zijn bang dat na het EK alle aandacht voor Oekraïne weer verwatert. Maar het is nog veel erger, Jack. Al tijdens het EK is er geen enkele interesse van Hilversum.”

Wat gaat er nu door je heen? “Alles wat hier boven staat, Jack, dat gaat allemaal door me heen.”

------------------

Trouw, 8 juni 2012

Diamanten jubileum schittert door saaiheid

 “Is er ooit een geestdodender en langdradiger programma gemaakt dan dit ?”, twitterde BBC-ster Stephen Fry. Voormalig redacteur van ‘BBC Today’, Kevin Marsh, had het over een ‘betreurenswaardig verslag’  en Conservatief politicus Rob Wilson bekritiseerde het ‘lage en celebrity- driven niveau.’ Zo’n 2500 klachten kwamen bij de BBC binnen over de verslaggeving van The Diamond Jubilee.

Commentator Matt Baker kreeg het ’t zwaarst te verduren. Dat hij Elizabeth aanduidde als ‘Her Royal Highness’ in plaats van ‘Her Majesty’, lijkt voor veel Britten onvergeeflijk. En dat presentatrice Fearne Cotton een kotszakje toonde met de beeltenis van de jubilerende monarch viel evenmin goed. Zoals haar wordt kwalijk genomen dat ze de naam van een oorlogsveteraan verhaspelde: Jim in plaats van John. Maar er was nog veel meer: slecht geluid, abominabel camerawerk en belabberde regie.

Wat vond ik er zelf van? Veel vergeeflijke fouten: Jim of John, ach het kan gebeuren.  En dat de geluidskwaliteit van een openlucht-spektakel altijd minder is dan van een zaalconcert lijkt me evident. Er werd wel veel van camerapositie gewisseld, waardoor de beelden soms wazig  en schokkerig waren.  Maar wat het meest opviel , Fry heeft gelijk : de saaiheid.

Oude artiesten met oude nummers (Elton John met ‘Crocodile rock’, geeuw), een plichtmatig ritje door Londen en een stijve balkonscène. Ja, Kylie Minogue mocht van Buckinham Palace met haar derrière schudden. Dat was de enige dynamiek tijdens de hele Royal Party. De  botenparade op de Theems was zelfs zo statisch dat ik zin had om m’n tv-toestel  woest door elkaar te rammelen. Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan, moet de Queen hebben gedacht toen ze de onafzienbare reeks schuiten met zeebonken langs zag dobberen.

Wat er werkelijk in haar omging, weten we natuurlijk niet, want Elizabeth zwijgt al 86 jaar.  “Ze is heel grappig”, wist aartsbisschop Williams te melden.  Veel meer kwamen we tijdens The Diamond Jubilee niet over haar aan de weet. Een boeiende paradox: een stoïcijnse vrouw die absoluut niet in de moderne emotiecultuur past, wordt vier dagen gefilmd door een medium dat het bij uitstek van emoties moet hebben. Onbekend maakt in Groot-Brittannië niet onbemind, maar bémind.

Dat het allemaal zo duf was, kwam door nog iets anders dan de onverstoorbaarheid van de koningin en haar voorspelbare programma. Sinds de afwezigheid van Diana en Sarah Ferguson zijn de Windsors een oase van rust.  Wat moet je dan nog als royalty-verslaggever?  Inderdaad, kotszakjes bestuderen. Of, als alternatief, de blaasontsteking van prins Philip.

Jeroen Snel (EO) kreeg maar geen genoeg van het prinselijk plasgeheim. “Hoe gaat het toch met Philip?”, vroeg hij bezorgd.  “Nou, hij heeft vanuit bed alles op tv gevolgd”, wist correspondente Lia van Bekhoven  Toch klonk even later : “De blaasontsteking is een domper op het feest.” Ook bij de NOS veel blaasontsteking. Maar oud-Londen-correspondent Tim Overdiek had nog iets anders. “Die foto, hè, van Kate en William tijdens Elizabeths dankwoord, daarmee wil ze zeggen: dit zijn de toekomstige koning en koningin.” Ach, het gaat bij dit soort statische evenementen vooral om de schoonheid van het detail.

------------------

Trouw, 23 mei 2012

In zaak Robert M. vertolkt tv gevoelens van het volk

Zelden koos Hilversum zo duidelijk partij voor het slachtoffer als in de zedenzaak rond Robert M. Journalisten riepen zelfs om hogere straffen dan de rechter had gevonnist, en dat is uniek in de geschiedenis van justitiële tv-verslaggeving.  Sinds de jaren zeventig bewandelt de journalistiek in strafzaken een middenweg: het misdrijf wordt afgekeurd, maar er is ook altijd aandacht voor de achtergrond van de dader. Op z’n minst wordt geprobeerd enig licht te werpen op de omstandigheden die hem tot zijn misdaad brachten. Bij Robert M. sneeuwde dit grotendeels onder
Misschien begrijpelijk gezien de weerzin die zijn misdrijven oproepen, maar dat laat onverlet dat het een breuk is met wat de laatste decennia in rechtbankverslaggeving gebruikelijk was. Een gebruik waarmee de journalistiek afgelopen jaren overigens ‘achterliep’ bij de meningsvorming in grote delen van maatschappij en politiek. Streng straffen en genoegdoening voor het slachtoffer hebben daar hogere prioriteit dan resocialisatie van de dader. De tv is nu ook zo ver. Of dat goed is of niet ga ik niet bediscussiëren. Dat lijkt me niet de taak van een tv-recensent. Ik constateer slechts: Er is een verandering.

Zo vroeg Andries Knevel zich af of het niet ‘flauw’ was van de rechter om twee jaar van de eis af te doen. “Achttien jaar in plaats van twintig. En dat vanwege een beetje ontoerekeningsvatbaarheid?” Hoofdofficier van justitie Theo Hofstee kon er meer begrip voor opbrengen dan de EO-presentator, terwijl het toch echt om zijn eigen eis ging. “Ik kan me voorstellen dat de rechter met die ontoerekeningsvatbaarheid enigszins rekening heeft gehouden.” Je zou kunnen zeggen: Oké, het past wel bij Knevel om zo’n vraag te stellen.

Maar ook Rick Nieman (‘RTL nieuws’) deed het. “Waarom geen twintig jaar?” Zijn vrouw, Sacha de Boer, opende het ‘Journaal’  in iets andere bewoordingen precies hetzelfde: “Waarom niet de maximumstraf?” Sporadisch gaat Hilversum diep in op het verschil tussen eis en vonnis, behalve als er sprake is van een significant verschil, bijvoorbeeld: vijftien jaar geëist, vrijspraak gevonnist. Nu was twee jaar verschil aanleiding voor grote verbijstering in alle nieuws- en actualiteitenrubrieken.

Bas van Werven, presentator van ‘EénVandaag’, leek zelfs verder te willen gaan dan de maximumstraf. “Waarom geen levenslang?”, vroeg hij rechtspsycholoog Peter van Koppen. “Omdat dat niet kan bij dit soort misdrijven”, luidde het antwoord. “Is het wetboek van strafrecht dan nog wel toereikend?”, was de vervolgvraag. Een moeder van een mogelijk misbruikslachtoffer vertelde anoniem dat  ze Robert M. het liefst ‘zou willen stenigen.’  “Hij mag na z’n TBS in elk geval nooit meer vrijkomen.” De advocaat van de dader kwam niet aan het woord.

Dat was wel het geval in ‘Nieuwsuur’. Twan Huys informeerde of deze Tjalling van der Goot rekening wilde houden met de gevoelens van de 67 ouders en hun misbruikte kinderen bij het eventueel aantekenen van hoger beroep. Dat aspect zou hij zeer zorgvuldig afwegen, beloofde de raadsman. De tv heeft in de zaak Robert M. een grote draai gemaakt: Niet meer de spreekwoordelijke advocaat van de duivel, maar vertolker van de gevoelens van het volk.

------------------

Trouw, 21 mei 2012

Het botert nog niet echt tussen Hilversum en Buma

Ik heb een weekje gehaersma bumaad. Aardige man, lijkt me. Heeft een gezicht dat zo in ‘Spitting image’ kan. Een beetje stijfjes, dat wel, maar zeer beschaafd. Thuis was het verboden om welterusten  te zeggen, vertelde de nieuwe CDA-leider bij ‘Knevel & Van den Brink’, want dat was niet netjes. Slaap lekker mocht wel. Een echte aristocraat, zoals je die in de partij van de Buma’s,  de voormalige Christelijk Historische Unie, wel vaker trof. Oude beelden kwamen voorbij van zijn vader, burgemeester van Workum en later Sneek. Een man in een mooi geruit pak, zoals alleen Olivier B. Bommel dat mag dragen, of een Friese patriciër.

 Zijn familie zit sinds eind achttiende eeuw in besturen, meldde Hilversum.  Of om met Van Haersma Buma zelf te spreken: “Kort na Adam en Eva zijn we begonnen.” Hij schijnt gevoel voor humor te hebben, maar dat kwam deze week niet bijster tot zijn recht. Wat we zagen was een voortdurende botsing tussen twee eeuwen bestuurlijke plooibaarheid - nog versterkt door de vanouds inschikkelijke CHU-stijl - en een veel minder buigzaam Hilversum. Het was nogal een geravot, waarbij Buma zich beperkte tot drie steeds dezelfde zinnen:  verantwoordelijkheid nemen, staan voor je keuzes en naar de toekomst toe.

Pieter Jan Hagens, toch niet een van  de slechtste tv-reporters, probeerde in ‘Een vandaag’ wat dieper te boren. “Was de samenwerking met de PVV een vergissing?” Buma: “Ik loop niet weg voor keuzes, maar ik wil met het CDA de toekomst in.”Hagens: “Toch niet zo slim om met de PVV in zee te gaan?”Buma: “De leden willen vooruit.” Hagens: “Er zullen ook CDA’ers teleurgesteld zijn?”Buma: “Ik ben me bewust van mijn verantwoordelijkheid.”

Bij ‘Knevel & Van den Brink’ een herhaling van zetten. Het journalistenduo wilde praten over het verleden, Buma over de toekomst.  “Ik heb een verantwoordelijkheid naar iedereen”, stak Buma van wal. “Dat betekent dat ik de toekomst in wil.” Tijs van den Brink: “En de PVV?” Buma: “Ik sta voor de keuzes die ik heb gemaakt.” Van den Brink: “Heeft u zelf een fout begaan?”Buma: “Zelf niet, maar ik ben altijd bereid verantwoording af te leggen.”

‘Altijd wat’ (NCRV) zal hebben gedacht:  Hoe krijgen we hem verder dan lege spindoctortaal?  Laten we het gezellig maken. We gaan met Sybrand een dagje naar Workum, de pittoreske plaats waar hij werd geboren. De verslaggever wandelde met hem over de Markt, door Buma omschreven als ‘objectief mooi’.  In de kerk waar de hervormde burgemeesterszoon werd gedoopt, voltrok zich het gesprek. Verslaggever: “Bent u na dit kabinet niet te kwetsbaar als lijsttrekker?”Buma: “Waarom? We wilden niet anderhalf miljoen PVV-stemmers aan de kant zetten” Verslaggever: “Was de samenwerking met de PVV geen inschattingsfout?” Buma: “Dat hoort u mij niet zeggen. Ik sta voor mijn keuzes.”  Verslaggever: “U geeft weer geen antwoord. U draait en bent niet eerlijk.” Buma: “Heel erg dat u dat zegt. Ik wil verantwoording afleggen voor keuzes.”

Het werd echt menens toen de verslaggever zei dat Buma kritische CDA’ers had willen royeren, wat overigens niet waar is. Buma’s ogen schoten vuur. Je voelde dat hij hard iets heel ergs wilde roepen, als het ten minste had gemogen van zijn vader: Welterusten!

------------------

Trouw, 16 mei 2012

Je roept ‘kandidaat’ en je zit bij Pauw of Knevel

Je zou als politieke partij wel gek zijn om géén lijsttrekkersverkiezing te houden: zeeën van zendtijd stromen je tegemoet. Uren van gratis reclame voor jezelf en je partij. Dat die debatten nauwelijks inhoud hebben, lijkt Hilversum niet te deren.  ‘Pauw & Witteman’ en ‘Nieuwsuur’ zetten de stoelen wel klaar. Nu weer voor het CDA.  Maar is de kijker iets wijzer geworden over de koers van die partij? Of over de kandidaten, behalve dat ze bleek, bleker en bleekst zijn?
Nu is Mona Keijzer aan de beurt om gehypet te worden. Na een kontje van Aart Jan de Geus zat ze meteen in de eerste uitzending van ‘Knevel & Van den Brink’.  Wethouder in Volendam, moeder van vijf zoons, jong en mediageniek.  Den Haag is haar nog onbekend, maar netelige vragen weet ze al als een volleerd jongleur in de lucht te houden. Knevel:  “Wilt u met de PvdA of de VVD?” Keijzer: “Daar geef ik in dit stadium geen antwoord op.” Knevel: “Moet het CDA meer zijn christelijke identiteit tonen?” Keijzer: “Ja, want dat inspireert.”Knevel: “Dus dat gebeurt nu te weinig?”Keijzer: “Dat kun je ook anders formuleren.”

Al eerder in ‘Nieuwsuur’ had ze laten zien dat zij de baas is over het interview en niemand anders. Twan Huys vroeg of ze wist wie de directeur is van de Europese Centrale Bank. “Die vraag is niet aan de orde”, reageerde Keijzer koeltjes, “want ik heb niet de ambitie om premier te worden.” Huys, verbaasd: “U ambieert het leiderschap van uw partij en niet het premierschap?” Keijzer: “Inderdaad.”

Bij ‘Knevel & Van den Brink’ zat ze aan tafel met Nout Wellink, die oreerde over de Griekse crisis.  Of hij had gelogen over het terugbetalen van Griekse schulden? Nee, hij had niet gelogen, maar het was nu eenmaal anders gelopen. Zoiets.  Als kijker zou je willen weten: Hoe denkt Keijzer eigenlijk over dat euro-drama? Maar haar werd niets gevraagd. Tofik Dibi, de verse kandidaat-lijsttrekker van GroenLinks, bemoeide zich er wel mee. “Alsof de samenleving een begroting is.”  Wellink liet hem nauwelijks uitspreken: “De Grieken geven meer uit dan wat ze binnen krijgen, en dat kán gewoon niet.” Waarop Dibi: “Gaat het in de economie alleen maar dáár over? Moeten we ons niet afvragen wat de economie voor ons betekent?” Je zag Wellink glazig kijken. Hij had liever Sap, zei ‘ie nog.
Die  Dibi heeft natuurlijk gedacht: wat PvdA en CDA kunnen, kan ik ook.  Ik lanceer me als kandidaat-leider en Hilversum komt naar me toe deze zomer. Hetgeen geschiedde. Interessant om te zien hoe slim het partij-apparaat de tv vervolgens gebruikte om die kandidatuur te fileren. Dat gebeurde niet door GroenLinksers van nú , dat zou te riskant zijn, nee, de mastodonten moesten deze klus klaren. De Gaay Fortman, Duyvendak en Meijer verdrongen zich in ‘Nieuwsuur’ om Dibi af te serveren. De Gaay Fortman onderbak er zelfs zijn partijtje cricket voor. En Duyvendak schamperde:  “Dibi heeft het alleen maar over de toon.”

 “Ik kan”, zei Dibi bij de ‘Knevel & Van den Brink’ “GroenLinkse dingen soms heel stout zeggen.”  Meteen werd duidelijk waarom zijn campagne ‘BAM!’ heet.  Zou het nog wat worden met de lieverd?  En zou Hilversum misschien wat minder rode lopers kunnen uitrollen voor de marketingmachines van Den Haag?

------------------

Trouw, 11 mei 2012

Redmond o’Hanlon kan bij Nipkow-jury niet kapot

Van ‘Nederland van boven’ tot ‘Uit de kast’, de Nipkow-jury boog zich deze week over een bonte groslijst van titels.  Die één voor één afvielen voor de Zilveren Nipkowschijf, want, laten we eerlijk zijn, was dat commentaar van Roel Bentz van den Bergh in ‘Van boven’ niet erg clichématig? “t Is zondag, dus we trekken er massaal op uit.” Tsja….
Wel weer een sterk dramajaar, vond de jury. Afgezien van een enkele ontsporing zoals ‘Lijn 32’, waarvan je je na drie afleveringen nog steeds afvroeg wat de richting was - wat op zich raar is voor een bus -, werden we verblijd met een mooie tweede reeks ‘Bloedverwanten’.  Een serie waar veel geld en tijd in is gestopt: de cast, het script en de uitgelezen locaties, alles klopt. Drama op ouderwets hoog Avro-niveau, jubelden we. De concurrentie van ander oogstrelend drama was echter groot. ‘In therapie’ bijvoorbeeld. Een sterke tweede reeks, vooral dankzij Jeroen Krabbé, maar  ook wat ongeloofwaardige verhaallijnen. Dus toch maar niet.

‘Overspel’ en ‘Van  God los’, die naast ‘Bloedverwanten’ tot mijn persoonlijke drama-favorieten hoorden, haalden wel de tweede ronde. De eerste vanwege  de ‘loeispannende verhaallijnen’ en ‘de droomcast’, waardoor een ‘alledaags’ thema als overspel  een bijzondere lading kreeg. ‘Van God los’ werd geroemd om zijn mooie filmische verbeelding van waargebeurde verhalen (‘mini-speelfilms’) en zijn spannende visie op criminaliteit: niet een wereld ver van ons bed, maar eentje akelig dichtbij. Maar de competitie met hoogwaardige documentaires was te hevig om deze series tot de eindronde te laten doordringen.  ‘Van God los’ (BNN) kreeg wel  een eervolle vermelding. En voor het eerst sinds 2005 viel weer een kinderprogramma in de prijzen. ‘Taarten van Abel’ (VPRO), sinds tien jaar op tv,  schenkt zowel kinderen als volwassenen een lach en een traan en verdient daarmee de Ere Zilveren Nipkowschijf.

 Van de genomineerde documentaires schopte ‘Het proces Wilders’ het ver, maar uiteindelijk was de conclusie dat deze journalistieke kwaliteit voor de publieke omroep normaal zou moeten zijn.  ‘De slag om Nederland’ werd beoordeeld als VPRO-populisme. Uiteindelijk bleven ‘Van Dis in Indonesië’ en ‘O’Hanlons helden’(beide VPRO) over. De kracht van Van Dis is dat hij samenvalt met  zijn onderwerp, of het nu Afrika is of Indonesië, meende de jury: Van Dis = zijn documentaire.  Als een ware aristocraat is hij bovendien in staat om met iedereen te praten, van straatkind tot president of generaal. Maar omdat hij al twee keer een Nipkowschijf heeft ontvangen, kan Van Dis het misschien  een jaartje stellen zonder. Wat is een schijfje meer of minder after all?

Een nipte meerderheid, onder wie ik,  gunde  ‘nieuweling’ Redmond o’Hanlon dit jaar de eer. De Britse schrijver die de ster was van ‘Beagle’, de verder wat stuurloze VPRO-expeditie naar het gedachtegoed van Darwin, glorieerde in ‘O’Hanlons helden’ als belezen en onconventioneel  ontdekkingsreiziger. Die aantoonde dat er over de zogenaamd ‘ontdekte’ wereld nog genoeg te leren valt. En als je dat dan ook nog doet door met een koffer vol boeken op je alpinopet door het oerwoud te waden, tsja dan kan je bij de Nipkow-jury niet meer kapot.

------------------

Trouw, 27 april 2012

‘Echt scheiden’, wat een hypocriet programma

Zelden zo’n hypocriet programma gezien als ‘Echt scheiden’ van RTL 4. Onder het mom van advies wordt genadeloos ingehakt op gebrouilleerde paren. Deze week gingen Ciska en Richard, ouders van de drie-jarige Nathalie, door de mangel.  “Niet alleen van hun huwelijk hebben ze een puinhoop gemaakt”, galmt de voice over meteen al aan het begin, “zelfs tijdens het scheidingsproces worden beloften gebroken.”

En of dat nog niet ellendig genoeg is: “Ook hun huis is één grote puinhoop (waarschijnlijk hebben ze bij RTL 4 geen synoniemenlijst, W.P.). De makelaar schrikt van wat hij aantreft.” Presentatrice Natasja Froger struint door de woning en roept tegen Ciska: “Hoe is het zover gekomen, deze bende?!” Hulpverlening heet dat bij RTL 4. Maar de enigen die echt worden geholpen, zijn de zender zelf (reclameverkoop) en de presentatrice (inkomsten).

Hoe erg moet je eraan toe zijn om bij Froger aan te kloppen voor steun? Haar ‘deskundigheid’ heeft de draagwijdte van: “Je moet je huis op orde brengen en verkopen.” Dat kan de eerste de beste buurvrouw of vriendin je ook vertellen. Ciska en Richard moeten sociaal wel zeer geïsoleerd zijn dat ze met RTL 4 in zee gaan. Verblind door emotionele labiliteit zullen ze niet eens in de gaten hebben hoezeer ze worden vernederd.

Daar klinkt de voice over weer: “Het paar is niet eerlijk geweest en Ciska is aan het eind van haar Latijn.” We zien Ciska hevig in tranen.  Een troostende arm van Froger. Dan volgt de reclame. Een ‘aantrekkelijker’ cliffhanger hadden de adverteerders zich natuurlijk niet kunnen wensen. Na de commercials komt scheidingscoach Yolande in beeld, de derde partij die beter wordt van dit programma. “Tot mijn stomme verbazing en ergernis ben ik erachter gekomen dat jullie wel degelijk een caravan hebben. Ik ben daar pissig over.”

Hoe lang zal dit leugentje om bestwil deze verwarde mensen nog worden nagedragen? Twee jaar? Vijf jaar?  En waar zijn RTL 4 en Froger tegen die tijd? Waarschijnlijk alweer bezig met een volgend ‘hulpverleningsproject’.  Hoe moeten Ciska en Richard nog solliciteren nu dankzij RTL 4 heel werkgevend Nederland weet dat ze hebben gejokt over een caravannetje, vermoedelijk met als enige reden om nog ergens tot rust te kunnen komen met hun dochtertje?
En hoe moet Richard ooit nog een nieuwe vrouw ontmoeten, nu Froger en de scheidingscoach hem publiekelijk de mantel  hebben uitgeveegd over zijn vaderschap?  “Je zou samen met Ciska aan Nathalie vertellen over jullie scheiding, maar nu heb je het al in je eentje gedaan.” Dat Richard daarnaast soms wat bot is tegen zijn vrouw, zal zijn kansen op een nieuwe liefde evenmin vergroten.  RTL 4 brengt het verlekkerd in beeld. Een videootje van de bruiloft vier jaar geleden. De ambtenaar van de burgerlijke stand zegt dat Richard zijn bruid geen fotomodel vindt, ‘maar wel heel mooi van binnen.’ Waarop Richard: “Je hebt haar in het dagelijks leven nog niet gezien.” Froger spreekt hem bestraffend toe: “Dat was wel heel erg wat je daar zei.” Natuurlijk is het erg, maar waarom moet het allemaal zo mensonterend op tv? 

Dit programma is wat mij betreft nu al de Draak van 2012. Er moet iets gebeuren.  Mr. Pieter van Vollenhoven, grijp in a.u.b.!

------------------

Trouw, 16 april 2012

Even Apeldoorn bellen, het helpt altijd

Hilversum weet: wie reuring wil, moet even Apeldoorn bellen.  Apeldoorn is het enige instituut  dat we nog vertrouwen.  Alle andere - politiek, wetenschap, rechterlijke macht , geestelijkheid en  medici – hebben te lijden onder schandalen, corruptie en incompetentie.  Slechts naar één  luisteren we nog echt : Mr. Pieter van Vollenhoven. Dat weet hij en daarom durft hij.  “Verslaafde, zwakbegaafde of psychisch gestoorde ouders moeten verplicht aan de anti-conceptie”, zei hij in ‘Zembla’ . “Ik vind dat er zo gedacht mag worden.”  Heel slim van de Vara om de laatste overlevende van de mediacratie een steen in de vijver te laten werpen.

Zijn lidmaatschap van het koninklijk huis geeft hem iets van een hogere orde. Net of de koningin op de achtergrond een woordje meespreekt. Van Vollenhoven staat buiten de normale gezagsstructuur en juist daarom kijken we tegen hem op.  Zijn oud-voorzitterschap van de Onderszoeksraad voor Veiligheid geeft hem een air van onaantastbaarheid. Hij sprak  in 2006 over de Schipholbrand en twee ministers traden af. Hij nam het op voor de klokkenluiders, vorig jaar bij de Vara, en waarschuwde: “Je hoeft niet helderziend te zijn om te weten dat de maatschappij helemaal niet om de waarheid staat te springen, zeker als die haar niet bevalt.”

Zijn laatste onderzoek ging over 27 zwaar mishandelde kinderen, van wie sommigen stierven. In ‘Zembla’ zei hij: “Mensen zullen denken: anti-conceptie gaat te ver. Dat zeg je makkelijk als je de werkelijkheid niet kent. Voor mij was de problematiek ook een eye-opener. Je ziet dat je die ouders moet helpen, want ze hebben zichzelf niet in de hand.”  Een kinderrechter, een forensisch arts en een hulpverlener  vielen hem bij, maar Van Vollenhoven had het voortouw.

Een meisje kwam in beeld, Stefanie, kind van een verstandelijk beperkte moeder. Ze werd uit huis geplaatst omdat haar moeder het niet meer aankon. Toen ze weer terugkwam kreeg Stefanie huisarrest en moest ze als tienjarige voor twee andere kinderen zorgen.  Moeders nieuwe vriend was aan de drank. Een maatschappelijk werkster, zelf dochter van zwak begaafde ouders, vertelde over het intense geestelijk en lichamelijk lijden in dergelijke gezinnen. “Kinderen worden tegen de betonnen muur gesmeten of met messen achtervolgd.” Jaarlijks sterven op deze manier naar schatting vijftig kinderen. “Het gaat om het belang van het kind, niet om dat van de ouder”, vermaande Van Vollenhoven.

De steen die hij wierp, trok wijde kringen. Is het niet gevaarlijk, is het geen eugenetica?, vroeg de ‘Zembla’-verslaggever zich af. In ‘RTL Nieuws’ verklaarde SP-Kamerlid Nine Kooiman zich meteen tegen. “Waar ligt de grens? Wanneer ben je een slechte ouder?”  ‘Nieuwsuur’ wijdde een heel debat aan Van Vollenhovens plons in de vijver. Hoogleraar jeugdbescherming Wim Slot wilde wel eens weten wie zo’n verplichte anti-conceptie gaat controleren.  Gynaecoloog Tom Schneider was voorzichtig voor. “Eerst op de ouders inpraten, dan overhalen met geld en als niets helpt gedwongen anti-conceptie.”

Hij was blij dat Van Vollenhoven een taboe had doorbroken, waarmee politiek, rechtspraak en hulpverlening al jarenlang worstelen. Even Apeldoorn bellen, het helpt altijd.

------------------

Trouw, 13 april 2012

Titanic blijft boeien door de opvarenden

Het is dit weekend precies honderd jaar geleden dat de Titanic zonk, maar op de Nederlandse tv is het tot nu toe rustig.  ‘Andere tijden’ (NTR/VPRO) wijdde in maart een uitzending aan een aardige expositie in het Rotterdams maritiem museum, en dat was het zo’n beetje.  De Vlaamse tv daarentegen is al een paar weken op stoom. Misschien ligt dat aan het aantal Belgische opvarenden: 27. Nederland had slechts drie passagiers aan boord.

De vraag is: Valt er nog wat nieuws te vertellen over een catastrofe die van onder tot boven is onderzocht? ‘Terzake’ deed maandag een dappere poging. We zagen een virtuele simulatie van een schip en een ijsberg. Conclusie: de Titanic had niet kunnen wijken. Wel had het wrak langer drijvende kunnen blijven als er stalen bouten waren gebruikt in plaats van ijzeren, en als slechts  vier in plaats van zes compartimenten waren volgelopen. Opmerkelijk, ‘Andere tijden’ had het over drie en vijf compartimenten.  ‘Terzake’ sloot af met: Eindelijk is het mysterie van de Titanic ontrafeld. Maar ik dacht: Welk mysterie?

Een eeuw na de ramp zijn alleen díe Titanic-programma’s  interessant die inzoomen op persoonlijke geschiedenissen. Wie waren de mensen aan boord, waar droomden ze van en wat wilden ze in Amerika? De Vlaming Dirk Musschoot schreef een prachtig boek over de Belgische opvarenden en ‘Publiek geheim’ borduurde daarop voort.  De één wilde een nieuw bestaan opbouwen, de ander speelde in het orkest en de derde was, na een caféruzie, op de vlucht voor de Belgische gendarmerie. Van deze laatste, Julius Sap, was een unieke bandopname te horen over hoe hij de ramp had doorstaan. Alleen zo gaat de Titanic weer leven voor de kijker.

De serie ‘Titanic’ op de Vlaamse tv doet in dramavorm precies hetzelfde als ‘Publiek geheim’:  het belichten van petite histoire. Schrijver Julian Fellowes, beroemd door ‘Downton Abbey’,  laat in elk van de vier delen de reis opnieuw beginnen, met telkens weer een inscheping van nieuwe karakters en uitdieping van de ‘oude’. Telkens ook weer die aanvaring met de ijsberg. De scheepslading aan karakters werkt wellicht verwarrend, maar de stijl en klasse, die we van Fellowes gewend zijn, maken veel goed. Rijke diners, mooie salons en ruisende jurken. Fellowes, zelf van adel, zet de klasseverschillen scherp aan. Door onze ‘moderne’ ogen bezien  misschien zelfs té scherp. Dat Lady Manton bij het kennismakingsrondje actrice Dorothy Gibson niet kent, willen we graag geloven, maar dat ze bij het zinken van het schip weigert plaats te nemen in de sloep – ‘niet naast die dronken prostituée’ - vergt net iets te veel van ons voorstellingsvermogen.

Fellowes zou Fellowes niet zijn als hij de persoonlijke verhalen niet zou projecteren tegen een historische achtergrond. Het Engels-Ierse conflict - Ierland zou zich tien jaar na scheepsramp afscheiden van het Verenigd Koninkrijk - sluimert in vele gesprekken door, evenals de bijbehorende haat tussen protestanten en katholieken. Misschien slim om de Britse geschiedenis even kort door te nemen, voordat u dit weekend gaat genieten van het drama. Ja, ook onze tv is de Titanic op het spoor. Veronica zendt zaterdag en zondag Fellowes’ serie in één keer uit.

------------------

Trouw, 26 maart 2012

Wat heerlijk toch dat A.L. Snijders een heer is

Van zijn stem was ik al gecharmeerd. Elke week op Radio 4 bij Margriet Vroomans. “Hoe gaat het me u, mijnheer Snijders?” ”Goed, Margriet, dank je.”  Er zit iets warms in die stem, iets gemoedelijks, zachts bijna. Iedere keer datzelfde ritueel rond een nieuw Z.K. V. (Zeer Kort Verhaal) van A.L. Snijders: Margriet en mijnheer. Een onmodieus standsverschil, maar het mag. Misschien moet het zelfs.

Snijders is een schrijver tegen wie je graag mijnheer zegt. Of A.L. Een man van gezag zonder dat hij daar zijn best voor doet. Kunstenaar Joost Conijn portretteert hem in ‘Het uur van de wolf’(NTR), en zegt geen mijnheer. Dat is jammer. Verder een prachtige documentaire. Of eigenlijk meer een reportage. Conijn filmt slechts een paar dagen bij A.L. in de Achterhoek. De heren zijn bevriend, het verhaal komt er makkelijk uit. Een teder portret. “Wat had ik je graag gekend toen je nog maar vijftien was”, verzucht de schrijver.

Een programma van onvervuld verlangen en gemiste kansen. En daardoor troostrijk. Veel in het leven gaat niet door, maar sinds dit ‘Uur van de wolf’ weten we: dat is helemaal niet erg. “Ik heb me zoveel dingen voorgenomen die ik nooit heb gedaan”, spreekt de schrijver berustend. Hij had het dak willen vernieuwen, een palais idéal willen bouwen, zoals Ferdinand Cheval, of gigantische torens, zoals Sam Rodia in Los Angeles. “Duizenden dromen en maar een paar vervuld”, mompelt hij. “Maar waarvan je niet had gedroomd, gebeurde. Je won met je Z.K.V.’s de Constantijn Huygensprijs”, vraagt Conijn. Ja, dat vindt Snijders nog altijd wonderlijk. “Zo zie je dat dingen onplanbaar zijn. Ze komen zoals ze willen.”  De prijs bewaart hij voorgoed in ‘het  vakje verbazing.’

Een man zonder ambities, noemt hij zichzelf. Het liefst scharrelt hij rond zijn huis, om de kip te voeren - dé kip inderdaad, hij heeft er maar één - , te harken of hout te hakken. Allemaal net zo vervullend als het schrijven.  “Ik heb geen zitvlees. Daarom maak ik van de nood een deugd: Zeer Korte Verhalen.”  Of er niet een groot schrijver aan hem verloren is gegaan, wil Conijn weten. “Daar houd ik juist van”, veert A.L. op, “van verloren gegane schrijvers. Zes uur achter een bureau zitten worstelen met stijl, plot en vertelde tijd. Dat haalt het toch niet bij hout stapelen.”

Die totale berusting. Ook te proeven in ‘We zijn er bijna!’ (Max).  Veertig ouderen trekken met de caravan door Corsica en Sardinië.  Duffer kan bijna niet, zou je denken, maar wat een vriendelijke, tevreden mensen. De koning te rijk met een kopje koffie in de zon. Koekje erbij. Alles ligt vast, geen verrassingen. “M’n man doet altijd de buitenboel en ik de binnenboel”, vertelt Ina bij haar caravan. “Lekker veilig, want zo weet je van mekaar dat je nooit iets vergeet.”  We zien de stoet door de bergen trekken. Vrolijk Italiaans muziekje eronder, zoals in een Fellini-film. Het enige wat die reis  gebeurt, is een kapotte trekhaak. Verder niets.  Het is het gesprek van de dag.

“De dag die voorbij is, komt nooit meer terug”, zegt een man. Het raakt in zijn eenvoud aan de broosheid van klein geluk , de tijdelijkheid van alles. En daardoor is het prachtig. Het had zo in een Z.K.V.’tje gekund van  A.L. Snijders.

------------------

Trouw, 16 maart 2012

Hoe de Vara Martijn van Dam vermoordt

Kandidaat zijn voor een PvdA-zetel is al voldoende om eindeloos op tv te komen.  Zonder enige maatvoering zet de Vara de kandidaat-fractievoorzitters in de etalage, waarbij niet de doorslag geeft of ze wat te melden hebben, maar of ze op eigen kracht de studio kunnen bereiken.  Natuurlijk, PvdA en Vara zijn familie, maar wat moet een miljoenenpubliek met deze interne partij-bingo, waarbij alleen 50.000 PvdA-leden de fiches in handen hebben? En dan gaat het niet eens om een lijsttrekker, maar om een fractievoorzitter, zonder  Kamerverkiezingen op komst.  Zou de KRO dat ook doen bij het CDA? Ondenkbaar.

Vermoeiend al die gesprekken, want ze gaan nergens over. Alleen spektakel  en kijkcijfers tellen. Nebahat Albayrak wordt geschoffeerd in ‘P & W’ en Martijn van Dam in ‘DWDD’. Kijk ‘es wat we durven! De Vara laadt de verdenking op zich te stoken in de eigen rode familie: die twee mogen het in elk geval niet worden. Het sarren van Van Dam gaat nog even door in het afsluitende debat bij ‘P & W’.  En het is duidelijk waarom. Als enige is hij, zoals het kabinet Rutte, voor een strenge, Europese begrotingsdiscipline.  “U denkt overal een beetje anders over, hè?”, zuigt Jeroen Pauw. “Bent u de éénmotorige mug van de partij?”

En zo is het nooit goed. Matthijs van Nieuwkerk, naar verluidt gesouffleerd door Felix Rottenberg, verwijt Van Dam gebrek aan eigen gezicht en een paar avonden later is hij juist weer te afwijkend. Dat vindt ook Ronald Plasterk . “Waanzinnig”, noemt hij het voorstel van zijn jonge collega om rokers en wintersporters een hogere zorgpremie te laten betalen. Vergelijk dat eens met de fluwelen handschoentjes die de kandidaten normaal gesproken hanteren.  “Je hebt je excuses gemaakt en daarmee is het klaar”, knuffelt Plasterk ‘concurrent’Diederik Samson. Samson had de Utrechtse burgemeester Wolfsen opgeroepen om te vertrekken, maar wist niet hoe snel hij zijn woorden weer moest intrekken. Ook Albayrak geeft hem een aai: “Fouten toegeven is prima. Draaien niet.”

Een goede vraag aan Samson zou zijn: Bent u wel geschikt als leider, als u blijkbaar zo snel door de knieën gaat? Pauw wil echter weten of we nog vaker zo’n ‘verlies aan zelfbeheersing’ kunnen verwachten (natuurlijk altijd lekker voor de kijkcijfers).  Albayrak grossiert in gemeenplaatsen:  “Ik ben groot geworden in Rotterdam en heb daar als PvdA’er geleerd uitdagingen aan te pakken.” Een vraag zou kunnen zijn:  Hoezo uitdagingen aanpakken?  Nergens heeft de PvdA zoveel verloren als in Rotterdam? Maar Pauw pest liever nog even door over het ‘Turk en vrouw-incident’ uit een eerdere uitzending. En zo wordt het een heel ‘jolige’ avond. “Dit is democratie”, juicht Samson.  “Het kapitaal van onze PvdA”, jubelt Plasterk.  Van Dam zegt niets.

Na afloop kijk ik nog even het filmpje terug van Van Dam bij ‘DWDD’.  Matthijs van Nieuwkerk trekt zijn revolver: wat kost een casino wit? Alsof ook maar één kiezer dat belangrijk vindt.  Tafeldame en Vara-journaliste Fidan Ekiz voltooit de executie met een gemeen, dodelijk rugschot: “Je overschat jezelf. Dit is de partij van Drees. Jij bent niet eens wethouder geweest.  Jou kent niemand.”

Dit is gewoon ingestoken. Regelrechte karaktermoord.

------------------

Trouw, 9 maart 2012

En plots is iedereen dol op Pimmetje

Waar was ik tien jaar geleden? Was het een droom dat Pim Fortuyn door Wim Kok werd betiteld als  een groot gevaar, door Paul Rosenmöller als een rechts-extremist en door Ad Melkert als de Nederlandse Le Pen? Waren het hallucinaties toen VVD-voorzitter Eenhoorn  de LPF’er op één lijn stelde met Mussolini en Thom de Graaf wapperde met  ‘Het dagboek van Anne Frank’? Dag in dag uit werden wij, argeloze kiezertjes,  gewaarschuwd voor het Grote Kale Gevaar.

Onbegrijpelijk dat je tien jaar na Fortuyns Rotterdamse verkiezingszege daar niets meer over hoort.  De Melkerts,  de De Graafen en Rosenmöllers  waren in ‘De dag dat Pim Fortuyn won’ (Avro) nergens te bekennen, terwijl je toch zo graag zou willen weten: meenden jullie nou wat je zei,  of was het alleen maar eigen belang en heb je ons collectief voor de gek gehouden?  Boze journalisten lijken deze week uitgestorven.  Geen Job Frieszo’s meer, zwaaiend met het partijprogramma van de Centrum Democraten. Geen Maartje van Weegens,  die de Fortuynisten ‘helaas’ zagen winnen in de Maasstad. Ja,  Wouke van Scherrenburg kwam voorbij in ‘Edwin zoekt Fortuyn’, een Avro-show waarin Edwin Fortuyn een expeditie onderneemt naar de mens achter zijn oom.  Dat kan nog een lange serie worden, want er zat ontzettend veel mens achter Fortuyn. Zelfs een, zoals de Avro gisteren onthulde,  ‘kandidaat-heteroseksueel’. Zes jaar lang probeerde Fortuyn via psycho-analyse hetero te worden, wat, zoals bekend, niet helemaal is gelukt. “Een leuke man, erg humoristisch”, schetterde Van Scherrenburg. Was dit niet de vrouw die, zoals nooit een journalist tevoren, in 2002 publiekelijk was geschoffeerd: “Ach, mens, ga toch koken?” “Een opsteker voor mijn carrière”, jubelde ze.

Zo kritisch als de omroep was in 2002 was, zo pro-Pim is hij nu . Ach, wat waren die Dijkstal en Melkert toch slechte verliezers, en wat gaf die Pim hen toch goed lik op stuk. In ‘DWDD’  sprak Paul Witteman de natie bestraffend toe over het historische verkiezingsdebat van 6 maart 2002: “Dijkstal en Melkert toonden niet alleen haat en dédain voor Fortuyn, maar, erger nog,  ook voor zijn hele achterban.” Matthijs van Nieuwkerk knikte braaf in plaats van te vragen:  “Hoe kan het nou toch dat ‘we’ er nu blijkbaar zo heel anders over denken dan tien jaar geleden? Of zijn we bang voor kogelbrieven?”

Ook aan Wittemans eigen tafel was het één groot Pim-feest met Harry Mens , Marco Pastors, Kay van de Linde en mede-populist Jan Marijnissen.  Zelfs Wouter Bos  deed sadomasochistisch mee met het prijsschieten op zijn eigen partij.  “We zagen die zesde maart Melkert voor het eerst als mens, en het ging meteen helemaal fout.”  Schatergelach aan tafel. Fortuyn had de vinger op de zere plek gelegd, vond Bos. “Goed dat hij dat technocratische paarse kabinet aanviel. Fortuyn stelde daar de menselijke maat tegenover.”  Politici zijn sinds Pim een stuk emotioneler en authentieker geworden, en dat is goed, concludeerde de PvdA’er. En niemand die dan zegt:  Kijk, dat we, sinds Pim, dag aan dag zijn opgescheept met oeverloos kakelende politici is nog tot daar aan toe, maar kan iemand mij even uitleggen hoe dat nou gaat, zo’n metamorfose van Mussolini naar moeder Teresa?

------------------

Trouw, 22 februari 2012

Van Kooten en De Bie waren altijd om ons heen

Van  alle herinneringen die het drieluik over Kees van Kooten en Wim de Bie opriep, was deze voor mij de mooiste: ze droegen ons door de week. Met een schaterlach konden we de absurditeit van de moderne maatschappij weer even aan. Het is verbazingwekkend hoe tijdloos actueel  de sketches van dit tweetal nog altijd zijn. Gewichtigdoenerij, leeghoofdige ijdeltuiterij en proleterigheid zijn van alle tijden. Jacobse en Van Es zijn qua taalgebruik zelfs werkelijkheid geworden aan Het Binnenhof, constateerde De Bie.  De realiteit heeft de satire ingehaald.


Je vraagt je af: waar is tv-satire van dit niveau gebleven? De tijd schreeuwt er bijna om met Cohen-malaise, Wilders-tweets en NS-bonussen. Goed, we hebben ‘Koefnoen’ (Avro), maar dat heeft, ondanks frequente uitschieters - denk aan de uitstekende satire op het CDA in combinatie met  ‘Ik hou van Holland’ - toch niet de intellectuele diepgang van het VPRO-duo. ‘Koefnoen’ is er ook maar een paar weken per jaar, terwijl Van Kooten en De Bie voortdurend om ons heen leken. Hun gezag was dusdanig, zo vertelde Barbara van Kooten, dat op zondag na het ‘Journaal’ geen Ster-reclame kwam, waardoor  ‘Keek op de week’ meteen kon knallen. “Harmen Siezen had het over IJsselmeur. Daar is iets aan de hand.”

Programmamaker Coen Verbraak bedelde zes jaar lang om de medewerking van het satirische duo. Toen hij die eenmaal kreeg, moet hij hebben geweten: dit project kán niet meer stuk. Met het hele beeldarchief tot zijn beschikking, inclusief dozen vol plotseling opgedoken restmateriaal, kon hij als een kind in een snoepwinkel rondstrooien met lekkers. Dat deed hij kwistig: dr. Clavan, de vieze man, Carla en Frank van Putten op het ijs (“Ik wil helemaal niet zwieren, ja met een lekkere del”) en Diana Charité (“weet je wel, weet je niet?”).

 
Verbraak koos voor een tamelijk chronologische opbouw, die in het begin een beetje anekdotisch overkwam. Eerst het carrière-verloop, daarna de manier van werken en tot slot het uiteengaan. Hoewel alleen al het terugzien van oude sketches dit VPRO-drieluik tot een genoegen maakte,  kwam Verbraak in deel twee pas echt goed op stoom om uiteindelijk te gloriëren in het laatste. Daarin vertelden Van Kooten en De Bie openhartig over hun neergang halverwege de jaren negentig en de definitieve scheiding in 1998. Van Kooten: “We zijn te lang doorgegaan. We hadden alle typetjes wel gehad. Na 1993 werd het krampachtig. Ik durfde niet meer te kijken, omdat het zo slecht was.” De Bie ging in 1998 als solo-performer verder, maar keek daar niet enthousiast op terug. “Ik wilde door om niet in een gat te vallen, maar het is niet gelukt.” Onthullende televisie, waarbij we ook de personen Van Kooten en De Bie wat beter leerden kennen.

Over privé-zaken was de eerste minder spraakzaam dan de tweede, maar uit hun artistieke aanpak kon de kijker toch veel opmaken over hoe ze in elkaar zitten.  Op de fiets naar elkaar toe, krantje  lezen, aan de keukentafel typetjes verzinnen en filmen in eigen huis (en desnoods dat van Jan Mulder). Mannen van grote allure, maar zonder poeha. Eenvoudig, vriendelijk en bescheiden.  Op Van Kooten en De Bie zelf zou heel moeilijk satire zijn te maken.

------------------

Trouw, 8 februari 2012

Homo’s en conservatisme hand in hand in ‘ATWT’

Met ‘As the world turns’ (RTL 4) verdwijnt dinsdag niet alleen de langstlopende soap ter wereld, maar ook een wonderlijke cocktail van traditioneel-christelijke waarden,  homo-emancipatie en Amerikaanse heroïek. En dat alles in het tempo van een regenachtige zondagmiddag.

Laten we kijken naar wat er deze week gebeurde in de serie die in 1956 in de VS en in 1990 in Nederland begon. Chris - arts van beroep, maar nu patiënt - wacht in het ziekenhuis op een donorhart.  Uitgerekend zijn medische rivaal Reid, door velen gezien als ‘arrogante eikel’ , moet dat hart gaan halen. Dat lukt niet, want halverwege een spoorwegovergang wordt hij dodelijk aangereden. Dat verhaal wordt uitentreure herhaald. Je zou denken: op die paar vierkante meters in het ziekenhuis is iedereen toch in een mum van tijd op de hoogte. Maar nee, telkens gaat het weer van: “Zeg, weet je al wat er met Reid is gebeurd?” “Vertel!” “Hij is met zijn auto blijven steken op het spoor.” “’t Is toch niet waar?!”

Op zijn sterfbed besluit Reid zijn eigen hart af te staan aan Chris. Voor zover we nog niet in de gaten hadden dat we hier getuige zijn van een onvervalst staaltje onbaatzuchtige naastenliefde, peperen de andere karakters ons dat met enig verbaal geweld in. “Je hebt je hart van een heel grootmoedig mens”, fluistert Katie haar man Chris in het oor. En Holden, Reids schoonvader (Reid is de platonische partner van Holdens adoptiefzoon Luke) , mompelt: “Je eigen hart afstaan is het nobelste wat je kunt doen.” Waarop zijn vrouw Lily: “Liefde is in staat tot wonderen.”

Maar het blijft niet bij mooie woorden. Reids offer leidt bij de andere karakters tot diepgaande reflectie.  Van Reid wordt een gekruisigde Christus gemaakt, tot wie wij ons allen moeten bekeren. Chirurg John tegen zijn ex-vrouw Lucinda: “Reid zal worden herinnerd om wat hij gaf, niet om wat hij nam. Zo kan jij ook worden als je maar verandert.”  Lucinda houdt het voorlopig bij een lekkere Bloody Mary.  In tegenstelling tot Chris’ moeder Kim. Zij wordt verscheurd door schuld omdat ze altijd zo negatief over Reid dacht. “Wat moet ik hiervan leren?” vraagt ze zich af. Ze geeft het antwoord zelf: “Bidden garandeert niet het soort hulp dat je verwacht. Hulp kan komen van de laatste aan wie je zou denken.”

 ‘ATWT’ is zalvend-vroom en niet geheel suikervrij. Sponsor Procter & Gamble hield decennialang in de gaten dat overspel in de serie niet onbestraft bleef. Abortus was sowieso taboe. Totdat in 1988 plots iets veranderde. Als eerste soap in de VS introduceerde ‘ATWT’ voorzichtig een homo-karakter. In 2006 gingen alle remmen los: Luke kwam uit de kast en vormde eerst een koppel met Noah en later met Reid. Tegen die Noah zei Luke van de week dat Reid en hij ‘het’ nooit deden.  Waarmee hij precies verwoordde wat conservatieve christenen onder  ‘homo-emancipatie’ verstaan : je mag het wel zijn, maar ‘het’ niet doen. Voeg daarbij de heroïek van Reid - naar hem wordt een nieuwe vleugel van het ziekenhuis vernoemd - en we zien dat in dit homopaar de drie ingrediënten van ‘ATWT’ perfect samenkomen.  Of eigenlijk moet ik zeggen: samenkwamen. Want Reid is met z’n auto blijven steken op het spoor. Maar dat wist u vermoedelijk al.

------------------

Trouw, 3 februari 2012

En alweer zit Ross er naast

Buiten is het min zes, en binnen heerst de koorts. Januari is de maand van de E- en A-infectie:  Elfsteden- en Abdicatiefever. Vaccinatie is onmogelijk. ‘EenVandaag’, ‘Nieuwsuur’ en ‘De wereld draait door’ haalden de ijzers al uit het vet en de ijsmeesters van de KRO lasten ‘De hel van ‘63’ in, een speelfilm over de barste Elfstedentocht ooit. De Tocht is ons nationale gezelschapsspel in een maand waarin het nieuws luw en de avond koud en donker is.
Ons tweede spel, ofschoon minder frivool, beleeft traditiegetrouw op de 31ste zijn hoogtepunt: gaat ze wel of gaat ze niet? Niet eerder was de mediadruk op koningin Beatrix om af te treden zo intens als dit jaar met haar verjaardag.  Ons geduld met haar lijkt op. Wrevelig leeg  en verslaafd aan kicks eisen we een koning, en wel onmiddellijk.  
Voorop bij de ‘wisseling van de wacht’ loopt Tomas Ross. Complotdenker, fantast en republikein. Daar kan hij natuurlijk helemaal niets aan doen, alleen een beetje puberaal dat hij zijn persoonlijke weerzin tegen Beatrix zo ostentatief in zijn tv-drama’s verwerkt. In ‘Beatrix, Oranje onder vuur’(VPRO), is de begeerde troonswisseling zelfs de rode draad.

Ross is niet alleen schrijver, hij is ook ziener. Talloze malen heeft hij een nieuw staatshoofd vermoed, en telkens zit hij er weer naast. Dat weerhoudt hem er niet van om iedere keer met veel aplomb zijn boodschap te herhalen: dit jaar gaat het echt gebeuren. En de media blijven er maar in tuinen. Pas zat de zelfbenoemde  abdicatieprofeet bij ‘Brandpunt’ (KRO), en zei daar het volgende: “Ik hoor uit zeer goede kring dat ze dit jaar afstand doet. Ze zal het op haar verjaardag bekendmaken, zoals Juliana in 1980 op Beatrix’ verjaardag háár abdicatie aankondigde.”
Wie die ‘goede kringen’ wel waren, wilde Fons de Poel weten.  Nou, dat waren het Haagse eliteschooltje waar Ross op had gezeten en een verdienstelijk verslaggever van de Volkskrant. “Ik moet maar vertrouwen op wat ik heb gehoord”, verzuchtte Ross theatraal,  “het is me al zo vaak verteld. In 2003, in 2010…” Kijk, daar heb je iets aan. Het is hetzelfde als met een buikpijntje naar de dokter gaan en daar te horen krijgen: u heeft óf een rotte appel gegeten óf u bent morgen hartstikke dood.

Toch hield het onnieuws alle media dagenlang bezig. Toen ‘Pauw & Witteman’ de 31ste om vijf uur nog geen enkele gast van die avond bekend hadden gemaakt, ging al gauw het gerucht: dit keer is het echt menens.  Pas om half acht die avond werd de spanning definitief doorbroken.  ‘RTL Nieuws’ kwam  met de prozaïsche mededeling:  ze blijft. Het staatshoofd is alleen afgetreden in de verbeelding van Tomas Ross. In het laatste deel van zijn ‘Beatrix, Oranje onder vuur’ laat hij haar de kroningsmantel overhandigen aan Willem-Alexander.

Beatrix haalt vermoedelijk haar schouders op over de abdicatie-drift van een republikeins onderdaan. Maar zou ze dat ook kunnen als ze in Ross’ serie prins Claus, met wie ze bijna veertig jaar lief en leed deelde, ziet afgebeeld als kast-homo , en haar moeder als wartaal uitslaande en over de grond kruipende geesteszieke?  Zou iemand in Hilversum zich wel eens afvragen wat dit soort scènes voor haar betekent? Ik denk het niet.

------------------

Trouw, 4 januari 2012

Tomas Ross maakt van Oranjes familie Flodder

Kijk, dat de jonge prinsen een windkussen op de stoel van Lubbers legden, toen hij Beatrix kwam inlichten over Lockheed, wil de kijker best geloven. Nog toepasselijk ook in deze stinkende affaire. En dat Emily zonder kleding maar mèt kater naar aspirines liep te graaien op het moment dat de koningin onaangekondigd bij Willem-Alexander langskwam, gaat er met enige fantasie ook nog wel in.

Maar dat Beatrix zich tijdens het defilé van 1962, zes jaar vóór de seksuele revolutie, van het bordes liet af flirten door een vriendje in het publiek en hem daarna in de paleistuin ging berijden, vergt te veel van het voorstellingsvermogen.  Net als Beatrix’ klauterpartij via brandtrap en dakterras om de woning van haar Leidse lover binnen te dringen. Om nog maar te zwijgen over het optreden van haar vader. Van prins Bernhard slurpen we elke ondeugd op, maar dat hij het plantsoen zou zijn ingegaan om met een geweer zijn vrijende dochter op te sporen, om vervolgens haar lief onder bedreiging van grof geweld weg te jagen, daar tuinen we toch echt niet in.

Een scenarioschrijver is natuurlijk vrij om zijn verbeelding de vrije loop te laten. Probleem is alleen dat zodra het over publieke figuren gaat, de kijker een redelijk beperkt inlevingsvermogen heeft. Veel beperkter dan bij een drama over een fantasie-familie als pakweg de Flodders. Dat inlevingsvermogen wordt door Tomas Ross, schrijver van ‘Beatrix, Oranje onder vuur’ (VPRO), mijlenver overschreden. Het is toch nauwelijks in te denken dat president Clinton op bezoek bij Beatrix en Claus plompverloren en bot propaganda zou maken voor de republiek. Als hij nou op vrouwenjacht was gegaan met Bernhard, hadden we direct ingehaakt, maar een dergelijk affront tegen het koninklijk protocol is volstrekt ongeloofwaardig.

Ross lijkt zich niet erg te hebben verdiept in hoe het er in de wereld van de aristocratie echt aan toegaat. Iedereen weet dat daar over geld nóóit wordt gesproken. Daarom komt de vraag van Beatrix aan haar vader of gravin Margareta misschien een rijke zoon heeft ronduit ordinair over. Bernhard wil met zijn dochter naar die Margareta om in 1962 Oudjaar te vieren. Op dat feestje laat Ross de gasten zodanig zondigen tegen de etiquette dat een echte prins van ontsteltenis  in een kikker zou veranderen. Dat de kroonprinses met dollartekens in haar ogen tegen Claus zou hebben gezegd ‘u bent dus niet Amsberg, maar Von Amsberg’, is een bespottelijke aanname. Evenals de blijdschap van Claus als hij bij Beatrix ook een ‘van’ in de achternaam aantreft.

Bijkomend probleem is dat alles weer in vier delen moest. Daardoor kregen we alleen al in aflevering één vijf decennia voor de kiezen: van 1962, het sterfjaar van koningin Wilhelmina, tot 2009, de aanslag in Apeldoorn. Het maakte een rommelige en fragmentarische indruk. Misschien ligt in deze serie niet zozeer Oranje onder vuur als wel de intelligentie van de kijker.  Jammer dat Ross een uitstekende cast - Willeke van Ammelrooy als voortdurend rokende  koningin, Ellen Vogel  als Juliana en Thom Hoffman als Bernhard -  opscheept met dit woeste, onrealistische  scenario. Ross maakt van de Oranjes een familie Flodder. Hij zingt een troontje te laag.    

        
         

 

Gepubliceerd in Trouw op 22 april 2010

Cabaretiers susten God in slaap, maar het zijn ook cabaretiers die Hem weer wakker kussen. Hoe in vijftig jaar cabaretgeschiedenis twijfel en verzet plaatsmaakten voor verlangen en geloof. ‘De ganse schepping wacht. Met reikhalzend verlangen.’

Cabaretiers laten God leven

Willem Pekelder

Hij bracht het in februari naar voren in zijn Anton de Kom-lezing en hij laat het doorklinken in zijn nieuwe liedjesprogramma Van A naar Z :  er is geen oriëntatie meer, we zijn richtingloos. Freek de Jonge is een cabaretier die zijn verlangen naar zingeving en idealisme nooit heeft verbloemd, maar nieuw lijkt  dat hij ook steeds duidelijker een rol ziet weggelegd voor traditionele religies. Zoals hij zingt in het lied Reikhalzend verlangen:  ‘Moslim, christen, heiden. Toe, trek je uit het moeras. Van ontmoediging en falen. Herrijs uit eigen as. Herijk je idealen.’

,,Waar Freek naar terugverlangt”, zegt cabaretkenner Kick van der Veer,  ,,is dat ons bestaan ergens toe dient. Toen we nog in God geloofden, had het leven volgens hem diepgang. Hij wil die God eigenlijk terug, terwijl hij aan de andere kant weet dat hij er, rationeel gezien, niet meer in kan geloven.”

Of, zoals De Jonge het zelf verwoordt in zijn show De laatste lach: ‘We namen de verantwoordelijkheid om zelf ons lijden vorm te geven. We hadden God niet nodig. Voorlopig heeft dat geresulteerd in de vestiging van een stuk of tien holocaustmuseums in de wereld.’

Brigitte Kaandorp stelt in haar laatste theaterprogramma  zonder omwegen dat we mét God toch beter af waren dan zonder.  Met het verdwijnen van God  uit het menselijk bewustzijn is volgens haar ook de naastenliefde op losse schroeven komen te staan. Ervoor in de plaats zijn voorzorgsmaatregelen gekomen: detectiepoortjes, buurtwachten, surveillancecamera’s. En wie ondanks al die maatregelen toch nog door tegenslag wordt overvallen, mag niet meer berusten in zijn lot, maar krijgt te horen: ‘Eigen schuld, dikke bult.’
Herman Finkers gaat in zijn laatste show Na de pauze nog een stapje verder. Hij opent zijn conference met psalm 131, een regelrechte geloofsbelijdenis.

Mag het positief spreken over God redelijk nieuw zijn, God is sinds de jaren zestig een geregeld weerkerende figuur in cabaretteksten.  Juist vanaf die periode waarin het onwrikbare geloof in God gaat wankelen, durven cabaretiers openlijk over Hem te spreken.  Een rol speelt daarbij ook dat de nieuwe cabaretiers van die tijd niet zelden domineeskinderen blijken te zijn: Seth Gaaikema, Freek de Jonge, Liselore Gerritsen.

Net als hun ouders hebben zij een boodschap, maar het is er vooral eentje met veel vraagtekens.  Zoals Freek de Jonge in Noach en God. ‘Niet alleen in de droom (geloof ik), ook een beetje in U. Hoho, zegt God, hou Mij er buiten. Als men in Mij gaat geloven, daar komt alleen maar narigheid van.’ Of Seth Gaaikema in Twijfelen: ‘Heer, ik kom hier om te twijfelen. Twijfelen of ik U hoor. Maar in de tale Kanaäns komt U soms moeilijk door.’

Kick van der Veer stelde in 1997 ter gelegenheid van de aan God gewijde Boekenweek een bloemlezing samen onder de titel Is God thuis? over cabaretiers en het Opperwezen en daaruit blijkt dat er bijna geen cabaretier is geweest die het niet over God heeft gehad.  
 
Opvallend is dat de meeste cabaretiers uit  Is God thuis? het Opperwezen niet echt dood hebben verklaard. Herman van Veen zou weliswaar graag willen dat God zichzelf ten grave droeg, maar uit zijn gebed Als God bestaat blijkt dat de kleinkunstenaar verstrikt raakt in een onoplosbare paradox. Hij  vraagt namelijk aan God te bewijzen dat Hij niet bestaat (‘U bevrijdt ons daarmee van een geweldige hoop narigheid’). 

Adèle Bloemendaal en Gerard Cox proberen God te doden in Een engel in Brandpunt. De aartsengel Gabriel (Bloemendaal) komt aan Brandpunt-redacteur Frits van der Poel (Cox) verkondigen dat God gestorven is, maar de pointe van hun conference is toch niet zozeer dat overlijden als wel de taaiheid van christelijke instituties:  God of geen God de KVP, de rooms-katholieke kerk en de KRO zullen eeuwig blijven voortbestaan. Om Van der Poel  te citeren:  ‘De KRO is een zaak die God niet aangaat, maar uitsluitend en alleen Hans van Willigenburg.’

De irritatie van de meeste cabaretiers wordt niet zozeer opgewekt door een mogelijk Opperwezen zelf als wel door Zijn grondpersoneel. Zoals Fons Jansen in Aforismen:  ‘Als de paus op zijn volgende reis nu eens een gehoorapparaat meenam in plaats van een microfoon.’  Wim Sonneveld drijft  in Frater Venantius op milde toon de spot met de clerus, Toon Hermans verwondert zich vooral over het Onuitsprekelijke en Herman Finkers pakt het Omroeppastoraat: ‘Ik vroeg na een maand: Zeg, wat krijg ik er eigenlijk voor dat ik hier de hele dag bij de telefoon zit. Toen zeiden ze mij:  Moge door dit werk Gods zegen over u komen. Ik zei: U hebt het echt niet kleiner?’  

Zo  mild als de ironie is van deze katholieke cabaretiers zo brisant de woede van de streng protestants opgevoede Robert Long.  In Jezus redt klaagt hij tweeduizend jaar christendom aan, het geloof dat  `ieder mens het recht ontnam om zo te leven als hij dacht dat goed was.’  Wie deze tekst decennia na dato met nieuwe ogen probeert te lezen en het scherpe contrast waarneemt tussen de venijnige, kerkvijandige strofes en het bij nader inzien kinderlijk-lieve refrein (Jezus redt, Jezus redt. Alle mensen opgelet. Jezus redt, Jezus redt. Enkel door ’t gebed), zou heel goed tot de conclusie kunnen komen dat Long weliswaar een bloedhekel had aan de kerk, maar misschien niet aan God.
Dat klemt temeer als je Longs lied Die van mij beluistert: ‘Maar die van mij is warm en levend. Er is nog nooit een kathedraal voor hem gebouwd.  Want dat belemmert hem te veel. En hij wil ook geen personeel (…). Hij zegt: ik ben er absoluut voor jou alleen. En als je fouten maakt, bedenk dan ook meteen: Als jij de zwakke bent, zal ik de sterke wezen.’

Een ontroerend vers, waarin God, zoals steeds gebruikelijker na de jaren zestig, geheel wordt losgemaakt uit de kerkelijke en christelijke traditie:  Hij is er voor jou alleen. Zoals ook Guus Vleugel zich in God is niet dood een privé-godje schept: ‘Ik dans met God zo goddelijk de tango. En dat alleen stemt mij tevreden met mijn lot.’

Cabaretiers sluiten in hun teksten over God naadloos aan bij de tijdgeest. De hoop die tijdens het Tweede Vaticaanse concilie (1962-1965) onder gelovigen ontstaat, dendert na in Seth Gaaikema’s lied Johannes XXIII : ‘Had me nog een paar jaar gegeven, zei paus Johannes tot de Heer. Had me nog een paar jaar gegeven en U kent Uw Kerk niet meer.’
Na 11 september 2001 krijgen de cabaretiers er een onderwerp bij: Alllah. Theo Maassen, Youp van ’t Hek, Hans Teeuwen en André Manuel,  allen spreken over Hem en, in navolging van de tijdgeest,  meestal niet erg positief. Manuel over zijn dochter die met een zwarte moslim is thuisgekomen: ‘Mijn gristelijke meisje, zo keurig en beleefd. Straks moet ik haar vragen of ze haar klitje nog wel heeft.’   

Nu de kerk naar de marge van de samenleving is verdrongen, en veel mensen in de existentiële leegte van de seculiere maatschappij worden beslopen door  een spiritueel heimwee,  weerspiegelen  cabaretiers ook  dat tijdsgevoel weer feilloos.  Freek de Jonge spreekt in zijn nieuwe liedjesprogramma over de Hof van Eden, die we hebben verwoest: ‘De ganse schepping wacht. Met reikhalzend verlangen.’   Van der Veer:  ‘Freek ziet het lijden van een maatschappij zonder God, de verharding, de ongenuanceerdheid, het niet kunnen omgaan met verlies.  Hij heeft altijd met twijfel, maar nooit zonder respect over God en Jezus gesproken, maar naarmate hij ouder wordt zie je dat zijn verlangen groeit.”

Brigitte Kaandorp, die sinds haar nieuwe liefde (‘een grote blote man’) geregeld naar de protestantse kerk gaat en zelfs voor het altaar trouwde,  gaat nog een stap verder. Zij beschrijft niet alleen haar verlangen naar God, ze gelooft zelfs dat Hij bestaat. ‘Ik gun God het voordeel van de twijfel’, zegt ze in Zó. ‘Gaan we God doorstrepen, dan zijn we helemaal los.’

De ongeneeslijk zieke Herman Finkers zet de laatste stap. Hij plaatst God in Na de pauze terug in de christelijke traditie. ‘De kapelaan kwam in de klas en zei: er is maar één God en Hij bestaat uit drie personen. Ik dacht, Goddank, eindelijk iemand met wie je een fatsoenlijk gesprek kunt voeren.’
De Kerk mag tevreden zijn over haar nieuwe evangelisten.

Het liedjesprogramma Van A naar Z van Freek de Jonge is op woensdag 24 april te zien in Tivoli in Utrecht. Zie verder www.freekdejonge.nl

 

Gepubliceerd in Trouw op 27 januari 2010

Hoe de Bollenstreek de stem van de VN hoorde

Van New York tot Hillegom is een grote afstand, maar niet onoverbrugbaar.  De millenniumdoelen van de Verenigde Naties vielen in een vruchtbare bodem in de Bollenstreek.  ,,Als de hoge heren niets klaarkrijgen, moeten wíj het maar doen.”

Willem Pekelder

Hoe grote woorden kunnen landen in kleine gemeenten. De millenniumdoelen van de Verenigde Naties zijn er een voorbeeld van. In september 2000 deden 189 landen in New York de plechtige belofte dat vijftien jaar later armoede en honger uit de wereld verdwenen zouden moeten zijn. Bisschop Ad van Luyn van Rotterdam besloot het VN-project actief te gaan promoten, met als gevolg dat nu allerlei katholieke gelovigen in het bisdom de millenniumdoelen omarmen.

Drie parochies in de Bollenstreek hebben het afgelopen jaar meer dan twintig millennium-activiteiten op poten gezet.   Het initiatief lag bij Pauline van der Veek (47), secretaresse van de St. Jozef- en St. Martinusparochie in Hillegom.  Ze kwam in actie na de zogenoemde impulsdag van het bisdom Rotterdam, tijdens welke directeur Victor Scheffers van Justitia et Pax een aanklacht formuleerde tegen de rijke landen.  ,,Hij noemde het verzwijgen van armoede een klap in het  gezicht van de mensheid en vertelde dat zeven jaar na het afkondigen van de millenniumdoelen er nog weinig was bereikt.  Ik was door die woorden zeer geraakt en dacht: als de hoge heren niets klaarkrijgen, moeten wíj het maar doen.”

Ze bedacht 21 activiteiten en wist de naburige parochies in Lisse en De Zilk mee te krijgen in haar enthousiasme. Er werd een zeskoppige projectgroep millenniumdoelen opgericht waarvan Van der Veek voorzitter werd en Leo Lieverse, afkomstig van de Lisser parochie St. Agatha, secretaris. Een van de eerste activiteiten van de projectgroep was de vertoning van de film We feed the World van de Oostenrijkse documentairemaker Erwin Wagenhofer. Lieverse (64):  ,,Die film opent je ogen. In Wenen wordt dagelijks zoveel brood weggegooid dat de tweede stad van Oostenrijk, Graz, ervan zou kunnen leven. Hetzelfde gebeurt natuurlijk in Nederland. Twee dagen over de verkoopdatum en weg er mee.”

De film laat zien hoe het gedrag van multinationals, die een steeds groter aandeel krijgen in de voedselproductie, veelal ten koste gaat van de bewoners van de Derde Wereld.  Zo wordt uit Brazilië geïmporteerde soja in het westen gebruikt als veevoer, waardoor veel sloppenwijk-bewoners niets te eten hebben. Het filmbeeld van een Braziliaanse vrouw, die op een houtvuurtje stenen kookt om haar hongerende kind alleen maar het idee te geven dat er een maaltijd aankomt, is de leden van de projectgroep op het netvlies gebrand. Lieverse:  ,,Wij staan als individuen machteloos tegenover internationale ondernemingen die alleen maar uit zijn op winstmaximalisatie, maar wij kunnen wel ons steentje bijdragen aan verlichting van de armoede.”

Dat deden de drie parochies door een scala van initiatieven: van fietstochten tot vastenacties en van kledinginzamelingen tot veilingen.  Tesamen brachten de activiteiten meer dan tienduizend euro op, schat Van der Veek. Ongeveer een kwart daarvan ging naar de Stichting Sundjata die in Dakar (Senegal) doende is met de oprichting van een huishoudschool.  Van der Veek:  ,,Jonge plattelands-meisjes worden van huis weg gestuurd omdat er geen eten is. Ze moeten geld gaan verdienen in de grote stad. In Dakar komen ze veelal terecht in de prostitutie. Om dat te voorkomen wil Sundjata deze meisjes, die vaak niet ouder zijn dan tien of twaalf jaar, opvangen op een huishoudschool. Daar krijgen ze onderdak en voedsel en worden ze klaargestoomd voor een baan in de huishoudelijke sector.  Ook seksuele voorlichting staat op het programma, om verdere verspreiding van aids te voorkomen.  Als de meisjes na een half jaar aan het werk gaan, kunnen ze blijven terugvallen op de bescherming van die school.”

Een ander belangrijk project was een school voor dove en slechthorende kinderen in Zambia, dat op zesduizend euro mocht rekenen.  Van der Veek:  ,,De Stichting Op eigen benen bouwt scholen en internaten voor kinderen die door malaria, polio of hersenvliesontsteking het gehoor zijn kwijtgeraakt. Zo krijgen ze een nieuwe toekomst.”
Het bisdom Rotterdam bekroonde het millenniumproject van de Bollenstreek met een Diaconieprijs van vijfhonderd euro, die uiteraard ook weer naar een goed doel ging: Tibetaanse vluchtelingen. Lieverse:  ,,Bisschop Van Luyn is de aangewezen man om dit soort projecten te stimuleren. Hij loopt met zijn aandacht voor diaconie en jongeren voorop in de bisschoppenconferentie.”    

Het is niet moeilijk om iets te doen voor de millenniumdoelen, is de overtuiging van de twee actieve parochianen. Lieverse: ,,Met veel organisaties, zoals de Voedselbank in Leiden, hadden we al contact. Nu hebben we de Voedselbank kunnen inzetten voor een project in onze eigen Bollenstreek, want ook hier komt armoede voor.” Van der Veek:  ,,Verschillende bestaande projecten hebben we onder de noemer millenniumdoelen gebracht. Zo steunden we altijd al de dovenschool in Zambia omdat een voormalige pater uit Hillegom, Harry Uitendaal, daar ooit is begonnen. Het nieuwe was nu dat de St. Agathaparochie in Lisse zich bij het project aansloot. Een veiling aldaar heeft zo’n vijfduizend euro opgebracht.”

De Bollenstreek-parochies dienden het afgelopen jaar alle acht millenniumdoelen en dat leverde behalve een aardig bedrag ook nog iets anders op.  Lieverse:  ,,Onze parochies werken sinds anderhalf jaar samen in het cluster Bollenstreek Noord. Dat is een opgelegde maar noodzakelijke samenwerking omdat de kerken leger raken. Door het millenniumproject hebben de parochianen - van communicanten en vormelingen tot volwassenen - elkaar beter leren kennen. Voor de parochies is dat een verrijkende ervaring geweest.”

Een ander positief gevolg was dat het CDA Lisse sinds kort pogingen in het werk stelt om van de bloembollenstad een millenniumgemeente te maken. Van der Veek en Lieverse zitten samen met enkele gemeentelijke vertegenwoordigers in een werkgroep die dat doel vóór de raadsverkiezingen van volgend jaar wil verwezenlijken. En zo werd een wereldwijd plan opgepakt door een kleine projectgroep , die met haar enthousiasme weer voor een olievlekwerking wist te zorgen in de Bollenstreek. Van der Veek:  ,,Wat ik het afgelopen jaar vooral heb geleerd is dit: als ieder zijn eigen verantwoordelijkheid neemt, komt er iets op gang. Of dat nu gebeurt door de VN of door een groep mensen in de Bollenstreek.”

------------------
Bisdom Rotterdam steunt millenniumdoelen actief

De Rotterdamse bisschop Ad van Luyn, destijds binnen de bisschoppenconferentie portefeuillehouder kerk en samenleving,  heeft van het begin af aan de millenniumdoelen van de Verenigde Naties actief ondersteund.   Zo verwierf het bisdom de rechten van  de film We feed the world van de Oostenrijkse documentairemaker Erwin Wagenhofer voor vertoning in dertig parochies. De film laat zien hoe de westerse wereld met voedsel omgaat en wat de gevolgen zijn voor de arme landen.

Daarnaast bracht het bisdom de brochure Daden vragen om doelen uit, waarin de acht millenniumdoelen uiteen worden gezet, gevolgd door een werkcahier voor de parochies onder de titel Daden bij het doel. Een impulsdag in april 2008, met als spreker directeur Victor Scheffers van Justitia et Pax,  was voorlopig het laatste grote project dat het bisdom aan de millenniumdoelen wijdde.

In september 2000 formuleerde de VN acht doelen die in 2015 verwezenlijkt zouden moeten zijn: uitbanning van honger en armoede, alle jongens en meisjes naar school, dezelfde rechten voor mannen en vrouwen, afname van sterfte onder kinderen en zwangere vrouwen, stop van verspreiding van hiv en malaria, een duurzamer leefmilieu voor meer mensen en eerlijker handel en schuldenverlichting.

Verschillende parochies in het bisdom hebben inmiddels de handen uit de mouwen gestoken, bijvoorbeeld in Rotterdam-Oost, Capelle, Nieuwerkerk en Noordwijk. Enkele geclusterde parochies in de Bollenstreek Noord (Hillegom, Lisse en De Zilk) hebben ruim twintig activiteiten bedacht om de millenniumdoelen te ondersteunen (zie hiernaast). Ze zijn daarvoor in november door het bisdom beloond met de derde prijs van de Diaconieprijs Brood en Rozen (vijfhonderd euro).

Het bisdom Groningen-Leeuwarden steunt in het kader van de millenniumdoelen een scholingsproject op de Filipijnen in samenwerking met Cordaid.  De vijf andere bisdommen doen wel aan goede doelen, maar niet specifiek onder de papaplu van de millenniumdoelen.  In 2005 en 2007 hebben de bisschoppen in hun vastenbrieven gezamenlijk wel aandacht besteed aan het millenniumproject van de VN.  De Protestantse Kerk in Nederland  steunt eveneens goede doelen, maar niet per se onder de noemer millenniumdoelen.

^ terug naar boven | of sluit dit venster om terug te keren naar de site

 

Gepubliceerd in Trouw op 11 januari 2010

De dood brengt nieuw leven in de kerk

Ze dachten los te zijn van de kerk, maar eenmaal geconfronteerd met ziekte en overlijden van vader of moeder, bleek de breuk minder definitief dan gedacht.  Hoe kinderen terugkeren in de kerk door het  sterfbed van hun (groot) ouders.

Willem Pekelder

“Wie woont hier?”, wilde haar zoon Nathan weten, toen ze de kathedraal van Rotterdam  passeerden. Het antwoord was er uit voordat ze er erg in had: “God.” Op dat moment kon Ankie van Netten (58) uit Rotterdam niet bevroeden dat ze enkele jaren later weer trouw zou aanschuiven in de kerkbanken.
Het was in 1999 biijna dertig jaar geleden dat ze de kathedraal aan de Mathesserlaan voor het laatst had betreden.  Ze was er gedoopt, gevormd en getrouwd, maar na haar huwelijk in 1970 was de klad in de kerkgang gekomen.  “We waren bezig met Amerika en Vietnam, met de ideale maatschappij.  Dat er ook nog zoiets als een kerk bestond, speelde geen rol.”

Totdat haar moeder in het genoemde jaar overleed. “De uitvaartmis was als een thuiskomen. De rituelen die je losmaken van de waan van de dag en leiden tot verstilling. Het voelde alsof ik gisteren nog naar de mis was geweest.  En dan die bloemrijke Arabische taal uit de Bijbel, zo anders en toch zo vertrouwd.  Natuurlijk had ik verdriet, maar ik dacht na afloop ook: God, wat was dit mooi.”

De lerares Nederlands had maar een klein zetje nodig om terug te keren tot de kerk van haar jeugd.  Dat duwtje gaf haar toen 7-jarige zoon. “Een paar weken na de uitvaart vroeg Nathan huilend:  Waarom kreeg iedereen dat brood behalve ik? Omdat je daarvoor gedoopt moet zijn, was mijn antwoord. Waarop hij reageerde:  Dan wil ik vanavond nog gedoopt worden.”  

Dominee Piet de Jong weet het uit zijn jarenlange ervaring als predikant van de Pelgrimvaderskerk in Rotterdam-Delfshaven:  “Begrafenissen zijn een groot succes. Er zitten op zo’n moment vaak veel randkerkelijken en onkerkelijken onder je gehoor, en het komt geregeld voor dat een nabestaande na afloop vraagt:  Dominee, wilt u mij ook begraven? Mijn antwoord is dan: In orde, maar liever niet deze week.”

De wervende kracht van een begrafenisdienst zit hem vooral in de juiste toon, weet De Jong. “Nooit veroordelen, altijd hoop bieden.  Ik heb pas een homoseksuele man begraven, die met kerst wel eens met zijn zus bij ons in de kerk kwam. Hij had altijd goed voor zijn vriend gezorgd, die twaalf jaar eerder na een naar ziekbed was overleden. Hij was een herder voor zijn geliefde, zoals Jezus dat was voor degenen die Hem omringden. Als je in die trant preekt, raak je aan de heiligheid van mensen en heb je kans dat onkerkelijken na afloop zeggen: Die kerk, die is zo gek nog niet. Vaak is de terugkeer een proces van maanden  Men is al met het geloof bezig, en een begrafenis kan het kwartje definitief doen vallen.”

Dominee Piet Schelling uit Monster schat dat de PKN jaarlijks op enkele honderden nieuwe gelovigen mag rekenen.  Hij publiceerde in 1996 onder de titel Tegen de stroom in een onderzoek naar de redenen waarom mensen terug keren naar de kerk of voor de eerste maal toetreden. “Het gaat om existentiële ervaringen die mensen meemaken: de verwondering rond de geboorte van een kind, de pijn rond ziekte en overlijden van een dierbare. De herintreders zien tot hun verrassing dat de kerk anders is dan toe ze haar verlieten: opener, eigentijdser, een andere taal. Dat is voor hen reden om te blijven.  Anders ligt het voor toetreders die eerder puur onkerkelijk waren. Zij zijn godsdienstig niet gesocialiseerd en vinden het vaak moeilijk om op langere termijn hun draai in de kerk te vinden.”

Het komt  tot in de `hoogste kringen’  voor.  Zo sloot dominee Hans van Solkema (46) uit het Gelderse Laren zich na de begrafenis van zijn grootvader aan bij de kerk .  “Mijn ouders en ik  gingen nooit naar de kerk.  Totdat, op mijn achttiende jaar, mijn opa overleed.  Mijn vader en moeder hebben veel gehad aan de persoonlijke aandacht die ze op dat moment vanuit de kerk kregen en besloten bij wijze van dank de zondagsdiensten te gaan bezoeken.  Ik ging mee.  Bovendien meldde ik me aan voor cathechisatie.”

Nico van der Giesen (42) uit Rotterdam had vijfentwintig jaar geen kerk van binnen gezien toen hij in 2004 weer actief gelovig werd. “In het jaar ervoor had mijn vader te horen gekregen dat hij leed aan longkanker. Toen ben ik voor het eerst sinds jaren weer gaan bidden. Ik deed het niet eens omdat ik zelf zo sterk  geloofde. Het was vooral uit liefde voor mijn vader.”

Toen in de zomer van dat jaar bleek dat de kanker was uitgezaaid, wilde Van der Giesen uitzoeken of hij nog in God kon geloven. “Ik nam contact op met een oude onderwijzer die mij als jongen in Brabant enthousiast had gemaakt voor het geloof.  Als kind heb ik een heftige religieuze ervaring gehad.  Na een gebed of Jezus in mijn leven wilde komen, voelde ik een grote euforie over me komen, alsof ik in vuur en vlam stond. Nu besloot ik, met enige aarzeling, hetzelfde gebed opnieuw uit te spreken.  Daarna was het of een loden last van mijn schouders viel. Ik wist dat mijn vader niet meer zou genezen, maar ik merkte dat  ik mijn lot kon dragen. Ik voelde me lichter, vrolijk zelfs.”
Van der Giesen, applicatiemedewerker bij de Stichting Kunstzinnige Vorming, besloot contact op te nemen met het kerkgenootschap van zijn jeugd: de Nederlandse Hervormde kerk. “Ik heb een Alpha-cursus gedaan in de Pelgrimvaderskerk en in april 2004 ben ik voor het eerst weer naar een dienst gegaan. Het was een warm bad. Toen mijn vader in juni van dat jaar in Brabant overleed, stond mijn dominee meteen bij mij op de stoep.  Ik was twee maanden terug in de kerk en ik hoorde er al helemaal bij.”

 De PKN gelooft heilig in de steun die de kerk kan bieden op de kruispunten van het leven. Het landelijk dienstencentrum biedt de plaatselijke kerken zelfs een `missionair model’ aan, waarin de lokale gemeenten handreikingen worden gedaan voor de vormgeving van dit soort vieringen.   Voor dominee Van Solkema zijn begrafenissen  een topprioriteit. “Er is in Laren maar één kerk en het lijkt erop alsof het hele dorp bij uitvaarten aanwezig wil zijn. Zo’n  tjokvolle kerk vraagt iets extra’s van de predikant.  Hij zal zijn woorden zo moeten kiezen dat ook niet-kerkelijken er iets van meenemen.  Zo  geef ik mensen de gelegenheid in stilte hun eigen gedachten te laten gaan. Humanistisch georiënteerde bezoekers ervaren op die manier ruimte voor een eigen beleving.  Dat is belangrijk als je een missionaire kerk wilt zijn.”

In zijn eigen kerk ziet Van Solkema verschillende `herintreders’.  “Heb ik het over begrafenissen dan gaat  dikwijls  om kinderen van overleden ouders, maar het  omgekeerde gebeurt ook.  Tien jaar geleden heb ik een jongen begraven die een einde aan zijn leven had gemaakt.   Sindsdien komen zijn ouders elke zondag trouw naar de kerk.”
De gelovigen zijn bij hun terugkeer vaak wezenlijk anders dan tijdens hun eerste kerkelijke periode, weet Van Solkema. “Gingen ze vroeger misschien uit gewoonte naar de kerk, nu is het een welbewuste keuze. Door de afstand die ze jarenlang hebben betracht, zijn het kritische kerkgangers geworden, die niet meer  geloven dat de kerk de waarheid in pacht heeft.  Ze zetten vraagtekens bij de traditie en hechten vaak aan een moderne bijbelinterpretatie.” 

 
 De rooms-katholieke kerk, waarbij  jaarlijks duizend nieuwe gelovigen zich om uiteenlopende redenen laten inschrijven,  kent,  anders dan de PKN, geen landelijk programma om missie te bedrijven op de kruispunten van het leven.  Dat wordt geheel aan de bisdommen en de parochies overgelaten.  Ankie van Netten merkte bij haar terugkeer hoezeer de sfeer in de parochie was veranderd.  “Mijn beeld van priesters was vanuit mijn jeugd nogal negatief: afstandelijk en wereldvreemd.  Nu ontmoette ik in de kathedraal een jonge pastoor, Joost de Lange, die met beide benen in de werkelijkheid bleek te staan.  Als hij preekte, leek het alsof zijn woorden alleen voor jou waren bestemd. Ik beleefde mijn terugkeer als het hervinden van een kostbare schat, die ik in de loop van mijn leven was kwijtgeraakt.”

Van Netten is inmiddels sinds tien jaar lectrice in de Rotterdamse kathedraal.  “Volgens de Bijbel moet de graankorrel in de akkergrond sterven om rijke vruchten voort te brengen.  Ik heb dat in mijn eigen bestaan als een waarheid ervaren. Het overlijden van mijn moeder heeft nieuw leven gebracht. Niet alleen voor haarzelf, zoals het geloof leert, maar ook voor Nathan en voor mij.”

^ terug naar boven | of sluit dit venster om terug te keren naar de site

 

Trouw, 30 december 2011

Mooiste en ergste van het tv-jaar 2011

De laatste tv-column van dit jaar besteed ik graag aan een terugblik op het beste en het slechtste dat de buis in 2011 bracht.

Beste binnenlandse drama:Overspel’ (Vara). Een ‘alledaags’ thema, maar dankzij loeispannende verhaallijnen en droomcast grijpt het overspel van Willem en Iris je naar de keel. Nipkowschijf-waardig.

Slechste drama: Keuze uit  BNN’s ‘Walhalla’(slecht geacteerd, zouteloze dialogen, geen ontroering), EO’s  ‘Rembrandt en ik’ (fragmentarische observaties, onhistorische decors en ongeloofwaardig taalgebruik), NCRV’s ‘Mixed up’ (politiek-correcte mannelijke hoofdredacteur op duffe damesbladredactie) of KRO’s ‘Seinpost Den Haag’(dialogen met de stroefheid van een proces-verbaal en een overdaad aan ‘Debiteuren Crediteuren’-humor). De prijs gaat naar ‘Seinpost’ omdat script en onderwerpkeuze uit handen zijn gegeven aan de politie Haaglanden. Hoe onprofessioneel.

Beste buitenlandse drama: ‘Downton abbey’(NCRV). Acteerprestaties van Shakespeare-achtige allure, spannende romances, noblesse oblige en de luister van de teloor gegane Engelse aristocratie. Schitterende dragende rol van mater familias Maggie Smith als Violet Crawley.

Beste comedy: ’t Spaanse schaep’ (KRO). Echt geestige en vrolijke muzikale comedy, met prachtige woordgrappen van scriptschrijver Frank Houtappels: “Ik sta zo droog als een speculaaspop”, zegt tante Door (Loes Luca) over haar liefdesleven. Deze comedy smeekt om een vervolg.

Slechtste comedy: ‘Iedereen is gek op Jack’(RTL 4). Alles wat Linda de Mol aanraakt wordt goud, maar dat geldt niet voor deze serie. Melig, lage grapdichtheid en te lang uitgesponnen plots. Oorzaak: ‘Jack’  is niet De Mols eigen creatie, maar bedacht door en voor Amerikanen.

Beste amusement:: ‘Ali B op volle toeren’(Tros). Amusant en ontroerend programma van onze bekendste rapper. Brengt straatcultuur en oer-Hollands repertoire bij elkaar en bevordert daarmee de multiculti-verbroedering. Won geheel terecht een eervolle Nipkow-vermelding.

Slechtste amusement:: ‘Last man watching’(BNN). Dertig uur zendtijd om zes decennia tv-historie te belichten en nog slaagt BNN erin om met chirurgische precisie alle inhoud en betekenis te elimineren. Zouteloze presentatie en schuttingtaal begeleiden een slaapverwekkende recordpoging tv-kijken.

Beste ‘nieuwe’ talent: Daphne Bunskoek. NTR-presentatrice maakte eerder furore bij ‘RTL Boulevard’, maar ook het zwaardere werk is aan haar besteed. In ‘De slavernij’ laat ze zich gelden als uitstekend interviewster. Niet uit op scoren, maar op inhoud.  Zelfde rol in ‘gesprek op 2’.

Slechtste talent: Beau van Erven Dorens presenteert met ‘Het beste idee van Nederland’  (SBS 6) zijn zoveelste tv-flop. Moet misschien eens naar een andere omroep omzien. VPRO of NTR zouden heel goed kunnen.

Raarste project: ‘Nog een jaar te leven’ (NCRV). Drie gezonde mensen doen net of 2011 hun laatste levensjaar is. Wat voor keuzes gaan ze maken? Storm van kritiek barst los. NCRV trekt ijlings haar keutel in.

Ergste programma: ‘New chicks’(RTL 5).  Sprekende Barbiepop Nikki Plessen zet vijf Brabantse meiden in Curacao  aan tot drankmisbruik en promiscuïteit en maakt hen aldus rijp voor ontwennings- en soa-kliniek.

----------------------
Trouw, 19 december 2011

Eén woord ontbrak in Eijks tv-biecht: zonde

Eén woord schitterde door afwezigheid  in de tv-biecht van aartsbisschop Eijk: zonde. Hij had het over schaamte en spijt, maar het etiket dat de kerk maar al te gretig op de buitenwereld plakt, ontbrak. Het mea culpa van de kerkvorst  leek op een uit het hoofd geleerde litanie, zonder echt gevoel voor het drama dat in de levens van de misbruikte jongeren heeft plaatsgegrepen.  “Ik ben diep geraakt, het zijn hartverscheurende verhalen”, zei hij in ‘Nieuwsuur’.  Maar het was formeel  en uit dunne lippen geperst.  Op een bisschoppelijke boeteviering zit volgens Eijk niemand te wachten.

Eén ding is na dit weekend duidelijk: in de Nederlandse rooms-katholieke kerk  verandert pas iets als de druk van buitenaf onhoudbaar wordt. Zonder de schrijnende onthullingen van Joep Dohmen (NRC Handelsblad) en Robert Chesal (Wereldomroep) was er nooit een commissie-Deetman geweest, en zonder die commissie hadden slachtoffers nooit een vorm van genoegdoening gekregen.  “Vanuit de hele wereld kwamen verontrustende berichten”, vertelde Dohmen in ‘Nieuwsuur’, “maar de Nederlandse kerk vroeg zich niet af hoe het hier zat.” In ‘De waan van de dag’ (Vara) memoreerde de NRC-journalist dat hij in 2002 gealarmeerd raakte door misbruikverhalen in Ierland. “Al snel schreven we over misbruikende geestelijken in Nederland, over bisschoppen die wegkeken en priesters overplaatsten.”

Maar er gebeurde niets. Totdat in 2010 de commissie-Deetman aantrad.  Met  deze commissie is de katholieke zuil, of wat daar nog van over is, pas echt en definitief ontsloten. Deetman drong door tot een van de laatste gesloten bolwerken van Nederland en schrok van de stank.  Met ingehouden woede presenteerde hij zijn rapport.  “U lijkt getergd”, vroeg het ‘Journaal’  aan de als stoïcijns bekend staande CDA’er. “Mag het?”, reageerde hij. “Na alle gesprekken die ik heb gevoerd denk ik:  wat is er aan de hand in onze samenleving dat we elkaar zoveel ellende aandoen?”  Later die avond in ‘Nieuwsuur’ vertelde Deetman dat sommige verhalen zo verschrikkelijk waren dat hij ze bijna niet kon geloven. Een paar stoelen verderop zat Michel Vossen, misbruikslachtoffer. Een volwassen man nu, maar zichtbaar nog steeds lijdend onder de verkrachtingen uit zijn jeugd. “Broeder Gregorius tilde zijn kleed omhoog, waarna ik hem moest pijpen. Soms probeerde hij me van  achteren te pakken. Dat deed ontzettend pijn”

De slachtoffers misten in het rapport harde conclusies. “Deetman heeft gedaan wat de kerk heeft nagelaten”, sprak slachtoffer Peter Dijcks, “maar kerkelijke excuses zijn onaanvaardbaar. De kerkleiding moet aftreden.” Eijk piekerde daar niet over.  “Daarvoor moet u bij de paus zijn.” De hele dag had de kerkvorst zijn eigen stoepje al driftig schoongeveegd. Elke vraag over bisschoppelijk ontslag had hij op zijn persconferentie afgewimpeld met een beslist ‘het is zo dat’, waarna volgde dat de Heilige Stoel zou voorzien.  Alsof hij een dogma formuleerde, dat niet mocht worden weersproken.

Zo blijft, ondanks alle druk van buiten, de kerk een instituut dat zich in laatste instantie altijd kan verschuilen.  Achter de paus. Zoals ze in het Vaticaan zeggen:  Roma  lacuta, causa finita.  Rome spreekt, zaak gesloten.

----------------------
Trouw, 12 december 2011

Er zit heel veel liefde in ‘Downton Abbey’


Het zijn niet alleen de briljante acteerprestaties, de spannende romances en de luister van de teloor gegane wereld van de aristocratie die  ‘Downton Abbey’ tot een oogstrelend genoegen maken.  Het is meer dan dat. Middenin de Eerste Wereldoorlog is landhuis Downton Abbey een oase van goedheid, waar Robert en Cora Crawley, graaf en gravin van Grantham, zich liefdevol over hun personeel ontfermen.  En niet alleen over hen.  In het kasteel heeft de adellijke familie een ziekenhuis ingericht voor gewonde soldaten uit de loopgraven. Belangeloos. Marktwerking in de zorg bestond nog niet. Noblesse oblige wel.

Mater familias Violet Crawley (Maggie Smith) mag deftiger zijn dan de koning, als het erop aankomt staat ze voor haar ondergeschikten. Daarbij is ze niet vies van manipulatie. Wanneer personeelslid William dodelijk gewond uit de oorlog komt, en hij op zijn sterfbed collega Daisy wil trouwen om haar een goed pensioen te bezorgen, zet Violet  de dominee, een soort ‘weigerambtenaar’,  onder zware druk. Dat gaat zo: “Mag ik u eraan herinneren dat u wordt betaald uit lord Granthams donaties, dat uw huis staat op lord Granthams land en de bloemen in uw kerk afkomstig zijn uit lord Granthams  tuin?”  Ze trekt haar wenkbrauw op, die zelfs een kudde dravende neushoorns tot staan zou brengen. De dominee gaat om.

Het kostuumdrama, hier zaterdags uitgezonden door de NCRV (600.000 kijkers), roept een heimwee wakker naar een tijd waarin voor mensen werd gezorgd.  Netwerken, jezelf  ‘vermarkten’ of op de kaart zetten was nergens voor nodig, want er werd naar je omgekeken.  Naar de strikt gescheiden upstairs/downstairs-maatschappij op zich, waarin ieders plaats voor eeuwig  vaststond,  zal niemand verlangen, maar wellicht wel naar de rust die erbij hoorde:  de slag van de keukenklok, de geur van appeltaart, en morgen is er weer een dag. In ‘Downton Abbey’ wordt geroddeld en bekokstoofd, maar op beslissende momenten heersen er harmonie, vertrouwen en respect. De rouwbrief met het overlijden van Vera Bates wordt haar ontrouwe echtgenoot John aan de keukentafel overhandigd. Geen privacy, wel saamhorigheid.

Die gemeenschapszin is de pleister op de wonde van het onvervulde verlangen waarvan  ‘Downton Abbey’ uitpuilt. Daisy houdt niet echt van William, John niet meer van Vera, en lady Mary, oudste dochter van de Granthams,  moet vanwege de erfenis trouwen met haar verre neef Patrick , terwijl haar zus Edith echt verliefd op hem is. De derde dochter, Sybil, onderhoudt in het geheim een relatie  met een chauffeur, waarmee de eerste barstjes in de Britse standenmaatschappij zich openbaren. Echt gelukkig lijkt ook zij niet te worden.

De serie is vele verhalen in één groot verhaal. Er gebeurt ontzettend veel, en dat alles in een ‘moderne’, snelle montage. Nu is ineens Patrick weer terug in het landhuis, terwijl iedereen dacht dat hij was verdronken op de Titanic. Maar is deze zwaar verminkte soldaat wel de echte Patrick of een bedrieger? Julian Fellowes schreef, met een budget van één miljoen pond per aflevering, niet alleen een weergaloze familiesaga, maar bovenal een stuk van troost en berusting: er is oorlog en liefdesleed, maar God en de Granthams waken over ons.

----------------------
Trouw, 2 december 2011

Had Mark Rutte maar seksuele escapades

 ‘s Ochtends had ik er al een hard hoofd in: zou het bezoek van onze premier aan Obama wel een succes worden?  Radio-correspondent Michiel Vos (KRO) bromde zwaarmoedig dat de visite voor VS-journalisten niet meer was dan een mededeling. “Na afloop vragen ze Obama niets over het gesprek,  maar wel  over de laatste seksuele escapades van presidentskandidaat Cain.”  Had Rutte maar seksuele escapades, riep ik in empathische wanhoop.

 Erik Mouthaan (‘RTL nieuws’) maakte mijn radeloosheid nog erger: onze m.p. zou maar een half uurtje krijgen.  “Terwijl Balkenende vijf kwartier kreeg , en Obama nog een uitnodiging voor de G20 wist te ontfutselen ook”, voegde hij er veelbetekenend aan toe. Arme Rutte. Wat moest hij? De autoriteiten alarmeren? Ja, maar welke? Het VVD-partijbureau? De koningin? De Rijksvoorlichtingsdienst?  Nee, niet de RVD. Die had al genoeg zijn best gedaan door er bij de hele vaderlandse pers in te pompen dat we toch echt de derde investeerder waren in de VS.  Een jubel die Willem Post (‘EénVandaag’) en Eelco Bosch van Rosenthal (‘Journaal’) trots na-echooden.

Zou het honkbalshirt de boel kunnen rekken? Een mens mag op helse momenten immers nooit de kracht van het kleine gebaar onderschatten. Obama zou als fan van Chicago White Sox zo gehypnotiseerd kunnen worden door Rutte’s cadeautje dat hij in een staat van tijdloze onthechting zou geraken. Maar nee.  “Het shirt is protocollair overhandigd”, was de bittere pil die Tom Kleijn van ‘Nieuwsuur’ ons te slikken gaf: van ambtenaar aan ambtenaar. Ook was Rutte slechts op de thee genood en niet op het ontbijt of diner, wat een flinke tree hoger is op de protocollaire ladder van het Witte Huis. Daar had wel tegenover gestaan dat Obama onze Rutte al snel was gaan tutoyeren: na twee keer premier was het al Mark.  En: het bezoek langer geduurd dan gepland. Geen half uur, maar drie kwartier. Dit was een gelukzalig moment in huize Pekelder. Edoch, Jaap de Hoop Scheffer kwam de pret al snel bederven. “Ze geven je een half uur”, sneerde hij bij de Avro, “maar het Oval Office calculeert een kwartier extra in, zodat de premier na afloop kan zeggen: het was een zeer interessant onderhoud; het heeft zelfs vijftien minuten  langer geduurd.”  Waarmee zelfs de strohalm van een uitgelopen visite ons ruw uit handen werd geslagen.

Volkskrant-hoofdredacteur Philippe Remarque strooide bij ‘P & W’ nog wat zout in de wonde door te verkondigen dat de visite van Balkenende aan Bush in 2003 véél belangrijker was geweest. “Een zware Amerikaanse delegatie, en De Hoop Scheffer werd kort erna secretaris-generaal van de Navo.”  Het zou nu een ontspannen bezoek worden, voorspelde Mouthaan.  Inderdaad stond Rutte de Nederlandse pers zeer relaxed te woord. Hij zag zelfs gebruind. Maar dat kwam waarschijnlijk door de hitte. “Als Hawaiiaan stookt Obama de temperatuur graag op tot 26 graden. Je kunt in de Oval Office orchideeën kweken”, meldde Mouthaan op de RTL-site.

Het is toch wat: je bent eigenlijk maar een half uurtje welkom,  krijgt een bak slappe thee, mag niet eens je eigen T-shirt overhandigen en wordt nog gaar gekookt ook. We weten niet half wat onze premier in de VS allemaal heeft moeten doorstaan.

----------------------
Trouw, 28 november 2011

Eigenlijk past Oprah helemaal niet bij ons

Als er één filmscène is die alles zegt over Oprah Winfrey  is het die uit ‘The color purple’ waarin Celie (Whoopi Goldberg) na  jarenlange mishandeling haar tirannieke echtgenoot Albert (Danny Glover) durft te verlaten.  Oprah vertoonde de scène tijdens haar afscheidsshows afgelopen week op RTL en concludeerde:  “Je bent verantwoordelijk voor je eigen leven.  Ondanks afkomst. Pas als je dat doorhebt, ben je vrij en verandert alles.”

Bevrijding stond centraal in haar talkshows. Of het nu ging om vrouwen, zwarten, homo’s, zieken, misbruikten of verslaafden, altijd was haar boodschap:  Waardeer jezelf en maak iets van je leven.  Maar ook:  Je hoeft het niet alleen te doen, ik ben er voor jou. De stemlozen een stem geven, noemde ze dat. Bij haar afscheid kwam half Hollywood haar bedanken.  “Ze vecht voor waar ze in gelooft, ook al maakt dat haar minder populair”, sprak Madonna.  Stevie Wonder speelde ‘Isn’t she lovely?’ en Maria Shriver,  de ex van oud-gouverneur Schwarzenegger, pakte haar  bij de hand en zei: “Oprah, jij hebt mij liefde en waarheid leren kennen.”

Beelden die wij,  ‘nuchtere’ Hollanders, maar moeilijk kunnen bevatten. Stel je voor dat bij het afscheid van Catherine Keyl plotseling de ex van Dion Graus het podium zou bestormen om met hese stem te onthullen dat haar leven zonder La Keyl waardeloos zou zijn. Waarna Keyl zou verklaren dat ze haar succes alleen aan God had te danken, door wiens genade ze zich elke dag voelde beschenen. Om tot slot door Bonnie st. Claire te worden toegezongen met een ‘Lof zij de Heer.’

In de VS zijn zulke taferelen heel normaal. Talloze malen verwees Oprah naar haar geloof en gospelzangeres Aretha Franklin zong  op fenomenale wijze ‘Amazing grace’. Ook gewone Amerikanen kwamen de talkshowqueen eren.  Honderden zwarte mannen die dankzij Oprah konden studeren, staken lichtjes voor haar aan.  Een van hen vertelde: “Ik moest van school omdat mijn ouders m’n studie niet konden betalen, maar door de beurs van Oprah ben ik toch arts geworden.”  De acteur Tyler Perry citeerde Oprah met de woorden: “Als een zwarte man gaat studeren, profiteert de hele familie er van.” Waarna hij concludeerde: “Oprah, jij hebt generaties veranderd.”

In elk geval heeft Oprah problemen besproken die in veel gezinnen taboe waren.  Alleen  daarom al zien veel Hilversumse programmamakers haar als een lichtend voorbeeld.  Toch is het maar zeer de vraag of de bejubelde tv-ster in ons land net zo populair is als in de VS.  Rotsvast geloof en pleidooien om je roeping te volgen en je naaste te helpen worden in het geseculariseerde Nederland al snel wat meewarig ontvangen.  Zoals ook Oprah’s overtuiging dat je meester bent van je eigen geluk.  Bij voorspoed zijn, zo is de gemiddelde opvatting alhier, ook afkomst, omstandigheden en  overheidsingrijpen van belang. Allemaal factoren die in Oprah’s American dream geen rol van betekenis spelen.  ‘We’ houden van haar liberale boodschap van emancipatie, maar niet van de conservatieve verpakking.In Nederland trokken haar shows, in de vroege middag uitgezonden door RTL 4, vaak niet meer dan 150.000 kijkers.  Hilversum mag haar bewieroken, maar eigenlijk past Oprah helemaal niet bij Nederland.

----------------------
Trouw, 25 november 2011

Het wemelt op de tv van domme Brabo’s

Begin jaren negentig had ik een Brabantse buurman die zich doodschaamde voor Maya Eksteens ‘Lief en leed’. In de RTL-show over seks en relaties waren het volgens hem altijd Brabanders die de domste vragen stelden.  Ik  moet mijn buurman gelijk geven: Brabo’s spelen opvallend vaak een niet al te snuggere rol.

Zo ging in 2007 op internet- en later op tv de comedy ‘New kids’  van start over vijf  Brabantse hangjongeren, die niets anders deden dan snacken, bier drinken en  ‘kut’ roepen. Vorig jaar volgde een filmversie, die in Duitse bioscopen zelfs leidde tot vernieling en agressie.  En de VPRO zond jarenlang  het satirische ‘Radio Bergeijk’ uit over een lokale omroep in Brabant met nogal simpele journalisten.

Het is volgens kenners het taaltje dat het ‘m doet.  Publicist Jeroen Mirck signaleerde dat (reclame-) makers vooral afkomen op de stereotype zachte ‘g’, die zo lekker dommig klinkt. Of zoals Step Vaessen, overigens een Limburgse, het dit jaar in ‘Zomergasten’ verwoordde:  “Zodra ik bij het ‘Journaal’ in dienst kwam, heb ik mijn zachte ‘g’ afgeleerd. Want met zo’n tongval klinkt zelfs iets verstandigs altijd dom.”

Nu hebben we ‘New chicks’ bij RTL 5, ongetwijfeld afgeleid van ‘New kids’.  Met dit verschil dat het in ‘New chicks’ om reality gaat. U weet wel : als u op tv iets ziet dat in geen enkel opzicht heeft te maken met de werkelijkheid, is het reality. In ‘New chicks’ figureren vijf Brabantse meiden, die de hele dag verveeld rondhangen in een Curacaose villa.  Hoewel ze, mogen we aannemen, zijn opgevoed met het  ‘Avé Maria’, is dat rond het zwembad niet direct te merken. Veel drinken en roken, en vozen met de boys. Dat is wat de meiskes doen.

Het programma heeft geen enkel ander doel dan zo lang mogelijk in de villa te mogen blijven. Dat kan maar op één manier: met zoveel mogelijk jongens naar bed. Wie drie nachten doorbrengt zonder knul moet opkrassen,  waarna de volgende Brabantse binnenwankelt. Ook de jongens rouleren in hoog tempo. Steeds nieuwe ladingen gebronsd en gespierd mannenvlees worden ingevlogen. RTL 5, je denkt ook aan alles.

Het geheel wordt aan elkaar gebabbeld door Nikki Plessen die, ofschoon geen Brabo, alle trekken vertoont van een sprekende Barbie. Wanneer nieuwe jongens arriveren, begeleidt zij de wederzijdse ‘kennismaking’ met teksten als: “Nou meiden, met wie willen jullie vannacht naar bed?” De chicks slaken gilletjes van verrukking als de heren hun bovenlijf ontbloten. Even knijpen wie het sappigst is. Joerie, concluderen de dames in koor. Maar ook de jonge god Angelo is ‘keilekker’. Sharon bespringt hem in het zwembad en vraagt daarna: “Waar kom je vandaan?” “Uit Haarlem”, zegt hij. “Waar ligt dat?” Even later vermoedt ze dat Amsterdam in Brabant ligt.

Jennifer komt er rond voor uit dat ze een laag i.q. heeft. “De mensen vinden mij vaak grappig omdat ik zo dom ben”, zegt ze aandoenlijk. Bij het salsadansen moet ze na het 1-2-3 van de dansleraar afhaken. “Ik kan niet rekenen.” De andere Brabo-girls zijn allang blij, want naast Jennifer lijken zij in elk geval slimmer.  Of Brabo’s echt dom zijn is niet de kwestie, maar de tv weet ze wel steeds weer te vinden, en bevestigt daarmee een voortdurend vooroordeel.

----------------------
Trouw, 11 november 2011

Hadden wíj dat maar, dat fijne communisme

Toch nog een voordeeltje ontdekt aan het communisme. Het systeem kent geen reclame en daardoor geen knellend schoonheidscorset voor vrouwen. VPRO-programmamaakster Sunny Bergman is er laaiend over. In Cuba ziet ze hoe trots vrouwen zijn op hun lichaam en hoe seksueel vrijgevochten. En dat allemaal dankzij good old Marx!

Maar het communisme behoedt niet alleen de tere damesziel voor duivelse commerciële invloeden, het stimuleert ook de homo- emancipatie. Bergman voert Mariela Castro op, dochter van dictator Raúl, en bewierookt de seksuologe als een heilige.  Ze vertelt er niet bij dat deze ‘voorvechtster van mensenrechten’ deeluitmaakt van de communistische elite en zich fel verzet tegen ieder die papa’s partijlijn waagt te bekritiseren. Dat deze Mariela de homo-strafkampen van haar oom Fidel heeft gebagatelliseerd tot  ‘fabeltjes en overdrijvingen’ komt in Bergmans ‘Sunny side of sex’ evenmin aan de orde.

De ware aard van Mariela Castro werd onlangs geschilderd in een Volkskrant-opiniestuk van mensenrechtenactivist Kees van Kortenhof van de Stichting Glasnost.  “Ze zwijgt consequent over de vervolging van alle dissidente homo’s, politieke activisten, onafhankelijke vakbondsmensen en kritische kunstenaars.” Bij de Wereldomroep verdedigt Mariela eind oktober de onderdrukking van meningsvrijheid in haar land. “Als jullie als Wereldomroep zouden pleiten voor een heel ander politiek systeem in Nederland, zou het met jullie vrijheid ook snel gedaan zijn.” Tot zover de patrones van de homobevrijding.

Bergman gaat ook op bezoek in Oeganda. Daar worden homo’s wel onderdrukt.  Boosdoener is de kerk, die homo’s de doodstraf toewenst.  Nu brengt Bergman de tirannie wel in beeld, en terecht.  Kort ervoor verschijnt ze bij ‘P & W’ om ‘Sunny side of sex’ te promoten.  Ook daar weer lovende woorden over het reclamevrije vrouwen- en homoparadijs van de Castrootjes. “Wij denken altijd dat het westen het eindstation is van allerlei ontwikkelingen, maar we kunnen nog veel van hen leren”, predikt ze.

“Oh ja”, haakt tafelgenote Lousewies van der Laan meteen in.  “Ik vond het altijd heerlijk, al die reclamevrije straten in de Sovjet Unie. Dat je niet voortdurend wordt verteld hoe mooi, slank en strak je moet zijn.”  De D66’ster is keurig gekleed, gekapt en gelippenstift.  Te wijten aan die vervloekte reclame of zou ze het misschien zèlf willen?

Behalve onder reclame heeft het seksuele plezier in  Nederland ook ernstig  te lijden onder het geloof, vindt Bergman. “We gaan gebukt onder onze christelijke erfenis”, zegt ze terwijl  op het andere net ‘Oh oh Cherso’ tekeergaat.  Jeroen Pauw is het geheel met haar eens. “Wij zuchten onder het calvinisme.” Zou dit een tragicomedy zijn in plaats van een talkshow?  Bergman onderzoekt in Oeganda of ze haar binnenste schaamlippen moet uitrekken ter verhoging van seksueel genot, en gaat in Cuba op visite bij een ‘lekker ding’ met wie ze ooit vreemdging. Pauw onthult begin oktober dat hij met meer dan tweehonderd vrouwen het bed heeft gedeeld. Moeten ze natuurlijk helemaal zelf weten, maar om dan te suggereren dat je zo wordt onderdrukt door het christendom en dat het communisme zo’n fijn alternatief is…

----------------------
Trouw, 4 november 2011

Mauro is een geval van politiek kindermisbruik

Slechts één politicus zei iets verstandigs en oprechts over de zaak-Mauro.  SGP’er Kees van der Staaij in ‘P & W’ : “De Kamer heeft veel te veel tamtam gemaakt en daardoor verwachtingen gewekt die ze niet kan inlossen.” Een dag later sloot Frits Wester (‘RTL nieuws’) zich daarbij aan. “Kamerleden  moeten wetten veranderen die niet deugen. Dat hebben ze jarenlang nagelaten. Dan staat er ineens een jongen op uit Angola en is de hele Kamer in rep en roer.  Maar ze weten dat ze Mauro op basis van de huidige wet niets kunnen bieden.  En de tijd om een uitzondering te maken is voorbij. Ook dat weten ze.”

Wat vind je er zelf van, bleef collega-journaliste Ingeborg Beugel maar zuigen aan de ‘P &W’-tafel. “Ik vind ervan”, zei Wester onverstoorbaar, “dat de Kamer er een enorme bende van heeft gemaakt. Er zijn de afgelopen jaren honderden Mauro’s teruggestuurd naar Angola en je hoorde er geen Kamerlid over. Je doet deze jongeren ongelooflijk onrecht door Mauro te geven wat hen is onthouden.”

Ook andere tv-journalisten hadden bitter weinig waardering voor het politieke handwerk uit Den Haag. Kees Boonman (‘EenVandaag’): “Het enige dat de oppositie wil, is de coalitie splijten en het CDA de zwarte piet toespelen. Daartoe hebben ze Mauro geëxploiteerd. Het wachten is op het moment dat het CDA wordt verlost van het ondraaglijk lijden in deze regering. ” Zelfs de Vara  was het opportunisme van de oppositie beu. Prem Radhakishun in ‘DWDD’: “Mauro is een open wond voor het CDA en de oppositie blijft er maar zout in strooien. Waarom zijn de oppositiepartijen  tegen een studievisum als dat de enige mogelijkheid is om  Mauro hier te houden? Waarom stuurde de PvdA in 1997 Gümüs het land uit en wilde Albayrak in 2007 hetzelfde doen met Mauro?  Het enige doel van dit debat is om het CDA kapot te maken.” Was dit de Vara? Ja, dit was de Vara.

Heel Nederland bekommerde zich om de mediagenieke Angolees met zijn reebruine ogen. Die iedereen hier wíl houden, maar die niemand hier kán houden. Behalve de PVV natuurlijk, die tezelfder tijd druk was met een ‘olifantendrama’ in Emmen. CDA en VVD gingen met de jonge asielzoeker  voetballen, Defence for children plaatste een brief die zogenaamd van Mauro was, maar door een sympathisant bleek geschreven, Claudia de Breij zong een pathetisch lied en - het dieptepunt - CDA-staatssecretaris Henk Bleker probeerde hem b ij ‘P & W’ te paaien met een voetbalkaartje. “Mooi niet”, reageerde Mauro wijselijk.

Mediahoogleraar Henri Beunders zette in ‘EenVandaag’ een vette kanttekening bij het breed geëtaleerde altruïsme. “We zijn in meerderheid hard geworden en proberen die hardheid af te kopen met een aflaat: Mauro.  Wij projecteren allerlei gevoelens op hem om onszelf iets beter te voelen. Dit is een allochtone jongen die er leuk uitziet. Iemand om lief te hebben. Zo bewijzen wij dat we goed zijn.”

 “Mauro is”, zo concludeerde de katholieke hoogleraar, “speelbal van politieke, commerciële en individuele belangen.”  Straks, als hij toch moet vertrekken, staan alle Kamerleden met lege handen. Geen van hen zal Mauro kunnen troosten, en dat weten ze nu al.  Mauro is niets minder dan een geval van politiek kindermisbruik.

----------------------
Trouw, 2 november 2011

Joop en John weten hoe jaloers dit land is

Bescheidenheid is een mooie deugd, maar als je echt succes hebt, mag je best trots zijn. Toch?  Nou, in Nederland niet.  Ivo Niehe vertelde pas bij ‘P & W’ met jongensachtig enthousiasme over de triomf van zijn Yves Montand-show in Parijs. Het theater had bomvol gezeten, tout Paris was er, en Niehe was als een monsieur behandeld.  “Ik ben een intens gelukkig mens. Had mijn vader dit nog maar meegemaakt.”

De beeldverbinding met Frankrijk was nog niet verbroken of de minachting aan tafel  was voelbaar. Terwijl aan diezelfde tafel  een paar minuten eerder toch echt Nasrdin Dchar de hemel  in was geprezen.  De beginnende Marokkaanse acteur zat vol trots achter zijn blinkende Gouden Kalf, dat hij enkele dagen tevoren met een euforisch dankwoord in ontvangst had genomen. Daarna had heel spraakmakend Nederland hem in de armen gesloten.

De TROS-presentator daarentegen werd onder haat bedolven. ‘DWDD’-dichter Nico Dijkshoorn maakte een hekeldicht,  de ‘Coen & Sander show’ noemde hem op 3FM ‘erger dan Mart Smeets’, en de niet erg bekende cabaretière Katinka Polderman zette zich aan een spotlied. Op twitter barstte de hel los. Waarom Dchar wèl en Niehe niet blij mocht zijn, kon niemand  me uitleggen. Niehe was zo ontdaan dat hij al zijn tv-optredens voor de volgende weken afzegde.

Joop van den Ende en John de Mol moeten haarfijn aanvoelen hoe diep de grillige botheid en afgunst in Nederland zijn geworteld. Internationaal succesrijk in entertainment, maar er lopen in de showbizz geen mannen rond met minder glamour dan zij. Geen pretentieuze uitspraken, geen affaires en nauwelijks voer voor de roddelbladen.  Niettemin had Niehe het duo zo ver gekregen om aan te schuiven.  De reden: Van den Ende heeft groot succes met ‘Sister Act’ op Broadway en De Mol verkoopt  ‘The Voice’ aan de hele wereld.

De Mol wilde na enig aandringen nog wel kwijt dat de president van het Amerikaanse NBC had gezegd ‘God thank you for The Voice’, maar voor het overige was hij de bescheidenheid zelve. Vooral zijn ouders waren bezig met het succes, zei hij, en sms’ten hem gedurig de nieuwste kijkcijfers (afgelopen vrijdag een record van 3,7 miljoen). Hij had ook kunnen vertellen dat ‘The Voice’ een betoverende formule heeft, waardoor zelfs kijkers die een beetje klaar zijn met talentenjachten worden meegesleept. Maar nee. “Je merkt weinig aan hem. John beleeft z’n roem in stilte”, zei zus Linda.

Van den Ende liet de loftuitingen geheel over aan collega’s. Whoopi Goldberg: “Joop is een eerzaam mens.” Patina Miller, hoofdrolspeelster in ‘Sister Act’: “Hij is sprankelend  en begroet alle acteurs even intens. Niet alleen de hoofdrolspelers.” Van den Ende zelf praatte vooral over wat hij had geleerd van zijn flops, en over zijn vader die hard had gewerkt voor gezin en kerk, maar toch altijd arm was gebleven. “Mijn vader stierf toen ik 18 was, mijn moeder op mijn 22ste. Ik ken hun stemmen zelfs niet meer. Een groot gemis.”  Een mooi, ontroerend moment. Jammer dat Niehe er meteen met een vraag overheen kwam.

Van den Ende en De Mol, twee showbizztycoons, maar ze lachen bij Niehe  liever om André van Duin dan zich vrolijk te maken over hun eigen glans. Zíj weten hoe het ‘hoort’ in Nederland.

----------------------
Trouw, 31 oktober 2011

Mauro moet zichzelf én het CDA redden

Twee vragen zullen altijd blijven hangen rond de ‘realityshow’ van Mauro.  Waarom komt er nu pas actie, terwijl de kwestie al bijna vijf jaar speelt? En: hoe kan het dat de PvdA zo te hoop loopt tegen een besluit waarvoor ze zelf verantwoordelijk is?  ‘RTL nieuws’ onthulde op zijn website een brief van  oud-staatssecretaris Albayrak (PvdA) dat ze de asielaanvraag van Mauro op 21 februari 2007 ‘onherroepelijk had afgewezen.’  Ze baseerde zich daarbij op de Vreemdelingenwet van haar voorganger en partijgenoot Cohen.  Van haar discretionaire bevoegdheid wilde Albayrak geen gebruik maken en in een studievisum zag ze al evenmin iets. Mauro, toen veertien jaar,  moest terug naar Angola. De Raad van State stemde er mee in.  Geen politicus, programmamaker of activist deed een mond open.
Albayrak, nu kamerlid,  zal straks tegen een uitwijzing stemmen die zij en haar partij zelf hebben gewild.  Sommige PvdA’ers vinden zelfs  dat het kabinet maar moet worden opgeblazen vanwege Mauro.  PvdA’er Maarten van Rossem sprokkelde in het nieuwe programma van Wilfried de Jong,  ‘Motel De Jong’, alvast het hout voor de brandstapel door te spreken van  ‘een criminele actie van het kabinet .’

‘RTL Nieuws’, verbijsterd over de PvdA-draai  van 180 graden, vroeg opheldering aan PvdA-asielwoordvoerder Hans Spekman. “Ik was”, zegt hij op de RTL-website, “ in het verleden ook al tegen uitwijzing en heb toen bij Albayrak geprotesteerd.” Het moet op fluistertoon zijn gebeurd.  In elk geval minder luidruchtig dan het ‘ik zal je steunen, jongen’, dat Cohen, geestelijk vader van de gewraakte asielwetgeving,  de jonge vluchteling pas toewenste.  Mauro vertelde trots bij  ‘P & W’ dat de oud-staatssecretaris van justitie hem warm de hand had gedrukt.

Mariëlle Tweebeeke van ‘Nieuwsuur’ vroeg  Ferry Mingelen hoe het toch kan dat de zaak Mauro voor honderd procent op het bordje van CDA-minister Leers terechtkomt. Mingelen kwam er niet helemaal uit. Het klopt dat Albayrak het visum-verzoek had afgewezen,  zei hij, maar daarna had ze zich stil gehouden.  “Er is in die jaren niets ondernomen om Mauro het land uit te zetten, en nu is hij voorwerp van een hoog politiek spel.” Mauro’s pleegmoeder,  Anita Marijanovoc, vertelde bij ‘P & W’ waar die oorverdovende stilte toe had geleid. “We dachten: Mauro zal wel mogen blijven. Hij woont hier nu al zo lang.”

Twee dagen eerder schetste SP-kamerlid Sharon Gesthuizen in datzelfde ‘P & W’ hoe Mauro’s pleegouders zich op zijn welzijn hadden toegelegd. “Ze hebben met liefde voor hem gezorgd en volgden het advies op om Mauro zijn schoolopleiding te laten afmaken. De overheid gaf zeer tegenstrijdige signalen, daarom is het onterecht om de ouders te verwijten dat ze nu pas in actie komen.”

Trage ambtelijke molens en partijpolitieke motieven, dat zal het wel zo’n beetje zijn waardoor een vijf jaar oude kwestie nu ineens ‘hot’ is. Omstandigheden waardoor Mauro en het CDA nu met handen en voeten aan elkaar zijn gebonden.  Een studievisum voor Mauro zal het CDA redden, klonk het, weinig altruïstisch,  op het CDA-congres.  “Maar Mauro kan toch moeilijk gaan studeren om het CDA uit de brand te helpen”, stelde Mingelen fijntjes vast.

----------------------
Trouw, 27 oktober 2011

 ‘Seinpost’: stroef als een proces-verbaal

Na tien minuten ‘Seinpost Den Haag’ blijft mijn mond steken in een permanente gaapstand. Waarom toch die mantra dat ‘we van de politie Haaglanden zijn’ of ‘dat er zoveel mensen uit moeten bij het korps’? Waarom dialogen met de stroefheid van een proces-verbaal? En vanwaar in hemelsnaam die ‘broodnodige humor’?

Twee agenten melden zi ch bij een hotelreceptie. Er is een prostituée vermoord. Agent één:  “Weet u iets van haar?” De receptionist: “ Weinig.” Agent: “ Uw naam is dus Haas?” Receptionist: “ Nee, Van de Putten.” Agent twee: “ Uw naam is dus Van de Putten en niet Haas?”

De camera zwenkt naar Scheveningen, waar een volslanke diender over de boulevard banjert. “ Wat is het dunste boek?”, vraagt hij zijn collega. “Dat over Duitse humor.” Ein richtiger Spassvogel, die dikkerd. Maar genoeg gelachen nu. Op het strand doet zich een ernstig delict voor: Duitser blaast op toetertje.  Toetertje wordt in hechtenis genomen.
Volgende scène - deze KRO-serie  behandelt circa drieduizend zaken per aflevering, dan weet u dat vast : een louche type wordt beschoten en valt bloedend neer. Agent snelt toe. “ Ik ga u nu boeien”, zegt hij, terwijl hij het louche type gaat boeien. Nog net voordat een zoete dommel zich van mij meester maakt, openbaart zich bij de aftiteling het geheim achter dit bedroevende script, het slechte acteerwerk en de zouteloze dialogen: mede mogelijk gemaakt door de politie Haaglanden.

Achter dit cryptische zinnetje blijkt, bij nadere bestudering, tien weken intensieve politie-bemoeienis schuil te gaan. Het korps heeft meebeslist over de onderwerpkeuze, en het script  (van op zich ervaren schrijvers)  mogen verprutsen, pardon, mogen ‘tegenlezen’. “ Neenee, niet om verhaallijnen te herschrijven, maar om er foutjes uit te halen als: ik ga u arresteren in plaats van ik ga u aanhouden.” Erg belangrijk natuurlijk, want dat zijn wel de zaken waar een kijker op let.

Vervolgens is een medewerker van het bureau communicatie zo’n drie maanden vrijgemaakt voor de opnames. Hij mocht  ‘over de schouder van de crew meekijken om te voorkomen dat er een onrealistisch beeld van het politiewerk zou ontstaan.’ Over de inzet van deze  Kees Koppens - tevens oud-kandidaat van Trots op Nederland, u weet wel, die partij met campagnefilmpjes uit de amateurschool:  oud besje wordt beroofd op straat en, gutteguttegut, niemand schiet te hulp - schijnt op het bureau nog wat rumoer te zijn ontstaan. Waarom een collega vrijstellen als tegelijkertijd tweehonderd agenten worden ontslagen? Zou Koppens dáárom dat zinnetje ‘dat er zoveel mensen uitmoeten’ erin hebben gefietst? In Sp!ts verdedigde de politie Haaglanden Koppens’ inzet met: “Seinpost’ kan ons imago verbeteren.”

Daar is het dus om te doen. Niet om de kijker spannend drama voor te schotelen, maar om een bedreigd korps te promoten. En dat allemaal dankzij onze  ‘onafhankelijke’  publieke omroep. Is het een idee om voortaan ieder weer zijn eigen werk te laten doen? De politie boeven vangen en Hilversum boeiende scripts schrijven? Kijk voor meer spanning en beter acteerwerk naar ‘Hart tegen hard’, een romantische misdaadserie op Net 5. “Mede mogelijk gemaakt door Dr. Oetker.” Kijk, da’s andere koek.

----------------------
Trouw, 21 oktober 2011

Bescheiden mensen, ze raken uitgestorven

Je ziet ze in het Twitter-tijdperk nog maar zelden: bescheiden mensen. Mensen die niets te verkopen hebben -  geen boek, ego, of cd - maar die in het klein iets goeds doen of je aan het denken willen zetten, en daar, met enige schroom,  op tv over vertellen. Soms komt er één voorbij in ‘Hoe heurt het eigenlijk?’ (Avro), waarin Jort Kelder op bezoek gaat bij de adel. En je ziet ze in ‘Paradijstuinen’.

Deze Max-serie werpt een nieuw licht op de Nederlandse tuin en zijn bezitter.  De tuin niet als financieel sluitstuk van een verhuizing, maar als levensvervulling. Zeg maar de Engelse wijze van tuinieren tegenover het gesjouw met  Intratuin-potten dat we op de Nederlandse tv gewend zijn.  Deze week was Rob Docters van Leeuwen aan de beurt. Een wat schuchtere grijze heer die de scepter zwaait over een ‘tuin van innerlijke wijsheid’. Met een mengeling van tarot, I Tjing en Keltische bomensymboliek probeert hij bezoekers op een hoger bewustzijnsniveau te brengen. “Zodat we geen ruzie meer maken, en alleen nog maar leven in liefde en vrede.”

Docters van Leeuwen loopt naar een berkenboom, neemt wat bladeren tussen zijn handen en zegt: “Ik heb contact, ik ervaar het. Ik ken ze allemaal. Bomen zijn mijn vrienden.”  Aan de vijver neemt hij plaats om te mediteren. “Ik voel een diep besef van dankbaarheid”, vervolgt hij. “Je kunt niet verwachten alles in het leven te krijgen zonder dankbaar te zijn.” Diep ontroerd neemt Docters van Leeuwen afscheid van de kijker.

Je kunt natuurlijk cynisch concluderen: die man is niet snik of hij zal er toch wel geld aan verdienen, maar bij mij overheerste een indruk van bescheidenheid en kwetsbare oprechtheid.  Deugden die ook spraken uit het prachtige Ikon-‘Profiel’over Vasalis  : Nederlands grootste dichteres met het kleinste oeuvre. Ze schreef drie bundels en hield er daarna mee op. “Ze wilde van de voortdurende druk af om steeds iets nieuws te moeten maken”, legt Vasalis’ biografe Maaike Meijer uit.

Ze won de belangrijkste literaire prijzen - Constantijn Huygens en P.C. Hooft -, maar was, in de ogen van Meijer, ‘systematisch ontevreden over haar werk.’ De dichteres (1909-1998) liet haar pseudoniem Vasalis zelfs ‘sterven’ in de hoop haar werk in de vergetelheid te doen belanden. Na de oorlog, waarin vooral de Jodenvervolging haar had gepijnigd, besloot ze dat ze volstrekt onbelangrijk was. “Ik heb geleerd mijn eigen geluk en oordeel enorm te relativeren. Het heeft geen enkel e zin mijn lucifertje bij de brand af te strijken.”

Toch een groot dichteres.  Dankzij haar scherpe blik - Vasalis  was psychiater-  en haar, volgens huisvriend Louk Tilanus, ‘intense gevoeligheid’, was ze in staat velen te raken.  Onder wie Gerdi Verbeet.  De Kamervoorzitter heeft het gevoel dat Vasalis met haar eigen leven meegroeit. Als dochter van een dementerende moeder reciteerde ze geroerd: “Is het vandaag of gisteren, vraagt mijn moeder, bladstil, gewichtloos drijvend op haar witte bed. Altijd vandaag, zeg ik.”    

Vasalis bood troost aan duizenden, werd gelauwerd en gehuldigd en schreef toespraken voor koningin Juliana, (‘Jula’  voor de dichteres), maar ze meed alle publiciteit en gaf in haar hele leven niet één interview.

----------------------
Trouw, 17 oktober 2011

Kopten komen er op tv bekaaid af

Het was de bloedigste aanslag op Egyptische christenen sinds mensenheugenis, en wat deden onze actualiteitenrubrieken? Ze zwegen.  ‘Een vandaag’, ‘Brandpunt’  en  ‘Altijd wat’  hadden wel belangrijker zaken aan hun hoofd . ‘Een vandaag’ was een etmaal na de slachting bijvoorbeeld druk met de koude winter die voor de deur staat. En het bracht een krakende primeur over postzegels met muziek. ‘Altijd wat’ verdiepte zich in de Deense vettax en ‘Brandpunt’ in het taboe rond orgaandonatie. En de gespecialiseerde religieuze programma’s? Maakten die ons wijzer? ‘Schepper & co’ (NCRV) stortte zich op het Keniase adoptiekind en  ‘Kruispunt’ (RKK) op ‘de troost van woorden’. 
‘Nieuwsuur’ had in het nieuwsgedeelte wel aandacht voor de Kopten, maar stuurde tegelijkertijd Jan Eikelboom naar een demonstratie van een kleine groep Tunesische moslims tegen een mogelijk godslasterlijke film. Geen doden of gewonden, wèl zeven minuten zendtijd. 

Verder veel airplay voor de Occupy-beweging, die in Nederland zaterdag wel een paar honderd mensen op de been kreeg. Dat op hetzelfde moment honderden Kopten in Amsterdam demonstreerden tegen het wrede legeringrijpen, was voor ‘Een vandaag’ geen nieuws. Nu kun je natuurlijk beweren dat die Occupy-beweging internationaal is in tegenstelling tot het bloedbad in Egypte, maar dat klopt niet.  Christenen zijn zelfs de meest vervolgde mensen op aarde.  Gek toch dat je dat nooit iemand hoort zeggen in Hilversum.

Zou het kunnen dat Hilversum vooral geïnteresseerd is in christenen als dader en niet als slachtoffer?  Een redelijk onschuldig gerucht dat bisschop Gijsen een halve eeuw (!) geleden achter een gordijntje had staan gluren - ooit nog iets gehoord van die ‘zaak’?  -  bracht heel de omroepstad in rep en roer. Nu in Caïro vierentwintig doden zijn gevallen en tweehonderd gewonden,  is het er een stuk stiller.  

  
De EO pakte het wel grondig aan.  Actualiteitenrubriek ‘De vijfde dag’ interviewde in een ziekenhuis een ernstig verminkte Kopt, die was geplet door een tank.  En  in ‘Door de wereld’  legde Egyptekenner Gert-Jan Segers  uit dat  de bakermat van het christendom, het Midden-Oosten, steeds ‘onchristelijker’  wordt . Fanatieke moslims drijven andersgelovigen massaal  uit, vertelde hij aan Andries Knevel.

Het is vooral aan Knevel te danken dat tv-kijkend Nederland weet hoe ernstig het er voorstaat met de Kopten.  Hij refereerde aan een Kamerbijeenkomst met CDA, CU, SGP, PVV, GroenLinks en D66, waarin de Koptische Stichting Nederland sprak over een ‘etnische zuivering ’ en waarschuwde voor  ‘een tweede Srebrenica.’  Waar waren de KRO, NCRV en RKK? Blinde vlek? Verkeerde keuzes? Stille hoop dat het bloedbad in Caïro ‘slechts’ een incident is in de  ‘Arabische Lente’, en daarom het vermelden niet waard? ‘Het blijft gissen. Zeker is wel dat ‘Door de wereld’ een voortdurende solidariteit aan de dag legt met vervolgde christenen, ook als de rest van Hilversum zwijgt.  Of het nu  gaat om anonieme  eenlingen als  de Pakistaanse Asia Bibi of om complete religieuze groepen als de Kopten, Knevel is er bij.  Wat mij betreft was ‘Door de wereld’ en niet ‘De wandeling’ (KRO)  uitgeroepen tot het beste religieuze programma.

----------------------
Trouw, 14 oktober 2011

De suikerspin van Sven Kockelmann

 “Dit is helaas al weer de laatste uitzending”, sloot Sven Kockelmann  woensdag zijn ‘Oog in oog’ (KRO) af.  Wat zou hij bedoelen met dat ‘helaas’?  Zou hij het jammer vinden voor ons kijkers? Vast niet. ‘Oog in oog’ is als een suikerspin: het lijkt heel wat, maar het is eigenlijk helemaal niets.

Bij Kockelmann gaat het zelden over inhoud. Wat we zien is gehakketak over zijn rauw geformuleerde vragen, zijn rammelende  kennis en pedanterie. Geïnterviewden ergeren zich, en laten dat blijken ook. Marine le Pen veegde de vloer aan met Kockelmann en  Peter R. de Vries beschuldigde hem zelfs van valse voorwendselen. “Je hebt me naar deze studio gelokt”, zei hij met priemende blik, en hij haalde de uitnodiging uit zijn zak, “om me te spreken over misdaad, mijn maatschappelijke betrokkenheid, moraal, derde wereld en Wilders. Misschien ook een vooruitb

ik op het nieuwe tv-seizoen, schrijf je. Maar waar heb je het over? Over de vraag of ik wel zuiver op de graad ben.”
Dat etterde zo een paar minuutjes door. De Vries: “Je bent niet transparant.” Kockelmann: “Waarom kun je niet tegen kritiek?” De Vries: “Je bent gewoon niet eerlijk.”Kockelmann: ”Ik heb daarover een andere perceptie.” Twee haantjes in gevecht. Spannend. Maar wat werden we wijzer? Niets. Behalve dan dat De Vries aan “een grote zaak werkt” en misschien “een andersoortig tv-programma gaat maken.”

Zoals we ook in het ongewisse bleven over hoe het nu precies zat met de royalties van Heineken-boek en -film. Kockelmann:  “Die komen terecht bij de ontvoerders?” De Vries met grimmige blik: “Ik heb je net toch al verteld dat het geld naar Cor van Houts erfgenamen zonder strafblad gaat?”  En zo denderden de dode sporen over elkaar heen.  Kockelmann: “Waarom schreef je als hoofdredacteur van Aktueel nooit over Klaas Bruinsma?” De Vries: “ Zes pagina’s! Je bent wéér niet goed op de hoogte.”

Dan de politiek. Of De Vries ooit nog gaat meedoen aan de verkiezingen. Het antwoord is nee. Kockelmann: “Dus je blijft liever roepen aan de zijlijn?”De Vries: “Mag ik? Ik heb in ieder geval een poging gedaan. Dat kun jij niet zeggen.”Kockelmann: “Ik ben jaren politiek verslaggever. Ik  controleer mensen met invloed en macht.”
Dat is wel het meest opvallende aan Kockelmann: die onbegrensde zelfingenomenheid. Die gezichtsuitdrukking na elke vraag: Nou, Sven, dat heb je wel weer heel slim geformuleerd. En dan volgt er een antwoord waar je als kijker niets mee kan.  De onevenwichtigheid in vraagstelling ook. Van “bent u fascist?”( bij Marine le Pen) tot en met “kon u met die achternaam wel vriendjes krijgen?”

Kockelmann maakt zich niet geliefd. In een peiling onder vakgenoten, afgelopen mei in Elsevier, eindigde hij bij de vijf slechtste presentatoren, naast  Joost Eerdmans en Dominique Weesie.  “Uitstraling van een doperwt”, vond de één. “Ik geloof niets van wat hij zegt”, meende de ander. Laat ik toch iets aardigs zeggen. Zijn kledingkeuze is smaakvol en dandyesk.  Als hij die kwaliteiten nu eens gebruikt in zijn interviews.  Kockelmann moet als KRO’er toch als geen ander weten dat de Spaanse Inquisitie, die trouwens ook opvallend vaak verkeerd was geïnformeerd,  zelden eerlijke bekentenissen loskreeg?

----------------------
Trouw, 6 oktober 2011

Onnozele terugblik op 60 jaar televisie

Zeeën van tijd en toch moet alles ‘even snel’. Een autistische Jannes van der Wal bij Mies Bouwman. Iconische televisie. Maar na drie seconden tettert Patrick Lodiers: “We hebben geen tijd voor het hele interview.”  ‘Een milde dood’ van Henk Mochel:  in één minuut er doorheen gejast. “Grappig toch dat juist de NCRV zich zo met euthanasie bezig hield”, is Lodiers’  commentaar. Inderdaad, heel grappig.

Dertig uur zendtijd om zes decennia tv-historie te belichten en nog slaagt BNN erin om met chirurgische precisie alle inhoud en betekenis te elimineren. ‘Last man watching’ wekte de indruk te zijn bedacht en samengesteld door stagiaires. Vooral de nachtelijke uren waren één grote rommelpot van hele en halve tv-fragmenten, dj’s  en ‘plotselinge ‘ NOS ‘Journaals’. Gecombineerd met een zouteloze presentator, die zijn vragen leek te hebben verzonnen  in een brandend huis, leverde ‘Last man watching’ een tenenkrommende marathon op.  “Hoe lang bent u op tv geweest?”, wilde Lodiers weten van Dick Passchier. En: ”Vertel nog eens een leuke anekdote.”

Is er nou niemand in Hilversum die de jongens en meisjes van BNN een beetje had kunnen begeleiden? Die bijvoorbeeld had gezegd dat het niet slim is om 3FM-d.j’s  de tv-fragmenten te laten toelichten. Ten eerste omdat het hart van radio-d.j.’s – het woord zegt het al – bij radio ligt, en ten tweede omdat ze niet de achtergrond  en diepgang hebben om interessant te kunnen reflecteren op zestig jaar televisie, behalve als je de `Pin up club’ tot de parels van de vaderlandse programmering rekent.

En had ook iemand Geraldine Kemper even wat A.B.N.  kunnen bijbrengen? Zij begeleidde de vijfenvijftig jongeren die het wereldrecord tv -kijken wilden verbreken en bezigde daarbij een vocabulaire dat varieerde van ‘me reet’  tot  ‘what the fuck’.  Of deze:  “Heeft iemand van jullie zoiets van: best klote om steeds maar te moeten kijken?” Oké, het is BNN, maar dat wil nog niet zeggen dat het taalgebruik pijn moet doen aan je oren. Daarnaast is het een onzinnige aanname dat jongeren alleen maar geïnteresseerd zouden zijn in show en sensatie.

Toch kwam de ‘Last man watching’ niet veel verder dan die twee categorieën.  Ging het over praatprogramma’s, dan kwam de vechtpartij tussen twee Surinamers bij Karel van der Graaf in beeld. Het commentaar van Lodiers: “Twee keer geschoten en één gewonde.”  Zijn gast Giel Beelen: “Net Jerry Springer.” Lodiers:  “Ja, geweldig hè? Tot zover het onderdeel talkshow.”

 Politiek, wetenschap, kunst, economie, religie, het hele buitenland, het blijkt allemaal niet te bestaan voor de jongerenzender.  Droevig  dat Hilversum het belangrijkste jubileumprogramma rond zestig jaar tv in handen heeft gelegd van uitgerekend deze onnozelaars.  Zelfs op het hoogtepunt keken niet meer dan een schamele 258.000 mensen.

Een publieke omroep die zichzelf serieus neemt, zou naast dit prul en allerlei lichtvoetige terugblikken als ‘Heb je dat gezien?’(Max) en ‘Lang leve de tv’(Tros)  toch ook  in staat moeten zijn om wat mediawetenschappers bij elkaar te zetten met de vraag: hoe heeft  de televisie ons en onze maatschappij sinds 1951 veranderd? Zo moeilijk is dat toch niet?  En nog lekker goedkoop ook.

----------------------
Trouw, 28 september 2011

In Erica’s Derde Wereld is alles fantááástisch!!!

De titel is ‘Erica op reis’, maar het had net zo goed ‘Het is hier fantastisch’ kunnen heten . Met een ontembare vrolijkheid en levenslust,  VVD’ers eigen, huppelt Toerist Terpstra door de Derde Wereld: van Bhutan tot Guatemala, van Mali tot Swaziland. En  overal is het prachtig, fantastisch en subliem.  Geen honger, armoe en corruptie in Erica’s Derde Wereld. Welnee,  lokale marktjes, toverkollen en goeroe’s met een giro! Erica is een echt mensenmens.

In Guatemala scheept ze in voor een bezoekje aan een Maya-stad. “Ik vind dit heerlijk, man. Pats pats over het meer.” Eerst  zoeft ze een weefatelier binnen.  “Mooi en ingewikkeld, dat weven,  hoor. En kijk ‘es, wat een prachtige gouden tanden de weefster heeft! Die vrouw wil de rijkdom dicht bij haar dragen.” Dat wist de Max-kijker vast nog niet.

Dan is het tijd voor de markt, want nergens leer je de mensen beter kennen.  “Kijk, die man met z’n mooie hoed op, en wat geurt het hier heerlijk.”  Een klein Guatemalteekje komt voorbij. Even knuffelen met Toerist Terpstra.  Dan snel wat kaarsen inslaan voor de ceremonie met de sjamaan, en hup daar zit ze al tegenover Dolores. “Wat nu als de Maya-kalender december volgend jaar afloopt?”, wil Erica weten. “Dan begint gewoon weer een nieuwe kalender”, zegt Dolores. Niks aan de hand dus. Fijn. Volgt een ceremonietje. “Aanvaard dit offer van uw dochter Erica”, draagt de sjamaan Moeder Aarde op.

Voordat Moeder Aarde heeft kunnen reageren, is Toerist Terpstra al een vulkanisch bad ingeglipt. Ook weer zalig natuurlijk. Maar wat is dát nu? Dichte mist. Zou dat het antwoord zijn van Moeder Aarde? Niemand die het kan zeggen. Om de schrik te bedaren zet Erica zich aan een warm kopje chocola.  Hè, daar knapt een mens van op.  Gesterkt naar de volgende markt.  Vlug een geitenkaasje kopen, hupsakee in  de tas ermee, een kerkje spotten en een offertje brengen aan ‘alle christelijke en Maya-goden voor vrede op de hele wereld.’ Da’s lief van Erica. Maar de maag begint te knorren. “Mais is het mooiste dat er is”, roept ze bij een tortilla-kraam. “Even een bolletje pakken. Oh God, het blijft nog aan mijn hand plakken ook.” Vette pech.

Ze bevoelt een paar kippen in een zak, ‘vast scharrekippen’, en kijkt verlekkerd naar een bord patat. Ach, er is zoveel lol te beleven in de Derde Wereld, als je er maar oog voor hebt. “Je hebt hier ongelóóflijk goeie restaurants”, weet Erica, “maar een kluifje op straat is ook niet te verschalken.” Wat vliegt de dag toch als je op pad bent met Toerist Terpstra.  Waren we nog maar net bekomen van de handlezing (Priester:  ‘U heeft drie zonen’, Erica: ‘Nee, twee.’ Priester: ‘Oh ja, twee.’ Erica: ‘Hoe is mijn toekomst?’ Priester: ‘Die zit wel snor’), nu zijn we al weer aangeland bij een wasplaats.  “In ontwikkelingslanden valt mij altijd op hoe ontzéttend schoon de mensen zijn. Kijk die vrouw eens wassen. En een spieren dat ze heeft!”

Tussendoor nog even naar wat tempels (‘bij sport werd de verliezende partij geofferd op het altaar, dus dan valt het bij ons nog reuze mee’) en tot slot een werkelijk fantástische chocolade-massage.  “Tot volgende week”, juicht Toerist Terpstra, terwijl ze haar vingers erbij aflikt. Blij vooruitzicht dat ons streelt.

----------------------
Trouw, 26 september 2011

Waarom alle pausreizen precies op elkaar lijken

Alle Westeuropese pausbezoeken lijken op elkaar: gelovigen doen precies het tegenovergestelde van wat de paus wil.  Zo ook in Duitsland. ‘Tagesthemen’ (ARD) filmde een bezorgde bondspresident Christian Wulff,  die zich direct na landing van de paus afvroeg of de kerk niet wat barmhartiger kon omgaan met breuken in mensenlevens.  Zoals in het zijne. Als gescheiden en hertrouwd katholiek mag hij niet ter communie.

Ook de rest van de ARD-programmering stond grotendeels in het teken van de agenda van het volk: vrouwelijke en gehuwde priesters,  condooms , homo’s. Benedictus daarentegen had het over heel andere dingen:  navolging van Christus, deemoed, bekering.  Zelden lopen tv-programmering en werkelijkheid zo a-synchroon als tijdens een pausbezoek.

De ARD deed het niettemin vrij objectief. Een kerkgangster legde uit dat het voor het Vaticaan moeilijk is om de leer te veranderen.  “Het is een wereldkerk. Bovendien denkt Rome in eeuwen.” Toch gaf ze de hoop op hervorming niet op. Ook katholieken die het wèl eens zijn met Rome, kwamen aan het woord, al moest de tv-ploeg speciaal naar een grotendeels door Oost-Europeanen bevolkte parochie om een pro-Vaticaans geluid te noteren. “Geloof heeft niets met de tijdgeest te maken”, sprak een parochiaan. “Het gaat om God.”

Zoals in veel West-Europese landen wijkt ook in Duitsland de praktijk ver af van de leer. ‘Tagesthemen’ toonde protestanten en katholieken in Thüringen, die al jaren samen diensten houden.  Priester Richard Hentrich zei in ‘Der papst in Deutschland’ dat hij in zijn drieëndertigjarige loopbaan nog nooit iemand de communie had geweigerd, ook niet aan protestanten. In dezelfde reportage legde theoloog Hermann Häring uit dat de paus redeneert vanuit een sterk crisisbewustzijn. “Hij heeft de overtuiging dat hij de heilige kerk moet terugwinnen op de boze buitenwereld. Hij doet dat met de kracht van het Beiers barok waarmee hij is omkleed.”

De verslaggevers bleken de geschiedenis van kerk en geloof goed te kennen. Ze wekten in elk geval niet de indruk, zoals sommige Nederlandse omroepen, pas sinds enkele uren van het bestaan van het christendom op de hoogte te zijn.  Er schemerde naast kritiek zelfs respect door voor de paus. Zo liet ‘Tagesthemen’-commentator Sigmund Gottlieb, een Beier, geen spat heel van de kritiek op Rome.  Alleen maar ingegeven door intolerantie, vooroordelen en mateloosheid, vond hij.  Gottlieb betitelde de paus als  ‘een van de grootste intellectuelen van onze tijd’ en de wegblijvers bij diens Bondsdagrede  als ‘provincialen’.  En dat bij de neutrale ARD. Zoiets zou in Nederland, zelfs bij het RKK, ondenkbaar zijn.

Los van de vraag of Gottlieb gelijk had of niet,  zijn statement was verfrissend.  Verslaggeving van Roomse visites verzandt immers bijna altijd in eindeloos gehakketak over de leer. Zou het om dat te voorkomen niet een idee zijn als een omroep het evangelie er eens bij nam? Wat staat daar nou precies over homo’s,  gehuwde priesters en vrouwen in het ambt? Bitter weinig, volgens mij. Laat vervolgens een theoloog uitleggen hoe het kan dat Rome een bevrijdende boodschap zó uitlegt dat steeds meer  westerse katholieken zich er niet meer in herkennen.  

----------------------
Trouw, 21 september 2011

Tv is zestig jaar oud, maar Hilversum pubert

Op buitenlandse zenders blijft alles ‘eeuwig’ hetzelfde. Of je nu naar  ‘Terzake’(VRT) kijkt,  ‘Newsnight’(BBC) of ‘Tagesthemen’(ARD), het uitzenduur verandert niet, het format niet en de presentator al evenmin.  Jeremy Paxman is al sinds 1989 het gezicht van ‘Newsnight’ en Ulrich Wickert deed vijftien jaar ‘Tagesthemen’.  In Nederland, waar twintig omroepen zonder stevige centrale leiding vechten om kijkers, geld en zendtijd, is het elk seizoen weer helemaal anders.

Zo is ‘Gesprek op 2’ nu ineens een driemansproject. Presenteerde Paul Rosenmöller (Ikon) het interviewprogramma vorig jaar alleen, nu schuiven om beurten Daphne Bunskoek (NTR) en Chris Kijne (VPRO) aan.  De reden  is niet inhoudelijk, maar praktisch:  de Ikon heeft in zijn eentje te weinig zendtijd en geld. Zondag had Rosenmöller de VN-ambassadeur tegen honger, Peter Bakker, te gast. Een betrokken, maar ook realistisch man. Soms huilt hij ’s nachts als hij denkt aan al die arme Afrikaanse kinderen, van wie bijna de helft het niet zal redden, maar hij weet ook dat hij politiek machteloos is. Die werkelijkheidszin gaf het interview  iets ontnuchterends, het nam de sprankeling weg waarop  je had gehoopt.

Ook ‘Debat op 2’, opvolger van ‘Rondom 10’, is nieuw. Nadat de NCRV de getalenteerde  ‘Rondom 10’-presentator Cees Grimbergen had ontslagen wegens te oud, mocht eerst Ghislaine Plag het proberen. Nu krijgt ze, onder die nieuwe titel,  steun van ex-EO- en nu KRO-collega Arie Boomsma.  Grimbergen zet zijn kunstje intussen voort bij ‘Hollandse zaken’ van Max. Zo werkt de Hilversumse carrousel. Maar goed, Arie Boomsma.  Hij doorstond zijn  vuurdoop over de Griekse crisis met glans. En dat is knap . Een live-discussieprogramma leiden is een van de moeilijkste dingen die je een presentator kunt vragen. Iedereen wil aan het woord komen, en dat graag ongebreideld, mensen roepen door elkaar heen of worden boos. Dat vraagt nogal wat van de gespreksleider: overzicht houden , razendsnel kunnen schakelen, de rode draad vasthouden, mensen afkappen. Het lukte Boomsma allemaal. En daarbij verloor hij de kijker geen moment uit het oog.  “Wat moet de kijker op zijn bankrekening hebben om de klappen van de crisis op te vangen?”, wilde hij weten.

Minder geslaagd was het debuut van ‘De vijfde dag’, een nieuw actualiteitenprogramma van de EO. Het reportage-element geeft het programma iets fris, maar de EO-identiteit  die Andries Knevel en Tijs van den Brink erin willen leggen, was in de eerste uitzending moeilijk te ontdekken. Bovendien ging het er in ‘de smerigste flat van Nederland’ aanzienlijk minder eng aan toe dan de ronkende vooraankondiging ons wilde doen geloven. Tegelijk met de EO rukten de schoonmaakploegen uit om de flat te reinigen.   

‘De vijfde dag’ is de opvolger van het geflopte samenwerkingsproject ‘Uitgesproken’ (EO, Vara, WNL),  dat op zijn beurt het omroepbrede succesnummer ‘Netwerk’ weer verving.  Zo gaat dat bij de publieke omroep.  Afhankelijk van politieke wind, eigen belang  en geld doen zendgemachtigden nu eens  experimentje zus en dan weer eens experimentje zo. De televisie bestaat zestig jaar, maar Hliversum bevindt zich nog steeds in de puberale fase.

----------------------
Trouw, 19 september 2011

 ‘House Ibiza’ zet heel Hilversum voor schut

Ziezo, de Hilversumse vakanties zitten er op. ‘Pauw & Witteman’ ging na vier maanden weer aan de slag,  ‘Brandpunt’  zelfs al na krap twee maanden.  Powned, een omroep die vindt dat in Hilversum alles anders moet, is eigenlijk nog steeds op vakantie. Na een dik kwartaal  aan het strand te hebben gelegen zijn de charismatische etalagepop en het blonde brutaaltje nu naar Ibiza afgereisd om in een dure villa zichzelf en allerlei loslopend volk te verwennen.

Zo had ik dit stukje eigenlijk willen beginnen. Maar nu ik ‘House Ibiza’ twee keer heb gezien, denk ik er heel anders over: dit programma is de dodelijkste satire die ooit op Hilversum is gemaakt. Dominique Weesie en Rutger Castricum vegen de vloer aan met heel ons rammelende omroepbestel, waarin het fêteren van BN’ers in exotische oorden voor nietszeggende programma’s,  gesponsor, gewichtigdoenerij in combinatie met ellenlange vakanties en geklaag over te weinig geld aan de orde van de dag zijn. Powned spaart niets en niemand. Ook zichzelf niet.

Castricum haalt in Ibiza PvdA’er Ronald Plasterk van het vliegveld, of beter  gezegd ‘ome Roon’, want hij heeft  per slot van rekening Powned mogelijk gemaakt. Al rijdend giet Castricum een fles champagne leeg uit het raam, roepend: “Ja, ome Roon, dankzij jou kan dit allemaal.” De oud-minister weet van schaamte niet waar hij moet kijken. Aangekomen in de villa maken we kennis met cabaretier Guido Weijers, die recent is overgestapt van SBS 6 naar de KRO. Of hij in God gelooft, wil het Powned-duo weten. Nee, dat niet.  Wat hij dan bij de KRO te zoeken heeft.  “Tsja”, zegt Weijers, “het gaat daar tegenwoordig vooral over het goede leven.” Plasterk moet toegeven dat met een dergelijke  vage ‘missie’ de KRO vandaag niet meer in het bestel was gekomen. “Maar ja, het punt is: het bestel heeft wel een voordeur, maar nauwelijks een achterdeur.”

Even daarvoor had Castricum de ex-bewindsman uitbundig bedankt voor zijn inspanningen om  ‘op slinkse wijze Powned het bestel binnen te rommelen.’  Cynischer had hij het failliet van de Haagse omroeppolitiek niet kunnen onderstrepen.  ‘Een belastinggeld verslindend programma, gewoon omdat het kan’, noemt Powned ‘House Ibiza’. Schaamteloos wordt de draak gestoken met het Hilversumse diversiteitsbeleid:  ‘een neger omdat het moet’ houdt de villa schoon.  En ‘Jokertje’, een van de feestbeesten uit RTL’s ‘Oh oh Cherso’, zit in de bediening.

“Mag ik u namens de publieke omroep iets aanbieden?”, vraagt hij aan advocaat en dandy Theo Hiddema. De jurist heeft wel zin in een glaasje champagne. ‘Jokertje’ trekt de zoveelste fles open. Er ontstaat een mooie vakantievriendschap tussen het tweetal. Nadat Castricum met Hiddema een luxe luchtbed heeft gekocht, mag ‘Jokertje’ de advocaat, ontspannen achteroverhangend in zijn drijvend kasteel,  rondduwen door het zwembad. “’t Is eigenlijk wel iets voor een nieuwe taakstraf”, mijmert Hiddema, nippend aan zijn witte wijn, “advocaten begeleiden in het zwembad. Nu wil ik graag die bocht om, Joker.” Het zal nog veel doller worden in ‘House Ibiza’. Powned heeft met dertigduizend euro Hare Doorluchtige Ledigheid Paris Hilton naar het party-eiland gelokt. Wanneer komt de eerste Kamervraag?

----------------------
Trouw, 16 september 2011

Bruce danst door Buckingham Palace

Misschien komt het doordat ik net terugben uit het Verenigd Koninkrijk dat ik thuis direct inschakelde op de BBC. Ik houd van Engeland, niet in de laatste plaats vanwege de inwoners. Ofschoon keurig gescheiden in rangen en standen, hebben Engelsen eigenschappen die alle klassenverschillen ondergraven. Noem het vrolijkheid, openheid, zelfrelativering. In Engeland heb je het prettige voorgevoel dat elke ontmoeting de belofte in zich draagt van lichtvoetigheid.

Zo zag ik Rowan Williams, de geplaagde aartsbisschop van Canterbury, geld pinnen in St. Margaret’s Street. De kerkvorst had even zijn paleisje achter de kathedraal verlaten en stond, al babbelend, in de rij. Willams is hoofd van de Anglicaanse wereldkerk met 77 miljoen gelovigen. Een soort paus dus, maar wel eentje met een pincode. Voor zijn weekendboodschappen. Zou Benedictus XVI op zaterdagmiddag ook geld staan te trekken op de Via della Conziliazione?

Vervuld van dit soort zoete bespiegelingen zag ik Fiona Bruce rondfladderen in Buckingham Palace. De royalty-verslaggeefster van de BBC leidt de kijker rond in de drie paleizen van de Windsors en doet dat op een manier die in het ‘klassenloze’ Nederland onmogelijk zou zijn. Bij ons zie je grofweg drie manieren van royalty-verslaggeving: geroddel (het hoofdstuk Mogelijke Dochters), gekir (‘Blauw bloed’) of  gekraak (‘ Pauw & Witteman’). In ‘The Queen’s palaces’ niets van dat alles. Sprankelend en vrijpostig bevrijdt Bruce de Royal Household van zijn stiff upper lip. Dansend van zaal naar zaal krijgt ze één van hen zelfs zo ver dat hij samen met haar plaatsneemt achter het koninklijke orgel om getweeën een van koningin Victoria’s favoriete Mendelssohn-composities te zingen. Of ze vraagt hoe zo’n enorme kroonluchter toch wordt afgestoft. Geen probleem. De Royal Household laat de lamp zakken tot op vloerhoogte.

In geuren en kleuren beschrijft Bruce de ondeugden van Engelse vorsten. Zo was George IV (1762-1830) dermate losbollig dat hij een waar pretpaleis bouwde: Carlton House. Hij hield er wilde feesten en brak het na dertig jaar weer af. Vervolgens gaf hij architect John Nash opdracht om tegen een exorbitant bedrag Buckingham Palace te verfraaien.
George en Nash waren, zo leren we, oude heren die nog één keer uit de band wilden springen. Bruce zit er niet mee. In tegendeel. Verlekkerd leidt ze de kijker langs weelderige Franse kabinetten en Oriëntaalse zalen. Een met Italiaanse pietra dura ingelegd meubelstuk, voorstellend rijp fruit, wordt zo wellustig beschreven dat de vruchten bijna door de beeldbuis heen barsten. En passant vertelt Bruce over de vele buitenechtelijke avonturen van de vorst. Ze lijkt het wel aanlokkelijk te vinden, zo’n leven van verspilling, gemaskerde bals en met je been uit het verkeerde bed stappen.

Zou dat in Nederland kunnen? Dat een verslaggever door paleis Noordeinde dartelt en met milde spot vertelt over de escapades van prins Hendrik, terwijl de koningin vijf meter verderop boven haar dossiers zit? Ik denk het niet. Engelsen zijn, meer dan wij, in staat de lichtheid van het bestaan draaglijk te maken. Ze hebben daar een mooi, typisch Engels woord voor: jolly. Daarom zeg ik graag: Jolly good, Fiona Bruce!

----------------------
Trouw, 26 augustus 2011

Bij de EO is veel meer mogelijk dan u denkt

Het waren avonden vol mogelijkheden. Een mogelijke dochter, een mogelijke vluchtpoging, mogelijke belangenverstrengeling en mogelijk hier en daar een bui. De eerste mogelijkheid openbaarde zich bij ‘Knevel & Van den Brink’.  Een redelijk beschaafd en intelligent ogende vrouw introduceerde zichzelf  als Mogelijke Dochter. Dat is natuurlijk best interessant, dus daar wilde ons EO-duo meer van weten. Maar helaas, haar ontdekker , royaltyschrijver Marc van der Linden, maakte elke vraag onmogelijk. “Je hebt je kritische pruik op”, snauwde hij naar Van den Brink. Je zag de Mogelijke Dochter wegkwijnen: Mijn hemel, wat zou mijn nieuwe Zuster vinden van dit geleuter? Hoe zou de reserve-prinses zich trouwens voorstellen aan nieuwe kennissen? “Hi, ik ben de Mogelijke Dochter van Zijne Koninklijke Mogelijkheid? ” Of is het Zijne Mogelijke Koninklijkheid?

De tweede mogelijkheid kwam tot ons via Libië. Kadafi zou mogelijk zijn gevlucht. Of mogelijk ook niet. De verslaggevers kwamen er niet uit. Wel waren ze het erover eens dat de euforie in Tripoli voorbarig was geweest. De strijd was nog volop aan de gang. En daarmee hun eigen strijd. We zagen ‘Journaal’-verslaggever Lex Runderkamp zich ijlings uit de voeten maken voor mogelijke sluipschutters. Hans Jaap Meeuwissen (Wereldomroep en NOS) was zelfs echt onder vuur genomen. Evenals Jan Eikelboom. De ‘Nieuwsuur’-verslaggever rende voor zijn leven in een chaotische schietpartij. Ook de omroep van Wakker Nederland, WNL, heeft inmiddels ontdekt dat er in Libië iets aan de hand is. Na ons de afgelopen weken te hebben beziggehouden met  hot items  als ‘Geen plek meer voor geleidehond in taxi’ (27 juli), ‘Jonge ondernemers naar de top’ (3 augustus), ‘Iedereen kan 150 jaar worden’ (10 augustus) en ‘Goud kopen of verkopen?’ (17 augustus), is Joost Eerdmans - u weet wel, die presentator die vindt dat journalistiek geen vak is - nu zo ver dat hij een rookpluimpje heeft ontwaard boven Tripoli. VVD’er Hans van Baalen was te gast. Waar is Kadafi?, vroeg  Eerdmans pienter. Die zou er wel ‘es een eind aan kunnen maken, dacht  Van Baalen.  Maar hij zou ook in een grot kunnen zitten.

De derde mogelijkheid bereikte ons wederom via de EO. Knevel  en Van den Brink (Wat ziet die Knevel er tegenwoordig trouwens wild en ordinair uit, zeg!  Zou dat horen bij zijn nieuwe status als roddeljournalist? ) hadden als eerste journalistenechtpaar Jolande Sap te gast, zo werd enthousiast rondgekraaid . Dát hebben we geweten. Na de GroenLinks-leidster vierenveertig keer te hebben doorgezaagd over de vraag of Kamerlid Mariko Peters zich schuldig had gemaakt aan belangenverstrengeling, lispelde Sap ten einde toe getergd: “Mogelijke schijn van belangenverstrengeling.”

Als ik de mogelijkheden van de afgelopen dagen op een rijtje zet, denk ik:  Mogelijke Dochter valt af. Leuke meid, maar geen DNA. Kadafi? Zit mogelijk in een grot, maar heeft, veel waarschijnlijker, nog flink wat touwtjes in handen. Valt dus ook af. Mogelijke schijn van belangenverstrengeling is te vaag. Als je dan toch aan het verstrengelen slaat, doe het dan royaal en niet zo krenterig. Blijft als enige mogelijkheid over, nummer vier: hier en daar een bui.

----------------------
Trouw, 19 augustus 2011

Alleen de fuut kan nog over water wandelen

Een van de best bekeken programma’s  van dit moment is  BBC’s ‘Life’ . De natuurserie, hier uitgezonden door de EO, trok woensdagavond 1.2 miljoen kijkers. En dat is geen wonder. De reeks is van een adembenemende schoonheid. Als de ondergaande zon de oceaan oranje kleurt, en daarboven plots een zwerm krijsende kanoeten verschijnt, lijkt het zelfs alsof je hallucineert. De montage is suggestief als ‘Birds’ van Hitchcock. Of spannend als James Bond. Drie Amerikaanse fregatvogels  scheren als straaljagers op patrouille door de lucht. Plotseling nemen ze een duikvlucht om een keerkringvogel zijn buit te ontfutselen. De muziek zwelt dreigend aan. Agent 007 op jacht naar Russische spion. Beet!

Anders dan in ‘The life of mammals’ van David Attenborough schrapt  de EO niet langer verwijzingen naar de evolutietheorie. Het wonder der natuur  is er niet minder om.  “Lang geleden”, zegt de vocie over, “toen de dinosaurussen heer en meester waren, ontwikkelde een andere diersoort zich op geheel eigen wijze. Volgens de evolutietheorie behielden ze veel van hun reptielachtige kenmerken, maar ze kregen er ook iets bij: veren.” De kanoeten komen in beeld.  Ze leggen zestienduizend kilometer af van hun overwinteringsgebied in Argentinië naar een broedplek in Canada. Dat doen ze elke winter. Zonder agenda of kompas. En ook elke winter maken ze een tussenstop op Delaware Bay, aan de oostkust van Amerika,  om te foerageren. Precies op het juiste moment komen de kanoeten aan: wanneer de degenkrabben hun eitjes hebben gelegd. Die eitjes zijn hun winterkost.

Flamingo’s kiezen het Bogoriameer in Kenia als foerageerplek. Met meer dan een miljoen strijken ze er neer. Niet alleen om te eten, maar ook om te baltsen en een partner te zoeken. Ze flaneren statig met hun kop omhoog en hun halsveren opgezet, om maar zo roze mogelijk te lijken. Spoedig hebben de eerste paartjes zich gevormd. Of de flamingo monogaam is vertelt de voice over niet, maar de fuut is dat wel.  Om hun levenslange verbintenis te bezegelen nodigt het vrouwtje het mannetje uit tot een rituele dans. Een ontroerend tafereel. De futen wandelen over water. Het vrouwtje krijgt bij wijze van trouwring een verse waterplant.

‘Life’ heeft onweerspreekbaar iets religieus. Dieren lijken op mensen: ze zijn spiritueel, of ze dat nu in de gaten hebben of niet.  Je ziet het In Spanje, waar één miljoen katholieke jongeren bijeen zijn, onder wie vijftienhonderd Nederlanders.  Zingend en biddend gaan ze door de straat. Met hun hoofd omhoog, zoals de flamingo, ofschoon ze aanmerkelijk minder roze zijn. Hun gekwinkeleer heet  getwitter. Ze klagen dat er te weinig oplaadvermogen is voor hun mobieltjes.  Of het RKK dat even kan verhelpen. Je ziet  presentator Roderick Vonhögen denken: Ik ben priester, niet de Heer.

 Een meisje zegt : “Iedereen is hier je vriend, we horen bij elkaar.” Ze zijn elkaar toegenegen als de kanoet en  monogaam - mogen we aannemen - als de fuut.  Hun foerageergebied is Madrid, hun voedsel het Woord en hun ritueel de mis. Ze verheffen zich uit het stof, zijn met hun hoofd in de wolken en wandelen nog net niet, zoals ooit hun leermeester, over water. Want dat kan tegenwoordig alleen nog maar de fuut.

----------------------
Trouw, 15 augustus 2011

Hoe de streekroman verdween uit ‘t Gooi

De NCRV verblijdt ons geregeld met oogstrelend kostuumdrama naar romans of originele scripts uit Engeland,  zoals ‘Pride and prejudice’ en ‘Downtown abbey’.  Maar er is een tijd geweest dat de protestantse omroep ook in eigen land op zoek ging naar geschikt tv-drama. Eind jaren zestig ontdekte de NCRV de streekroman: ‘De glazen stad’ van P.J. Risseeuw, ‘Bartje’ van Anne de Vries en ‘De kleine waarheid’ van Jan Mens. Onder de vaardige hand van Willy van Hemert  - een van de beste tv-regisseurs  - werden die boeken omgesmeed tot prachtige series, die de kijker de hele winter in hun ban hielden. Je kunt je de luxe nu niet meer voorstellen: 26 afleveringen van 55 minuten.

Omdat de televisie 60 jaar bestaat, heeft de NCRV ‘De kleine waarheid’ uit de mottenballen gehaald. Woensdag wordt al weer het laatste deel uitgezonden. Ik herinner me nog hoe ik als kind , stiekem glurend vanachter vaders stoel,  me liet betoveren door de jonge Willeke Alberti als Marleen Spaargaren. Nu, veertig jaar later, weet de reeks nog steeds te boeien. Oké, het tempo is wat traag en de dialogen zijn enigszins gedateerd, maar wat een kwaliteit! Een cast om je vingers bij af te likken:  naast Alberti, Jacques Commandeur, Caro van Eyck, Coen Flink, John Leddy, Ton Lensink, Guus Verstraete en Henk van Ulsen. Dan de kostuums en decors. Je proeft de liefde en zorg waarmee alles is geënsceneerd: koetsjes in het Vondelpark, heren in wandelkostuum.

Het verhaal rond Spaargaren blijft tijdloos: een eigenzinnige vrouw, die zich als een Belle van Zuylen van begin twintigste eeuw probeert te ontworstelen aan de conventies van haar tijd. Niet de waarheid van staat of kerk geldt, maar de eigen kleine waarheid,  ‘geschreven op de achterkant van het hart.’

Jammer dat Hilversum al jaren geen nieuw regiodrama meer maakt. Na ‘Dagboek van een herdershond’ (KRO), eveneens  van Van Hemert , bloedde het genre in de jaren tachtig dood. Te duur en belegen. De streekroman leek voorgoed van de buis verbannen.

Totdat de regionale omroepen vanaf 2001 zelf met originele scripts kwamen. Omrop Fryslân was de eerste met ‘Baas boppe baas’, gevolgd door ‘Van jonge leu en oale groond’(Twente), ‘De hemelpaort’(Limburg) en ‘Nachtegaal en zonen’(Utrecht).  De regionale zenders hadden haarfijn door dat de combinatie van plaatselijke acteurs en dialect een schot in de roos was. Honderdduizenden keken, al was het maar om de dorpskerk of de lokale slagerij voorbij te zien komen.  Voor een appel en een ei kocht de KRO verscheidene van die series aan om ze te vertonen op de nationale tv. De KRO is natuurlijk niet gek en weet dat een groot deel van zijn achterban in de provincie woont.

Toch is er een groot verschil tussen het regiodrama Van Hemert en dat van de regionale omroep. De regionalen hebben bijna geen geld en dat is aan hun tv-drama af te zien. Naast een paar landelijk bekende acteurs, worden de rollen veelal vervuld door goedbedoelende amateurs.  Kwaliteit is in de regio noodgedwongen sluitpost. Laten we daarom hopen op de geboorte van een nieuwe Willy van Hemert. Al zullen we ons door de Hilversumse bezuinigingen voorlopig vermoedelijk tevreden moeten stellen met herhalingen, zoals ‘De kleine waarheid’.

----------------------
Trouw, 11 augustus 2011

Bij BBC zie je andere rellen dan bij de NOS

Dat armoede bijna wel móet leiden tot criminaliteit is op de Nederlandse tv een wijdverbreide opvatting. Je merkt het weer nu de Engelse steden in brand staan.  Premier Cameron wijt het plunderen aan een gebrek aan normen en waarden, maar dat is volgens NOS-correspondent Arjen van der Horst  niet meer dan een Conservatief stokpaardje. Nee, Van der Horst heeft jongeren gesproken die écht weten waar het bij deze rellen om draait: werkloosheid en bezuinigingen op welzijn. Gek genoeg komt niemand van deze woordvoerders in beeld. Zouden ze een panische angst hebben voor  de NOS? Of spuit Van der Horst gewoon zijn eigen aannames?

Bij ‘RTL Nieuws’  hetzelfde sociale verhaal. Vanessa Lamsvelt legt ons avond aan avond uit dat een deel van de relschoppers uit achterstandswijken komt, zich gediscrimineerd voelt en geen werk heeft.  Zij laat wél bronnen opdraven, pro en contra.  Een man vertelt dat de achterstanden een voorwendsel zijn om te kunnen plunderen, een vrouw dat jongeren gefrustreerd zijn omdat de politie hen voortdurend aanhoudt. De kijker mag uitmaken wie gelijk heeft.

Ook ‘Nieuwsuur’ legt voortdurend die link met sociale uitsluiting. Trots wordt hoogleraar Bagguley,  ‘gespecialiseerd in racisme’,  aangekondigd. De Brit wijst op de grote ongelijkheid in steden en meent dat luxe winkels toch wel eng dicht in de buurt van arme wijken staan.

Op de BBC was hij met zo’n makkelijk verhaal niet weggekomen. Ik heb ze de afgelopen dagen gevolgd: Chris Buckler in Manchester, Jeremy Cooke in Birmingham en Liz MacKean in Londen, en geen van allen lijkt erg onder de indruk van sociale duiding.  MacKean interviewt een gemaskerde relschopper (dat is ook zoiets: op de BBC zie je tenminste échte mensen - moeders , rappers en agentes - in plaats van broodpraters), die iets  mompelt over te weinig kansen.  “Is ’t niet gewoon gekkenwerk?”, reageert MacKean.  “Nee, boosheid”, meent het masker.  MacKean: “En daarom mag je gebouwen in de fik steken?” Buckler legt eveneens de nadruk op eigen verantwoordelijkheid:   “Je krijgt toch geen banen door winkels te beroven? Het is hebzucht en criminaliteit.” Ik heb op de Nederlandse tv maar één verslaggever gezien die zich zo duidelijk heeft uitgesproken:  Caroline van den Heuvel van ‘Eén vandaag’. Ook zij had het over hebzucht als belangrijkste motivatie en over een jeugd die van God los is. En zij is onverdacht als geëngageerde dochter van de al even geëngageerde Aad van den Heuvel.

Hoe zou dat verschil tussen Nederland en Engeland toch komen? Het lijkt erop alsof BBC-journalisten meer zonder aanzien des persoons werken. Relschopper of welzijnswerker, minister of politie, Tory of Labour, ieder wordt in een interview even hard aangepakt. In ‘Newsnight’  werpt  presentator Gavin Esler Labour-parlementariër Diana Abbott  voor de voeten dat het bezuinigingsverhaal onzin is en dat de reljeugd toch echt onder Labour-regeringen  opgroeide. Om daarna haar Conservatieve opponent Baroness Warsi te confronteren met een uitspraak van partijgenoot Boris Johnson, burgemeester van Londen,  dat de bezuinigingen wel degelijk een rol spelen.  Geen aannames, maar waarheidsvinding. En het levert nog  spannende televisie op ook.

----------------------
Trouw, 8 augustus 2011

Bible Belt als nieuwe vrijhaven voor homo’s

Het leek weer een vrolijke boel met al die parttime-matrozen van de Canal Parade, maar in werkelijkheid is Amsterdam er ernstig aan toe. In de stad waar in de jaren tachtig homo’s ongestraft hand-in-hand konden lopen, worden nu wekelijks twee homo’s in elkaar geslagen, zo meldde ‘Flikker op!’ , een coproductie van KRO  en Vara. De lesbische Robin vertelde hoe zij en haar vriendin waren weggesard uit de hoofdstad.  “De  volgende keer steken we je neer, vuile teringpotten”, werd hen  nageroepen.  Hun brievenbus werd volgestopt met folders over heteroseks. Robin kwam onherkenbaar in beeld, alsof we in de jaren vijftig leefden. Na haar vertelde een jonge Amsterdamse homo hoe hij bij Albert Heijn de huid kreeg volgescholden.

In andere steden is het al niet veel beter. ‘Flikker op!’ toonde beelden van een homostel in Utrecht, dat uit de wijk was weggepest. In  alledrie de gevallen ging het om Marokkaanse geweldplegers. Presentatrice Claudia de Breij vond het fijn “om de dingen te benoemen.” Schoorvoetend erkende ook onderzoeker Laurens Buijs dat Marokkaanse jongeren, althans in Amsterdam, zijn oververtegenwoordigd in anti-homo geweld.

Je zou denken, mooi gespreksthema voor ‘Flikker op!’: hoe dichten we de enorme culturele kloof tussen Atlasgebergte en Amsterdam? Misschien een tripje naar Rabat om te polsen hoe het daar gesteld is  met homovoorlichting op school? Maar nee, het venijn richtte zich geheel en al op de akeligheid van het christendom. Vooral COC-voorzitter Vera Bergkamp liet blijken haarfijn aan te voelen welke cultuur straffeloos kan worden aangevallen en welke niet.  Geen woord van kritiek op  Marokko, nee we moesten vooral bang zijn voor  “landen waar de kerk sterk ”, vond ze.   Als voorbeeld noemde ze Polen.

Vermoedelijk in een vlaag van intense zelfhaat liet de KRO zich door schrijver en Vara-ster Arthur Japin meevoeren naar het Oost-Europese land om aan te tonen hoe erg de katholieke kerk is. Het komt zelfs voor, zo bleek uit het verhaal van een Poolse homo, dat pubers wordt aangeraden te bidden om van hun geaardheid te worden verlost.  Het  zal voor een homo vast onprettig zijn in Polen, zoals bijna overal, maar welk signaal willen KRO en Vara met deze reportage nu toch afgeven aan Nederland? Dat homo’s gevaar hebben te duchten van die acht pausgetrouwe katholieken in Zuid-Limburg?

Onzin natuurlijk, zoals ook bleek uit het relaas van Robin. Zij en haar vriendin waren verhuisd naar CDA- en CU-bolwerk  Harderwijk, en voelden zich daar door iedereen gerespecteerd. Wie had dat ooit gedacht:  de Bible Belt als nieuwe vrijhaven voor homo’s? In plaats van Amsterdam.   

Er moet dus een andere reden zijn geweest waarom ‘Flikker op!’ zo inhakte op het christendom. Die is niet moeilijk te bedenken. Het COC is al tijden bezig met  een campagne tegen CDA-minister Marja van Bijsterveld, die weigerambtenaren niet wenst te ontslaan en scholen niet wil dwingen tot homovoorlichting.  De COC-actie is, zoals elk debat in Nederland, in een dusdanig hetzerige sfeer verlopen, dat homo’s in de media hebben gedreigd met fysiek geweld tegen christenen: waterbommen op Van Bijsterveld. Voor dàt karretje hebben KRO en Vara zich laten spannen.

----------------------
Trouw, 15 juli 2011

Waarom toch al die Vinextranen in Afrika?

Waarom geven verslaggevers hun vak weg aan Piet en Sjaan uit de Vinexwijk?  Of aan sponsors? Of aan allebei? Het wemelt op de tv van programma’s waarin ‘gewone mensen’ afreizen naar de Derde Wereld om te vertellen hoe erg het daar is: ‘Bestemming onbekend’(EO), ‘Puberruil Xtra’ (KRO), ‘Blood, sweat & T-shirts’, (BNN) en, tot voor kort, ‘Hier slapen jullie’(KRO).

De presentator speelt een dienende rol. Het gaat om de particuliere observaties van de ‘gewone man’, en die zijn, voorzichtig uitgedrukt, nogal voorspelbaar. “Dit had ik niet verwacht”, zegt Brabantse Lisa, wanneer ze door het prostitutiecentrum van Pattaya loopt. “Dat ze zo voor de ramen gaan staan, kan ik echt niet begrijpen”, vult haar zus Anne aan. En zo gaat het maar door. Doel is om één meisje te bevrijden uit de klauwen van de prostitutie. Dat is natuurlijk mooi, maar daarmee heb je nog geen interessant programma.

Het vervelende is ook dat je je voortdurend afvraagt wie de maker is: de omroep of de sponsor? De slotaflevering van ‘Babyboom’ (NCRV) leek van a tot z geregisseerd door Cordaid Memisa. Onder de vleugels van de ontwikkelingsorganisatie mochten jonge ouders een kijkje nemen in de verloskamers van Kameroen. “Ik kan me niet voorstellen dat ik op zo’n matje zou moeten bevallen”, zegt Rebecca. “Heftig, hè?”, is steevast de reactie van Caroline Tensen.

Bij gebrek aan inhoud drijven deze programma’s op emoties. Wat je ziet, is één onafgebroken zee van tranen. ‘Bestemming onbekend’ begon deze week zelfs al voordat we een glimp van Pattaya hadden opgevangen met een snikkende  Lisa.  Hoe komt het toch dat de publieke omroep zelden meer echte documentaires over de Derde Wereld vertoont, waarin een presentator zich opwerpt als autoriteit? Programma’s waarin we worden bijgepraat over hoe Afrikaanse politiek, macht en economie werkelijk in elkaar zitten, zoals met Adriaan van Dis? Waarom in plaats van een goed ingelezen presentator gebabbel over rooie plekjes op de ‘gewone mensen- bibs’, zoals in `Hier slapen jullie’? Boeiend!

Misschien is het geldgebrek. Of de sturende hand van de sponsor. Maar er is nog een andere reden voor de Vinextranen in Ivoorkust. Sinds de Fortuynrevolutie is alles wat met elite en kennis te maken heeft taboe. Het gaat om het volk en zijn beleving. Een erudiete programmamaker is al gauw verdacht. Niets tegen het volk, maar waarom laat de publieke omroep het huilie-huilie in Gabon  niet over aan de commerciëlen? Die kunnen het toch veel beter, zoals SBS6 in 2005 met ‘Groeten uit de rimboe’ als een van de eersten bewees? Van de publieke omroep mag je een hoger instapniveau verwachten.

Natuurlijk zal er best een nobele gedachte zitten achter al dat gesponsorde heen-en-weer-gevlieg tussen Hilversum en Afrika. Verbeter de wereld, begin bij jezelf, zoiets zal het zijn.  Of het bestrijden van vreemdelingenangst.  Punt is alleen: om de Derde Wereld te beleven, hoeven we helemaal niet naar het Zuiden.  Als we ons aanmelden als vrijwilliger in het asielzoekerscentrum om de hoek  kunnen we met eigen ogen aanschouwen hoe erg ontwikkelingslanden er aan toe zijn.  Een camera  er bovenop en we hebben een prachtig programma vol emotie. Bovendien niet duur!

----------------------
Trouw, 4 juli 2011

Een prinselijk huwelijk kán niet zonder schandaal

Geen prinselijk  huwelijk zonder schandaal.  De Noorse Mette-Marit slikte drugs, Caroline trouwde een wildplasser, Charles een intrigante, en in eigen land kampte Mabel  met Klaas B., Máxima  met een ‘foute’ vader en Marilène met een hostierel. Geen wonder dus dat het ook met Albert en Charlene wel mis moest gaan. Het doorgaans serieuze Franse weekblad L’Express berichtte op internet dat Charlene van het huwelijk afzag en per vliegtuig wilde vluchten naar Zuid-Afrika.  Een verhaal zo flinterdun dat je het van het scherm kon blazen. “De enige reden dat ze naar het  vliegveld ging, was om te gaan winkelen in Parijs”, citeerde het Belgische Nieuwsblad Mike Wittstock, Charlenes vader.

De Vlaamse koningshuisdeskundige Marlène de Wouters  legde bij ‘Knevel & Van den Brink’ (EO) uit hoe de roddel de wereld in was geholpen.  Als we haar mogen geloven, had  een Franse journaliste begin vorige week getwitterd dat Albert een kind zou hebben verwekt bij een Duitse dame. Gevolgd door de mededeling dat ze zelf geen tijd had om de zaak verder uit te zoeken. Bij elke journalist moet op zo’n moment een belletje gaan rinkelen.  Er is op de hele aarde geen reporter die op internet zo’n gouden tip te grabbel gooit. Maar wat gebeurde er? De media namen het bericht klakkeloos over.

Ondertussen had L’Express  onder druk van Alberts advocaat Thierry Lacoste  de roddel allang van internet gehaald.  Daar is nu alleen nog de furieuze reactie van het paleis te lezen.  Maar de media denderden verder.  Het was al het  derde buitenechtelijke kind van de Monegaskische prins en, erger, verwekt  tijdens zijn relatie met Charlene. Al het verdere huwelijksnieuws kwam in het teken van de roddel te staan. Toen Albert en Charlene zich goedlachs vertoonden op het Eagles-concert, was het meteen een ‘charme-offensief’. Zelfs De Wouters dacht,  ondank haar scepsis, dat er wel iets aan de hand moest zijn. “Albert keek een beetje van ‘oef’”, concludeerde ze na het burgerlijk huwelijk. En Charlene aarzelde met haar ja-woord.

Zelf kreeg ik ook last van achterdocht. Aartsbisschop Barsi had in zijn preek vast niet voor niets gezegd dat het huwelijk vaak wordt getroubleerd door de zonde, maar dat vergeving de hoogste vorm van liefde is. En waarom had de dochter van Stéphanie uitgerekend voorgelezen over Sara en Tobias, die om een lang huwelijk baden? En wat  bedoelde de bruidegom in ‘Blauw bloed’(EO) met zijn uitspraak dat hij zich niet ‘anders dan anders’  voelde? Of  wat te denken van Charlenes oprisping dat ze ‘geen woorden had voor wat er door haar heen ging’. Presentator Jeroen Snel  vond dat de bruid tijdens de mis wel erg kil uit haar ogen had gekeken. En zo ging het maar door.
Het circus deed me denken aan ‘Scoop’ (1938), een satirische roman van Evelyn Waugh, waarin de werkelijkheid zich telkens voegt naar de verzinsels van journalisten. Een heel contingent correspondenten laat zich naar de stad Lakoe in Ismailië dirigeren om van daaruit verslag te doen van een nogal onduidelijke burgeroorlog. Dat Lakoe niet eens bestaat, is niet het geringste probleem.   

Zo gaat het in Monaco ook.  Is er geen rel, dan bedenken we er wel één. Prinselijke schandalen lijken een media-verslaving.

----------------------
Trouw, 29 juni 2011

 ‘Mislukte parel’ Michon bracht troost-televisie

De gisteren begraven Ikon-coryfee Mary Michon was pionierster op het gebied van docudrama.  Ze ging niet, zoals nu in Hilversum veelal het geval is, achter een bureau zitten om rare ‘reality’ te bedenken, maar haalde haar bezieling uit het leven zelf.  Met een scherp oog voor drama laafde ze zich aan de verhalen van gewone mensen en schakelde vervolgens acteurs in om die  te verbeelden. Dat was vrij nieuw in Hilversum en het leidde tot aangrijpende televisie-documenten.

Zondag vertelt ze over haar werk in een herhaling van het Ikon-interview dat Annemiek Schrijver (‘Het vermoeden’) in 2009 met haar had. Michon (1939) was toen al ernstig ziek, maar, zoals altijd, gekleed als diva. Ze was per slot van rekening ooit begonnen als musicalster bij Jos Brink.  Op haar kleding droeg ze een broche in de vorm van een mislukte parel. “Van een vriend gekregen. Ik heb een bepaalde vorm van geluk gevonden, maar, zoals de meeste mensen, het échte geluk niet.  Die vriend zei:  Jij bent  als een mislukte parel. Die blijft zich ondanks alles aan de oesterrand  vastklampen om glans uit te stralen. Jij weet van geen opgeven.”  

Langs bos en beemd en berm en wei, zoals de programmamaakster het zelf uitdrukte, zocht ze haar onderwerpen.  Zo was het sterven van haar jonge broer in 1967 een van Michons  inspiratiebronnen voor de jaren tachtig drama-serie  ‘Een spannend bestaan’. Ze wist hoe moeilijk ouders en kinderen spraken over  de vroegtijdige dood van een jong gezinslid en probeerde die pijnlijke stilte een beetje te doorbreken. Zoals ze ook aan andere taboes knabbelde: trouwen met een migrant, seksuele voorlichting, jeugdcriminaliteit, prostitutie.

Michon voelde zich bij de ’rebelse’  Ikon van de jaren zeventig en tachtig, geleid door de legendarische  ds. Wim Koole, als een vis in het water. De ‘Geloof hoop & liefde-show’ van Wim Neijman, ook wel de oerknal van de Nederlandse praatprogramma’s genoemd, bracht voor het eerst gewone mensen in beeld die over de meest intieme zaken spraken: abortus, eenzaamheid, verliefdheid  en geloof. Michon zat in de redactie.

Enkele weken voor haar sterven ging ik bij Mary Michon op ziekenbezoek  in Amsterdam. Ze zei: “Ik geloof dat je nooit iets raar moet vinden in het leven.  Of vreemd of gek. Veroordeel dingen niet, maar ga na waarom mensen doen zoals ze doen. Dan kom je bij hun drama terecht . Dat is pas interessant.”

Ze kon zich ergeren aan de soms oppervlakkige research in Hilversum.  Voor de jongerenserie  ‘Link’ stuurde ze ‘haar’ researchster Ida Overdijk tien dagen lang op stage in een jeugdgevangenis. Ook mocht de jonge theologe naar  Amsterdam CS  om tippelaarsters te interviewen.  Michon had met haar programma’s maar één doel:  herkenning en daarmee troost bieden aan lotgenoten.  Haar inspanningen bleven niet onopgemerkt. In 1987 won ze met ‘Een spannend bestaan’ een eervolle Nipkow-vermelding.

Vanuit een vrijzinnig-christelijke geloofsopvatting gaf ze haar werk iets pastoraals. Toen ik Michon in 1999 ter gelegenheid van haar pensioen mocht interviewen, zei ze het zo: “Mijn hoop is dat mensen ondanks alles ooit mogen vertoeven op grazige weiden.” Het is het mooiste dat mij ooit in een interview is verteld.

----------------------
Trouw, 27 juni 2011

Avro maakt zich schuldig aan politiek activisme

De Mars der Beschaving had geen betere start kunnen bedenken dan Terschelling. De Avro  had de week ervoor het eiland gemobiliseerd voor een regelrechte oorlog tegen politiek Den Haag.  Boze cultuurpausen liepen af en aan bij presentator Cornald Maas om hun kogels af te vuren op de kunstbezuinigingen van staatssecretaris Zijlstra. Hun goed recht natuurlijk, alleen zou je van de presentator van een onafhankelijke omroep af en toe ook eens een tegenoffensiefje verwachten.

Maar niets daarvan. Maas ontpopte zich als zelfbenoemd generaal van een aanzwellend leger demonstranten. “Op naar donker Den Haag!”, riep hij euforisch in ‘Opium op Oerol’.  Of hij citeerde een Volkskrant-columnist : “Zijlstra, stop die tweehonderd miljoen maar in je reet.”

In een broeierig ons-kent-ons-sfeertje mocht de kwaaie kunstsector zijn gal spuwen . Oerol-bedenker Joop Mulder voorop: “Den Haag trekt de stekker  uit Oerol.”  Maas hoorde het minzaam knikkend aan. Erna kwam Hanneke Groenteman. “Het is afbraak van de beschaving.” Maas: “Moeten we Zijlstra maar niet meer uitnodigen voor kunstevenementen?” Groenteman: “Ach, niets deert ze.”

Het werd een dolle boel daar op Terschelling. Bij de start van de Mars met die net iets te pretentieuze naam trok cabaretier Joep van Deudekom (1960) zelfs een vergelijking met de Tweede Wereldoorlog. Uiteraard, nooit vergeten ’40-’45 erbij te slepen. Van Deudekom had een 4-mei gevoel gehad bij de openingsceremonie, zei hij.  Moreel gezien natuurlijk een hartstikke slimme zet, maar wel een grotesk affront van het  Verzet. En wat deed Maas? Hij ontlokte de tribune een daverend applaus.

Veel woeste emoties en meningen in ‘Opium op Oerol’. En geen enkel feit.  Daarom hier de ontnuchterende werkelijkheid. Van die tweehonderd miljoen bezuinigingen komt vier ton voor rekening van Oerol. Dat is op de totale begroting van Oerol nog geen tien procent. Het dertigjarige theaterfestival drijft grotendeels op sponsors, particuliere fondsen, kaartverkoop en Vrienden. Dus, hoezo de stekker er uit en 4-mei gevoel?

Oerol biedt zijn publiek, merendeels draagkrachtige babyboomers,  veel straattheater gratis aan. Wie goedkoop aan kaartjes wil komen, koopt een paspoort: 22 euro 50 voor tien dagen festivalplezier. Vergelijk dat eens met de entreeprijs van een ongesubsidieerd dancefestival als Tomorrowland, dat een jong en veel minder rijk publiek trekt:  99 euro 99 voor één dag.  Op Oerol worden honderdduizend kaartjes verkocht.  Een paar euro per kaartje er bovenop en je hebt die vier ton binnen. Ik zeg het maar even, omdat de gesubsidieerde kunstomroep  u dit allemaal heeft onthouden.

Dit prachtfestival  mag, vergeleken met andere getroffen kunstinstellingen, niet klagen.  Dat dat toch gebeurde, komt niet door die vier ton, maar door heel iets anders. “Een exotische blonde kemphaan kan iedereen in Den Haag regisseren”, brieste Mulder.  Wat we in ‘Opium op Oerol’ zagen was  woede over de kunstenaarshaat van de PVV. Misschien begrijpelijk, maar het mag de onafhankelijke Avro  niet verleiden tot klef politiek activisme. ‘Fuck you Halbe Zijlstra’, sloot Maas zijn Oerol-reeks af. Niet erg beschaafd, en zowel de Avro als Maas onwaardig.

----------------------
Trouw, 15 juni 2011

Brideshead revisited aan gruzelementen

Het Pinksterweekeinde benut om de prachtige roman ‘Brideshead revisited’  (1945) van Evelyn Waugh te herlezen aangezien de filmversie zondag op de Duitse tv was.  Een teleurstellende film. Regisseur Julian Jarrold is erin geslaagd om met chirurgische precisie de angel uit het werk van Waugh te trekken: van diens lofzang op het katholicisme is niets over.

Misschien was het in 2008 commercieel  onaantrekkelijk om een ode te brengen aan een geloof dat juist verwikkeld was in een groot misbruikschandaal, spijtig is Jarrolds keuze wel. We zien vooral  buitenkant: het luisterrijke leven van de Britse aristocratie in het interbellum. De onweerstaanbare genade van God, hét thema van Waughs roman, verdrinkt in Jarrolds film in glamoureuze societybals en houtsnijwerk van Chippendale.

De gelijknamige BBC-drama-serie die de KRO  ooit op het scherm bracht, volgde letterlijk de lijn van het boek en deed daarmee wel recht aan Waughs gedachtegoed. Dat is kortgezegd dat het niet de mens is die voor God kiest, maar omgekeerd. Hoofdpersoon in het autobiografische werk is Charles Ryder, in vele opzichten het alter ego van Waugh. Ryder onderhoudt als Oxford-student een homo-erotisch geladen vriendschap met Sebastian, telg uit de katholieke adellijke familie Flyte. De periode van hevig geluk komt snel ten einde wanneer Sebastian zich overgeeft aan een liederlijk dronkenmansbestaan.

Sebastians zuster Julia, die op Charles een al even verpletterende indruk maakt, is evenmin voor hem weggelegd, en de vrouw des huizes, lady Marchmain, wijst de student ten slotte de kasteelpoort wanneer ze erachter komt dat hij Sebastian stiekem drinkgeld geeft. Zo raakt Charles, als Job, in korte tijd alles kwijt waardoor hij was betoverd. Daar houdt de film zo’n beetje op, maar voor Waugh begint het echte werk nu pas. In de roman en de dramareeks krijgt Charles iets terug voor dat verlies, iets waarvoor hij zelf helemaal niets hoeft te doen: de liefde van God.

Niet dat hij zich makkelijk aan die liefde overgeeft. Als overtuigd atheïst begrijpt hij weinig van de devotie van de familie Flyte, met name Lady Marchmain. En als hij het ongelukkige homoseksuele leven van Sebastian en het getormenteerde huwelijk van Julia ziet, geeft hij de kerk daarvan de schuld. Pas bij het sterfbed van de oude lord Marchmain, door Rome geëxcommuniceerd vanwege zijn verhouding met een maîtresse, wordt Charles’ atheïsme definitief geërodeerd.  Wanneer hij Marchmain, ondanks diens coma en anti-kerksheid, vlak na de laatste sacramenten  dramatisch langzaam een kruis ziet slaan, stamelt Charles: “Dit was niet zomaar een onbeduidend teken, geen knikje van herkenning in het voorbijgaan.  Het was de tempelvoorhang die na de kruisdood van Christus van onder tot boven scheurde.”

In de oorlog keert Charles als kapitein terug naar het verlaten landgoed Brideshead, zakt in de huiskapel door de knieën en prevelt: “IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid.” Precies zoals Waugh na een leven van kortstondige homoseksualiteit, donkenschap, liefdespijn en suïcidepogingen zich in 1930 bekeerde tot het katholieke geloof.  Die diepte ontbreekt volledig in de film. Daarom hoog tijd voor een herhaling van de dramaserie.

----------------------
Trouw, 21 juni 2011

 ‘Rechtse’ Willem Duys was taboedoorbreker

Naast alle bewondering die doorklonk in de in memoriams over Willem Duys was er ook steeds de ondertoon dat hij ‘toch wel een beetje rechts was’. Je zou denken: nou en, we hebben een pluriform bestel, dus logisch dat daar ook behoudende stemmen tussen zitten. Maar in de gepolariseerde jaren zestig en zeventig lag dat anders. “Links Nederland had Mies en rechts Willem”, constateerde Pauline Broekema van het ‘Nos Journaal’ terecht. Waarna beelden volgden van Duys op het tennisveld en Duys wankelend met een fles champagne.

Ook Matthijs van Nieuwkerk (Vara) kon blijkbaar geen geschikt archiefmateriaal vinden om de conservatieve opvattingen van zijn idool te illustreren. In zijn ode aan Duys, deze week in herhaling te zien, toonde hij de Avro-coryfee in gesprek met de moeder van een aangerand meisje. “Ik had die vent doodgeslagen”, liet Duys zich ontvallen. Is dat rechts of een begrijpelijke menselijke impuls, die je misschien beter voor je kunt houden?
Nee, als de omroepen echt Duys’ gedachtegoed willen vangen, zouden ze moeten teruggrijpen op het revolutiejaar 1966. Toen hief Duys als protest tegen de rookbom bij het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus demonstratief het Wilhelmus aan. Sindsdien was de dinsdag begraven talkshowmaster de held van ‘rechts’.

Toch doet dat etiket hem maar gedeeltelijk recht.Je zou Duys, met enige goede wil, zelfs een revolutionair programmamaker kunnen noemen. In een tijd dat Nederland een land van rangen en standen was, haalde hij autoriteiten van hun voetstuk door ze als gewone mensen te benaderen. Een dolletje met Luns, een huiselijk gesprek met de oude Drees, en later, toen ministers weliswaar geen excellenties meer waren, maar nog wel gezaghebbend, een kratje drank voor de geplaagde Dries van Agt.

Duys maakte bijzondere mensen gewoon en gewone mensen bijzonder. Als eerste haalde hij in 1963, het startjaar van ‘Voor de vuist weg’, Jan met de pet naar de tv-studio, die daar uitgebreid zijn woord mocht doen. In het Avro-herdenkingsportret van Han Peekel zagen we hoe Duys een hoogbejaard echtpaar vorstelijk ontving.

Met beroemde artiesten schiep hij een vriendschappelijke sfeer, waarin ze het aandurfden om zijn stropdas af te knippen (Ringo Starr), zich voor de cameralens te laten omhelzen (Louis van Dijk), of hun nieuwe pak te laten bevoelen (Wim Sonneveld). Duys: “ Een visgraatje, niet?” Sonneveld: “Nou,  meer een broekpak.”  Dat wás wat medio jaren zeventig: een hetero-presentator die niet homoschuw was en Sonneveld en Elton John als volstrekte gelijken behandelde.

De aartsvader van de vaderlandse talkshow was VVD’er, maar ook taboedoorbreker.  Toen consumentenrubrieken nog in de kinderschoenen stonden, gaf hij bedrogen kopers steun bij hun strijd tegen de Brabantse kruidengoeroe Van de Mooswijk. Blinden, ouders van verkrachte kinderen en andere dragers van onzichtbaar leed, kregen bij hem een podium.  Tv-historicus en Vara-biograaf Huub Wijfjes zei het in Peekels ‘Een leven voor de vuist weg’ zo: “Duys stond voor links en rechts open en voor iedereen had hij een goed woord.” Willem Duys als voorvechter van nivellering en emancipatie, wie had dat ooit gedacht van deze  vermaledijde ‘rechtse rakker’?

----------------------
Trouw, 8 juni 2011

De Jong bracht ode aan schoonheid  van de sport

 ‘Holland sport’ , afgelopen maandag voor het laatst te zien, was meer dan een sportprogramma. Het was een mix van verbeelding, sportanalyse en verstrooiing. Waar een doorsnee sportprogramma  vaak niet verder komt dan een verzameling pratende hoofden (radio op tv), wist Wilfried de Jong dankzij zijn theatrale talent de VPRO-show ook voor niet-sportfanaten naar een hoogtepunt te jongleren.

Onder zijn leiding veranderde de kale studio in een opwindende arena waar de ene keer Marichelle de Jong de boksbal van jetje gaf, de andere keer Peter Post onder handen werd genomen op de massagetafel en een derde maal  Jasper Iwema trots zijn grand prix-motor showde. En natuurlijk het wielerspel, waarmee wereldkampioen Teun Mulder maandag op de valreep zijn oude record verbrak: 18 seconden 57.

In de slotaflevering mocht Epke Zonderland een turndemonstratie geven. Gebiologeerd observeerden De Jong en voormalig mede-presentator Matthijs van Nieuwkerk de schouders van de Friese turnkampioen. Op zoek naar een spiertje dat overbelast zou kunnen raken.  Of dat juist de klap moest opvangen, daar wil ik even vanaf zijn.  “Kun je het vinden?”, gebaarde Zonderland wijzend naar zijn rechterschouder. “Noem jij dát een klein spiertje”, vroeg Van Nieuwkerk starend naar een vervaarlijk opbollend stuk huid. De Jong: “Ja, bij jóu is dat een klein spiertje, Matthijs.”  
Meegaan in de fascinatie van de sporter was acht jaar lang het geheim van ‘Holland sport’. Vorige week had De Jong het ondertunnelde deel van het circuit van Monte Carlo in de studio laten nabouwen. Van coureur Giedo van der Garde wilde hij weten  hoe dat voelde, om die tunnel onder het hotel in te gaan. Met een dinky toy in zijn hand tufte De Jong door de maquette en telkens vroeg hij: wat voel je hier, wat gebeurt hier en hoe is het om met 260 kilometer door zo’n donkere ruimte te scheuren en niets te zien?

‘Holland sport’ was breed, met belangstelling voor elke sport en ook voor mensen langs de zijlijn. Soms zelfs letterlijk. Legendarisch was het in de slotaflevering herhaalde optreden  van lijnentrekker Hans Volwerk. Met zijn machine kwam hij de studio binnen om te demonstreren hoe hij lijnen trok op het Excelsior-veld.  De demonstratie mislukte een beetje, maar bij de terugblik zaten de presentatoren meteen weer middenin de gekte van de sport. “Hoe maak je een cirkeltje nu zo mooi rond?”, wilden ze weten. Helaas, Volwerk trekt geen lijnen meer. Hij borstelt het kunstgras.
Nooit had `Holland sport’ het opgewonden toontje dat zo aan de sportwereld kleeft. De Jong interviewde betrokken, maar niet hijgerig, doortastend en als het moet vlijmscherp, zoals maandag   UCI-voorzitter Hein Verbruggen, maar nooit sensatiebelust. De begeleidende filmpjes van cameraman Rod Hodselmans waren vaak van een verstilde schoonheid.

Hoe gelukkig moet een sportprogrammamaker zijn als hij zijn laatste show mag afsluiten met de meester zelf. In een filmpje en route babbelde De Jong met Johan Cruijff over Gott und die Welt. Bij een stoplicht mijmerde de voetballegende: “Als je door oranje rijdt, is het eigenlijk nog groen.”  De Jong deed alsof hij het begreep. Ook dat hoorde bij de gekte van ‘Holland sport’. Petje af.

----------------------
Trouw, 2 mei 2011

Wie trekt aan touwtjes in de Eeuwige Stad?

E’en keer heb ik het genoegen gehad om een heiligverklaring te mogen meemaken. Een etmaal tevoren zijn de pelgrims al in rep en roer.  Op terrassen, in openbaar vervoer en op straat zoemt het Grote Gebeuren rond en op de dag zelf is de Eeuwige Stad vroeg wakker. In auto’s, bussen en te voet spoeden de duizenden zich door de Via della Conciliazione naar het Sint Pietersplein om daar het Ongelooflijke te beleven.

Je kan van de Rooms-Katholieke kerk veel zeggen, maar niet dat ze geen gevoel heeft voor verbeelding. Direct na de canonisatie - het ging om de Limburgse pater Karel en drie gelovigen uit Polen, Malta en Frankrijk - ontrolden zich als door een mirakel vier wandtapijten met de beeltenissen van de heiligen. Alsof `a la Michelangelo’s `  De schepping van Adam’ een hemelse vinger het teken had gegeven om de lussen te ontstrikken.

Mijn zwakte is dat ik graag in wonderen geloof en op het Sint Pietersplein laat ik me willoos door mijn verbeeldingskracht meeslepen.  Maar eenmaal op de terugweg begint voorbij de zuilenrij van Bernini  de ratio al genadeloos toe te slaan. Zijne Heiligheid draagt voor en de Almachtige accordeert, jaja, maar hoe weet het Vaticaan dat `Boven’ kan instemmen met de kandidaat van beneden? Hoe ziet de handtekening van de Allerhoogste er uit?
Zelfs daar heeft de Heilige Stoel, bedreven als hij is in de omgang met menselijke twijfel, een antwoord op. iPod-priester Roderick Vonh”ogen kwam het pas toelichten bij ` Pauw en Witteman’. Als aan de kandidaat-heilige of  -zalige - het ging over paus Johannes Paulus II - een wonder kan worden toegeschreven,  is dat een goddelijk akkoord. En zo’n wonder gebeurde, zo legde Vonh”ogen uit, toen een Franse zuster, na de hulp van de  overleden paus te hebben ingeroepen, spontaan genas van Parkinson.  De Romeinse nonnen konden gaan weven aan een nieuw wandkleed. Gisteren ontvouwde het zich langs de gevel van de Sint Pieter.

De hele wereld zag het:  koning Albert en koningin Paola van Belgi”e, de Spaanse kroonprins Felipe en zijn vrouw Letizia. Ons protestantse land bevindt zich qua verbeeldingskracht buiten de zuilenrij van Bernini en daarom stuurden we niet onze katholieke kroonprinses M’axima, maar een voormalig ouderling van de Haagse Duinzichtkerk: Piet Hein Donner.  Of die afvaardiging niet een beetje minnetjes was wilde commentator bij de zaligverklaring Wilfred Kemp weten? Bij de begrafenis van Johannes Paulus II hadden we immers ook al zo Hollands zuinig ingezet met minister Hirsch Ballin? Mede-commentator Antoine Bodar bezag het met Roomse blijdschap:  Donner is een protestant met humor, dat is bijzonder. Hij hoopte dat Nederlandse katholieken, ` die maandag op hun werk weer massaal zullen worden aangevallen op hun geloof’, veel kracht zouden putten uit de mis in Rome.  

Zoals eerder tijdens de kerstnachtmis moest ook nu het RKK voegtijdig opbreken. De zendtijd zat erop. Jammer, want daardoor misten Nederlandse kijkers wat op de Duitse tv wel te zien was. Na de zaligverklaring opende zich de hemel en weerklonk een weifelende stem: “Een paus dit keer?  Wat een wonder. En dat zo kort nadat Ik Mijn Zoon heb wakker gekust uit de dood.  Nou ja, vooruit dan maar…”

----------------------
Trouw, 11 april 2011

Wat een geluk, dader is blank

Om elf uur konden we nog geloven dat drama’s als in Alphen aan den Rijn alleen in het buitenland gebeuren. ` De halve maan’, een uitstekend  moslim-discussie-programma van de NTR,  toonde vage amateur-beelden van een slachting in een Braziliaanse school.  ,,Daad van een oud-leerling”, lichtte debater Abdoe Khoulani toe. ,,Hij was geen terrorist of fundamentalist. Gewoon een gestoorde.”

Een uur later hadden we ons eigen bloedbad. Wederom was er geen terrorist of fundamentalist aan het werk geweest. Gewoon een ` gek’.  Een blanke ` gek’  welteverstaan.  In alle nieuws- en actualiteitenrubrieken werd dat beklemtoond.  ,,Een autochtoon met een camouflagebroek”, vertelde `E’en vandaag’-verslaggever Henk van der Aa. Winkelier Max Verbeek omschreef de dader in  `RTL  Nieuws’  als een blanke man.  Officier van justitie Kitty Nooy zei het hem na in zowel ` RTL nieuws’ als `NOS Journaal’ . `Nieuwsuur’  voelde de vader van een belaagde dochter aan de tand en ook hij had het over een blonde man met blauwe ogen.  Vanwaar toch die enorme nadruk op huidskleur?

De taferelen deden denken aan de hectische uren na de moord op Pim Fortuyn. Ook toen lieten de media niet na te onderstrepen dat de dader blank was. Een milieufanaat weliswaar, maar wit. Het kwam er bijna opgelucht uit, zoals ook nu.  En dat is vreemd, want het is in de journalistiek een stilzwijgende afspraak dat huidskleur er niet toe doet.  Was de dader een Turk geweest, dan was zijn afkomst echt niet van de daken groepen. Waarom bij deze Tristan dan wel? Het antwoord is simpel: angst. De vrees dat een aanslag in verband wordt gebracht met moslimterrorisme is zo groot dat de media direct bereid zijn hun eigen ethische regels opzij te schuiven ter voorkoming van een nationale psychose. ,,Het werk van een eenling”, benadrukte Nooy, nog voordat we, behalve zijn huidskleur,  ook maar iets van de dader wisten.  Godzijdank, geen Al Qaida. Gewoon een  alleen opererende man. En nog blank ook. Wat een geluk. We leven in een angstig land vol heethoofden, een multiculturele samenleving die voortdurend op springen staat.  Die dreiging hing als een klamme deken over de hele berichtgeving heen.

Er was nog iets anders dat opviel: de complete onmacht van media om met het kwaad om  te gaan. `E’en vandaag’ besloot de dader maar meteen helemaal weg te medicaliseren. Forensisch psycholoog Corine de Ruiter opperde dat de man getraumatiseerd zou kunnen zijn. ,,Een ex-militair misschien?”, probeerde presentator Pieter Jan Hagens (camouflagebroek + schietpartij = militair trauma, begrijpt u?). ,,,Zou heel goed kunnen”, dacht De Ruiter. En voort galoppeerde ze. Dat er in Nederland veel te weinig aandacht was voor psychische problemen en dat dat taboe maar snel moest worden doorbroken.

Begrijp ik het goed, schoot het door mijn hoofd: we weten alleen dat de dader blank is en zijn nu al zo ver dat hij is afgewezen door zijn psychiater? Maar het werd nog erger. ,,In zaken als deze zijn alleen maar slachtoffers”, besloot De Ruiter vroom.  De dader treft dus geen enkele blaam. Het is ` de  maatschappij’  die het heeft gedaan. Heel benieuwd of de nabestaanden van de slachtoffers daar ook zo over denken.

----------------------
Trouw, 6 april 2011

Reality heeft geen snars met echt leven te maken

Als je de commerci”ele tv aanzet, hoor je om de drie zinnen dat iets ` heftig’ is, ` bizar’ of in het ernstigste geval ` toppie’.  Je kunt er vergif op innemen dat je dan bent beland in een programma dat, vriendelijk uitgedrukt, enigszins kunstmatig is van opzet, om niet te zeggen: ontzettend achter het bureau bedacht door een verveelde programmamaker.

Het is een trend: de gecre”eerde tegenstelling.  RTL 5 is er een ster in.  In ` Echte meisjes in de jungle’ moeten twaalf ` stadse’  vrouwen, gerekruteerd uit eerdere ` reality’-shows (hoe ver kun je een concept uitmelken),  zich staande zien te houden in de Surinaamse rimboe. In  `Dames en heren in de dop’  wordt losgeslagen jongeren etiquette aangeleerd en in `Oh oh Tirol’  is de feestdrift van een groep Haagse vrienden zo explosief dat zelfs de Alpen, ofschoon decor van menig seksfilm, er wit van wegtrekken.  Net 5 heeft nu ook de smaak te pakken. In  `Beauty & the beast’  delen  schoonheidsmodellen hun leven met de mismaakte medemens.

Stuk voor stuk  in ` omroeplaboratoria’ verzonnen ` reality’,  die met het gewone leven niets van doen heeft. Of, met een lichte parafrasering van de Schrift (1 Kor. 2: 9): ,,Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord,  en wat in geen mensenhart is opgekomen, dat alles heeft de commerci”ele omroep bereid voor degenen die hem liefhebben.”
Je zou natuurlijk kunnen zeggen: ik ga iets leuks doen met mijn avond. Een goede fles wijn opentrekken, uit eten met m’n lief of m’n moeder bellen, om maar eens een paar ` nieuwe mannen-dingen’  te noemen. Immers, alles beter dan `Groeten uit de rimboe’ (SBS 6) of  `Oh oh Tirol’. Hoewel.   Wist u dat ` Barbie’ pas in een soort sloot is gesprongen en daar demonstratief in is blijven liggen, net zo lang tot de brandweer kwam? Echt hoor! En dat haar ` Tiroler’- zuster  `Tijgertje’ kleding heeft gejat, nota bene samen met moeder-`Tijger’? (jaja, er is weinig dat mij ontgaat).

Ook de publiciteit rond ` Beauty & the beast’ heb ik gretig opgezogen, waarna ik dacht: toch maar eens kijken. En, eerlijk is eerlijk, ik vind het een mooi programma.  Dat mismaakte mensen cosmetica-junks proberen te verlossen van hun verslaving  ontroert.  Zondag zagen we Diana en Ingeborg. Diana is een blondine met een charmant Drents accentje, die op haar 36ste al talloze plastische ingrepen achter de rug heeft. Ingeborg is geboren met een gezichtsafwijking, waardoor haar ogen en mond scheef staan.  Langzamerhand blijkt dat Diana veel onzekerder is over haar voorkomen dan Ingeborg.  ,,Jij bent tevreden met jezelf, maar ik niet, want ik ben altijd met mezelf bezig.”

Maar je ziet ook hoe groot, ondanks alle uiterlijke verschillen, de overeenkomst tussen beide levens is. Ingeborg wordt  gepest, en achter haar rug om fluistert men dat ze lelijk is. Diana wordt uitgescholden voor Barbie en golddigger.  Wanneer  Ingeborgs arts vertelt dat een afwijkend uiterlijk vaak wordt gelijkgesteld aan een laag i.q., roept Diana: ,,Nou, sorry hoor, dat doen ze bij mij ook.”  De  schone verzucht:  ,,Ik wou dat ik de boel de boel kon laten.” Ingeborg krijgt haar uiteindelijk zo ver: Diana durft zonder make up de straat op. Heftig en bizar, maar ook toppie.

----------------------
Trouw, 4 april 2011

Brands en Van Dam zijn zèlf super-softies

Volgens het nieuwste boek van Lisette Thooft ‘ De onverzadigbare vrouw’ is het niet de man die de vrouw onderdrukt, maar omgekeerd. ,,Mannen worden gek van hun bazige, controleerderige en bemoeizuchtige vrouwen”, schrijft ze.  ,,Ik stuurde ooit mijn man naar psychiater Jan Foudraine, maar die zei: Aan die man van u mankeert niets”, vertelde de voormalige feministe vorige week op een lezing.  “Kun je zien hoe vreselijk ik ben. En dan ben ‘ik nog leuk!”

Bij het ` Man liberation front’  (M!LF) van Veronica likken ze er vast hun vingers bij af. De show is ‘e’en grote aanklacht tegen de overheersende vrouw, al wordt dat nooit met zoveel woorden gezegd. Presentatoren Victor Brands en Steye van Dam richten hun pijlen direct op het in hun ogen wanstaltige eindproduct van de feminisering: de nieuwe man. Die moet gespierd zijn, maar ook met vochtige ogen vertellen over de eerste lammetjes.  Hij drinkt prosecco in plaats van een pint, kijkt geen voetbal  maar musicals, smeert zijn gezicht in met dagcr`eme en praat onder het genot van een kopje kruidenthee over zijn diepste gevoelens.

Nu kun je natuurlijk best een programma maken over de man als muts, maar dan moet je het toch een beetje anders aanpakken dan Brands en Van Dam. Een boerende bruidegom voor het altaar is niet echt grappig, het knock out slaan van een spirituele kwezelaar ook niet.  Een serieuze aanpak is al evenmin iets voor de zender van Jong en Wild, waarna slechts de droeve conclusie rest dat qua genres  Veronica’s no fly zone, om maar eens een lekkere macho-term te gebruiken, betrekkelijk groot is.

Humor is niet alleen een gave, maar ook een vak, en dat lijken Brands en Van Dam maar matig te beheersen. Hoe leuk zouden Van Kooten en de Bie de tegenstrijdige vrouwelijk eisen aan de man op de hak kunnen nemen? Of ‘Koefnoen’?  We zouden een heel ander `M!LF’ zien dan de vleesgeworden Panorama die we nu krijgen voorgeschoteld. Maar dat zal wel nieuwe mannenpraat zijn.

Brands en Van Dam propageren de winden latende, bierdrinkende zapper als mannelijk ideaal - overigens categorie”en waarvan Thooft al evenzeer walgt als van de dominante vrouw. We moeten elk’a’ar beschaven, vindt ze -, maar wie hun c.v.’s leest krijgt een heel ander beeld.  Afgezien van een witwas-akkefietje waarvoor Brands drie jaar vast zat in de VS, is de presentator in zijn dagelijks werk het toonbeeld van een nieuwe man.  Sinds hij is uitgerangeerd als acteur geeft hij  `trainingen om mensen te laten experimenteren met hun vaardigheden.’  Dat gebeurt uiteraard pas na een  `intake waarin een plan van aanpak wordt gemaakt ter vergroting van de non-verbale impact.’  Natuurlijk zijn er ook ` rollenspelen en feedback-momenten.’

Van Dam zit al even diep in de zachte sector. Hij helpt bedrijven bij ` de overgang van een ja-maar naar een ja-en cultuur.’ Ook vindt hij het ‘fantastisch om te worden ingezet als brug tussen een zaal en een idee.’  Van Dam heeft een Landmark-cursus achter de rug, dat is zo’n opleiding waarin je leert ` intensief en positief in contact te staan met jezelf en de mensheid.’

Dat uitgerekend deze softies op tv de stoere bink uithangen, is eigenlijk honderd keer grappiger dan die hele M!LF-show.

----------------------
Trouw, 4 maart 2011

Waar bleef Cohen met zijn sneeuwschuiver?

En zo kwam een einde aan de saaiste tv-soap sinds tijden.  Helaas een voorlopig slot. Want toen na middernacht Harry van Bommel het SP-verlies van zich af danste en Job Cohen voor de zoveelste keer in polonaise voorbijkwam, wisten we het nog steeds niet zeker: wel of geen coalitie-meerderheid in de Eerste Kamer?  Een soap met de stroperigste cliffhanger ooit. Voor Den Haag en Hilversum aanleiding om er weer de hele avond lustig op los te speculeren.  ,,Samen met de SGP redden we het wel”  , sprak oud-CDA-spindoctor Jack de Vries in ` DWDD’. Zou de meest tv-schuwe partij van Nederland straks onze televisiecratie gaan redden? Jolande Sap dacht van niet: ,,Rechts haalt geen meerderheid.  We gaan alle PVV-wetten blokkeren.”

Zo ver is het nog niet. Luister maar naar Ferry Mingelen bij het prognosebord:  ,,Mensen, dit zegt nog niets. Er wordt in mei, bij de werkelijke verkiezing van de Senaat, nog volop gewheeld en gedeald. Het kan zomaar vijf zetels schelen.”   Kortom, te vrezen valt dat we voorlopig nog niet van deze soap verlost zijn.  Zelden zijn provinciale verkiezingen zo versimplificeerd. De provincie werd aan de kant geschoven door  landelijke politici die elkaar met one-liners vliegen mochten afvangen . De ‘e’en wil het anders, de ander eerlijker en de derde ziet Cohen opdoemen op een sneeuwschuiver. Maar w’at  precies anders en w’at eerlijker moet of welke sneeuw wordt geruimd, de kijker mocht ernaar gissen.

Misschien zijn er geen grote verhalen meer, ‘of de tv is niet in staat om die te ontlokken. Bijna wanhopig vroeg Dominique van der Heyde aan Sabine Uitslag: wat is dan die CDA-boodschap? ,,Dat we niet  steeds naar boven moeten kijken, maar het zelf moeten doen.”  Zou het door die halvering komen dat zelfs het CDA niet meer in ` boven’ gelooft? Niettemin had waarnemend CDA-voorzitter Liesbeth Spies    `alle vertrouwen naar de toekomst toe.’  Gek toch dat mensen altijd  vertrouwen hebben naar de toekomst toe en nooit naar het verleden toe. Ook Fleur Agema blaakte van optimisme.Toen de PVV-victorie in Zandvoort in beeld kwam, riep ze dat de inwoners ` al die Marokkaanse rotjongens  zomers op het strand zat waren.’  Misschien een slogan voor 2015: PVV, voor uw blanke top der duinen! 

Eindeloos waren de flauwekul-interviewtjes, die we de afgelopen dagen te verstouwen kregen. Verhagen die tot vervelens toe moest uitleggen waarom hij op wintersport was gegaan, Wilders die mocht rondbazuinen waarom hij met carnaval geen snorren meer opplakt en Hannie van Leeuwen die bij ` Moraalridders’ (EO) vragen kreeg voorgeschoteld in de trant van: heeft u vandaag nog gehuild of gebeden? En oh ja, of Verhagen mocht gaan ski”en. ,,Nee”, sprak Van Leeuwen gedecideerd.  Goed geantwoord. Tien punten voor Hannie.

Ik weet niet meer hoe de ` grand old lady ‘ van het CDA reageerde op de huil- en bidvraag, maar ik kan de heren Knevel en Van den Brink wel onthullen wat ‘ik heb gedaan. Gehuild heb ik toen Van Leeuwen uit effectbejag tot twee keer toe woorden in de mond kreeg gelegd en gebeden toen ze niet demonstratief opstapte. Of a.u.b. Cohen mocht langskomen met zijn sneeuwschuiver. Om met een enorme zwieper deze soap voor eeuwig naar Siberië te meppen.

----------------------
Trouw, 28 februari 2011

Provincie is de bottom van onze democratie

Met ernstige blik kijkt hij ons aan. Het is dan ook niet misselijk wat er aan de hand is. ,,We hebben een heel vervelend provinciebestuur”, moppert D66’ er Bert Bosch. ,,Het is een autoritair en dwangmatig gezelschap.” Als voorbeeld noemt de Zuid-Hollandse politicus de RijnGouwelijn. ,,Een peperduur project waar steeds miljoenen bij moeten, maar het provinciebestuur weigert over alternatieven te praten.”

In een verkiezingsspotje van de Zuid-Hollandse PvdA neemt Statenlid Martin Loose het juist op voor die lijn.  ,,Wij zetten in op goed openbaar vervoer, dat frequent en veilig is. Ik heb ervoor gezorgd dat op de RijnGouwelijn altijd een conducteur aanwezig zal zijn”, zegt hij stralend van trots.

Omdat Den Haag en Hilversum, uitgezonderd ` E’en vandaag’, hebben besloten dat de Provinciale Statenverkiezingen een testcase zijn voor de Eerste Kamer, en ons zodoende alle provinciale items onthouden, ben ik zelf maar op zoek gegaan naar wat er speelt in Bolsward, Apeldoorn en Breda.  Dat viel verdraaid niet mee.  Het wemelt  op regionale tv-stations en you tube weliswaar van provinciale verkiezingsreclames, maar ook die gaan meestal over de Senaat. ,,Provinciale Staten, waarom?”, vraagt een amateuristisch gefilmd PVV-spotje zich af. ,,Om het kabinet Rutte I te steunen!”

Bij de VVD Drenthe zegt Ewout Klok op verveelde toon: ,,We moeten op 2 maart weer naar de stembus.”  Maar de Drentenaren moeten wel VVD gaan stemmen . ,,Omdat we in deze provincie de grootste willen worden, maar ook vanwege de Eerste Kamer.” PvdA-gedeputeerde  Co Verdaas uit Gelderland plaatst het landelijke belang zelfs boven het provinciale. ,,Meer dan ooit kunt u bepalen welke kant het opgaat in Nederland en Gelderland.” De Staten doet net zo hard als Den Haag mee aan het verdonkeremanen van de provincie.

Behalve het CDA. Verscheurd als hun partij is,zijn provinciale CDA’ ers voorzichtig met steunbetuigingen aan het kabinet.  De Noord-Hollandse CDA-gedeputeerde Jaap Bond houdt het puur provinciaal. De provincie moet zich inspannen voor een passende herbestemming van monumentale kerken en  zich verzetten tegen bebouwing van het IJmeer/Markermeer.

De meeste spotjes zijn veel minder gedetailleerd.  En vaak zwanger van modieuze ontaal als transparant, duurzaam en innovatief. Velen zien ook ` uitdagingen om op- of door te pakken.’  Zo grossiert de VVD Zeeland in nietszeggende algemeenheden: minder overheid, compact bestuur, ruim baan voor ondernemers en ruimte voor de visserij en schelpsector.  De fris ogende Sjoerd Galema, lijsttrekker van CDA Friesland, heeft het over ` het eigene van Friesland bewaren, goed omzien naar natuur en samenleving en alle kinderen naar een goede school .’ Tsja, wie wil dat niet?

Een enkeling probeert het met humor, of wat daarvoor moet doorgaan. CDA Limburg brengt een zwaar getatoe”eerde man in beeld,  die juist op het punt staat om van bil te gaan met een jonge schone. Maar eerst wil de dame haar geheim laten zien. Ze tilt haar jurkje op, en wat blinkt daar op haar achterste? Het CDA-logo.  Na het aanschouwen van dit katholieke dameskontje kwam er een diepe vrede over mij. Waarlijk, de provincie is de bottom van de democratie.

----------------------
Trouw, 14 februari 2011

Gelukkig hadden we een acteur in Cairo

In Cairo zegevierde vrijdag de volksrevolutie, maar onze verslaggevers zaten thuis of op de verkeerde plek.  ` Nieuwsuur’-reporter Jan Eikelboom, door Matthijs van Nieuwkerk betiteld als ` de ster van het Tahrirplein’, vond het na twaalf dagen Egypte welletjes en was begin februari naar huis gevlogen.  ,,Het weekend stond voor de deur en een  korte vakantie. Ik moest even bijtanken”, verklaarde  hij op de avond van de victorie aan een verbijsterde presentator van `DWDD’.

Marijn Duintjer Tebbens (`Een vandaag’) was ongeveer tegelijk naar Schiphol  teruggekeerd . Op 5 februari meldde hij dat het te gevaarlijk was geworden in Cairo. ,,We worden ge”intimideerd en kunnen ons hotel niet meer uit. Maar”, voegde hij er geruststellend aan toe, ,,als Moebarak aftreedt, zijn we zo weer terug.”  Dat hebben we gezien.  ` Een vandaag’ zat vrijdagavond met de handen in het haar en moest uit pure armoe een telefoonverbinding tot stand brengen met een journalist van een concurrerende omroep. Het schaarse beeld werd geleend van CNN.

`Nieuwsuur’, het paradepaard van de publieke omroep, verliet zich op tolk Esmeralda van Boon en Wereldomroep-journalist Hans  Jaap Melissen.  Prima lui, maar de eigen verslaggever had vrijaf, en zijn inderhaast opgetrommelde vervanger Rudy Bouma kwam zo laat in Cairo aan dat hij zich moest beperken tot een ultrakort verslag. Wel met bewegende beelden, da’s al heel wat.

Gelukkig toeval dat de Nederlands-Egyptische acteur Sabri Saad el Hamus in Cairo zat. Liefst drie keer huurde de publieke omroep hem als  amateur-verslaggever in:  `Altijd wat’ (NCRV), ` Uitgesproken Vara’ en ` Pauw &Witteman’. Gelukkig maakte NCRV’s Ghislaine Plag het hem niet al te moeilijk. Of hij zijn moeder al had bezocht, wilde ze weten. Jan Tromp (Vara) had bovendien de Anglicaanse priester Jos Strengholt gestrikt om telefonisch vanuit zijn parochie in Cairo het lot van heel Egypte te duiden.

Het `RTL Nieuws’ van zes uur greep eveneens mis.  ,,Je staat op het Tahrirplein. Hoe is de stemming daar?”, stak nieuwslezer Roelof Hemmen opgewekt van wal.  ,,Nou, ik sta niet op het Tahrirplein”, bekende correspondent Roel Geeraedts bedremmeld, ,, ik zit aan de oevers van de Nijl.” Waarna hij, zonder enig beeld, beschreef wat voor schoons hij daar allemaal aantrof.

De enige vaste verslaggever die vrijdagavond trouw op haar post bleef, was Nicole Lefever. Zichtbaar  opgelucht meldde ze in het zes uur ` Journaal’ dat Moebarak was vertrokken. Niet op vakantie, niet gezwicht voor intimidatie en ook niet onder de indruk van het negatieve reisadvies van journalistenbond NVJ was Lefever gewoon haar werk blijven doen.

De andere omroepen helaas niet. Achttien dagen protesteerden de Egyptenaren tegen hun president, achttien dagen kon Hilversum zich voorbereiden op zijn aftreden. Maar toen het eenmaal zo ver was, moesten we, in een eeuw van ongekende technologische mogelijkheden, het doen met merendeels  beeldloze verslagen van een priester en een acteur. Verkeerde inschattingen, slechte samenwerking, amateurisme en een verbrokkeld omroepbestel zorgen ervoor dat de elfde februari  2011 zal worden geboekstaafd als een zwarte dag in de geschiedenis van de Nederlandse tv.

----------------------
Trouw, 7 februari 2011

Ontroerende film over Urker zangers

Vader en zoon Ras mijmeren over de eindigheid van het bestaan. ,,Na het sterven, dan begint het pas”, weet de vader. ,,Verlang je ernaar?”, vraagt de zoon.  ,,Veel. Een leven zonder gebrek, oh, wat moet dat geweldig zijn.” Ik was blij met de herhaling dit weekeinde van de documentaire ‘ Het Urker Mannenkoor Hallelujah’, want dat geeft me de kans deze VPRO-productie alsnog te bespreken. Kees Brouwer heeft een prachtige film gemaakt over het honderdjarige koor.  Dat is vooral te danken aan zijn onbevangenheid. Daar waar orthodox-protestanten meestal meewarig worden afgeschilderd als  ` achterlijk’, treedt Brouwer hen met respect tegemoet.

Daarmee, en misschien ook dankzij de Urker afkomst van zijn ouders, kweekt hij een sfeer van vertrouwen, waarin de zangers zich makkelijk blootgeven. Gaandeweg wordt een ontroerend contrast zichtbaar: stoere calvinisten, vast geen grote praters,  die in hun zang een totale naaktheid laten zien.  Verweerde ` vissers’  willen ` zingen van hun Heiland’, ` van Zijn liefde wondergroot’.   Baritonsolist  Henk, neef van Brouwer, vertelt over de zonde die hij heeft begaan.  De liedteksten zijn pas sinds het publiek worden van die ` zonde’  echt voor hem gaan leven, weet hij. ,,Dat je er, ondanks alles, mag zijn en dat God je optilt. Dat is heel fijn.” De getoonde kwetsbaarheid is op zo’n moment zo groot dat het bijna pijn doet aan je ogen.

In Hilversum wordt oeverloos gebabbeld over authenticiteit, maar dan gaat het meestal om `echtheid’ die door marketingbureaus is bedacht en maar één doel dient:  hoge kijkcijfers. In Urk zien we pas echt authentieke mensen. Ze lijken zich van de camera niets aan te trekken, en van tv-formats en p.r. hebben ze gelukkig nog nooit gehoord.   
Brouwer gaat mee aan boord van een visser, die in een paar zinnen duidelijk maakt waar het Urker contrast tussen stoerheid en kleinheid op terug te voeren is. Om de woeste zee op te gaan moet je een echte kerel zijn, maar de hoge golven geven je ook een gevoel van nietigheid. ,,Je weet dat je bewaard en beschermd moet worden.”  De kracht van de natuur maakt bescheiden en dankbaar en dat is, naast de getoonde openheid, een andere reden waarom deze documentaire zo bijzonder is.  Oud-Hollandse deugden, die steeds zeldzamer lijken te worden, blijken in Urk nog springlevend. De zangersvrienden, zoals de jubilerende koorleden elkaar noemen, willen na een optreden geen applaus, want dat zou maar hovaardig maken. Het zijn namelijk niet zij die zingen, maar ` iets’  dat zingt in hen. Kom daar eens om in een tijd van tv-talentenjachten, waarin alles draait om eigen ego’s en snelle roem.

Brouwer ziet kans om ook de moord op Dirk Post en het alcoholprobleem onder de jeugd in zijn documentaire te verwerken, zodat de vroomheid niet de pan uitrijst. Maar telkens lopen de lijnen weer terug naar het koor. De dominee is blij dat hij in de drukte rond de begrafenis even kan repeteren en de voorzitter van het jongerenwerk hoopt dat het geestelijke lied de jeugd kan weghouden uit de kroeg.

De film eindigt met een lied waarin een jonge bruidegom in close up vol overgave zijn partij zingt. Het is, zoals dit hele tijdsdocument, van een adembenemende schoonheid.

----------------------
Trouw, 4 februari 2011

‘t Is weer koek en ei tussen Con en Patries 

De wereld mag in brand staan, in Nederland is een langslepende oorlog be”eindigd. Het is een behoorlijk lokaal conflict, dus misschien kent u het nog niet. Om precies te zijn speelde het zich af op enkele vierkante meters in Amsterdam-Zuid. Strijdende partijen: de hooggehakte  tv-diva’s Patricia Paay en Connie Breukhoven.
Waar de angel van hun vete zat, is een kwestie die het menselijk verstand te boven gaat. Feit is wel dat ` RTL Boulevard’ de ruzie jarenlang gretig heeft gekanaliseerd, al is bemiddeling van Albert Verlinde ongeveer hetzelfde als Kim Jong-il vrede laten stichten in Egypte.

Toen Paay naakt in de Playboy verscheen, werd van Breukhoven meteen een reactie begeerd. ,,Ik heb een nieuwe slogan bedacht”, sms’te de diva vanuit haar vakantie-adres in Thailand, ,,met de steunkousen van La Paay maakt uw seksleven een ommezwaai.”

Nadat Breukhoven eind vorig jaar in Amsterdam van haar tas was beroofd, toonde Verlinde opnieuw zijn oprechte belangstelling. Zijn `entertainmentdeskundige’, heel toevallig Paay, mocht het slachtoffer enkele vraagjes stellen. ,,Dat je tegen me práát”, was de hoogverbaasde reactie van La Breuk. ,,Nou, jij zegt altijd van die l’euke dingen over mij”, ketste Paay het balletje terug.

Dat de dames zich voor dit soort spelletjes lenen, komt doordat ze voor hun promotie deels afhankelijk zijn van onze nationale showbizz-koning. Een nieuwe jazz-cd presenteren van Breukhoven of preluderen op de zoveelste talentenjacht van jurylid Paay, Verlinde is nergens te beroerd voor.

Maar nu verschijnen er toch donkere wolken boven zijn roddelkoninkrijk. De mini-burgeroorlog is beslecht! En nog wel door Verlindes collega Robert Jensen. De gepatenteerde huisschelm van RTL heeft de nummers van beide dames gedraaid en hen zonder dat ze het in de gaten hadden met elkaar verbonden. Het gesprek heeft hij online gezet, en het verloopt aldus: ,,Met Connie.” P: ,,Met Connie? Ik moet even lachen. Dag schat.” C: ,,Met wie spreek ik?” P: ,,Met Patricia.” C: ,,Nou, dit is wel heel raar. Hoe krijg ik j’ou nou aan de telefoon?” P: ,,Jij belt mij.” C: ,,Ik bel j’ou?” Het misverstand kabbelt nog een poosje door, totdat Connie concludeert: ,,Dit noemen ze nou karma.” P: ,,Is dat zo?”
C: ,,Ik zou het leuk vinden om een keer een kop koffie met je te drinken.” P: ,,Mag ik even wat zeggen? Ik vind je cd z’o’n mooie productie. Echt schitterend. Goeie sfeer.” C: ,,Weet je, ik vind dat heel veel dingen tussen ons vervelend zijn gelopen. Van de ene opmerking komt de andere, en dan komt het heel groot in de media.” P: ,,En jij kan er wat van!” C: ,,Ze m’aken er wat van. Bij ` RTL Boulevard’ begonnen ze er weer over, en toen zei ik dat ik het heel naar vond wat er is gebeurd, maar er moet kennelijk een rel zijn tussen jou en mij. Ik heb nog nooit iets tegen jou gehad.” P: ,,Ach, er zijn belangrijker dingen. We doen allemaal ons best.” C: ,,Ik heb nu jouw nummer. Ik ga je binnenkort bellen.”

En zo kwam een door RTL geregisseerd conflict, waarvan slechts weinigen de ware diepte vermochten te doorgronden, na jaren met ‘e’en simpele telefoontruc tot een einde. Dankzij datzelfde RTL. Ofwel: hoe de roddeljournalistiek zichzelf aan de gang houdt.

----------------------
Trouw, 21 januari 2011

Plassen door brievenbus als echt rechtse hobby

WNL-presentator Joost Eerdmans zou, anders dan zijn voorganger Bicker Caarten,  de affaire Lucassen links hebben laten liggen, zei hij pas bij ` Moraalridders’.  Vreemde opmerking voor iemand die voor journalist wil doorgaan.  Ook een rechtse rubriek als  `Uitgesproken WNL’ zou haar ogen niet moeten sluiten voor misstappen van PVV-kamerleden. Alsof plassen door brievenbussen een kostbare rechtse hobby is, die beschermd moet worden.

De fout van Eerdmans is dat hij zijn rubriek wil enten op Fox, een rabiate zender uit Amerika, die uit weerzin tegen alles wat links is rechts heilig heeft verklaard. ` Uitgesproken WNL’ zou afmoeten van het simpele links-rechts-denken. Het zijn etiketten waarmee je in de journalistiek geen kant uit kunt. Wat vroeger links was, is nu rechts en omgekeerd: er zijn rechtse PvdA’ ers en linkse VVD’ ers.

Je ziet aan de inhoud van ` Uitgesproken WNL’  ook dat Eerdmans maar moeilijk vorm weet te geven aan zijn rechtse droom.  Deze week ging het over Brandon, de vastgeketende gehandicapte jongen uit Ermelo. Wat is er rechts aan dat item? Alle kamerleden spraken er schande van, van VVD tot GroenLinks.  Of wat te denken van de babyboomers?  U weet, zij hebben als sprinkhanen alles opgevreten en laten niets na voor u en mij. Typisch rechts graaigedrag zou je kunnen zeggen. Toch een item bij ` Uitgesproken WNL’.

Behalve aan een onwerkbare politieke doctrine gaat `Uitgesproken WNL’ mank aan journalistieke onervarenheid. Van Michiel Bicker Caarten, over wie direct na zijn Lucassen-primeur het bericht verscheen dat hij bij WNL moest opstappen, kun je zeggen wat je wilt, maar niet dat hij geen goede journalist is. De nieuwe presentator Eerdmans vindt journalistiek zelfs geen vak, heeft hij gezegd. Het is eigenlijk iets wat iedereen wel kan.

We hebben het gezien. In een week waarin de hele wereld zich drukmaakte over de moordaanslag in Tuscon, ging het bij Eerdmans over zielige paarden. Terwijl hij zich nu juist met Tuscon eindelijk eens had kunnen profileren.  ,,Hoezo kwam de kogel van rechts?” , had hij Maarten van Rossem van repliek kunnen dienen.  ,,Een van de slachtoffers was een vroom-katholieke rechter.”  In dezelfde uitzending blies PvdA’ er Diederik Samson het WNL-gezicht compleet van tafel in een interview over de verdeelde linkse oppositie.

Het wordt tijd dat onze Leefbaar-wethouder uit Capelle een cursusje journalistiek gaat volgen. En daarnaast doet hij er verstandig aan ` rechts’  in te ruilen voor ` conservatief’. Conservatief is lang niet altijd rechts en zeker niet populistisch, maar heeft wel een maatschappijvisie die bij de huidige omroepen weinig tot uiting komt. Niet de overheid of de markt zijn zaligmakend, maar  verbanden die door de burgers zelf worden gedragen en waarin ze iets voor elkaar en de samenleving betekenen.

Vanuit dat oogpunt hoef je geen onderwerp links te laten liggen, maar geef je er wel een eigen herkenbare kleur aan. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik niet zo één-twee-drie weet hoe je plassen door brievenbussen vanuit de conservatieve traditie zou moeten belichten.

----------------------
Trouw, 17 januari 2011

Wil de echte dode opstaan?

`Altijd wat’ (NCRV) volgt drie mensen die net doen alsof 2011 hun laatste levensjaar is. Doel is om erachter te komen of de deelnemers ` met de dood voor ogen’  andere keuzes gaan maken. Het project heeft veel reacties uitgelokt.  Positieve, maar ook woedende. Onethisch, een belediging voor mensen die  terminaal zijn, verwijt men de NCRV.
Leven alsof de dood je op de hielen zit, is niets nieuws. In speelfims en opera’s gebeurt het sinds mensenheugenis. Verschil is alleen dat het in kunstuitingen om acteurs gaat die zo goed en meeslepend spelen dat het net echt lijkt.  De NCRV toont de `werkelijkheid’ en die maakt, paradoxaal genoeg, een onechte indruk.  Carolien, Petra en Willem overtuigen niet en dat komt vooral omdat ze, ondanks hun gevorderde leeftijd, weinig ervaring lijken te hebben met pijnlijke sterfgevallen.

Carolien moet teruggaan naar 1979 om zich een overlijden te herinneren dat grote invloed op haar had:  de zelfmoord van een anonieme buurtgenoot. Willem vertelt zijn familie op zo’n laconieke toon dat hij meedoet aan ‘ Nog een jaar te leven’, dat je hen ziet denken: Ach, de ‘e’en gaat in het nieuwe jaar voor het eerst ski”en, de ander voor het eerst dood. Petra, een boeddhiste - zijn de christenen op bij de NCRV? - zegt dat ze zo weinig mogelijk mensen om haar heen wil, zowel bij leven als bij sterven.  Ok’e, maar waarom je `bijna-dood-ervaring’  dan delen met driehonderdduizend kijkers?

Het lastige van sterven is dat je er pas een beetje over kunt meepraten wanneer je er zelf levensgroot voorstaat. Los daarvan, wat denkt het drietal nu nog te kunnen toevoegen aan al die ervaringen van ‘echt stervenden: dat je meer oog krijgt voor de essentie, beter leert relativeren, meer naar je  naasten omkijkt? `Nog een jaar te leven’ is een achter het bureau bedacht concept om de verveelde kijker bezig te houden.  Het toont vooral aan dat we de dood zo uit het dagelijks leven hebben verdrongen dat een lugubere variant van `Wie van de drie’  nodig lijkt om ons er nog een voorstelling van te kunnen maken: Wil de echte dode nu opstaan?     

Een dag later keek ik naar twee nieuwe quizzen.  In NL Test’  (NCRV), eensoort multiculti-kloon van RTL’s ` Ik hou van Holland’, strijden verschillende culturen om bescheiden prijsjes en in ` Minute to win it’ (RTL 4) gaat het om een hoofdprijs van honderdduizend euro. Gordon schenkt de kandidaten drie `levens’, waarbinnen ze met moeilijke, ‘e’en minuut durende spelletjes de pot kunnen winnen. De deelnemers spelen of hun leven ervan afhangt. Terecht, want binnen het spelletje ‘is dat ook zo. En dat is nou precies het hele verschil met `Nog een jaar te leven’.  Voor Carolien, Petra en Willem staat helemaal niets op het spel.  Zelfs nog minder dan in een quiz.  Dat maakt het project zo zouteloos. Het zou mij niet verbazen als de NCRV dit malle, tot mislukken gedoemd requiem voortijdig afblaast.

----------------------
Trouw, 10 januari 2011

`t Spaanse schaep’, feest voor de taal

`t Spaanse schaep’  (KRO)  is niet alleen een lust voor het oog, maar ook voor het oor. Frank Houtappels  schrijft zijn scripts met het woordenboek op tafel en daardoor komen mooie in onbruik geraakte zegswijzen als ` huilen met de lamp aan’  weer boven water.  Of wat te denken van het heerlijk archa”ische ` karonje’. Tante Door gebruikt dit synoniem voor ` verachtelijke vrouw’  wanneer de egocentrische moeder van Lena in het pension op bezoek komt.
Houtappels bestudeert niet alleen de dikke Van Dale, ook het Jordanees is hem lief. Veel plat-Amsterdamse uitdrukkingen komen uit het joods of het  bargoens en de scriptschrijver strooit er elke zondagavond lustig mee rond.  ,,Je blijft toch niet hele avond met zo’n grafponem rondlopen?”, roept Door op z’n jiddisch naar de chagrijnige Riek. Riek vraagt zich de volgende aflevering af:  ,,Wat schiet je ermee op om zoveel spatsies te maken?”  Spatsies betekent kapsones, wat overigens ook weer jiddisch is.

Houtappels’ rijkste taalbron  is het bargoens, het geheimtaaltje van dieven en zwervers. Als Huipie wegens jeneversmokkel in het gevang belandt, heet dat in deze muzikale comedy de ` petoet’ of ` hotel de houten lepel’. En van log’e priester Patrick vraagt men zich af of hij een ` dubbellader’ (biseksueel) is, zoals in vorige ` Schaep’-episodes ` stangenpoetsters’ (prostitu’ees) en ` meiden met handvatten’ (homo’s) voorbijkwamen. Pensionhouder Lukas is natuurlijk eveneens een ` Frederik Fluweel’  (beoefenaar van de herenliefde).

Opoe Withof, een prachtige rol van Carry Tefsen, is een wandelend bargoens woordenboek.  Mijmerend over Lena verzucht ze: ,,Als ik zo jong was,  ging ik ‘es lekker van de kruk”, waarbij ik het aan uw fantasie overlaat om te raden wat daarmee wordt bedoeld. Niet alle uitdrukkingen kan ik thuisbrengen. Poenjakken bijvoorbeeld, of is het poejakken? Zonder ` n’ heb ik het teruggevonden op de site van de Milieufederatie Limburg, waar het wordt gebruikt in de betekenis van hard werken. Misschien heeft Houtappels dit woord onthouden uit zijn jeugd in Weert.

Hij verzint soms ook zelf nieuwe zegswijzen.  Zoals: ,,Die ken ik als de binnenkant van mijn schortzak.” Toen Tefsen, een geboren Amsterdamse,  deze tekst van Riek (Jenny Arean) ter ore kwam, schijnt ze op de set te hebben geroepen: ,,Maar dat is helemaal geen Amsterdams!”   Het deert Houtappels niet. Hij speelt met taal en geniet er van. Zo is ook de uitdrukking  ‘ ik sta zo droog als een speculaaspop’ (Door over haar armetierige liefdesleven) aan het brein van Houtappels ontsproten.  Korte tijd later is deze nieuwe zegswijze opgedoken in een column in de Volkskrant.           

Op Twitter juichen taalliefhebbers inmiddels elke nieuwe vondst in de KRO-reeks enthousiast toe. ,,Mijn vocabulaire is weer uitgebreid: greppelgraver, zeepokkenlazarus en kluivenduiker”, jubelt een van de vele `Schaep-watchers’. Dat is het mooie van deze serie. Het is niet alleen tv-amusement van de bovenste plank , maar vaak ook een verrijking van de taalschat. Je zou, om Door te citeren, wel een ` erg kleine kont hebben’  om daar niet van te kunnen genieten.

----------------------
Trouw, 7 januari 2011

Arie Boomsma: christen met torso

Beter dan Matthijs van Nieuwkerk kan ik het niet uitdrukken:  ,, Arie’s torso is Gods geschenk aan deze wereld.”  Met zijn borsten als bonuskaart zoeft Arie Boomsma  langs alle filialen van het omroepbedrijf.  Vorige maand was het zelfs vier keer raak. Eerst in zwembroek bij `t Spaanse schaep’ (KRO), daarna in shorts aan de trapeze bij `DWDD’ (Vara), vervolgens babbelend over het mannelijk lichaam in `Lekker ding!’ (Avro) en tot slot reflecterend op ijdelheid  in `Dus ik ben’ (Human). Druk maandje voor De Torso.  

Waar de vrouw als lustobject sinds de val van Viola van Emmenes op de Hilversumse index staat,  is De Torso  uitgegroeid tot  het populairste glijmiddel van het omroepdorp.  Zelfs de doorgewinterde hetero Jan Mulder verliest zijn zelfbeheersing zodra hij Boomsma’s weelderige voorgevel ziet. ,,Kleed je uit”, beval  hij rauw. Ze weten bij de Vara niet wat ze meemaken:  een christen die niet ruikt naar de Veluwe, maar naar de wilde frisheid van limoenen! Ook Opoe Withof is lyrisch. Toen Boomsma  in ` t Spaanse schaep’ stoer langs het zwembad paradeerde,  constateerde ze in ‘e’en oogopslag:  ,,Die is niet mee een slappe gemaakt.”  Waar ze vermoedelijk gelijk in had.

Vrouwen streden decennia tegen seksisme in de media, nu is het een man die omroepbreed wordt uitgenodigd vanwege zijn tieten.  Door vrouwen ‘en mannen. Maar er is ‘e’en verschil.  Waar sexy vrouwen klaagden alleen maar te worden behandeld als lichaam, mag De Torso ook wel eens over iets anders praten. Zij het mondjesmaat. Toen hij in` DWDD’ probeerde uit te leggen dat  fitnessen vooral  gezond is en dat mooie spieren alleen maar een prettig gevolg zijn, weersprak Mulder hem meteen.  ,,Nee, het gaat natuurlijk alleen maar om het uiterlijk.” En, even later:  ,,Zeg Arie, hoe is dat  trouwens, seksen met zo’n schitterend lijf?”

Hilversum maakt het De Torso niet makkelijk.  ,,Je bent christen en ijdel, dat gaat toch niet samen?” , vroeg Stine Jensen in ` Dus ik ben’.  Toch wel. ,,Ik val graag op, maar ben geen narcist. Ik gebruik mijn ijdelheid om relevant te zijn.”  En dus zat Boomsma in mei bij ` Pauw & Witteman’  (Vara) om aandacht te vragen voor Wereldvoedseldag en een halfjaar later bij ` DWDD’ in een promotiepraatje voor zijn bloemlezing van Nederlandse po”ezie.

Nu ontfermt De Torso zich over de homo in `Uit de kast’ (KRO). Een voorproefje kregen we in mei toen Boomsma bij `Knevel & Van den Brink’ (EO) in aanvaring kwam met de orthodoxe arkenbouwer Johan Huibers.  ,,Homoseksualiteit is een kwestie van opvoeding.  Ik vind  al dat gepraat maar zonde van mijn tijd”, mopperde Huibers. Waarop de oud-EO’ er: ,,Vindt u het niet jammer dat u als gelovige niets met homo’s heeft?” Woensdag zagen we Theo die onder de vleugels van de domineeszoon uit Marken zijn coming out beleefde.  Een jonge Limburger die uithuilde aan Boomsma’s brede borsten.  Matthijs van Nieuwkerk heeft gelijk: Arie’s torso is Gods geschenk aan deze wereld.

^ terug naar boven | of sluit dit venster om terug te keren naar de site

 

Trouw, 31 december 2010

Altijd gezellig en positief, die Edsiel

Pas vertelde ` Zomergast’  Paul Verhoeven dat zich in het heelal gigantische oorlogen afspelen tussen de sterren.  Onvoorstelbaar. Je zit nietsvermoedend te borrelen in je tv-stoel en boven je hoofd vliegen complete sterrenstelsels elkaar in de haren.  Maar er gebeuren nog veel ergere dingen waarvan u en ik geen weet hebben. Zo schijnt in Hilversum al wekenlang een koffie-oorlog te woeden.

Als we de boulevardpers mogen geloven, gaat de strijd tussen ` KoffieMAX’ , de nieuwe ochtendshow van de publieke omroep, en ` Koffietijd’  van RTL 4. Toch is de toon van onze koffiedames  zonder uitzondering opgewekt, vredelievend en vooral  cosy.   ,,Vindt u het gezellig?”, vraagt  presentatrice Myrna Goossen aan een deelnemer van het ` KoffieMAX’-geluidenspel.  Jazeker, de man vindt ` het’ gezellig. Geen wonder, meneer is met pensioen en dat is natuurlijk alt’ijd gezellig. Tijd voor het geluid. ,,Volgens mij Is het een vallende ijspegel”, zegt de man. Oei, fout! Da’s minder gezellig.

Gast vandaag is het cosmetische wonderkind Marijke Helwegen.  Ze is jarig en wil dat bij ` KoffieMAX’ vieren, ,,want”,  zegt ze, ,,Myrna is een schat.”  Foto’s komen in beeld.  Helwegen toen ze 17 was. ,,Toen had ik nog niets laten doen.”  Helwegen 28. ,,Ook toen nog niets.” Volgende foto, 38 jaar. ,,Nog steeds geen ingreep.”  De spanning wordt ondraaglijk. Wanneer kwam nou toch die verrekte facelift? Met 40? 41 misschien?  Verlos ons! Eindelijk is daar het antwoord. ,,Met 45 de ogen, 47 de borsten en 50 een face lift.” Applaus.  ,,Je trilde niet eens”, sluit Goossen de beauty-conferentie af. ,,Nee”, reageert  de Limburgse  diva, ,,dat heb ik alleen als ik me gespannen voel. Dus bij jou niet, want je bent zo’n leuk mens.”

Ook bij ` Koffietijd’ een voortdurend optimistische sfeer.  Zelfs een zuur bericht in de Telegraaf over wie in 2011 ` uit’  zijn, mag de pret niet drukken.  ,,Mijn Loretta staat er tussen”, zucht presentatrice  Quinty Trustfull, maar haar co-host weet aan het dramatische nieuws meteen een vlotte draai te geven. ,,ik sta in hetzelfde rijtje als Carice van Houten en Matthijs van Nieuwkerk. Ik wil nooit meer van die lijst af!”, juicht Schrijver.

Vandaag heeft het duo Edsilia Rombley over de vloer. De dames kennen elkaar.  ,,H’e, Edsiel, hoe staat het met je nieuwe theatertour?”, wil Trustfull weten.   Er volgt een lange hoestbui en daarna een cryptisch antwoord: ,,Op zich heel goed.” Schrijver kijkt bezorgd. Wat zou er aan de hand zijn?  ,,Sinds mijn kleine meid kan ik niet meer focussen”, bekent de zangeres. ,,Ik merk dat ik op zoek ben naar mijn oude zelf.” Begripvolle blik van de presentatrices. ,,Gelukkig gaan de voorbereidingen voor de tour gewoon door”, stelt Rombley gerust. ,,Altijd gezellig, altijd positief, die Edsiel”, concludeert Schrijver. Trustfull sluit af: ,,Morgen is ons foto-thema op zoek naar. Dat mag een voetbalplaatje zijn, maar ook een  liefde. ”       

Hilversum wordt verscheurd door een koffie-conflict, maar de regisseur lijkt Pax Christi.  Het is als met oorlogvoerende sterrenstelsels: we zien noch doorgronden het. 

----------------------
Trouw, 29 december 2010

Finkers en Witteman, gesprek tussen doven

Storing, even geduld a.u.b.  Dat bordje had als voortdurende ondertitel in beeld mogen komen bij het gesprek tussen Paul Witteman en Herman Finkers. De cabaretier maakte talloze verbale pirouettes om Witteman duidelijk te maken dat ` we leven in ‘e’en groot geheim’, maar voor de Vara-journalist bleef het mirakeltaal. ,,Het religieuze aspect ontbreekt mij volledig”, gaf hij toe.  Daardoor bleef ‘ Liever dan geluk’ een gesprek  tussen doven. De mysticus Finkers, die ` zingt wat ‘ie voelt en zich afvraagt wat ‘ie bedoelt’  tegenover de rationalist Witteman, die maar niet begrijpt wat je moet met een kapel in je tuin. ,,Een kapel…, dat gaat ver”, sprak hij streng, met inlassing van een doelbewuste stilte.

Je zag Finkers wanhopig peinzen. Uiteindelijk maakte hij zich ervan af met een grap. ,,Ik heb geen kinderkamer. Dat gaat ook ver.” Finkers  verlangt naar de Middeleeuwen, toen mensen bezield waren en met  het geheim van het leven dansten in pelgrimages, opera’s en ateliers. We leven nu in een zielloze tijd, vindt de conferencier,  waarin lelijke taal, culturele onwetendheid en commercie om voorrang strijden.  Ik ben geneigd de Finkers gelijk te geven, ware het niet dat de Vara-show ook ‘e’en reclamespot was voor zijn nieuwe dvd.  Wonderlijk toch hoe mysterie en materie kunnen samenvloeien.

De paradox van taal als communicatieve hinderpaal, werd voor Antanas Mockus levensgroot toen hij burgemeester was van Bogota. De filosoof liet woorden plaatsmaken voor rituelen en maakte daarmee de criminele hoofdstad van Colombia veiliger.  In ‘ Wintergasten’ (VPRO) legde hij uit hoe hij de corrupte verkeerspolitie verving door mimespelers. Zij gingen overtredingen te lijf met spottend spel en pas als dat niet hielp kwam de sterke arm eraan te pas. Die werd, in de nieuwe constellatie, doorgaans met applaus ontvangen. Met Halloween, wanneer het geweld in omvang toenam, ging het college van b en w verkleed op kroegentocht. ,,In die vermomming vroegen we de feestvierders om niet later dan om ‘e’en uur naar huis te gaan.  En het hielp.” Mockus drapeerde een rituele deken over de stad, ,,maar” , erkende hij, ,,ik bouwde tegelijkertijd nieuwe gevangenissen.”  Een symbiose van mysterie en materie `a la Finkers bij de Vara.

Interviewer Raoul Heertje was in deze winterse aflevering van ` Zomergasten’ beter op dreef dan vorig jaar, toen hij te veel in adoratie aan de voeten van zijn gasten lag. Hij was alert en voelde zijn filosofische gesprekspartner haarfijn aan. Samen dansten ze een mooie wals met het geheim van het leven.

Eigenlijk deed Rick Felderhof dat ook met zijn gasten. Bij de afscheidnemende  NCRV-coryfee draaide het niet  om opzienbarende uitspraken  - Felderhof  is te veel gentleman en te weinig journalist om die te ontlokken - maar om beelden. Hij schiep een feel good-sfeer waarin mensen hun maskers lieten vallen. Niemand weet meer wat Jan Smit en Rita Verdonk hadden te bespreken, maar het ritueel van een blozende, bijna schoolmeisjesachtig smachtende Verdonk, naast een voor haar pianospelende Smit staat voorgoed in het collectieve tv-geheugen gegrift.

----------------------
Trouw, 27 december 2010

Voor 2010de keer: Et in carnatus est

Wilfred Kemp is theoloog en daardoor weet hij een weinig televisiegenieke gebeurtenis als een nachtmis toch boeiend te verslaan.  Zo wees hij op enkele subtiele liturgische verschillen tussen een  kerstviering en een gewone mis.  De bijbel  wordt na de evangelie-lezing naast het Kind in de kribbe  gelegd om, zo legde Kemp uit, tastbaar te maken dat met kerst God mens is geworden. Om dezelfde reden neemt de paus bij het uitspreken van  het ` Et in carnatus est’ uit de geloofsbelijdenis (‘ Het Woord is vlees geworden’) eerbiedig plaats op de knielbank.

Paus Benedictus XVI hield een theologisch doorwrochte preek waarin hij van bijbelboek naar bijbelboek huppelde  maar waarvan de eenvoudige slotsom was  dat de mensheid sinds de geboorte van Jezus een broederschap moet zijn.  Nog v’o’or het uitdelen van de communie ging de kerkvorst uit de lucht omdat, zo vertelde de RKK-commentator, ` hogere Hilversumse krachten’ hadden besloten dat de nachtmis slechts een dik uur mocht duren. Waaruit blijkt dat de zendermanager van Nederland 2  in zijn eentje meer macht heeft dan het hele Vaticaan.

Huub Oosterhuis stond te dringen om met ` Hoe zal ik U ontvangen?’  (Ikon) het stokje over te nemen. Daar waar de paus aan de ` broederschap van mensen’  geen concrete invulling gaf, stak  de dissidente priester een strenge en politiek getinte preek af. ,,Beschaving is dat wij vluchtelingen van waar ook ter wereld willen ontmoeten als broeders van Jezus”, sprak hij in de Amsterdamse Dominicuskerk. Meer dan de nachtmis was de Ikon-kerstviering een televisie-happening. Geen statische paus op een troon, maar interviewtjes van Annemiek Schrijver met asielzoekers, onderbroken door swingende zwarte gospelzangers met, laten we eerlijk zijn, bijwijlen tenenkrommend repertoire : ,,Zie al die gasten verbroederen.”

Wie werkelijk verstand heeft van televisie is ds. Robert Schuller van ` Hour of power’  (RTL 5). Hij keert zijn hand niet om voor gigantische kerstbomen en onmetelijke winterlandschappen in zijn crystal cathedral in Garden Grove. De Amerikaanse dominee maakt van zijn kerkdiensten ‘e’en groot ` California dreaming’.  Hier geen plaats voor losers, ieder die Jezus aanroept wordt succesvol.  ,,Tegenslag is de voorzet voor een come-back”, predikte Schuller optimistisch, en Jezus is op aarde gekomen om ons die come-back voor te doen. De kerstboodschap verpakt als Amerikaanse droom van individueel, materieel geluk.

Na zoveel turbotaal was het prettig toeven bij de anglicaanse parochie van Tewkesbury, waar priester Catherine Williams, geholpen door prachtige traditioneel- Engelse liturgie,  het geboorteverhaal  in vrouwelijk perspectief plaatste. ,,Maria liet de liefde zelf ter wereld komen”, verkondigde ze op BBC I. ,,Zij ontdekte door haar zwangerschap een nieuwe plek in zichzelf, die van de koestering.”  Vervelend dat preken vaak zo zalvend klinken, maar rev. Williams bedoelde het goed.  ,,Net als Maria moeten we de liefde koesteren. Niet alleen voor onszelf, zoals Scrooge in ` A christmas carol’, maar voor iedereen.”

En zo werd het Woord voor de 2010de keer vlees. Van Rome tot  Garden Grove en van Amsterdam tot Tewkesbury. En telkens op een andere manier.

----------------------
Trouw, 22 december 2010

` The bold’ : slak die afremt in de bocht

Een halfblote man zit ready for action in bed. Een vrouw komt binnen en roept helemaal niet verbaasd: ,,H’e, een halfblote man in bed!” Omhelzing, zoen. ,,Tsja”, lispelt de vrouw, ,,ik zou wel  meer willen, maar eerst moet mijn dochter het weten.” Volgende sc`ene. Een zwarte muscle-boy schudt een blonde meid de hand, zegt dat hij Marcus heet en niet met haar wil vrijen omdat ze al een vriend heeft. Ok’e, duidelijk.

Terug naar de halfblote man. Hij is inmiddels met zijn scharrel aan de champagne. ,,We moeten het n’u doen”, vindt hij, ,,want morgen komt je dochter thuis .” De vrouw schudt van nee. ,,Je bent de ex van mijn dochter. Het k’an gewoon niet.” De dochter heeft ondertussen haar date met Marcus afgerond en komt onverwachts de slaapkamer van haar moeder binnen. ,,Oh, my God!”, krijst het kind. Einde sc`ene.

Volgende aflevering. Allerlei mensen blijken zich inmiddels te bemoeien met de halfblote man en zijn talmende stoot. Een hoogblonde mevrouw en een grijzende heer spreken het duo streng toe, terwijl er nog steeds niks is gebeurd. De halfblote man besluit - hoe verstandig - met de dochter in gesprek te gaan. Restaurantje. Kaarsje. Gezellig. ,,Nou”, zucht de pruilende krullenkop eindelijk, ,,mijn zegen hebben jullie.”

Twee afleveringen later. Nu is de moeder van de halfblote man op oorlogspad en wil niets van een verhouding weten. Bij thuiskomst mompelt de onwillige minnares: ,,Even mijn voicemail afluisteren, want ik ben zo benieuwd wat mijn dochter ervan vindt.”  Dat weet je toch al, troel! Dat heeft ze vorige week toch gezegd! Hit the sheets! Now!

`The bold and the beautiful (SBS 6), waarvan vanmiddag na twintig jaar de laatste aflevering wordt uitgezonden, heeft het tempo van een slak die afremt in de bocht. Niet alleen blijven  verwikkelingen eeuwig dooretteren, ook lijken alle sc`enes hetzelfde. Twee mensen staan tegenover elkaar. Zijn het twee mannen, dan zie je een glimp van het interieur - meestal een plastic kamerplant -, bij man en vrouw niet, want daarvoor is de afstand te klein. Vrouw spreekt steevast met hese stem, man met bas. Het probleem is ` complicated’, de dialoog eenvoudig. Elke sc`ene eindigt met een close  up, waarin man en vrouw ‘of elkaar omhelzen (vrouw meestal met betraande ogen), ‘of vrouw alleen achterblijft met pruillip ‘of man met boosaardige griins.

Uiterst eenvoudige, bijna fabrieksmatige cameratechniek. Bijna altijd studiowerk, zelden een buitenopname. De sterren van `The bold’ hoeven nooit de tuin in om de was op te hangen of  naar de markt omdat de knolselderij in de aanbieding is. Ze plakken alleen maar als boomkikkers in elkaars villa’s, waar ze, zonder aanwijsbare vorm van vervoer, als geestesverschijningen zijn binnen gefloept. En eeuwig ruzi”en, terwijl ze om de twee zinnen zeggen dat ze van elkaar houden en elkaar niet willen kwetsen. Mijn bejaarde buurvrouw kijkt elke middag naar ` The bold’. Ik moet haar toch ‘es vragen wat haar al die jaren zo heeft geboeid.

----------------------
Trouw, 20 december 2010

Gesponsorde Tros brengt `Het zieke kind’  tot zwijgen

 ‘ Kunstuur’  (Avro) liet het aangrijpende schilderij ` Het zieke kind’  zien van de Noorse expressionist Edvard Munch.  Charlotte van Lingen, conservatrice van de Kunsthal, vertelde dat de schilder met deze sterfsc`ene zijn verdriet over het vroege overlijden van zijn zus heeft willen verwerken.

Ook een ander beroemd schilderij van Munch kwam in beeld.  Met `De schreeuw’, probeerde de kunstenaar uiting te geven aan een liefdescrisis.  Het doek  toont een man die met de handen om zijn oren door een landschap loopt, alsof hij wordt getergd door wanhoopskreten.  Het zelfportret sierde zeven jaar geleden de cover van een herdenkingsboekje over de Nieuwjaarsbrand in caf’e ` De hemel’ , getiteld ` De skrauw’, Volendams voor ` De schreeuw’. In het voorwoord legde toenmalig eindredacteur Leo Fijen  van ` Kruispunt’ (KRO/RKK) uit dat het boekje recht wilde doen aan de pijn van alle getroffenen.

Afgelopen week blikte ` Kruispunt’ terug op de Volendam-brand van tien jaar geleden. Jaap Veerman, die zijn zoon Lennart verloor, vertelde over de tobbes tranen die hij had gehuild. Over hoe hij het deksel van de grafkist had getrokken om voor het laatst de haren van zijn zoon te strelen. ,,Jarenlang was mijn hart dood.  December mochten ze van mij van de kalender afhakken.” Er gaat geen avond voorbij of hij steekt een kaars aan bij de foto van zijn zoon. Lennarts fiets staat nog altijd tegen het schuurtje.

Hoe anders was de toon in ` Dichter bij de hemel’  (Tros), waarin drie overlevenden van de Nieuwjaarsbrand werden geportretteerd. Het gaat, ofschoon ernstig verminkt,  goed met Marga, Tom en Lou. Allemaal een baan en druk met hobby’s en vrienden.  ,,Nu gaan ze de Kilimanjaro beklimmen”, riep regisseur Marc Waltman, ,,want ondanks de schade aan hun gezondheid zijn ze in staat tot topprestaties.”

 Gaandeweg maakte zich een griezelig sfeer van het programma meester . Alsof we niet te maken hadden met gewone mensen van vlees en bloed, maar met bovennatuurlijke superhelden.  Marga zong ‘ Happy new year’ (!) en zei dat ze te nuchter is voor verdriet, Tom vertelde dat zijn tijd v’o’o r de brand een gesloten boek is en ook Lou beweerde niets meer te hebben met de ramp. Een van de begeleidende artsen stortte halverwege de klim in, maar het gehavende trio marcheerde vrolijk door.

Bij de aftiteling werd duidelijk waar deze onwerkelijke stoerheid vandaan kwam.  Het programma bleek gesponsored door het Revalidatiefonds en de Taakgroep handicap en  lokale samenleving, die beide tot doel hebben om ` minder zelfredzame mensen aan alle facetten van de maatschappij te laten deelnemen’ .  De Tros heeft zich voor hun karretje laten spannen met als resultaat een eenzijdig en onwaarachtig programma. Dat heb je met sponsors, je moet h’un verhaal vertellen. Dat er ook Volendammers zijn die, zoals Munch,  nog altijd ` Het zieke kind’  in zich meedragen of nog dagelijks ` De skrauw’  van de stervenden in caf’e ` De hemel’ horen, doet dan niet ter zake.

 

----------------------
Trouw, 13 december 2010

Gezelligheid in de krokodillenvijver

Bier en chips op tafel, moeder breit een warme shawl, de haartjes nat. U kent het wel: het ouderwetse zaterdagavondgevoel.  Seniorenzender Max heeft Ron Brandsteder uit het Omroepmuseum gehaald om dat magische sentiment bij ons aan te boren. Een slechte keus.  Brandsteder is te veel een routinier en daardoor niet verrassend. ` Ron’s grote ganzenbord’ is te gepolijst, te gladjes.
Met vragen als ` wie is de ex van Caroline Tensen?’ krijg je een mens op zaterdagavond uiterst moeizaam opgewarmd. Wie de kijker aan zich wil binden, zal op zijn minst een Aha Erlebnis in zijn quiz moeten stoppen. En dan de formule. Je denkt dat het om ganzenbord gaat, maar al snel banjerden we door de digitale krokodillenvijver, waar in de verste verte geen gans te bekennen viel. En steeds draaide het om bekende Nederlanders.  Maar zelfs de gezelligste mens heeft een grens aan zijn absortievermogen van rijdende rechters en Liz Snoyinks. Zeker in de krokodillenvijver.
 Met chirurgische precisie wist Brandsteder het laatste greintje sfeer te vernietigen door een voortdurende flirt met sponsor Veilig Verkeer Nederland. Het zal wel zijn gedaan om de quiz nog enigszins te verantwoorden voor de publieke omroep, maar van asfalt in Andijk slaat het bier in je glas morsdood.  ,,Lid worden hoor, van de VVN”, riep Brandsteder onophoudelijk.  Waarom eigenlijk? Je zou wel gek zijn. Als gezellig mens.   
` Ron’s grote ganzenbord’  staat symbool voor de amusementscrisis van de publieke omroep.  Na de  publieksfilm lijkt ook het vernieuwende amusement definitief naar de commerci”ele zenders vertrokken.  De publieke omroep aapt hooguit na, en nog slecht ook. ` Ron’ s grote ganzenbord’  is een slap aftreksel van ` Ik hou van Holland’, zoals ` Korenslag’ (EO) een belegen echo is van ` Idols’ . Daar waar de publieken doorkwakkelen met de ` Madiwodovrijdagshow’  of teren op oude successen als ` Boer zoekt vrouw’ en ` Memories’ , is bij de commerci”elen verversing het  voortdurende parool.   
‘Ik hou van Holland’ is daarvan een goed voorbeeld.  De show heeft het ` ouderwetse zaterdagavondgevoel’  werkelijk teruggebracht. Niet alleen door het decor van molens en tulpen of  de aanstekelijke lach van Linda de Mol, maar vooral door vragen die een gevoel van herkenning en Holland-nostalgie oproepen: hoe heette de Siamese kat uit ` Jan, Jans en de kinderen’ , wat is een rolmops en wie waren de vijanden van de Hoeken in de vijftiende eeuw? Het programma weet zaterdagsavonds soms meer dan drie miljoen kijkers te trekken (Brandsteder 972.000) en dat is geen wonder. Het swingt, zingt en heeft humor.     

Aardige bijkomstigheid is dat de RTL-show, hoe Hollands ook, een steentje lijkt bij te dragen aan de integratie van allochtonen. Op de tribune zie je geregeld in oranje gehulde vrouwen m’et hoofddoek. En vorige week vertelden zwarte kinderen wat ze zo leuk vinden aan Sinterklaas.  Dat hoor je als amusements-kijker liever dan het laatste nieuws over de buurtveiligheid van Heerenveen. Het zijn momenten dat je denkt: H`e lekker, zaterdagavond.

----------------------
Trouw, 6 december 2010

Ook Sint heeft heel kort lontje

Houden we nog wel van Sint? „Moet ik weer verder met die oude man”, verzuchtte Paul de Leeuw nadat hij op de foto was geweest met een gehandicapt meisje. In ’Het paard van Sinterklaas’ (Avro) maakte hoofdrolspeelster Winky de jarige zelfs uit voor rot-Sint omdat hij zijn belofte had gebroken om haar een paard te schenken en in ’Het Sinterklaasjournaal’ (NTR) werd hij geportretteerd als een warrige bejaarde, die zijn cadeaus kwijt was en vóór pakjesavond alweer wilde vertrekken.

Sint is gedegradeerd van goedheiligman tot gewoon mens met nukken en streken. Volgens ’Altijd wat’ (NCRV) bestaat hij zelfs niet, wat door de Sint uiteraard meteen werd tegengesproken. Zijn wíj verhufterd of is het Sint Nicolaas zelf? Laten we zeggen dat er, zoals bij wel meer bisschoppen, iets schort aan zijn persoonlijke pr. Zo beschuldigde ’Uitgesproken Vara’ hem van de distributie van giftig speelgoed. „Koop maar een chocoladeletter”, adviseerde Jan Tromp de kijker.

Bij ’Sint & De Leeuw’ (Vara) was de kindervriend bij binnenkomst al boos. „Waar is mijn staf?”, riep hij naar de presentator. Het kwam de hele uitzending niet meer goed. „U bent een loser”, plaagde De Leeuw na een potje tafeltennis. En tegen het eind vroeg hij opgelucht: „U gaat straks weer het dak op?”
„Jazeker”, sprak de Sint, „en u kunt wat mij betreft ook het dak op.”

„Wat bent u toch onaardig”, concludeerde De Leeuw.

Hij heeft gelijk. Bram van der Vlugt speelt een grimmig baasje, een soort Kamerlid Lucassen zonder geslachtsdrift. Vrijdag hoopte ik nog dat Sints slechte humeur niet aan hemzelf lag. In ’Tijd voor Max’ zat hij tegenover Maarten van Rossem, en daar moet je maar tegen kunnen. Van Rossem noemde Sints staf een blikken Ikea-prul. Als beloning keek de goedheiligman hem de hele uitzending ijzig aan. Twee grumpy old men op een bejaardensoos.
Presentator Sybrand Niessen probeerde wanhopig de sfeer erin te houden. „Wat denkt u van een ecologische stoomboot?”Stilte. „Waarom kijkt u zo boos?”, piepte Niesen. „Domme vragen, domme antwoorden”, bromde Sinterklaas. Een stukje muziek dan maar: een dameskoor onder de naam De jeugd van toen. „Beter dan de jeugd van tegenwoordig, want dat is een band die je niet wilt horen”, reageerde Sint. In het bedrijfsleven heet zoiets: gebrekkige oriëntatie op de core business en ernstige onderschatting van het unique selling point.

Sint lijkt te worstelen met een voortdurend chagrijn. „Wat jammer dat er geen stoute kinderen zijn, dat maakt het een stuk minder leuk”, mopperde hij in tegen Linda de Mol in ’ik hou van Holland’ (RTL4). Als Sint zo doorgaat, zal het niet lang meer duren of ons strenge kabinet verklaart hem tot persona non grata. Met als bijkomstig gevolg dat iedereen die nog het lef heeft zijn schoen met wortel en stro bij de haard te zetten, wordt gearresteerd wegens hulp aan een illegale vreemdeling. De tv-Sint weet dus wat hem te doen staat: word weer die vriendelijke oude heer of ga met vervroegd pensioen.

----------------------
Trouw, 3 december 2010

Voorouder van de kiwi en de Neanderthaler

Freud, zo leerden we in Avro’s ’Close up’, vond het maar niets dat filmmakers met zijn psychoanalyse aan de haal gingen, omdat het onbewuste niet in beelden zou zijn te vangen. Wetenschap en film zijn geen natuurlijke vrienden, omdat de wetenschapper al gauw vindt dat zijn werk te simplistisch wordt voorgesteld. Bovendien moet hij, als zijn werk wordt verfilmd, de regie uit handen geven.

Terecht, want goede wetenschappers zijn niet per definitie goede sprekers. Het is verstandig hen met besliste hand te sturen zodat ze niet allerlei modderige zijpaden inslaan die de hoofdweg verduisteren. Als een archeoloog bijvoorbeeld vertelt dat het een ramp is dat aan de universiteit geen micromorfologie en paleobotanica meer wordt gedoceerd, moet je als filmmaker vragen waarom dat voor zijn discipline zo erg is. Krijg je een antwoord dat voor de rode draad van je programma niet relevant is, dan knip je het eruit.

In ’De magie van wetenschap’ (Human) gebeurt dat te weinig. Zo kreeg deze week archeoloog Wil Roebroeks een dermate vrije rol dat de hoofdvraag – hoe zou het zijn om de aarde te delen met Neanderthalers? – niet duidelijk werd beantwoord. Filmmaakster Aliona van der Horst stelde zich te veel op als observator en te weinig als duider, waardoor aan het slot losse eindjes overbleven. Roebroek werd geïntroduceerd als eigenzinnig denker, maar waar dat uit mocht blijken, bleef vaag. En wat de ontdekking van de voorouder van de kiwi heeft te maken met het Neanderthaler-bestaan bleef eveneens in raadselen gehuld.

Het portret begon met opgravingen ergens in Engeland. „Doe je dit graag, Wil?”, riep Van der Horst naar beneden. Gelukkig kwam een wandelaarster voorbij die de enige juiste vraag stelde: „Waar graven jullie naar?” „Naar sporen van leven ouder dan 450.000 jaar”, antwoordde Roebroek. Filmtechnisch was het ongetwijfeld aardig om de passante te laten informeren, maar ze kwam wel voorbij op een moment dat de kijker zich al te láng afvroeg waar Roebroek naar op zoek was.

In de aflevering over hoogleraar Oude Testament Ellen van Wolde, geregisseerd door John Appel, bleef de kijker zitten met de vraag wat haar nieuwe interpretatie van Genesis – God scheidde eerst en schiep pas daarna – nu blijvend voor impact heeft gehad op de theologie.

In ’Labyrint’, het wetenschapsprogramma van NTR en VPRO, neemt de programmamaker duidelijker het voortouw. Deze week ging het over de nieuwste ontwikkelingen in de archeologie. Om bodemschatten op te sporen hoeft dankzij geavanceerde chemische en fysische technieken geen spade meer de grond in. Met bodemscans kunnen complete onderaardse burcht- en boerderijresten worden gedetecteerd. De vondsten blijven, behalve als er gebouwd wordt, tegenwoordig in de grond, want daar zijn ze veilig. Het wetenschappelijk onderzoek is alleen bedoeld om uit te zoeken wáár welke schatten liggen.

’Labyrint’ is, of het nu om archeologische vondsten, de nieuwste inzichten rond comabehandeling of de maakbare samenleving gaat, een toegankelijk en boeiend programma over moderne wetenschap.

----------------------
Trouw, 1 december 2010

Gezicht van de kerk : geen mijter, maar jonge meid

Het gezicht van de katholieke kerk draagt geen mijter en kromstaf maar oogschaduw en een decolleté. Mariska Orbán, hoofdredacteur van Katholiek Nieuwsblad, kwam afgelopen maand drie keer op het scherm om Rome voor de arbeider te verklaren. Dat is ongeveer net zo vaak als aartsbisschop Eijk tijdens zijn gehele pontificaat. En dat terwijl in zijn club toch genoeg aan de hand is, zou je denken.

’Het Journaal’ meldde vrijdag seksueel misbruik door oud-bisschop Ter Schure. „De kerk wilde niet voor camera reageren”, was de slotzin. Een dag later verklaarde Orbán bij ’Door de wereld’ (EO) het amateuristische communicatiebeleid van haar kerk, dat zich niet beperkt tot Nederland. „In Rome doen dertig brave paters de communicatie voor één miljard gelovigen, terwijl een stad als Amsterdam alleen al vijfhonderd professionele communicatoren telt.”

Een maandje eerder was Orbán te gast bij ’Pauw &Witteman’ om het abortusstandpunt van het Vaticaan te verdedigen. Aanleiding was een nogal tactloze open brief van haar aan VVD-Kamerlid Hennis-Plasschaert, maar de kerk zelf – die de anti-abortusactie, compleet met het versturen van nepfoetussen aan parlementariërs, was begonnen – schitterde door afwezigheid.

Orbán is een blonde, zelfbewuste meid. Dat zal een rol spelen bij de gretigheid waarmee door mannen gedomineerde tv-shows haar binnenslepen. Orbáns voorganger bij Katholiek Nieuwsblad was vijftien jaar lang Ed Arons, maar ja man, bebaard en bebrild. Daarvoor komt Pauw niet uit de veren. Voor Orbánnetje wel. Vorige week mocht ze alweer aanschuiven bij ’P & W’. Dit keer vanwege de condoomuitspraken van de paus . Voor ’Het Journaal’ werd die klus geklaard door Antoine Bodar, want ook toen bleef Eijk thuis. De aartsbisschop mag het duo onderhand wel voordragen voor een pauselijke onderscheiding zo vaak als zij, onbezoldigd en niet behorend tot de hiërarchie, voor hem de kastanjes uit het vuur halen. In april nog verscheen Bodar bij ’Moraalridders’ (EO) om de ruzie tussen Eijk en zijn collega-bisschop De Korte over de liederen van Huub Oosterhuis te duiden.

Kardinaal Simonis zag je geregeld op het scherm, al dan niet vergezeld van zijn goed gebekte woordvoerder Jan-Willem Wits. En nóg. Bij ’P & W’ boog de rustende kerkvorst zich in maart over het kindermisbruik: „Wir haben es nicht gewusst.” Zijn opvolger Eijk heeft over het schandaal nog nooit één verontschuldigend woord op tv gezegd. ’Kruispunt’ (RKK) bracht in maart een helende confrontatie tussen kerk en misbruikslachtoffer, maar op de kerkelijke zetel zat niet Eijk, maar oud-bisschop Bluyssen.

Eijk is na drie jaar pontificaat zo diffuus als wierook en alleen te zien in interviews waaraan hij zich geen buil kan vallen. Een risicoloos voorstellingsrondje in ’Buitenhof’, een debat over het bestaan van God in ’Het elfde uur’ (EO) en een terugblik in ’Kruispunt’ op de reorganisatie van het bisdom.

Van tweeën één: óf Hilversum weet voor de échte dossiers het aartsbisschoppelijk paleis niet meer te vinden óf Eijk heeft definitief de luiken gesloten. Als ik Eijks perschef was, zou ik in beide gevallen een kaars opsteken voor bijstand.

----------------------
Trouw, 26 november 2010

Het hart onttoverd: van levensbron tot bouwput

Het ene moment lijkt het op een sappige biefstuk , het volgende op een mals kippetje. Een gelatexte hand voelt of het vlees goed is gezouten. „Zet de machine maar aan”, klinkt het alsof het fornuis kan worden ontstoken. Dat was het dus: het hart. Anderhalf uur lang keken 1,3 miljoen mensen naar de licht pulserende spier van mijnheer Gerritse. Ik weet niet hoe het u is vergaan, maar ik heb het wakker gehouden tot de mechanische kunstklep. Daarna werd ik bezocht door een zoete dommel, die aanhield tot het binnenrijden van een soort cadeautafel met couverts. ,,Het operatiemateriaal”, bulderde een stem mij uit mijn sluimer.

Het hart is sinds ’Operatie live’ (Max) wreed van zijn mysterie beroofd. ,,Zie je, Charles, hoe dicht de opening van de kransslagader bij die klep zit?”, luidde het loodgietersjargon waarmee de bron van leven degradeerde tot een bouwput. Waar zou de liefde wonen, mijmerde ik om de beelden draaglijk te houden. In de linker- of de rechter- tunnelbuis?

Na zulke bloederige taferelen kijk ik reikhalzend uit naar morgen, wanneer Patty Brard de romantische kant van het hart etaleert. Het idee is leuk. Drie buitenlandse prinsen proberen op de Nederlandse werkvloer in cognito een vrouw aan de haak te slaan, en Brard helpt ze daar een beetje bij. Maar wie de eerste delen van ’Coming to Holland’ (SBS6) heeft gezien, vraagt zich af op welke prinsenschool deze edelen hebben gezeten. Prins Salauddin uit India bluft bij het zien van zijn appartement van tachtig vierkante meter: „Thuis is zelfs mijn badkamer tien keer zo groot.” En wanneer hij een toilet moet schoonmaken, kermt hij: „Dat heb ik in India nog nooit gedaan.” Een beetje een prins met een kleine ’p’, die Salauddin. Zijn ’collega’ Max zu Schaumburg-Lippe zet alle aristocratie overboord wanneer hij vanuit een stroopwafelkraam elke passerende vrouw probeert te versieren. En wanneer de heren aan het speeddaten slaan met nogal doorsnee dames, denk je weemoedig: waar is de tijd gebleven dat prinsen handkussen uitdeelden tijdens soirees in vervallen paleizen?

Onze eigen prinsen dan maar? In ’Heren van Oranje’ (NCRV) probeert Jetske van den Elsen een beeld van hen te schetsen, en dat valt niet mee. De prinsen zelf krijgt ze nauwelijks te spreken en hun directe entourage ook niet. Blijven over royaltywatchers als Dorine Hermans en Justine Marcella. Veel nieuws komen we niet aan de weet. Ja, dat ze in de bankwereld zitten, het vastgoed en de elektrische auto’s. En dat ze in plaats van gemaskerde bals, ordinaire netwerkborrels aflopen. De quadrille wordt niet meer gedanst, hun vrouwen zijn burgers. De prinsen zijn, ofschoon onbenaderbaar, ’gewoon’ geworden en hebben een baan. Ontdaan van alle luister en glamour is er eigenlijk niets meer aan dat hele prinsenbestaan. Dankzij de tv is niet alleen het hart van mijnheer Gerritse onttoverd, maar ook de prinselijke inborst. Nog even en onze Oranjeprinsen melden op Twitter: Vanavond geen chat, want m’n blindedarm gaat eruit bij de Tros.

----------------------
Trouw, 24 november 2010

Straks een concoursje marsmuziek tegen Hillen?

Was het de melige grappenmakerij van Freek de Jonge? De flauwe pastiche van Gijs Scholten van Aschat op een gesponsorde Shakespeare? Of lag het aan de dufheid van de zaal dat mijn aanvankelijke sympathie al snel omsloeg in wrevel?

Nee, het was vooral de volstrekte kritiekloosheid waarmee de publieke omroep zich uitleverde aan de protesterende kunstwereld. Hoeveel begrip je ook kunt opbrengen voor het verzet tegen de bezuinigingen, ’Leve de beschaving’ had in deze vorm beter achterwege kunnen blijven. Een publieke omroep die twee uur uittrekt om zonder enig commentaar de kunstwereld ach en wee te laten roepen over het kabinet Rutte, moet snel een terugkomdagje boeken voor de School voor Journalistiek.

Heeft de kunstwereld alternatieven voor de 200 miljoen bezuinigingen, hoe staat het met particuliere fondsen, valt er wat te leren van het buitenland? We kwamen het allemaal niet aan de weet.

In plaats daarvan zagen we één aaneenschakeling van geklaag en geprotesteer (’vergeet niet te tekenen op stopdeculturelekaalslag.nl’, werd presentator Giel Beelen niet moe te verkondigen). Aan De Jonge’s simpele verzoek om in één zin helder uit te leggen tot welk drama deze bezuiniging zal leiden, kon geen kunstenaar voldoen.
Wat staat de kijker nog meer te wachten na dit staaltje ’actiejournalistiek’? Een concoursje marsmuziek tegen defensieminister Hans Hillen? Een Flying Doctors Gala tegen de verhoging van de zorgpremies? Wel zo sympathiek, aangezien de meeste chronisch zieken veel minder in staat zijn hun mondje te roeren dan de culturele sector. Kunstenaars hoeven zich geen zorgen meer te maken. Na de bezuinigingen staat een vette sponsor klaar, die als was is in hun handen: de onafhankelijke publieke omroep.

Gelukkig gebruikt Hilversum zijn subsidie ook voor mooi drama. Zondag helaas al weer de laatste aflevering van ’Bellicher, de macht van meneer Miller’. Achter deze onmogelijke titel, naar een boek van Charles den Tex, gaat een ijzingwekkende VPRO-thriller schuil, die in vele opzichten uniek is. De grote macht van adviesbureaus en de rol van gemanipuleerde informatie in de strijd tegen moslimterrorisme zijn niet eerder op deze aangrijpende wijze gedramatiseerd. Dit actuele gegeven gevoegd bij de geweldige acteerprestatie van hoofdpersoon Daan Schuurmans, een van de beste acteurs van zijn generatie, maakt ’Bellicher’ tot een serie die de kijker op het puntje van zijn stoel brengt.

De anti-held Michael Bellicher (Schuurmans) raakt, de traditionele thrillerwetten getrouw, verstrikt in een Kafka-achtig web, waarin hij ten onrechte wordt beschuldigd van misdrijven. Vanuit een isolement – zijn familie laat hem in de steek – moet de communicatieadviseur zich zien te verlossen uit een moordcomplot. De verhaallijn mag soms een beetje onbegrijpelijk zijn, de sferische manier van filmen, met mooie kleurcorrecties, maken ’Bellicher’ tot een lust voor het oog. En de enge wijze waarop Bellichers tegenstrever Huib Breger, een zwijgende rol van Theo Maassen, gestalte krijgt als christelijke bestrijder van de islam, doet je elke zondagavond weer huiveren.

----------------------
Trouw, 22 november 2010

Om mekaar te helpen, nietwaar?

In een wereld die dankzij internet Appelscha met Afghanistan verbindt, hecht de KRO aan het touwtje door de brievenbus. In het jubileumprogramma rond 85 jaar KRO zagen we het weer hangen. Bij Jaap en Nel Kooiman in ’Toen was geluk heel gewoon’. Dat draadje is een uitnodiging. Kom maar binnen, roept het tot de buren, voor een praatje of een borrel. Het touwtje van Jaap en Nel Kooiman staat symbool voor de hele KRO-programmering.

„We willen verbinden”, zei oud-KRO-directeur Ton Verlind in een boeiend portret van Han Peekel over de jarige omroep. Verlind wees op de voormalige KRO-campagne ’Het gevoel dat je wilt delen’, waarin mensen figureren die iets met elkaar hebben: twee biddende Hell’s Angels, Madonna met kind. „Bij ons gaat het erom je te verdiepen in de ander”, vertelde KRO’s nieuwste aanwinst Arie Boomsma. Leidraad bij dat verbinden is de katholieke cultuur. Let wel: niet het katholieke geloof.

Opvallend is hoe ongemakkelijk KRO’ers zich voelen zodra het over hun kerk gaat. Fons de Poel (’Brandpunt’) sprak over het katholicisme van zijn ouders, niet dat van hemzelf, huidig KRO-directeur Koen Becking beperkte zich tot ’staan in een grote traditie’ en Anita Witzier omschreef zichzelf nog steeds als protestants. Ofschoon wel eentje die dankzij de KRO onvermoede ’katholieke kanten’ bij zichzelf heeft ontwikkeld, zoals persoonlijke betrokkenheid en troost.

Katholieke cultuur is natuurlijk een ruim begrip, maar uit Peekels portret bleek dat de jarige omroep daaronder vooral warmte, gezelligheid en gemeenschapszin verstaat. Niet alleen op de buis, maar ook binnenshuis. Verlind: „Op alle KRO-successen heffen we het glas en ook mislukkingen worden met drank weggespoeld.” Witzier vertelde zelfs dat de KRO haar heeft bevrijd van haar protestantse schuld- en boetebesef. Omarming en vergeving zijn ervoor in de plaats gekomen. KRO-medewerkers voelen zich bij hun werkgever als drijfkaarsen in een kruidenbad, zoveel mag duidelijk zijn.

Net toen het een beetje al te gezellig werd, kwam Leo Fijen in beeld, hoofd godsdienst en cultuur. Die zou, hoopte ik, toch wel enige harde noten kraken over ’Kruispunt’, waarin het, ofschoon zendtijd van de bisschoppen, de laatste tijd meer over dikke kinderen gaat dan over geloof. Maar nee, Fijen deed er nog een schepje bovenop. „Katholieken geloven in gemeenschap. Als bewoners knokken voor het voortbestaan van een supermarkt, is dat opkomen voor de lokale samenleving.” Moderne spiritualiteit heet dat. Brrrr.

Toch, het gekke is dat katholieke cultuur, hoe vaag ook als begrip, vaak tot herkenbare programma’s leidt. Waar de Vara de warmte uitstraalt van een haperende cv-ketel, is de KRO het knus knapperende haardvuur op Kerstavond. In de top-10 van de KRO-kijker werd zaterdagnacht het brievenbusdraadje van de Kooimannen onzichtbaar, maar onweerspreekbaar van uur tot uur doorgegeven. Of we het nu hebben over ’’t Schaep met de vijf pooten’, ’Boer zoekt vrouw’, ’Spoorloos’ of ’Dagboek van een herdershond’ , (populairste KRO-programma ooit), het draait steeds om hetzelfde: We benne op de wereld om mekaar te helpen, nietwaar?

----------------------
Trouw, 12 november 2010

Nijdig weglopen loont meer dan blijven zitten

Laatst had ik het weer. Pieter Storms lag onder vuur van Jort Kelder (’DWDD’) en ik kroop naar het puntje van mijn stoel. „Vertrek!”, riep ik. „Nu! En neem je Vleeschdragertje Brink alsjeblieft mee!” Weglopen uit tv-programma’s, het liefst live, is altijd spannend en de vertrekker wordt er nooit slechter van.

Kortgeleden stapte Wikileaksoprichter Julian Assange op tijdens een CNN-interview. Journaliste Atika Shubert dreef Assange tot woede toen ze nauwelijks geïnteresseerd bleek in zijn oorlogsonthullingen, maar des te meer in een Zweedse beschuldiging van verkrachting tegen Assange. „Als je de dood van 104.000 burgers in Irak wilt bezoedelen met persoonlijke aanvallen, ga ik nu weg.” En hij vertrok.

Sindsdien heeft Assange alleen maar meer steun gekregen. In de Vlaamse talkshow ’Reyers laat’ betichtte presentator Lieven van Gils de CNN-journaliste van een dubbele agenda. „Ze heeft gedacht: Ik ga doordrukken. Dan stapt hij op en gaat mijn scoop de wereld rond.” Van Gils’ gast, de komiek Bert Gabriëls, verweet Shubert machtsmisbruik. De niet-aflatende aanvallen op Assanges integriteit hebben geleid tot een steunbetuiging van zo’n 150 onderzoeksjournalisten.

Assange was al beroemd, maar voor wie dat probeert te worden, is er maar één remedie: nijdig wegbenen uit tv-shows. De kunstenaar Jonas Staal – Nooit van gehoord? Klopt! – gebruikte zijn optreden in ’Nova College Tour’ in zijn voordeel. Nadat hij in januari was weggelopen uit een debat met NVU-leider Constant Kusters, bouwde hij het incident uit tot een performance in Arti et Amicitiae en schreef er een verhandeling over in 609 Magazine. Bij ’Nova College Tour’ bleven ze laconiek onder zijn kippendrift. „Hij heeft ons in ieder geval de hand gedrukt”, klonk het stoïcijns.
Dat laatste was een plaagstootje richting Mohammed Enait, de notoire anti-handenschudder die een maand eerder was opgestapt bij ’Pauw & Witteman’. De raadsman, die ook weigert op te staan voor de rechterlijke macht, raakte bijzonder geïrriteerd over Jeroen Pauws gesar over het mutsje op zijn hoofd. De zittende advocaat bleek ineens heel wat soepeler in de benen dan menigeen had vermoed.

Enait kon direct op steun rekenen. Drie dagen na het voorval verscheen op de site Villamedia een bozig stuk van medemoslim en (nu) Avro-journalist Abdellah Dami. Pauw had het aanzien van zijn talkshow en de waardigheid van Enait geschonden, vond deze. Drie jaar eerder was er een ander moslimincident. De ’Meiden van Halal’ trokken zich na het zien van beelden van ’Spuiten en slikken’ geshockeerd terug uit het programma van Sonja Barend. Een gesprek met hen over seks op tv viel in het water. In plaats daarvan eisten ze een verklaring te mogen afgeven. Dat gebeurde. De vrije Nederlandse normen mochten niet worden opgedrongen aan moslims, sprak het drietal fel.
Weglopen loont meer dan blijven zitten. Je wordt gezien als underdog en wekt sympathie (Assange en Enait), je gebruikt het voor personal branding (Staal) of voor versterking van je invloed (Meiden van Halal).

Opstappen in Hilversum, ik kan het iedereen aanbevelen.

----------------------
Trouw, 10 november 2010

Geef mij maar ’Oh oh Cherso’

Het eerste dat ik na het ontwaken tikte was: Ik als blanker wordende oudere man. Maar toen ik de slaap uit mijn ogen had gewreven, dacht ik: Nee, het is ouder wordende blanke man. Waarom begin ik dit stukje zo raar? Omdat ik u wil uitleggen dat ik tot een gehate soort behoor: weliswaar nog net geen babyboomer, maar wel vijftiger, wit en man. Met die troebele blik kijk ik naar de kleurentelevisie, en ik moet u zeggen, dat valt niet altijd mee. Voor u niet, zo vermoed ik, maar ook voor mij niet.

Zo meende ik pas, na een paar stevige bellen wijn, in ’Oh oh Cherso’ verzeild te zijn geraakt. Ik zag een robuuste jongeman die heel hard ’kut’ riep en een ander die zijn maat uitschold voor ’homo’. Ook doemden beelden op van halfnaakte jongelui die zich in de buitenlucht stonden af te rossen. ’Oh oh Cherso’ is still going strong, mompelde ik voldaan. Totdat ik iets vreemds ontdekte: Waarom spraken onze vrolijke vakantiegangertjes elkaar ineens met de achternaam aan? Geen Sterretje of Jokertje, maar Noordzij en Heineken. Noordzij ontfermde zich over een meisje, dat zich aan haar voet had verwond, want deze knul wist wel raad met diepe sneeën. De vertrouwde Oh oh Cherso-humor, constateerde ik enigszins gerustgesteld, maar waar was toch dat zwembad gebleven? En waarom was er een aftiteling? Waren onze vakantievrienden plotseling acteurs geworden? Nee, ’Feuten’ , zo bleek. Een nieuw BNN-drama, net zo dorstig en hitsig als ’Oh oh Cherso’, alleen ietsje slechter geacteerd. En ook minder interessant qua verhaallijn en karakterontwikkeling.

Gretig zapte ik naar mijn generatiegenoten Michiel Romeyn en Jhim Lamoree. Met een knipoog naar het vroegere omstreden VPRO-programma ’RAM’, presenteren zij ’R.E.L.’, een Avro-magazine over kunst. Het is een kruising tussen serieuze kunstbeschouwing en satire. ’Herenleed’-achtige beelden van twee stemmig geklede presentatoren met grote paraplu’s in een onbestemd landschap, worden versneden met reportages van museum- en podiumbezoeken. Acteur Romeyn speelt de rol van de verwonderde tegenover Lamoree, de kenner. Die rolverdeling levert droogkomische conversaties op. Lamoree, staande voor een foto van Jan Dibbets: „Hij heeft een ijle schoonheid, waardoor je bijna gaat zweven.” Romeyn: „Dat heb jij nogal snel, geloof ik.”

Romeyns (gespeelde?) onbevangenheid leidt tot basale, maar interessante vragen, zoals aan Hans van Manen, na diens laatste voorstelling ’Without words’: Hoe leg je uit hoe iemand moet dansen? Direct daarop volgt een complimenteuze recensie van Lamoree, die constateert dat de balletten van Van Manen steeds minimaler worden. „Niets erger dan decoratief”, beaamt de choreograaf. Romeyn vertelt dat hij vooral de blauwe cirkel zo prachtig vond. Van Manen fijntjes: „Het was een ovaal.” Een onderhoudend, informatief en fris kunstprogramma, al weet je soms niet wat ’echt’ is en wat gespeeld. Maar had ik dat bij ’Feuten’ ook al niet? Ben ik de kluts kwijt of is het de leeftijd? Ernstig verward beklom ik mijn ouder wordende blanke mannenbed.

----------------------
Trouw, 8 november 2010

Er borrelt iets bij de Vara

In de jaren zeventig leidde het Vara-socialisme tot ontploffende Exota-flessen, maar tijdens het jubileumfeestje ging het rode ideaal bubbelend ten onder. Het woord socialisme kwam precies twee keer voorbij: Paul de Leeuws alter ego Bob de Rooij noemde golfen ’echt een socialistische sport’ en Paul Witteman vertelde dat de Beurs van Berlage was ontworpen door een socialist. Wat de sociaal-democratie nog heeft te betekenen voor de 85-jarige omroep, daar mocht de kijker naar gissen.

De rode haan is ingewisseld door een mal en lelijk marketingwoord: verschillig. Wat dat niet-bestaande begrip inhoudt, is een raadsel. Is het de VVD’er Jort Kelder die als tafelheer aanschuift bij ’DWDD’ of Tros-ster Annie Schilder die in de jubileumshow hortend en stotend ’Het Wilhelmus’ zingt?

Paul de Leeuw erkende in een uitstekend portret van Han Peekel over de jarige omroep dat hij met ’verschillig’ geen kant uit kan. „Geen hol begrijp ik er van. Zou het misschien iets te maken hebben met cadeaus gunnen aan een ander?”

In ’Pauls kadoshow’ mochten deelnemers geschenken weggeven aan dierbaren, maar dat zou de NCRV of de Tros ook kunnen verzinnen. En wat verstaat een omroep die de multiculturele samenleving hoog in het vaandel heeft onder verschillig wanneer in De Leeuws bijna begrijpelijke spelshow alleen maar blanke kandidaten opdraven? Het hele jubileum was één autochtone jubel. Alle taartenkeurders in ’Kassa’ waren wit als slagroom, en aan tafel bij Felix Meurders zat de haute cuisinière van de VVD, Neelie Kroes.

„Vroeger waren we grensverleggend, maar we zijn de omroep van satire en amusement geworden”, sprak ’Zembla’-eindredacteur Kees Driehuis in het rommelige programma ’De verrukkelijke 85’ . Sonja Barend liet er evenmin gras over groeien. „Ik zit soms te schreeuwen tegen de televisie: vraag dóór! Het kriebelt bij me, had ik nog maar een programma.” Ook tv-directeur Frans Klein uitte impliciete kritiek op de programmering toen hij in Han Peekels ’Een avondje Vara’ onthulde dat hij de rebelsheid, maar ook de warmte en betrokkenheid van Barend nog elke dag mist.

Goed, de Vara heeft nu een eigen actualiteitenrubriek met Jan Tromp, waarin naast linkse denkers miljonairs zijn te zien op zoek naar een lief. Maar waar zijn de mevrouwen Spoor gebleven die, zoals we in oude ’Sonja’-fragmenten konden zien, het luidkeels opnamen voor ontslagen RSV-werknemers? „Ik doe dit niet alleen voor mijn eigen man, maar voor alle 1700 ontslagen RSV’ers.” Echte mensen, je ziet ze weinig bij de Vara. Het zijn politici, deskundologen en andere beroepspraters.

Maar de Vara is in beroering, zeker nu het nieuwe kabinet is aangetreden. Je merkt het niet alleen aan Barend en Driehuis, maar ook aan Paul Witteman. Omdat het feest was, mocht hij nog één keer ’Het Lagerhuis’ presenteren. Er deden zowaar drie allochtonen aan mee, maar belangrijker: hier hoorde je het onversneden, ’ouderwetse’ Vara-geluid, deels verwoord door ’gewone’ mensen. „Misschien smaakt dit ’Lagerhuis’ naar meer”, sloot Witteman af. „Ik durf u te zeggen: tot gauw.” Er borrelt iets bij de Vara, maar is het een Exota-knal of een Prosecco-bubbeltje?

----------------------
Trouw, 5 november 2010

Genieten van de Vlaamse ’Pauw & Witteman’

Na de Mulisch-uitzending van ’Pauw & Witteman’ had ik een vreemde droom. De paus stond op zijn balkonnetje en sprak het santo subito uit over de Grote Schrijver. Boven de zuilenrij van Bernini verscheen terstond een wolk uit het hiernamaals, waarachter de vage contouren van een pijp en grijze kuif. Uit de wolk kwam een stem: „Onmiddellijk heilig? Dat lijkt me een understatement, Benedictus!”

Avondlijke praatprogramma’s zijn slecht voor je nachtrust. Na ’Moraalridders’ moet ik zelfs een kalmeringstablet. Nee, dan ’Reyers laat’. Waar ’Pauw & Witteman’ een verjaardagsfeest op zijn hoogtepunt is, kent de Vlaamse talkshow het bezonken timbre van de afscheidskout bij de kapstok. Lieven van Gils en Dirk Abrams zijn geen opgewonden cheerleaders, zoals Knevel en Van den Brink, maar herbergiers die een warme badjas om de schouders van hun gast draperen, alsof ze willen zeggen ’Vooruit, voor ge de sponde bezoekt, vertel nog eens’.

Kerk en staat staan in België op instorten, maar bij ’Reyers laat’ krijg je het prettige idee dat ook tussen de ruïnes gelegenheid is voor een verkwikkende pint. Pas was sterrenkok Herwig van Hove te gast, die filosofisch reflecteerde op voedsel. „Eten is erg diep gaan in de menselijke betrekkingen.” Een leerzame avond. „Gepekeld vlees mag niet bij hoge temperatuur worden verwarmd”, bekritiseerde hij tv-koks. En: „Puree nooit met de mixer maken, dan wordt het pap.” De presentator probeerde: „Puree met boter en zonder melk, is dat niet veel lekkerder?” Waarop Van Hove zei: „Ik zeg niet dat dat niet waar is, hè?!”

De drabbige puree en het oververhitte vlees konden moeiteloos door naar de volgende gang, waarbij Jürgen Mettepenningen, vroom woordvoerder van de immer overkokende aartsbisschop Léonard, aanschoof. In culinair-metaforische termen sprak hij over zijn kerkvorst. „Hij is een topchef, maar over het resultaat valt te debatteren.”
Van Hove ging mee in de metafoor: „Léonard snijdt in eigen vlees.” Dankzij de zacht sturende hand van Van Gils werd snel duidelijk dat Mettepenningen niet lang meer zou vertoeven in het bisschoppelijk paleis. „Hoe is uw verhouding met Léonard?”, vroeg hij. De woordvoerder probeerde zich er met een wrange grap vanaf te maken („U heeft het eerst over seksueel misbruik en dan over mijn relatie met de aartsbisschop?”), maar moest bekennen: „We zijn geen vrienden.” Vijf dagen later stapte hij op.

In ’Reyers laat’ geen woede of stemverheffing. Toen strafpleiter Sven Mary voor Nederlandse talkshowbegrippen heel rustig de kwestie-Léonard onder de loep nam („Het ergert mij dat hij aids een vorm van gerechtigheid noemt”) reageerde Van Gils verschrikt: „Ik heb de indruk dat u bijna emotioneel reageert.”

In België blijft men bedaard en altijd bedacht op het menselijk onvermogen. Zelfs de dreigende opsplitsing vermag de gemoederen niet te beroeren. „We krijgen Brussel-Halle-Vilvoorde niet eens gesplitst”, sprak historicus Marc Reynebeau laconiek. „De kruiwagen kraakt, maar we zullen ermee verder moeten.” Sinds ’Reyers laat’ zijn mijn avonden nooit meer hetzelfde.

----------------------
Trouw, 3 november 2010

Harry Mulisch, de onverraste

Ooit tikte Harry Mulisch geheugenpsycholoog Douwe Draaisma op de schouder. „Ik hoor dat u een boek heeft geschreven over waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt. Wel, dat zit zo.” Voorspelbare man eigenlijk, die Mulisch. Altijd alles onder controle, nooit verrast. Dat beeld beklijft na twee tv-avonden over de overleden schrijver.
Toen zijn moeder hem rond zijn negende jaar vertelde dat ze het gezin zou verlaten, was zijn reflex: Dat is dan zo. In Cherry Duyns’ documentaire ’De bevlieging’ zegt Mulisch over die scheiding: „Ik was met andere dingen bezig.”
Daar waar collega-schrijvers zo’n tragedie als een goudmijn zouden exploiteren, is rancune in Mulisch’ oeuvre geen thema, constateerde Wim Brands in ’Boeken’.

Ook op het schrijverschap zelf had Mulisch een volstrekt stoïcijnse visie. „Ik heb nooit schrijver willen worden”, zegt hij in Duyns’ film. „Ik bleek het te zijn.” En toen op zijn oude dag zijn pen leek te haperen, was zijn conclusie: „Schrijven was een bevlieging, net als pijproken. Ook daar ben ik mee gestopt.”

Alleen boezemvrienden gunde hij een spaarzame blik in zijn ziel. „Hij leek van marmer, maar toen hij mij voorlas uit ’Voer voor psychologen’ zag ik ontroering”, vertelde Duyns in ’Kunststof’. Maar als er een plooi in zijn masker viel, wist Mulisch die vaak ook meteen weer glad te strijken. Marcel van Dam in ’Pauw & Witteman’: „Ergens in 1982 greep hij mijn arm, niets voor hem, en zei: ’Ik heb maagkanker’. Om daar, na het aanschouwen van mijn wit weggetrokken gezicht, direct op te laten volgen: ’Maar zo te zien, zit jij er meer mee dan ik’.”

Ook Duyns werd eens door de auteur vastgepakt. Dat was toen hun vliegtuig in zee dreigde te storten. Snel wist Mulisch zijn emoties in bedwang te krijgen en zette hij zich aan een afscheidsbrief. Niet met ballpoint, zoals Duyns, maar met potlood. Inkt zou, zo besefte Mulisch zelfs op dat benarde ogenblik, na aanraking met water onleesbaar worden, in tegenstelling tot grafiet.

In alle uren Mulisch die de afgelopen dagen voorbijtrokken sprak de auteur slechts één keer over zijn zieleroerselen. En dan ging het niet eens over zijn moeder (’die verlating heeft me hooguit onbewust pijn gedaan’), maar over het Eichmann-proces. „Daar ben ik ziek van geweest”, bekende hij in 1995 in ’Zomergasten’. „Was het de laatste Holocaust, vraag ik me af als ik naar Joegoslavië en Afrika kijk.”

Diezelfde empathie toonde hij niet met het onderdrukte volk van Cuba waar, zoals Jan Tromp in ’Uitgesproken Vara’ memoreerde, collega-schrijvers in het gevang zaten. Marcel Möring noemde in dat programma Mulisch’ Cuba-adoratie ’een ongelukkig voorval’. „Hij dacht schematisch. Door zijn angst voor het fascisme bleef hij loyaal aan Fidel Castro.” Ook hier geen verrassingen.

Misschien moet voor Mulisch de grootste verrassing nog komen. Rationalist als hij was geloofde de ’ontdekker van de hemel’ niet in een hiernamaals. Wat nu als dat toch blijkt te bestaan? Wat zal Mulisch verbijsterd zijn! Al is het de eerste keer van zijn leven.

----------------------
Trouw, 29 oktober 2010

’Uitgesproken WNL’ maakt conservatieve belofte waar

WNL trad toe tot het bestel om het conservatieve geluid te laten klinken. Lukt dat? Na twee maanden ’Uitgesproken WNL’ blijkt deze actualiteitenrubriek wel degelijk af te wijken van de andere. Waar collega-omroepen de zwakkere tot uitgangspunt nemen, kiest WNL voor de sterkere: de werkende burger.

Steeds terugkerende vraag is: handelt de overheid in het belang van de werkers, wier geld ze immers uitgeeft? Het antwoord is: nee. ’UWV weg ermee’ is de introductie tot een item over bezuinigingen op deze uitkeringsinstantie. Zouden andere actualiteitenrubrieken kiezen voor een interview met een uitkeringsgerechtigde, ’Uitgesproken WNL’ richt de camera op een vrouw die juist grote moeilijkheden krijgt met het UWV als ze vanuit de WW aan de slag wil als zelfstandige.

Het conservatieve principe dat mensen zoveel mogelijk zélf iets goeds van hun leven moeten maken, is in alle uitzendingen hoorbaar. Noeste werkers die het ondanks de crisis weten te schoppen tot miljonair zijn ’Uitgesproken WNL’ vele malen dierbaarder dan klagers over verminderde inkomsten. Dat één op de drie Nederlandse gemeenten belastinggeld besteedt aan ontwikkelingshulp, is in de ogen van WNL een misstand. Meer waardering heeft de omroep voor miljonairs op wie armlastigen, die buiten eigen schuld de boot missen, altijd kunnen rekenen. Zoals op software-miljonair Loek van den Boog, die het kinderfonds Ned4kids oprichtte. Wij conservatieven zijn niet asociaal, is het onderliggende WNL-signaal, alleen vinden we dat niet zozeer de overheid als wel de burger zelf zich moet inspannen voor de behoeftigen.

Het onversneden conservatieve geluid komt ook tot uiting in WNL’s benadering van de rechtspraak. De overheid moet het kwaad streng bestraffen, maar doet dat nauwelijks, is de boodschap als een man die zijn vriendin met 52 messteken heeft gedood, na acht jaar cel weer op vrije voeten komt. Joost Eerdmans van het Burgercomité tegen onrecht gaat in fel debat met de Haagse strafrechter Elianne van Rens. De laatste hoopt met meer uitleg over het vonnis de wrevel onder het volk te kunnen wegnemen. Eerdmans gelooft daar niets van. Rechtspraak moet, in zijn ogen, gericht zijn op genoegdoening voor het slachtoffer in plaats van reclassering van de dader.

Commentator Hans Wiegel is een zwakke schakel. Zijn beschouwingen zijn snel en oppervlakkig. Woensdag bejubelde hij zo’n beetje alle deelnemers aan het debat over de regeringsverklaring. Rutte was goed, Roemer was goed en Cohen ook. Maar met die paspoortkwestie ging het toch flink mis, probeerde presentator Michiel Bicker Caarten bijna wanhopig. „Ach”, antwoordde Wiegel grootmoedig, „een fout is niet erg, want als alles altijd goed gaat, vergeet je dat het ook wel eens fout kan gaan.” Tegen zoveel logica was Bicker Caarten niet bestand.

De WNL-presentator mag wat pittiger. Hij is te veel every inch a gentleman. Ook dat is conservatief, ofschoon in de journalistiek niet altijd een pre. Maar dat laat onverlet dat ’Uitgesproken WNL’ een boeiende aanvulling is voor een publieke omroep die pluriform wil zijn.

----------------------
Trouw, 27 oktober 2010

Een heel klein en echt pareltje in de nacht

De hele wereld kijkt naar hetzelfde soort shows: ’Who Wants to Be a Millionaire’, ’Pop Idol’ en ’Farmer Wants a Wife’. „Het draait om het authentieke verhaal”, verklaarde Eyeworks-directeur Sander Emmering in het VPRO-programma ’Trendspotting’. „’Pop Idol’ gaat niet over zingen, maar over stories”, vulde Alan Boyd, brein achter dat programma, aan.

Hoe ’echter’ de verhalen, hoe groter de kracht. Maar hoe ’echt’ is ’echt’ als in Amerika zelfs de familie van ’Deal Or No Deal’-kandidaten wordt gecast? Alleen families waarmee de kijker ’iets’ kan hebben, komen door de selectie. En hoe zit het met de onbevangenheid als het de voornaamste taak van de presentator blijkt om kandidaten in onzekerheid te brengen, zoals Dick de Rijk, bedenker van ’Deal Or No Deal’, onthulde, of wanneer in amusement politieke idealen worden verstopt, zoals in ’Hello Goodbye’? Joris Linssen: „Wij willen tonen dat de multiculturele samenleving níet is mislukt.”

Door de aard van het commerciële televisievak – selecteren en produceren met het oog op kassucces – krijgt echtheid een wel erg paradoxale invulling, waardoor we wereldwijd naar eenzelfde soort voorgekookte authenticiteit kijken. Ook ’Nachtzoen’ (Ikon) ontkomt niet aan de wetten van het medium, maar toch weet dit programma grotendeels te ontstijgen aan de televisieparadox. De kandidaten lijken niet uitgekozen op uiterlijk, hipheid of effectbejag en het gespreksonderwerp is redelijk tijdloos en basaal: de nacht. Voor de één het domein van de schuld (Jan Siebelink, gisteren: „Ik had mijn moeder meer liefde moeten geven”), voor een ander dat van de berusting (consultant Wilbert van den Bosch: „De dood is de plek waar een mens hoort te zijn”) en voor een derde dat van de hoop (John Leerdam: „Morgen kan alles anders zijn”).

Bedenkster en presentatrice Annemiek Schrijver stuurt nauwelijks, maar zit meestal ademloos te luisteren. Is ze in haar spirituele zondagochtendprogramma ’Het vermoeden’ de chirurg die met kleine en grote ingrepen een ingewikkelde operatie volbrengt, in ’Nachtzoen’ speelt ze het avondhoofd, dat geruststellend aan bed zit en hooguit informeert naar waar het bij de patiënt pijn doet. ’Nachtzoen’ is met een minuut of drie zo’n beetje het kortste tv-programma, maar ook een van de mooiste, omdat de maakster begrijpt dat echtheid niet is te vinden in het spektakel, maar juist in de eenvoud en schoonheid van dagelijkse dingen. Niet een authenticiteit uit kansberekening, bedacht achter een bureau, maar eentje die zichzelf onontkoombaar wakker kust, vooral doordat ze bij de voorbereiding geen enkele rol heeft gespeeld.

Was dit programma gemaakt met de dwingende mantra van echtheid en succes, dan hadden we heel iets anders voorgeschoteld gekregen: wilde nachten waarschijnlijk, vol opwinding en sensatie. Nu zien we Stephan Sanders, wiens levensgezel de slapeloosheid is en die uit angst dat ’alles misgaat’ zijn ogen niet durft te sluiten. Of Nico Haasbroek, die overdag ook wel eens een uiltje knapt. Na ’Nachtzoen’ kun je je moede, door onechte authenticiteit geplaagde hoofd vol vertrouwen te ruste leggen. Er bestaat nog iets echts en Annemiek Schrijver waakt erover. Slaap zacht.
Een ’Nachtzoen’ met Jan Siebelink.

----------------------
Trouw, 22 oktober 2010

Kunst en bierconsumptie

Als omroepen programma’s gaan maken over ingrepen in het bestel, moet je als kijker op je hoede zijn. Vaak vergeten ze dat ze, anders dan een protesterende verffabriek, journalistieke organisaties zijn en worden de juiste verhoudingen uit het oog verloren.

Zo liet Tijs van den Brink (EO) zich kortgeleden enigszins grotesk optakelen in een hoogwerker als verzet tegen het plan om zijn radioprogramma ’Dit is de dag’ naar de middag te verplaatsen. Actiespotjes lardeerden de uitzending. Dat de verschuiving onder meer nodig was om nieuwe collega’s als WNL en Powned de ruimte te geven, kreeg de luisteraar in die spotjes niet te horen.

De Avro pakt het minder eenzijdig aan. Onder het motto ’kunst in de knel’ belicht de ’algemene’ op evenwichtige wijze de voorgenomen kunstbezuiniging van 200 miljoen euro, die ook voor de Avro als uitgelezen cultuuromroep grote gevolgen kan hebben. Op de gelijknamige internetsite komen voor- en tegenstanders aan het woord. Naast de oproep van Frits Bolkestein in ’Buitenhof’ om juist extra rijksbudget uit te trekken voor kunst, is een You Tube-pleidooi van zijn partijgenoot Arend Jan Boekestijn te zien voor meer private financiering. Hij doet dat in een debat met acteur Gijs Scholten van Aschat, dat dusdanig uit de hand loopt (’fuck toch op met je marktwerking, man!’) dat de liberaal na afloop weigert zijn opponent de hand te schudden (’ik laat me niet voor lul uitmaken!’).

Ook de Avro-rubriek ’Eén vandaag’ probeert zoveel mogelijk hoor- en wederhoor te plegen. Tegenover de bewering van Bart Schneeman (Nederlands Blazersensemble) dat private financiering de Amerikaanse kunstsector op een lager peil heeft gebracht, staat de waarschuwing van econoom Arjo Klamer dat subsidies kunstenaars lui maken. Het programma brengt een opiniepeiling in beeld waaruit blijkt dat twee derde van de Nederlanders de kunstbezuinigingen een goed idee vindt.

Met de onafhankelijkheid van de bedreigde kunstomroep lijkt dus weinig mis. Wel valt op dat de Avro kunst bij voorkeur in economisch- of maatschappelijk perspectief plaatst. Afgezien van ’Opium’ waarin cultuurliefhebbers in het kader van ’kunst in de knel’ wekelijks kond mogen doen van een schoonheidservaring (deze week Halina Reijn over Romeinse tragedies), gaat het er op tv en internet vooral over hoe goed kunst is voor toerisme, economie en cohesie. Bastiaan Vinkenburg (Berenschot) in ’Eén vandaag’: „Twintig dollar voor een kaartje betekent in de VS ook dertig dollar voor de horeca.” D66-Kamerlid en oud-acteur Boris van der Ham op Avro-internet: „Landen die veel investeren in kunst, zijn ook economisch sterker.” En Avro-directeur Willemijn Maas, eveneens op internet: „Kunst verbindt mensen.”

Vergeten lijkt dat kunst een geheel eigen, niet in geld uit te drukken, intrinsieke waarde heeft: schoonheid, l’art pour l’art. Er is nog nooit een schilder geweest die een doek heeft gemaakt om consumenten op te zwepen tot grotere bierconsumptie of banken tot hogere spaarrentes. Wel om mensen te troosten, te ontroeren of te inspireren. Een boek, gedicht of toneelstuk kan iemands stemming, ja zelfs zijn leven veranderen. Of het nu gesubsidieerd is of niet.

----------------------
Trouw, 20 oktober 2010

Burgerlijk ’Oh oh Cherso’

Rond de hitserie ’Oh oh Cherso’ (RTL 5) voltrekt zich een interessant generatieconflict. Juist tv-presentatoren die zo’n beetje de belichaming zijn van seks, drugs en rock-’n-roll, fronsen hun wenkbrauwen over de hitsige dronkemanslol van acht jonge Hagenezen op Kreta.

Jeroen Pauw, die vorige week nog vertelde dat hij soms een lijntje coke snuift, vroeg maandagavond aan producent Sander Emmering (Eyeworks) of hij zich niet geneert voor zijn geesteskind. En van Robert (’Jokertje’ in de serie) wilde hij weten wat zijn ouders vonden van dat ’hoeren en snoeren’. „Wat deed jíj toen je jong was?”, kreeg Jeroen Pauw de bal meteen teruggekaatst. Dat was behoorlijk ad rem van ’Jokertje’.

Matthijs van Nieuwkerk bekende begin september dat hij met plaatsvervangende schaamte naar ’Oh oh Cherso’ keek. De ’DWDD’- presentator was zelfs zo in de war dat hij ’Jokertje’ en ’Sterretje’ (Tony) voortdurend door elkaar haalde.
De verbijstering van onze jaren zestig-adepten is begrijpelijk, maar niet om de reden die ze zelf aanvoeren: hoeren en snoeren. Vergeleken met wat in de jaren zestig en zeventig in hun kring gebruikelijk was, gedragen de Chersonissos-gangers zich zeer beheerst. Geen drugs, geen partnerruil, geen trio’s, geen experimenten met homoseksualiteit.

Als mannen te dicht in zijn buurt komen kunnen ze van Tony ’een paar stompen op hun bek krijgen’. Bibi (’kabouter’) vindt een trio ’vies’ en Samantha (’Barbie’) waarschuwt alle vrouwen ’dat ze met hun poten van mijn vent moeten afblijven’. Kortom, de doorsnee burgerlijke moraal.

Natuurlijk, er wordt in ’Oh oh Cherso’ heel wat afgezopen en het taalgebruik is bepaald geen ABN, maar op het seksuele vlak wordt meer gesuggereerd dan gepraktiseerd. Robert bekende begin deze maand dat hij niet van onenightstands houdt. „Ik word verliefd en heb dan meteen een lange relatie.” De ’pornoblonde’ Samantha vertelde in ’RTL Boulevard’ dat ze zich tijdens haar drie weken in Chersonissos seksueel ’heel netjes’ had gedragen. „Ik ben niet meer zo’n sletje.”

De gêne van Pauw en Van Nieuwkerk zal hem, als ze diep nadenken, meer zitten in de rauwheid van de onderlinge omgangsvormen dan in het veronderstelde promiscue gedrag, waar ze als erflaters van de jaren zestig toch weinig bezwaar tegen kunnen hebben. Het is juist de botheid die deze serie zo lelijk maakt. Alle wezenlijk menselijke gevoelens lijken te verdrinken in een zee van bacardi-cola en wodka-jus d’orange. Toch kijken elke aflevering 1,4 miljoen mensen. Uit verbijstering of bewondering, dat is de vraag.

„Kijk”, zei Hans van der Togt vorige maand bij Paul de Leeuw, „ik ben ook jong geweest, maar wij gingen respectvol met elkaar om. Het is in ’Oh oh Cherso’ zo roekeloos allemaal.” En daar had Van der Togt nou ’es helemaal gelijk in.

----------------------
Trouw, 18 oktober 2010

Heerlijke honing van Brands

’Boeken’ (VPRO) is een geschenk op de zondagochtend. Het is inhoudsvol zonder hoogdravend te zijn, down to earth en meeslepend tegelijk. Presentator Wim Brands wekt een verlangen naar het boek door het te verbinden met de maatschappij. Anders dan zijn verre voorganger Adriaan van Dis kijkt hij niet vanuit het literaire circuit naar de samenleving, maar omgekeerd. Ofschoon dichter, is niet het Boekenbal zijn referentiepunt, maar het Lezersfeest: wat is er in de maatschappij aan de hand en hoe vinden we dat terug in de literatuur?

Waren in ’Hier is Adriaan van Dis’ de conversaties intellectuele krachtmetingen over literaire schoonheid, in ’Boeken’ zien we een gulzige bij, die op zoek naar honing eerst het hele weideveld overziet om uiteindelijk in langzaam cirkelende bewegingen te landen op een prachtige blauwe distel. Zoals gisteren toen hij het gesprek met kunsthistorica Mariette Haveman (’De vrouwenvanger’) opende met: „Beschrijf de omgeving eens waar je woont.” Haveman probeerde meteen een link te leggen naar haar roman – „De Achterhoek heeft mij geïnspireerd” – maar zo ver was Brands nog lang niet. Hij had nog maar juist de rand van de bloemenwei bereikt en zoemde samenzweerderig: „Is het, om met Armando te spreken, een schuldig landschap?”

En verder ging het: over de jaren zeventig toen de christelijke moraal werd ingewisseld voor eikeltjeskoffie, communes en Bhagwan. Over de morele verwarring die die jaren kenmerkte. Dat is een geregeld terugkerend thema. Ook vorige week met P.F. Thomése (’De weldoener’) ging het over de turbulente tijdgeest, waarin mensen het kwaad voornamelijk buiten zichzelf zoeken. Wilders kwam voorbij, het regeerakkoord en de boerka-dracht. „Terug naar het boek”, herinnerde Brands zich juist op tijd. „Eigenlijk gaat het over een man die controle wil houden over het leven”, besloot Thomése verbluffend eenvoudig.

Door literatuur die in principe tijdloos is te relateren aan actualiteit, maakt Brands het boek groter dan het is, en dat is knap. Toen de Vlaamse filosofe Ann Meskens aanschoof om te vertellen over ’Een kwestie van kijken’ (over de Franse acteur Jacques Tati), lukte het Brands de conversatie te verbreden tot de marxistische denker Guy Debord, die met zijn ’Spektakelmaatschappij’ de huidige consumptiedrang en bijbehorende vervreemding voorspelde. Maar tenslotte kwam het gesprek op miraculeuze wijze toch weer op Tati. Hoe hij vanaf het terras de wereld bijna zintuiglijk observeerde. Een knappe bijenvlucht.

Het gaat bij Brands zelden over literaire techniek, wel over de persoon achter de auteur. „Hoe zit het met je eigen vader?”, wilde hij eind september weten van Peter Buwalda, die een zedenroman, ’Bonita Avenue’, schreef over de generatiekloof.

Niet zelden weet deze presentator mij te verlokken tot een gang naar boekwinkel of museum.
De honing van Brands smaakt altijd naar meer.

----------------------
Trouw, 17 september 2010

Het hoofd van Gijsen hangt al in de strop

Een vriend van mij is als jongen jarenlang seksueel misbruikt door een organist en een priester in Limburg, maar toch ergert hij zich aan de manier waarop de media ’zijn’ bisschop Gijsen in het nieuws brengen. Waarheidsvinding wordt volgens hem ondergeschikt gemaakt aan sensatiezucht. Ik ben geneigd dat te beamen. Een anonieme beschuldiging in NRC over een voorval van een halve eeuw geleden: Gijsen zou als surveillant in Rolduc hebben gegluurd terwijl een priesterstudent zich bevredigde. De oudbisschop ontkent dit: hij werkte niet op die afdeling; er moet sprake zijn van persoonsverwisseling.

Daar zal het lijden van het slachtoffer mogelijk niet minder om zijn, maar van een journalist zou je mogen verwachten dat hij eerst de feiten onderzoekt: klopt het van die persoonsverwisseling? Maar nee, de website van ’Nieuwsuur’ maakte gistermiddag meteen melding van ’de zaak-Gijsen’. In de uitzending waarschuwde kerkhistoricus Peter Nissen dat het ’slechts’ om beschuldigingen gaat: „En áls het waar is, handelt het om een mildere vorm van grensoverschrijdend seksueel gedrag, die niet zal leiden tot kerkelijke maatregelen. De zaak is verjaard voor zowel kerkelijk als burgerlijk recht.” Tussen neus en lippen door vertelde Nissen dat dezelfde klager had gemeld drie keer te zijn misbruikt door een andere priester. Een veel ernstiger vergrijp dus, maar daar had Twan Huys geen interesse in.

Het heeft er alle schijn van dat nu wereldwijd bisschoppen worden beschuldigd van seksueel misbruik, ook Nederland een grote vis wil vangen. In april toog ’Nova’ naar Beieren om te onderzoeken of Ratzinger, de huidige paus, in zijn tijd als aartsbisschop van München kennis had van kindermisbruik van een priester in zijn diocees. De ’Nova’-ploeg kwam met zo goed als lege handen terug, maar wist niettemin te melden dat Ratzinger alles had geweten. De ’affaire-Gijsen’ is al even flinterdun, maar toch ging het de hele woensdagavond nergens anders over. Het ’Journaal’ opende ermee en ’RTL Nieuws’ belde zelfs Gijsens bejaarde zuster, die niet veel meer kon uitbrengen dan dat je je tegen leugens niet kunt verweren.

In lacherige sfeer voelde ’Pauw en Witteman’ KRO-journalist Gerard Klaassen aan de tand, die zich zeer vereerd voelde. „Dat gluren intrigeert me wel”, zei Pauw sardonisch. „Waarom moest er eigenlijk worden gesurveilleerd?” Klaassen: „Nou, Jeroen, dat was om te controleren of de jongens in de slaapzaal zich netjes gedroegen. Dat je dan eens een masturberende jongen ziet, is niet zo gek.” Witteman: „Past dergelijk gedrag bij het karakter van Gijsen?” Klaassen: „Nee, Paul, maar hij is wel wat verkrampt.” Pauw: „Dan past het toch heel goed om sneaky achter een gordijntje te gluren?” Klaassen: „Hij is een bescheiden man, lurkend aan een pijp.” Pauw: „Pijpen?”

Een anonieme klacht, een mogelijke persoonsverwisseling, een diffuus verschil tussen surveilleren en voyeren en een verjaarde zaak. Toch is er op tv een affaire-Gijsen. De impopulaire, conservatieve Gijssen hangt, zonder enig onderzoek, al met zijn hoofd in de strop. Trial by television heet zoiets, geloof ik.

----------------------
Trouw, 8 september 2010

Ochtendspits is De Telegraaf op tv

Waar was toch dat bordje gebleven: ’Paul Jansen, De Telegraaf’? Maandagochtend stond het er nog, maar gistermorgen was plots de toevoeging ’Telegraaf’ verdwenen. Zouden ze bij ’Ochtendspits’, het ontbijtprogramma van de nieuwe omroep WNL, in de gaten hebben dat de eerste uitzending wel érg Telegraferig was? Niet alleen geproduceerd door de televisiepoot van het grootste ochtendblad, maar ook anderszins met handen en voeten aan die krant gebonden?

Telegraaf-misdaadverslaggever John van den Heuvel mocht zijn primeur over Joran van der Sloot uitventen, Telegraaf-commentator Paul Jansen boog zich over de kabinetsformatie en het dagblad zelf jubelde in een advertentie, pardon, redactioneel stuk op de voorpagina dat de eerste ’Ochtendspits’ met presentatoren Petra Grijzen en Alex de Vries een feit was.

Los van de banden met De Telegraaf spint het programma zijn onderwerpen te lang uit en doet het armoedige decor denken aan TV Standdaarbuiten. Maar een mooie primeur hadden ze wel: Rutte wil zonder Cohen een concept-regeerakkoord schrijven.

De VVD-leider deed zijn uitspraak om 7.52 uur, om 9.33 uur stond het nieuws op de internetsite van De Telegraaf. Mét bronvermelding, wat bij het ochtendblad een uitzondering is als het om primeurs uit andere media gaat. Wat zou de Amsterdamse krant toch ineens hebben met de publieke omroep, waar ze zich vroeger altijd tegen afzette? Bij het Commissariaat voor de Media rinkelt het alarm.

Het nieuwe tv-seizoen is officieel van start gegaan en dat is te merken ’De wereld draait door’ en ’Pauw & Witteman’ zijn opnieuw begonnen en daarnaast is er, na een zomer vol herhalingen, een tsunami aan nieuwe programma’s. Bij ’P & W’ was waarnemend CDA-voorzitter Henk Bleker te gast, een man voor wie ik steeds meer sympathie krijg. Baken van rust in een woelige partij, aimabel en vertrouwenwekkend. En nog geestig ook. „Nodigt u morgen Verhagen uit, die geeft antwoorden waar u waarschijnlijk niets mee kunt.”

Nieuw is ’Nieuwsuur’ (NOS-NTR), de in hip decor gestoken opvolger van ’Nova’. Een oude wens van hoofdredacteur Carel Kuyl gaat met dit programma in vervulling: nieuws, achtergronden en sport in één uitzending. Wat achtergronden betreft is er nauwelijks verschil met ’Nova’. Jammer alleen dat het interview met de Iraanse president Ahmadinejad als primeur weinig om het lijf had: de gebruikelijke anti-joodse retoriek en gedraai over het kernwapenprogramma.

Samen met 3,3 miljoen andere kijkers zondagavond genoten van de kick off van ’Boer zoekt vrouw’ (KRO). Ik gok dat de jonge, extraverte Jasper en de wat oudere, verlegen Pieter door mogen naar de eerste ronde in december. Waarom? Omdat dit programma het grotendeels moet hebben van typecasting, waarbij tegengestelde karakters de doorslag geven. Ik vermoed dat het aantal brieven dat de boeren ontvangen bij de uiteindelijke keuze ondergeschikt zal zijn aan deze aloude dramawet. Kijken we naar voorgaande jaren dan zit er altijd een verlegen (Wietse, Jochem) en een uitbundige boer (Jos, Frans) tussen.

Zelfs ’Boer zoekt vrouw’ had een primeur. Perenteler Maurits vertrouwde Yvon Jaspers toe dat hij de peer als concept bekijkt. Zoals Rutte het regeerakkoord.

----------------------
Trouw, 6 september 2010

Nova is secondewijzer van Nederlandse geschiedenis

Gespannen zit Mateman bij de telefoon, wachtend op een verlossende boodschap van partijvoorzitter Helgers. Komt hij weer op de CDA-lijst of niet? ’Netwerk’ filmt live vanuit Matemans luie stoel. De telefoon rinkelt. Exit Mateman. „Dit neem ik niet”, gromt het Kamerlid.

Sommige beelden krijg je nooit meer van je netvlies. De reportage over de CDA-crisis in huize Mateman bracht mij in september 1997 op het puntje van mijn stoel.

Primeurs van ’Netwerk’, vrijdag voor het laatst op tv, waren vaak ronkend. Na een cruciale onthulling in 2005 in de Schiedammer parkmoord – justitie had DNA-bewijs achtergehouden – begon eindelijk het licht te gloren voor de onschuldige verdachte Kees B. Het samengaan van de oude actualiteitenrubrieken ’Televizier’ (Avro) ’Brandpunt’ (KRO) en ’Hier en nu’ (NCRV) in 1996 was meer dan de som der delen. Het was een uniek initiatief van onderop, waarbij de redacteuren, gehuisvest in één ruimte, elkaar aanwakkerden in competitiedrift. Zwaargewichten als Aart Zeeman (NCRV), Fons de Poel (KRO) en Cees van der Wel (Avro) bewaakten de journalistieke formule.

Maar toen sleep de omroeppolitiek haar messen. Samenwerking werd ondergeschikt gemaakt aan profilering van het eigen omroepgezicht. De Avro vertrok in 2004, gevolgd door de KRO in 2006. Over bleven EO en NCRV. De redacties gingen uit elkaar, het budget kromp, de competitiedrift verdween. Verslaggevers werden onervarener, onderwerpen kleiner. ’Netwerk’ was geen schim meer van wat het ooit was geweest. Het gedwongen vertrek van initiatiefnemer Zeeman in 2009 was de druppel.

Ook ’Nova’ nam dit weekeinde, na achttien jaar, afscheid. Ontleende ’Netwerk’ zijn faam aan reportages, ’Nova’ moest het vooral hebben van studio-gesprekken. Clairy Polak ontpopte zich tot de scherpste interviewster van de tv. Was haar voorgangster Maartje van Weegen nog geneigd tot empathie, Polak hanteerde de zweep. Met een intens luisterend oor en altijd gericht op inhoud probeerde ze de ene keer ontwapenend (’hier snap ik niets van’) en de andere keer pinnig (’oh, wordt u plotseling een moralist?’) de waarheid aan het licht te brengen. Twan Huys was doortastend, maar tevens behept met een te groot ego dat hem dikwijls verleidde tot effectbejag. „Wat kost een casino wit?”, wilde hij van Cohen weten.

Sterkste punt van ’Nova’ was zijn vasthoudendheid, of het nu ging om het fotorolletje van Srebrenica, de DSB-zaak, de CTSV-affaire, die staatssecretaris Linschoten uiteindelijk de kop kostte, of recentelijk de ruzie in het CDA. Dankzij een een lastminute redactie zat de rubriek bovenop het laatste nieuws, zoals vorige week bij de berichtgeving over het omstreden boek van SPD’er Sarrazin. Het buitenland kwam er overigens, vergeleken met de beginjaren vlak na de val van de Muur en de Golfoorlog, de laatste tijd bekaaid af. Hierin volgt ’Nova’ helaas de tendens in Nederland, die steeds meer naar binnen gericht is.

Zaterdag zei ’Nova’ vaarwel. „Spring eens over uw eigen schaduw heen”, daagde Polak Cohen uit. Ze kreeg dat niet voor elkaar, maar het is ’Nova’ vaak gelukt. De rubriek was de secondewijzer van de Nederlandse geschiedenis.

----------------------
Trouw, 1 september 2010

Rutte-show is jaren vijftig betutteling

Jelle Brandt Corstius maakte een afwezige indruk. Vroeg tot twee keer toe aan Erwin Olaf wanneer zijn afschuw van agressie was ontstaan (op 9-11), trok vervolgens een nogal kromme vergelijking met het geweld in ’A clockwork orange’ (Olaf: „Ik bedoel natuurlijk het echte geweld”) en wilde tot slot weten of de gelauwerde fotograaf door de toenemende potenrammerij had overwogen PVV te stemmen.

Het is dat Olaf zo’n vriendelijk mens is, anders had hij zich waarschijnlijk niet beperkt tot het zo nu en dan verbijsterd laten openvallen van zijn mond.

Zondagavond bleek maar weer eens hoe genadeloos live-televisie is. Kan een dagbladjournalist zich naïeve of niet ter zake doende vragen veroorloven (hij laat ze gewoon weg uit zijn verhaal), op het scherm komt elke uitglijder keihard over. Het was een flodderige laatste ’Zomergasten’, waarin Brandt Corstius in cheeta-achtig tempo van fragment naar fragment holde, daarbij inkoppers als ’ik ben verbitterd’ voorbijrazend.

Gelukkig kwamen vooral dankzij Olaf de losse eindjes gaandeweg een beetje bij elkaar, toen bleek dat zijn verbittering niets te maken heeft met zijn ziekte (longemfyseem), maar alles met de verharding van de samenleving.
Olaf kiest sinds de aanslag op de WTC-torens bewust voor de zachte kant van het leven. Na de terreur in New York maakte hij zijn fotoserie ’Rain’, waarin hij à la Rockwell de ’lieve kant’ van de VS laat zien. Toch zou je meer willen weten van Olaf als fotograaf: zijn visie op fotografie als toegepaste kunst, de rol van fotografie in het proces van culturele en sociale vernieuwing, zijn verhouding met de wereld van de beeldende kunst.

Na deze laatste ’Zomergasten’ moet de conclusie zijn dat Jelle Brandt Corstius, ofschoon een begenadigd programmamaker, als presentator nog een hoop moet leren. De slechtste uitzending was die met Paulien Cornelisse, de beste met Paul Verhoeven, de rest zat er zo’n beetje tussenin.

Wie sinds de dood van Bart de Graaff alleen maar bagger aflevert, is BNN.

’Oh my god’ heet de internet datingshow op Nederland 3, waar deze week onder het motto ’TV Lab’ wordt geëxperimenteerd met nieuwe programma’s. De show is niet alleen grotendeels onverstaanbaar, maar ook totaal chaotisch en stupide.

Ook ’Ja, ik wil…Rutte’ is een tortuur. De uitzending is ludiek bedoeld, en dat is eigenlijk nog het ergste. Niet alleen politiek, ook liefde is een spelletje voor de bühne geworden.

Zeven nogal doorsnee vrouwen en een Leefbaar Rotterdam-homo (’ik ga Rutte uit de kast trekken’) mogen zich voor een jury bewijzen als beste partner voor de VVD-leider, die zelf wijselijk afwezig is. Laten we kaarsen opsteken dat hij nog lang vrijgezel blijft.

Sophie Hilbrand zegt in Metro dat haar datingshow het toppunt van democratie is, maar in feite is het natuurlijk op en top jaren vijftig betutteling, toen je niet vrijgezel mócht zijn en van iedere alleenstaande boven de dertig werd gefluisterd dat ’ie van de ’klets-klets’ was. Laat die man toch met rust. Gezellig ’s avonds met zijn moeder voor het haardvuur. „Geef míj nou ’es de Avrobode, ma.”

----------------------
Trouw, 30 augustus 2010

Hilversum ziet religie als postzegels verzamelen

Sinds vorig jaar heeft de publieke omroep de goede gewoonte om, voor het eerst sinds decennia, weer toneel op tv te brengen. Een gewaagde onderneming, want als je het verkeerd aanpakt, krijg je het effect van een in een parkietenkooi gepropte papagaai. Acteren op televisie vergt een heel andere stijl dan in het theater. Om dáár de laatste rij te bereiken moet de acteur groot spelen, wat in de huiskamer al snel overweldigend overkomt.

Een complete theaterervaring krijg je voor de televisie natuurlijk nooit, maar als het vrijdagavond uitgezonden ’Ultimo’ van Orkater/Het Nationale Toneel representatief is voor de hele serie, mag de toneelliefhebber niet klagen. Het spel van Porgy Franssen en Ariane Schluter is niet te groot, intiem zelfs op sommige ogenblikken. Dat deze toneelacteurs veel tv-ervaring hebben, merk je aan de professioneel-nonchalante wijze waarmee ze de camera bespelen, negeren bijna. Het stuk, naar een roman van de Italiaan Allesandro Barrico, leent zich voor het beeldscherm omdat het, in de goede zin van het woord, in veel opzichten klein is: slechts twee acteurs, een decor in de vorm van een racecircuit dat hen ’omhelst’ en een minimalistische muzikale begeleiding in de gedaante van een cellist (Harald Austbo).

Het verhaal is niet klein. Franssen en Schluter vertellen over Ultimo’s grote ambitie om het perfecte autorace-circuit aan te leggen. Een gelaagd toneelstuk, waarin ook ervaringen van mislukte liefdes, gemiste kansen en eenzaamheid hoorbaar zijn, en dat vanuit steeds wisselend vertelperspectief. ’Toneel op 2’ (Avro, NPS en VPRO) is een goed begin van het nieuwe tv-seizoen.

De NCRV bracht een eenmalige editie van ’Van Popster tot operaster’, waarvan de opbrengst naar Oxfam Novib ging. Een beetje slechte timing na de inzamelingsactie voor Pakistan. Bovendien is presentator Ernst Daniël Smid wel iemand die te groot acteert voor zelfs het omvangrijkste plasmascherm.

’Kruispunt’ (RKK) zagen we gisteren voor het laatst op zondagvond. Het bestuur van de publieke omroep heeft besloten dat alle religieuze programma’s van prime time naar de vooravond moeten. ’Kruispunt’ heeft daarover de alarmklok geluid, omdat met deze wijziging religie ’achter de voordeur’ zou verdwijnen. Een niet geheel terecht verwijt, want al te vaak zijn Kruispunt-onderwerpen eerder humanistisch dan religieus.

Om over de actualiteit nog maar te zwijgen. Afgelopen week werd wereldwijd de honderdste geboortedag van Moeder Teresa herdacht, onder meer met ’Heilige der Dunkelheit’ gisterochtend op ZDF, maar in ’Kruispunt’ ging het over de restauratie van de Kerk der Friezen, een herhaling uit 2009. Oorzaak: vakantie. Een katholieke actualiteitenrubriek die op het moment dat het Vaticaan op zijn grondvesten schudt vanwege kinderseksschandalen twee maanden op slot gaat (vier keer zo lang als de gemiddelde bisschoppensynode), moet niet klagen over voor- en achterdeuren.

Los daarvan geeft de publieke omroep met zijn besluit een niet te miskennen neo-liberaal signaal af: religie heeft, anders dan amusement, de grote massa niets te bieden en is hooguit een aardige particuliere hobby, zoals postzegels verzamelen. Moeder Teresa keert zich om in haar graf.

----------------------
Trouw, 23 augustus 2010

Beau en Marc-Marie, een veelbelovend duo

’De zaterdagavondshow’ (SBS 6) heeft alles in zich om uit te groeien tot een kijkcijferhit. De eerste aflevering haalde bijna de magische grens van één miljoen kijkers, waarmee Beau van Erven Dorens en Marc-Marie Huijbregts alle concurrerende programma’s op dat tijdstip versloegen. Met deze show, de verhoopte parel van het nieuwe SBS-seizoen, heeft de programmaleiding geen enkel risico genomen. De formule – wensen inwilligen van kijkers – is jarenlang met succes beproefd door Paul de Leeuw. Nu hij daarmee is opgehouden, produceert de Vara-ster zijn idee voor SBS 6.

De droomwensen zijn, zo bleek zaterdagavond, bizar genoeg om blijvend hoge kijkcijfers te garanderen: in klittebandpak tegen de wand worden gekwakt, ruiten ingooien van de SBS-studio, en een trouwaanzoek krijgen na achtentwintig jaar huwelijk. Verder laat deze SBS-show, in tegenstelling tot RTL’s ’Lotto’s onvergetelijke zaterdag’ afgelopen mei, de altijd werkende amusementsclichés volledig tot hun recht komen: verlichte showtrap, live orkest en zingende presentatoren.

Het enige, en grote risico lag eigenlijk in de presentatie. Nadat Gerard Joling wegens oververmoeidheid had afgezegd, moest ijlings naar een nieuwe duo-presentator, naast Beau van Erven Dorens, worden uitgezien. De keuze viel op Marc-Marie Huijbregts, een artistieke duizendpoot die acteert (’t Schaep’), animeert (tafelheer bij Vara’s ’De wereld draait door’) en jureert (’SBS Popstars’). Maar of hij ook een ’eigen’ weekendshow kon dragen? Afgezien van een KRO-kerstshow in 2007, had hij weinig ervaring met het presenteren van groot tv-amusement. Na de eerste ’Zaterdagavondshow’ mag de conclusie zijn dat SBS 6 een goede greep heeft gedaan. Vaak is Hilversumse vriendelijkheid geacteerd, maar bij Huijbregts is ze authentiek. Ook bij deze show werkt die eigenschap weer in zijn voordeel. Met één vingerknip stelt hij zenuwachtige deelnemers op hun gemak en dankzij zijn zuidelijk accent klinkt zelfs de ramzaligste tijding uit zijn mond als een honingzoete verleiding. Het contrast met de b(r)allerige en meer showy Van Ervens Dorens is groot en dat levert een prettig soort spanning op. Wat de heren gemeen hebben, is de bereidheid om zich blind in nieuwe avonturen te storten en dat zou in dit geval best eens tot de geboorte van een nieuw gouden duo kunnen leiden. Al moet Huijbregts, door al zijn SBS-werk, vermoedelijk wel een Vara-excommunicatie voor lief nemen.

Ook concurrent RTL 4 bracht zaterdagavond een nieuw programma: ’Benidorm bastards’, een half uur vóór ’De zaterdagavondshow’. Het is een Vlaams verborgen camera-format, waarin oude mensen (Benidorm zit er vol mee) jongeren voor de gek houden. Een bejaarde man die een skateboard ontfutselt van een jongere of een oude vrouw die hasj verkoopt in het Vondelpark, het is het beproefde recept van de omkering die op de lachspieren werkt. Probleem is alleen dat veel items te kort zijn. Een origineel idee als dit moet je zo lang mogelijk uitspinnen en niet afdoen in shotjes van enkele seconden. Het gaat om de verbijstering op de gezichten van de gefopte jongeren en die komt door de gehaaste montage te weinig tot uiting. Toch 1,1 miljoen kijkers.

----------------------
Trouw, 18 augustus 2010

Santiago, mooi woord om naar toe te lopen

Op een ochtend werd Annet Malherbe wakker met het woord Santiago de Compostella. Omdat het maar niet uit haar hoofd verdween, besloot ze op pelgrimage te gaan. „Ik ben niet gelovig, ik vond het gewoon een mooi woord om naar toe te lopen.” Wat een juweel van een zin!

’Zomergasten’ (VPRO) met Annet Malherbe was de beste tot nu toe in de nieuwe reeks. Jelle Brandt Corstius durfde wat dieper in het drama te peuren – daar ligt toch het echte verhaal van mensen – en wist met goede, weerkerende vragen een rode draad door de uitzending te weven. De actrice heeft in haar leven drie constanten: zoeken naar verbinding, eten en depressies.

Over het laatste wilde ze weinig loslaten, maar na enig geduw kwam eruit dat de overwonnen depressie nog altijd sluimert. Slechts één tv-fragment ging er zijdelings over, maar daarmee gaf Malherbe onbewust misschien veel van zichzelf bloot. Frans Bromet babbelt in ’De winkelwagen’ met een vrouw over de avondmaaltijd. Maar langzaam verschuift het gesprek in de richting van de depressie van haar man. Van voedsel naar depressie. Zou dát bij Malherbe wellicht de verbinding in haar leven zijn: voedsel en depressie?

Zelf hield de actrice het erop dat ze jaloers kan zijn op de onderlinge verbondenheid van gelovigen. „Uiteindelijk komt het allemaal goed omdat de Here in hun leven verschijnt”, mompelde ze na een fragment van het EO-programma ’In de open cirkel’. Als ze de saamhorigheid van Bulgaarse volksdansers ziet, wil ze meteen meedansen.

En ze wil ook graag met haar derrière in een taart zitten, zoals Florence Giorgetti in ’La grande bouffe’. Deze Frans-Italiaanse speelfilm, waarin vier burgermannen zich doodvreten als radicale bevrijding uit een deprimerend bestaan, was Malherbes keuzefilm. Waarom juist deze? Het werd haar niet gevraagd. Zou de film symbool staan voor haar uiteindelijke verlangen: eenwording met voedsel, als finale afrekening met depressies?

Maar misschien zit ik te veel te psychologiseren. Het was ook een heel vrolijke avond, waarbij Malherbe geregeld de lachtranen van haar gezicht moest vegen. Bij deze (komische) actrice krijg je de indruk dat haar humor overwonnen droefheid is – een bodem die bij de gast van vorige week, cabaretière Paulien Cornelisse, geheel leek te ontbreken – en dat maakt haar tot een mooi en boeiend mens.

’Troostmeisjes’ hebben een droefheid die ze waarschijnlijk nooit meer overwinnen. Zondagmiddag zagen we de aangrijpende documentaire ’Omdat wij mooi waren’ (NOS), waarin Indonesische hoogbejaarde vrouwen terugkeken op de seksuele vernederingen tijdens de Japanse bezetting: „Ik huilde tot mijn ogen dik waren.” Velen spraken er vijfenzestig jaar na de bevrijding voor het eerst over. Aanvankelijk vaak ontkennend, later met horten en stoten, maar altijd nog met onterechte schaamte over hun zogenaamde zonde: het toelaten van verkrachtingen. Hilde Janssen was in ’Omdat wij mooi waren’ niet alleen programmamaakster, maar ook troostbrengster. Ze hield de breekbare vrouwen vast tijdens het gekwelde spreken. Om ze een beetje nabij te zijn, maar ook omdat ze anders van verdriet uit elkaar zouden vallen.

----------------------
Trouw, 13 augustus 2010

Knevel en Van den Brink bedrijven CDA-politiek

De EO is druk in de weer het komende CDA-congres over regeringsdeelname van de PVV aan zijn kant te krijgen. Avond aan avond nodigen ’Knevel en Van den Brink’ gasten aan tafel die waarschuwen voor het gevaar Wilders. De ene keer is het Doekle Terpstra, de andere keer anti-PVV-kanon Peter R. de Vries of CDA-verontruste Wouter Beekers.

Verbazingwekkend is deze EO-actie niet. De omroep staat dicht bij het CDA, dichter dan KRO of NCRV, en telt onder bestuurders en programmamakers veel enthousiaste CDA-sympathisanten, onder wie Andries Knevel. De warme banden tussen EO en CDA resulteren soms in opmerkelijke één-tweetjes. Zo mocht vier jaar geleden, onder EO-directeur en CDA-lid Henk Hagoort, Maxime Verhagen zich bij Knevel beklagen over het nieuwe uitzendschema. Dat zou, zo vonden Hagoort en Verhagen in stilte, de Vara te veel ruimte geven. Het was vlak voor de verkiezingen. Verhagens klaagzangen kwamen EO én CDA prima uit.

Wie nú goed luistert, hoort dat Knevel een middenkabinet wil en hij gebruikt de televisie om ’zijn’ CDA die kant op te krijgen. Dat doet hij heel slim door afwisselend CDA en VVD onder vuur te nemen. Maandagavond zagen we Doekle Terpstra voor de zoveelste keer dreigen met opzegging van zijn CDA-lidmaatschap en dinsdagavond werd Peter R. de Vries als een roofdier op VVD’er Robin Linschoten losgelaten. Eerst nog minzaam lachend, maar later met onverholen dedain besprong de misdaadverslaggever zijn prooi. ,,U slaat politieke prietpraat uit”, riep hij, toen Linschoten zei te hopen op een stabiel kabinet. En na Linschotens opmerking dat hij het resultaat van de onderhandelingen wilde afwachten brieste De Vries: ,,Eindresulaten in de politiek zijn waardeloos.” Van den Brink voerde Tijger R. De Vries door van hem te eisen dat hij Linschoten als ’mede-liberaal’ zou uitleggen waarom Wilders buiten de regering moet blijven. ,,Ik geloof niet dat dat bij deze mijnheer zin heeft”, bitste de misdaadverslaggever. Perfect was de timing van Knevel toen hij, na een aangrijpend verhaal van De Vries over het kindertehuis van zijn dochter in Ghana, aan Linschoten vroeg: ,,U wilt de ontwikkelingshulp halveren, is het niet?”

Om de druk op het CDA-congres nog te verhogen was ook priester Antoine Bodar uitgenodigd. Immers, als zelfs van Hogerhand een CDA-PVV-verbond zou worden afgewezen, zou het CDA-congres niet anders kunnen dan Knevel volgen. Maar die vlieger ging niet op. Bodar vond het weliswaar voor christenen ongepast om PVV te stemmen, maar de partij hoefde niet buiten de regering te blijven. ,,U heeft het veel te veel over Wilders”, vond de geestelijke. Van den Brink trok een vies gezicht. Is aartsbisschop Eijk misschien een idee?

De EO bedrijf actiejournalistiek en dat is in een omroepbestel dat nog steeds verzuild is geen uitzondering. Het zal waarschijnlijk zelfs sterker worden nu alle omroepen door politiek toedoen weer hun eigen actualiteitenrubriek terugkrijgen. ’Gekleurde’ journalistiek en verzuiling gaan samen, maar het is dan wel zaak om met open vizier te strijden. En dat doen Knevel en Van den Brink niet. Onder het mom van objectieve journalistiek worden eigen politieke doelen nagestreefd.

----------------------
Trouw, 9 augustus 2010

Elke bloterik zijn eigen goede doel

Nederland 3 kwam dit weekeinde ’uit de kast’ en daarom bracht de Avro een bont verslag van de Canal Parade. Eerder deze week zagen we ’heteronaakt’ in KRO’s ’Blootgewoon’. Heel verschillende programma’s, maar toch zijn er twee belangrijke overeenkomsten. In beide gevallen draait het om het goede doel: ’Blootgewoon’ strijdt voor uiteenlopende liefdadigheidsfondsen en de ’Canal Parade’ voor erkenning van publieke homoseksualiteit. Verder gebruiken de deelnemers aan beide shows hun lichaam als actiemiddel. Bij de KRO gaan mensen (deels) uit de kleren om te worden gefotografeerd voor een goede doelen-kalender, in de homoboten-tocht verbeelden felgekleurde zwemslips en teksten op T-shirts het streefdoel.

Inhoudelijk grijpen deze shows terug op de jaren zestig, toen het blote lichaam voor het eerst als actiemiddel op tv verscheen. In 1967 had Phil Bloom de primeur om in VPRO’s ’Hoepla’ naakt de Nederlandse huiskamers binnen te dringen. De opschudding moet ongeveer net zo groot zijn geweest als in 1440 bij de onthulling van de David van Donatello, het eerste vrijstaand mannelijk naakt sinds de Oudheid. En dat was ook precies de bedoeling van de VPRO. Blooms lichaam werd ingezet tegen de als bekrompen ervaren burgerlijke en kerkelijke moraal. In de jaren zeventig choqueerde de VPRO nog even door met Fred Haché, Barend Servet en Sjef van Oekel, totdat het aantal Kamervragen beduidend terugliep en de ’vrijzinnige’ elke lust in het bloot programmeren verloor.

Het VPRO-bloot was niet per definitie mooi. Ook oude, gerimpelde mannen banjerden naakt door het beeld, zoals in ’Blootgewoon’ en de ’Canal Parade’ evenmin iedereen aan het schoonheidsideaal voldoet. Gespierde, jonge voetballers tegen wat ruimer in het vel zittende zangkoordames wisselen elkaar in de KRO-show af en op het homofeest kon de toeschouwer naast afgetrainde sportschoollijven dikke lesbo’s in bikini of volumineuze travestieten in decolleté voorbij zien komen. Waar het lichaam actiemiddel is, is een fraai uiterlijk een aanbeveling, maar geen noodzaak.

Anders ligt dat bij de blootprogrammering van de jaren tachtig en negentig. Bloot was niet langer middel, maar doel in zichzelf: geen actie maar zinneprikkeling. Niet de commerciële, maar de publieke omroep doorbrak het taboe van naakt als erotisch bedoeld tv-vermaak. Onder feministisch protest lanceerde het toen nog publieke Veronica in 1987 ’De PinUp Club’. In de jaren erna overspoelden de nieuwe commerciële zenders RTL en SBS de kijker met zoveel amusementsbloot dat zelfs Fons van Westerloo er een punthoofd van kreeg en de stekker eruit trok.

En nu is het tv-bloot dus weer terug, net als in de jaren zestig verbonden met een ideaal. Maar er is één groot verschil. Was het naakt van de VPRO een protest tegen zo’n beetje de gehele gevestigde orde, het huidige buisbloot kiest zijn idealen op de vierkante centimeter. Bij ’Blootgewoon’ gaat het afwisselend om hulphonden, zinloos geweld en medisch onderzoek. De homobeweging is nog gefragmentariseerder. Joodse homo’s, christen homo’s en ’hutspothomo’s’ (transgenders); allen strijden voor hun eigen denominatie. Was in de jaren zestig nog sprake van enige saamhorigheid, anno 2010 is de geïndividualiseerde maatschappij ook tot het naaktdomein doorgedrongen.

----------------------
Trouw, 6 augustus 2010

Rosenmöller laat homo's in de steek

Het is een behoorlijk slaapverwekkend programma: ’Tante in Marokko’ (RVU). De gesprekken doen denken aan een zich voortslepende hete namiddag op een vakantiepark: „Nog wat leuks doen vanavond, buurman?” „Nee, we hebben gisteren al iets leuks gedaan.” En zo kabbelen de gesprekken voort. Maar toch goed dat het programma er is, want het laat een andere kant zien van Marokkaanse Nederlanders.

Geen vrouwenonderdrukkers, terroristen in de dop of homopesters, waarvan de media uitpuilen, maar goed geïntegreerde Marokkanen op bezoek in hun geboorteland. Vorige week zagen we vier hippe Marokkaanse meiden uit Ede, die zich in het toeristenleven van Casablanca stortten. Ze wilden graag een vriend, zolang het maar geen ’Marokkaanse Marokkaan’ was. Deze week was Chaïmae Hamdani aan de beurt, een jonge pedagogiek-studente, die stage loopt in een weeshuis. De tijdelijke overgang van Nederland naar Casablanca viel haar zwaar. „Het gaat er hier grof aan toe en mannen zijn de baas.” En verder ’draait iedereen overal omheen’.

Zou Paul Rosenmöller ook in Marokko zijn geweest? Het duurde woensdag tien minuten voordat in ’Spraakmakende zaken’ (Ikon) het hoge woord eruit kwam: islamitische allochtonen hadden een homostel weggetreiterd uit de Utrechtse vinexwijk Leidsche Rijn. Met zichtbare tegenzin –„Het moet toch maar worden benoemd”– legde Rosenmöller dit gegeven voor aan een onderzoeker van de Universiteit van Amsterdam. Maar gelukkig, die wist het beeld, op aandringen van de presentator, zo te verbreden dat het etiket potenrammer zo’n beetje op iedere heteroman kon worden geplakt: jong en ouder, laag en beter opgeleid, autochtoon en allochtoon.

Ik heb het onderzoek er even op nageslagen en daaruit blijkt dat 57 procent van het anti-homogeweld wordt gepleegd door allochtonen. Ook genoemd homostel, Hans van Gemmert en Ton Daalhuizen, is het leven door Marokkanen zuur gemaakt, maar met die onwelkome feiten had Rosenmöller niets te maken. Dat bleek ook uit de keuze van zijn gasten. Niemand uit Utrecht: niet de burgemeester, geen gemeenteraadslid, niemand van de plaatselijke politie of moskee, geen mede-wijkbewoners of welzijnswerkers. Alle gasten waren Amsterdammers. Omdat Rosenmöller met geen woord uitleg gaf over deze keuze, moeten we ervan uitgaan dat hij het probleem bewust zo ver mogelijk uit Leidsche Rijn heeft willen wegtrekken om het te veralgemeniseren tot… Ja, tot wat eigenlijk? Een soort ’Tante in Marokko’-gebabbel.

Van Gemmert en Daalhuizen zijn een jaar lang uitgescholden, bedreigd, hebben stenen door hun ruit gekregen en zijn op straat klemgereden. Zeven keer hebben ze aangifte gedaan, nooit is er een arrestatie verricht. En wat doet Rosenmöller? Die vraagt met beelden van de Gay Pride op de achtergrond of homo’s al die ellende niet een beetje aan zichzelf hebben te danken. In deze context was een groter verraad aan de homogemeenschap nauwelijks denkbaar.

Je merkt het vaak aan zijn programma’s: hier is geen vakbekwame, betrouwbare journalist aan het werk, maar een gewiekst politicus, die uit politieke overwegingen hem onwelgevallige feiten verdoezelt. ’Spraakmakende zaken’ doet zijn naam vooral eer aan door wat er niet wordt verteld.

----------------------
Trouw, 4 augustus 2010

'Zomergasten' richt zich op leesgedrag van 't Hart

Het ging stukken beter dan vorige week. Jelle Brandt Corstius was ad rem, stelde vaak goede vragen en wist met zijn gast Maarten ’t Hart een sfeer te scheppen van schoolvrienden onder elkaar. De wederzijdse ouders kwamen voorbij, de liefde en de existentiële eenzaamheid van het bestaan, en dat alles in een ambiance die bij kameraadschap past: belangstellend, begrijpend en geestig.

Beide families zijn met elkaar bekend – ’t Hart verwees een paar keer naar Brandt Corstius senior, met wie hij een boek over Simon Vestdijk schreef – en dat heeft misschien de klik bevorderd. Samen woordeloos naar een tv-aquarium met stekelbaarzen kijken. Het is laat. De ouders liggen in bed. Elk moment verwacht je dat de deur opengaat en moeder ’t Hart bromt: „Nou Maarten, nu is het wel genoeg. Naar boven!”

Het bijzondere van deze ’Zomergasten’ was dat het niet zozeer draaide om het schrijverschap van ’t Hart als wel om zijn lezersgedrag. Lezen en bevrijding gaan voor de auteur samen. Als puber ontkwam hij met het boek aan de bekrompen Maassluise meisjes, als biologiestudent met behulp van Nietzsche aan God. Op oudere leeftijd droeg zijn leeshonger indirect bij aan de bevrijding van anderen. Toen hij ooit lang moest wachten op een bestelling bij de Koninklijke Bibliotheek wandelde hij het nabijgelegen Paleis van Justitie binnen, waar de rechtszaak tegen Lucia de B. diende. ’t Hart ontstak in woede over haar veroordeling en werkte via een artikel in NRC mee aan haar vrijspraak.

Een boeiende avond, maar hebben we ook de ziel van ’t Harts leven en werk ontdekt? ’Zomergasten’ is meer dan een interviewprogramma, het probeert aan de hand van beeldfragmenten iemands DNA bloot te leggen. Nu is dat in het geval van ’t Hart een beetje moeilijk omdat hij nooit tv kijkt en elke avond om negen uur naar bed gaat, maar door wat dieper te boren had Brandt Corstius toch dichter bij het grondmotief van ’t Harts oeuvre kunnen uitkomen. Dat is niet in de eerste plaats de eenzaamheid of de liefde, zelfs niet de adoratie voor Bach, nee het is de godverlatenheid.
Tussen het geschop tegen God en kerk door proef je het in zijn boeken op bijna elke bladzijde: verterend heimwee. Maarten ’t Hart wil terug naar God, het tragische is alleen: God hoeft ’t Hart niet, biechtte de schrijver ooit op tegen Ischa Meijer, Hij heeft hem verstoten. De auteur troost zich in die staat van niet-uitverkoren zijn met het ’surrogaat voor het eigenlijke’: schrijven.

Brandt Corstius kwam er met zijn vragen een paar keer dicht bij („Vestdijk schreef om niet te hoeven leven, hoe zit dat met jou?”) , maar liet de auteur uiteindelijk toch met een gemakkelijk antwoord wegkomen („schrijven is óók leven”). Nee, schrijven is voor ’t Hart niet in de eerste plaats leven, maar óverleven: een bittere noodzaak om te ontkomen aan de ondergang in een godverlaten bestaan. Met lezen kon hij zichzelf bevrijden, met schrijven mogelijk anderen, maar niet zichzelf. En dát kwam er deze avond niet uit.

----------------------
Trouw, 2 augustus 2010

KRO houdt eigen schatkamer potdicht

Honderd miljoen mensen houden een weblog bij en elke minuut verwelkomt Youtube vierentwintig uur aan nieuwe privéfilmpjes. In zijn boek ’De @-cultuur’ (2008) noemt de Amerikaanse schrijver Andrew Keen dit verschijnsel digitaal narcisme. Hij voorspelt dat onze kenniscultuur ten onder zal gaan. Ervoor in de plaats komt een wereld waarin alleen nog de eigen vierkante meter telt. En dat paradoxaal genoeg allemaal dankzij het wereldwijde web.

De revolutie die zich op internet voltrekt, baant zich ook een weg naar het oude medium televisie. Een verbijsterend aantal programma’s draait alleen maar om de persoon en zijn directe omgeving. Of het nu gaat om ’Achter de voordeur’ (NCRV), waarin buren elkaars huis besnuffelen, ’Een tweede leven’ of ’XXS’ (beide KRO), in alle gevallen is elke maatschappelijke context zoek. En dat is raar voor een publiek bestel dat pretendeert duiding te geven aan ontwikkelingen in de samenleving.

In ’XXS’ volgt Yvon Jaspers een jaar lang vijf anorexiapatiënten, maar na drie uitzendingen is de kijker medisch gezien geen cent wijzer. Drie van de vijf deelnemers komen uit ontwrichte gezinnen (de ouders van Sandra en Mike zijn gescheiden, de moeder van Fleur is ongeneeslijk ziek), waardoor de kijker de indruk krijgt dat het één met het ander te maken heeft. Maar of dat ook werkelijk zo is? Geen arts of psychotherapeut die het komt uitleggen. Het enige dat telt is het privéverhaal van de patiënt, dat nog wordt versterkt door het gebruik van een ’dagboekcam’, waarmee de deelnemers hun intiemste momenten zelf mogen vastleggen. Nooit eerder is een stoornis exhibitionistischer in beeld gebracht. Het gaat alleen om erkenning van de deelnemers en hun kijkende lotgenoten, een wel erg armoedig concept.

’Een tweede leven’ lijdt aan dezelfde kwaal. Alle respect voor bijna-doodervaringen en presentatrice Karin de Groot, maar waarom wordt het programma niet wat meer inhoud gegeven door bijvoorbeeld cardioloog Pim van Lommel (’Eindeloos bewustzijn’) aan het woord te laten? En waarom blijft de katholieke traditie geheel buiten beeld? Als er één instituut is waarin kunstenaars (denk aan Michelangelo’s ’Laatste Oordeel’), filosofen en theologen eeuwenlang hebben geprobeerd het mysterie van dood en hiernamaals te verbeelden, dan is het de katholieke kerk toch wel , maar daarvan is in dit KRO-programma niets terug te vinden. Al ging die schatkamerdeur maar op een kier dan zou het een verrijkend licht kunnen werpen op al die particuliere verhalen over tunnels en uittredingen. Het zou ook heel goed passen bij de verdieping die Nederland 2 wil bieden. Nu zagen we een vrouw die staande voor een kast met gekleurde parfumflesjes suggereerde dat dit voor haar het paradijs symboliseerde. Daar mocht de kijker het mee doen.

Het gaat te ver om à la Keen alle deelnemers aan ’XXS’ en ’Een tweede leven’ van narcisme te verdenken, want daarvoor hebben de meesten te veel meegemaakt. Maar flinterdunne programma’s zijn het wel, waarbij de interviewer zichzelf min of meer overbodig maakt. Het zijn weblogs en Youtube’s op tv: de burger schept zijn eigen heilige vierkante meter en de verslaggever is slechts provider.

----------------------
Trouw, 28 juli 2010

Marijnissen zat op Venus, Brandt Corstius op Mars

Twee mijlenver van elkaar verwijderde planeten, dat is wat de kijker zondagavond zag in ’Zomergasten’ (VPRO). De katholiek opgevoede plattelandsjongen Marijnissen tegenover de op zijn minst agnostisch grootgebrachte, stedelijke georiënteerde en een kwarteeuw jongere Jelle Brandt Corstius. Grote afstanden hoeven een spannende komeetinslag niet te beletten, maar in het eerste ’Zomergasten’-treffen van dit seizoen bleven presentator en gast sterrenstelsels van elkaar verwijderd. Dat kwam vooral doordat Brandt Corstius niets bleek te weten van het katholicisme, terwijl dat voor Marijnissen nog steeds een belangrijke inspiratiebron is.

Hij is niet meer praktiserend, maar heeft wel grote waardering voor ’dwarse’ gelovigen, of die nu Galilei, bisschop Bekkers van ’s-Hertogenbosch of, hoewel niet katholiek, Jezus Christus heten. Als voorbeeld noemde Marijnissen het soepele pil-beleid van de Brabantse jarenzestig-bisschop, maar Brandt Corstius had nog nooit van Bekkers gehoord. Ook bekende namen uit de Nederlandse en buitenlandse kunstwereld bleken voor Brandt Corstius volslagen onbekend: Pierre Janssen, Gillo Pontecorvo, de ’Don Camillo’-films. Natuurlijk kan en hoeft een journalist niet alles te weten, maar loop er niet zo onbeholpen mee te koop en spreek ’misdienaar’ niet uit op een toon alsof het om een buitenaards wezen gaat.

Brandt Corstius kwam, ondanks alles, ontspannen over. Te ontspannen zelfs. Zo vergat hij op cruciale ogenblikken door te vragen en miste hij kansen voor open doel. Zo vertelde Marijnissen tweemaal dat hij voor de politiek had gekozen op het moment dat hij van zijn geloof viel, en tweemaal verzuimde Brandt Corstius te informeren naar het verband. In plaats daarvan stelde hij, bij de tweede gemiste kans, opgelucht voor de whisky te openen: „We hebben het bijna overleefd.”

Dat we iets meer te weten kwamen over Marijnissen, was vooral aan de SP-voorzitter zelf te danken. Bevlogen vertelde hij over zijn liefde voor kunst. Het mooiste tv-fragment, vond ik, was dat waarin Vladimir Horrowitz ’Kinderszenen opus 15 Traumerei’ van Robert Schumann speelt en een oude, grijzende heer een traan aan zijn gesloten oog laat ontsnappen.

Brandt Corstius heeft de fragmenten niet van te voren bekeken, zo vertelde hij aan het begin van de uitzending – met het doel zich te laten verrassen –, maar die keuze lijkt catastrofaal. Bij een fragment waarin André van Duin met een hilarisch lied wraak neemt op de hem verguizende culturele elite, had de vraag niet moeten zijn of de komiek een inspirator is voor Marijnissen, maar, veel explicieter, hoe de SP-politicus zelf wraak denkt te gaan nemen op de elite. Ofwel: hoe ziet zijn socialistische maatschappij er uit? En wie zijn, sinds het echec van het socialisme, zijn grote voorbeelden? Marijnissen roemde het Latijns-Amerikaanse socialisme, maar hopelijk toch niet inclusief Castro en Chavez?

Ik heb grote bewondering voor Brandt Corstius als programmamaker, maar als gastheer van ’Zomergasten’ viel hij door de mand. Komende zondag Maarten ’t Hart. Een advies voor de presentator: koop als de bliksem ’De Institutie’ van Calvijn.

----------------------
Trouw, 21 juli 2010

Tv-kijkers verdrinken in een tranenzee

In alle programma’s die ik de afgelopen dagen heb gezien werd gehuild. Niet alleen in uitzendingen waarin je enig malheur zou mogen verwachten zoals ’XXS’ (anorexia-patiënten), ’Spoorloos extra’ (herenigde familieleden) en ’Familieberichten’ (lief en leed in het gezin), ook in het lichtvoetige genre rondom de Nijmeegse Vierdaagse vloeien meer tranen dan de Waal kan bevatten.

Fons de Poel toverde maandagavond in ’Het gevoel van de Vierdaagse’ (KRO) tot driemaal toe huilende vrouwen in beeld, waarbij de laatste zelfs een zakdoek ter grootte van een theedoek nodig had om haar verdriet te stelpen. Wat was er aan de hand? Ze was ooit geblesseerd geraakt. Hella van der Wijst drapeerde meteen een arm om haar heen
.
Yvon Jaspers houdt meer afstand. In haar nieuwe programma ’XXS’ (KRO) weet ze een gezond evenwicht te bewaren tussen nabijheid en professionaliteit, in tegenstelling tot Caroline Tensen (’Familieberichten’), die aan haar ’slachtoffers’ plakt als deeg aan een roller. Als het oogvocht niet spontaan komt, weet het Opperhoofd Tranen van de NCRV dat met enig verbaal geweld er binnen luttele momenten uit te persen. Van Ruben die aan leukemie lijdt en daardoor thuis vanachter de computer schoollessen moet volgen, wil ze weten hoe erg het is om zijn mede-leerlingen via de webcam wel te kunnen zien, maar er niet tussen te zitten. De jongen geeft met trillende stem antwoord, maar dat is natuurlijk niet genoeg. „Weet je nog hoe het was om gezond te zijn?”, dramt Tensen door. Nu komt er schot in. Nog geen tranen, maar wel de voorbode van enig hoopvol gesnotter. „Denk je nog vaak terug aan die gezonde tijd?”, werpt ze tenslotte een molotovcocktail. Raak! De tranen rollen. „Sorry, hoor, dat ik je vragen stel.”

Hoe komt het toch dat mensen bereid zijn op televisie in huilen uit te barsten?
In zijn boek ’Publieke tranen’ (2002) geeft mediaprofessor Henri Beunders daarvoor een plausibele verklaring. Vroeger gaven mensen hun verdriet een plaats in het grote verhaal van een godsdienst of ideologie, wat relativering en troost opleverde. Nu die grote verhalen voor velen zijn weggevallen, hebben we alleen ons eigen ik overgehouden, en dat schreeuwt om erkenning. Lukt het niet op het terrein van talent of beroep, dan maar op dat van klein en groot leed. Democratisering van het trauma, noemt Beunders dit psychologische verschijnsel, en Hilversum stormt erop af als een hyena op een vers kadaver.

Natuurlijk, emoties horen bij het leven en mogen ook zeker op de tv, maar de publieke omroep laat de kijker, in de jacht op marktaandelen en niet geremd door enige centrale regie, verdrinken in een tranenzee. Uit het proefschrift ’De troost van televisie’ (1993) van oud-IKON-directeur wijlen Wim Koole is een goede richtlijn te distilleren: alleen privéproblemen die thuis niet bespreekbaar zijn of waarbij de hulpverlening ernstig tekort schiet zijn, mits respectvol en ethisch in beeld gebracht, geschikt voor uitzending op televisie.

En voor de rest mogen tranen en troost wat mij betreft vooral blijven waar ze horen: in de privé-sfeer van familie, vrienden en hulpverleners.

----------------------
Trouw, 16 juli 2010

Goed dat Pia Dijkstra naar D66 is vertrokken

Gordon is het duizend-dingendoekje van Hilversum. Of het nu gaat om talentscouting (’Holland’s got talent’), religie (’Gordon zoekt God’) of ziektes (‘Vinger aan de pols’), de Amsterdamse zanger lijkt onmisbaar. Hoe zou dat toch komen? Geen mens die hem ooit heeft kunnen betrappen op enige kennis over wat dan ook, om over zijn reflecterend vermogen nog maar te zwijgen.

Maar Hilversum wordt als een magneet aangetrokken door intellectuele leegte. Dinsdag zagen we een herhaling van ’Vinger aan de pols’, waarin Pia Dijkstra in Kaapstad met de entertainer praat over zijn aandoeningen diabetes, reuma en psoriasis. De lange reis naar Gordons tweede huis was nodig, zo beweerde de Avro-presentatrice, omdat ze alleen op die plek de zanger werkelijk zou kunnen doorgronden. Maar wat waren we drie kwartier later wijzer? Niets. Niet over de ziektes, waarbij de onwetendheid van Dijkstra pijnlijk in het oog sprong, en niet over hoe je met ziektes om moet gaan. Of het zou moeten zijn dat je veel moet lachen, uitgaan en flirten, zoals Gordon zijn levensvisie verwoordde.

Wat onder Ria Bremer ooit begon als een serieuze medische rubriek, is onder Dijkstra’s leiding verworden tot een ’Villa Felderhof’-hospitaal, waar de Jan Keizers en Patricia Paayen in- en uitlopen en medische informatie heeft plaatsgemaakt voor verhalen over emoties en beleving. Als je maar bekend bent en af en toe een vette grap vertelt, zoals Gordon, is dat genoeg. Goed dat dokter Dijkstra naar D66 is vertrokken, we zullen haar niet missen.

’Vinger aan de pols’ staat niet op zich. De ’Gordonisering’ heeft zich een weg gevreten door de hele publieke omroep. Twee jaar geleden schoof soapster Georgina Verbaan aan als presentatrice van VPRO’s wetenschapsrubriek ’Noorderlicht’, in ’Pauw en Witteman’ mogen jongleurs meepraten over de bankencrisis, en zelfs het paradepaardje van de elite, ’Zomergasten’, blijft niet meer verschoond van volksartiesten.

Er is maar één reden: kijkcijfers. Hilversum is als de dood om lager opgeleiden, en daarmee een net, te verliezen en offert daar een groot deel van de programmering aan op. Met succes, want het aantal ’maatschappelijk teleurgestelden’ dat naar de publieke omroep kijkt, is de afgelopen vier jaar met drie procent gestegen en het aantal ’gemak zoekende burgers’ zelfs met zes procent, zo weet kijkcijferexpert René van Dammen desgevraagd te melden. Keerzijde is dat kijkers die inhoud willen – de actualiteitenrubrieken daargelaten – tot twaalf uur ’s nachts moeten wachten, zoals nu met die indrukwekkende documentaire ’Milosevic on trial’ (VPRO).

Gelukkig hebben we Paul Rosenmöller nog, wiens bekende gezicht de voornaamste reden is dat de Ikon, als enige onder de religieuze dwergen, op primetime mag rekenen. Rosenmöller is naar Uruzgan gevlogen om terug te blikken op de opbouwmissie. Wat je bij de BBC en CNN zou zien, ontbrak hier ten enenmale: zelfbewustzijn en trots. In de opstelling van een schoolklasje, met voor het bord een meester Kwel, die, zo bleek uit al zijn vragen, die hele missie maar niets vond, werd tobberig teruggekeken. Of er wel genoeg kon worden gehuild in het leger, wilde Rosenmöller weten. Of was het Dijkstra?

----------------------
Trouw, 14 juli 2010

Hilversum is één grote Evangelische Omroep

Zagen we zondagavond nog iets anders dan de WK-finale? Jazeker, 93.000 mensen keken op Nederland 2 naar ’Van Dis in Afrika’. De zondag ervoor, een wedstrijdloze avond, waren dat er 376.000. ’God in de lage landen’ mocht op datzelfde net rekenen op 127.000 kijkers (4 juli: 352.000). Op Nederland 3 waren de kijkcijfers nog magerder: 30.000 voor ’Family matters’ (4 juli: 347.000) en 32.000 voor ’Spuiten en slikken op reis’ (465.000).

Na de teleurstellende WK-finale zakten ook op Nederland 1 de kijkcijfers binnen enkele ogenblikken in als een plumpudding. Werd de wedstrijd nog bekeken door 8.512.000 thuiskijkers, bij de huldiging van Spanje waren er al drie miljoen afgehaakt, bij de nabeschouwing weer twee miljoen, tot er voor ’Studio sportzomer’ nog ’maar’ 970.000 kijkers over bleven.

De tv-huldiging gisteren in Amsterdam had, hoe feestelijk ook bedoeld, voor mij vooral de bijsmaak van ’de Koning van Hispanje die ik altijd heb geëerd’. Maar gelukkig, het ’merk Nederland’ heeft ondanks de nederlaag toch ’een vernisje’ gekregen , zo leerden we maandagavond van reclamegoeroe Eugène Roorda. In Avro’s ’Eén vandaag’ klonk het gezwollen dat ons ’zelfbeeld in temperatuur is gestegen’. Ook zijn we er ’neurologisch vrolijker op geworden.’ Zou iemand snappen wat hiermee wordt bedoeld? Marketingtaal heeft dezelfde ongrijpbare leegheid als een Oudejaarsavond waarop het maar geen twaalf uur wil worden.

Iemand die wel inhoudsvol over merken kan praten is Eelco Fortuijn van de Stichting Goede Waar & Co. In ’God in de lage landen’ (EO) legde hij uit waarom hij promotie maakt voor producten die op mens- en diervriendelijke wijze worden gefabriceerd. Fortuijn ontleent zijn ideaal rechtstreeks aan de humane waarden van het evangelie. Hij was er een beetje verbaasd over dat ’ongelovige’ ondernemers vaak nog meer oog hebben voor duurzaam produceren dan hun christelijke collega’s. Maar zo gek is dat niet. De vrijzinnig-protestantse theoloog Kuitert meent dat het christendom na tweeduizend jaar zozeer onderdeel is geworden van de westerse cultuur dat ’iedereen’ ervan is doordrenkt. ,,De kerk is cultuur geworden, de pop vlinder. Wat is er mis mee?”, vraagt hij zich af.

Toen ik met die ogen terugkeek op de tv-programmering van de afgelopen dagen zag ik ineens heel veel evangelie. De mannen en vrouwen van Greenpeace bijvoorbeeld. Zondagavond haalden ze in de melancholische documentaire ’The Rainbow Warriors of Waiheke island’ (NPS) herinneringen op aan de beginjaren. Met een oude vissersschuit de Tower Bridge onderdoor, de zee op en met behulp van I Tjing de walvisvaarders opsporen en stoppen. De dames en heren zijn nu oud en klitten samen op Waiheke Island, een onoverdekt bejaardenoord voor Greenpeace-activisten, waar ze de hele dag vrolijk zingen: ,,Recyclen is geweldig. Je kan met afval zoveel doen.”

Ik zag de geest van Kuitert zelfs rondwaren boven ’Loverboys’ (BNN). Twee vlotte jongens proberen, helaas op een toon alsof ze een telefoonboek voorlezen, onzekere en zoekende jongeren te helpen aan een lief. Ter plekke bekenden twee samenwonende vriendinnen tot beider verrassing hun liefde voor elkaar.
Ach, welbeschouwd is Hilversum één grote Evangelische Omroep.

----------------------
Trouw, 9 juli 2010

Afrika is binnenkort vast weer het vergeten continent

Wesley Sneijder kroop bij gebrek aan een stoel dinsdagavond op schoot bij Jack van Gelder (’Studio Sportzomer’). RTL-concurrent Johan Derksen sprak er schande van. Ten onrechte, want nooit eerder verblijdde de NOS ons met een dermate ver doorgevoerde vorm van onderzoeksjournalistiek.

Je zou willen dat ook de rest van de Afrika-programmering zo doortastend was aangepakt. Een buitenlandrubriek, zoals vroeger ’Panoramiek’, kent de publieke omroep niet, maar zodra de bal richting Johannesburg rolt, rollen honderd verslaggevers en hun sponsors mee. Te vrezen valt dat Afrika nu weer voor jaren het vergeten continent is.
Zo versnipperd en richtingloos als de Afrika-programmering van ons publieke bestel eruit zag, zo strak was de regie bij de Belgische omroep, die wel centraal wordt geleid. Canvas zond een paar goed doortimmerde documentaires uit over Zuid-Afrika na de apartheid en dat was dat.

Wat me uit de overvloed van programma’s op de Nederlandse buis is bijgebleven, zijn vooral de herhalingen. ’Van Dis is Afrika’ (VPRO) was ook voor de tweede keer een genoegen. Dat komt doordat Van Dis een geboren verteller is, die met zijn eruditie en kennis van het continent het verhaal zelf draagt en niet, zoals Rosenmöller (Ikon), volledig afhankelijk is van interviews. Ook mooi vond ik de herhaling van ’Soeterbeeck in Afrika’ (RKK), waarin Pauline Kuijper en Wilfred Kemp ontwikkelingsprojecten van de katholieke kerk bezoeken. Indrukwekkend om te zien hoe Afrikanen een hechte gemeenschap vormen, waarin ze het weinige dat ze hebben met elkaar delen.

Dat geldt ook voor leprozen, zo bleek woensdagmiddag uit de reportage vanuit Soedan. Ze dansen en lachen met elkaar en geven hun laatste pond aan de collecte. Er zaten twee duidelijke boodschappen in deze vierdelige serie: het is onaanvaardbaar dat het westen vanwege de crisis gaat bezuinigen op ontwikkelingshulp. En: Afrikanen mogen arm zijn, eenzaam zijn ze niet.

Datzelfde gemeenschapsgevoel tref je ook aan in de Angola Prison in Louisiana. EO’er Willem van Schaaijk maakte een indrukwekkende documentaire over hoe de sfeer daar onder leiding van directeur Cain is veranderd. Vroeger veel zelfmoorden en onderlinge afrekeningen, nu is het pais en vree. De gevangenen werken op het land, verzorgen elkaars begrafenissen en zingen, in hun ’vrije tijd ’, in een gospelkoor. Een heropvoedingsprogramma noemt Cain het, met als hoogtepunt de halfjaarlijkse rodeo. Diezelfde woensdagavond toonde ’Nova’ een alarmerend verhaal over gevangenisbewaarders die door gevangenen worden bedreigd. De oplossing, zoals te verwachten: meer geld voor meer bewaarders. Vermoedelijk heeft Nova-verslaggever Karel Ornstein ’The Angola Prison Rodeo’ niet gezien, anders had hij vast gevraagd: „En de gevangenen zèlf , kunnen die ook nog iets doen?”

Tegenover de saamhorigheid van Afrikanen en gevangenen stak de eenzaamheid dinsdagavond in het AVRO-programma ’Zóóó 30!’ schril af. Een bloedeloze en tot in het oneindige doorgeformatteerde show waarin merendeels alleenstaande dertigers klaagden over de vele keuzes waarvoor ze staan. Ga ik dat nieuwe restaurant uitproberen of naar die hippe disco? Cabaretier Roel Veldhuis, het materialistische wensenpatroon zat, riep getergd uit: „In Kenia zijn ze jaloers op onze dilemma’s.” En toen werd het heel even stil.

----------------------
Trouw, 2 juli 2010

De vrouw als nieuwe seksist

In de jaren zeventig stuurden vrouwen hun echtgenoten naar mannenpraatgroepen om hun ’pikgerichtheid’ te bestuderen. En dat heeft geholpen. In ’Café de liefde’ (VPRO) cirkelt Bram van Splunteren omzichtig als een Heilssoldaat in een bordeel om zijn eigen lustgevoelens heen. De vrouwelijke begeerte daarentegen krijgt ruim baan. Mylène de la Haye, voormalig RTL-presentatrice, praat openhartig over haar zestien jaar jongere ex-minnaar, de muzikant Ralph de Jong. Ze had hem ontmoet in Paradiso en het was dezelfde nacht nog van hatsjiekiedee gegaan. ,,Snoepgoed!”, roept ze extatisch. De sensuele Limburgse krijgt gaandeweg het interview de smaak goed te pakken. ,,Wil je met me naar bed?”, vraagt ze hees. Van Splunteren ondergaat z’n noodlot gewillig en kruipt met de 51-jarige poptempel-diva onder de wol. Hij doet natuurlijk niets met haar, want het is tv. Bovendien heeft hij vermoedelijk net iets te lang in een mannenpraatgroep gezeten.

In de aflevering van deze week zagen we cabaretier Richard Veldhuis, zijn vrouw Wendy en zoontje Ischa. De heren mogen alleen zittend plassen, heeft Wendy verordineerd. Verder moeten ze natuurlijk wel echte mannen blijven. Richard verzucht: ,,Het is ondenkbaar dat mijn vader zittend zou plassen.” En: ,,Ik vraag me vaak af wanneer ik mijn mannelijke of mijn vrouwelijke kant moet tonen.”

De puur lustgerichte wijze waarop mannen vóór het feminisme over de andere sekse praatten – wat ze onder druk van de vrouwenemancipatie hebben afgeleerd –- is nu overgeslagen op vrouwen, toonde deze week een tweede programma over de liefde. De ideale man heeft, zo leerden we in ’Mannen volgens vrouwen’, een lekker kontje, goeie borsten, is een beest in bed en kneedt ’s nachts met zijn kolenschoppen van handen teder het vrouwenruggetje. Opvallend hoe zelfs hoger opgeleide vrouwen in dit VPRO- programma niet veel verder kwamen dan dit soort oppervlakkige opsommingen. Nooit eens een vrouw die van een man verlangt dat hij boeken leest of gedichten kan reciteren. Wel moeten ze humor hebben. Dat moet natuurlijk altijd, humor.

Veel mannen is het lachen echter allang vergaan. Of, zoals Maruja Bobo Remijn, docent genderstudies, het verwoordde: ,,Vrouwen willen alles: een Superman die empathisch is , de kinderen naar school brengt en de afwas doet. Maar mannenhersens zitten anders in elkaar dan die van vrouwen.” Om te ontkomen aan het tegenstrijdige vrouwelijke eisenpakket, zoeken steeds meer mannen hun eigen wereld op, zo bleek ook uit het programma. De ’Bavaria-man’ is ontstaan, de brulaap die zich niet meer wil laten temmen in een voor hem bedachte kooi.

Voetbal is zo’n laatste bastion waar de man, onbespied door het kritische vrouwenoog, zichzelf kan zijn. Het is daarom begrijpelijk dat Johan Derksen liever geen vrouwen wil aan de bittertafel van ’VI Oranje’(RTL 7). Dat hij zich soms grievend uitlaat over vrouwen – met name die lieve Yolanthe Cabau van Kasbergen – , is kwalijk, maar zijn seksisme valt in het niet bij dat wat we de laatste weken uit damesmond mochten vernemen. Het is à la de mannenpraatgroepen in de jaren zeventig hoog tijd voor een zelfkritische vrouwenpraatgroep.

----------------------
Trouw, 30 juni 2010

De KRO in zijn blootje

„En, wat heeft u de kijker komend jaar te bieden?”, informeert aartsbisschop Eijk belangstellend. KRO-directeur Koen Becking bladert enthousiast door zijn seizoensbrochure. „Wat dacht u van een pikante blootshow met Anita Witzier?” „Een blootshow…?!”, reageert de kerkvorst verbijsterd. „Ja, maar het is voor een goed doel, dus dat is toch heel katholiek, nietwaar? Naakt met een missie, noemen we het. Maakt u zich geen zorgen, hoor, Anita zelf blijft in de kleren.” Opgewekt kijkt Becking de vergadertafel rond en constateert tevreden dat het woord missie een blijk van herkenning heeft opgeroepen. Maar daar verheft mgr. De Jong, de jeugdige, blozende hulpbisschop van Roermond, zijn stem . „Gaat het om vrouwen of mannen?”, vraagt hij net iets te gretig. „Van beiderlei kunne”, antwoordt de omroepbaas. „Gelukkig, geen Adam en Evert”, krabbelt mgr. Eijk in zijn notitieblok.

„Verder komen we met een programma van Arie Boomsma”, vervolgt Becking. „Vrouwen schijnen hem een onweerstaanbare spetter te vinden, en zelfs sommige mannen. Nou, dat komt dan goed uit, want hij gaat een programma presenteren over jonge homoseksuelen die uit de kast willen komen.” „Wat bedoelt u met kast?”, interrumpeert bisschop Hurkmans (Den Bosch). „Is dat een soort biechtstoel?” „Nee”, verduidelijkt Becking lachend, „we willen jonge homo’s helpen om hun geaardheid te praktiseren en te consumeren. Of hoe zeg je dat op z’n katholieks?” „Toch Adam en Evert”, noteert de aartsbisschop.

„En de radio, wat doet u daar?”, roept bisschop Van den Hende (Breda) wanhopig. „Leuk dat u dat vraagt”, zet Becking zijn relaas voort. „Op 3 FM komen we met ’Ps radio’, een soort seksshow. Of je vriendschappen kunt onderhouden met je exen, en zo. En of je bij het vrijen de pil en het condoom gebruikt.” „Moet dat tegenwoordig allebei tegelijk van de Viva?”, sneert bisschop De Korte (Groningen), de guitigste van het stel. Nu barst de bisschoppenconferentie in lachen uit. Zelfs het Hoofd der Kerk kan een liptrilling niet onderdrukken. Maar al snel heeft mgr. Eijk zijn gezicht weer in de plooi. „Waarde heer Becking, wat doet u aan ons mooie geloof? Ik las in de ooit katholieke Volkskrant dat Wesley Sneijder zich tot onze Heilige Moederkerk heeft bekeerd – prachtig doelpunt trouwens maandagmiddag tegen Slowakije; is dat geen geschikt item voor de KRO?”

Zenuwachtig grabbelt Becking in zijn binnenzak, in de hoop daar wat extra materiaal aan te treffen over het nieuwe KRO-seizoen. Maar helaas, het enige dat tevoorschijn komt is zijn VVD-lidmaatschapskaart. „Ik denk”, zegt hij met angstzweet op het voorhoofd, „dat we Sneijder en dat soort katholieke dingen in de RKK-programmering pletteren.” „Wat zegt de heer Becking?”, vraagt de notuliste geschrokken. „Dat ’ie dat in de RKK plettert, de kerkelijke zendtijd zogezegd”, herhaalt mgr. Eijk.

’s Avonds slaat de aartsbisschop gewoontegetrouw zijn dagboek open. „Lief dagboek”, schrijft hij , „vandaag nader kennisgemaakt met de katholieke omroep en ik moet zeggen: er is voor mij een geheel nieuwe wereld opengegaan.”

----------------------
Trouw, 28  juni 2010

Johan Derksen is een drug

Onlangs meldde teletekst: ’Het op één na grootste cruiseschip ter wereld, de Norwegian Epic, heeft enorme afmetingen, maar een diepgang van slechts acht meter’. Ik moest meteen aan de publieke omroep denken: meer dan twintig omroepen, maar wie deze zomer iets anders wil dan voetbal is aangewezen op herhalingen van herhalingen.

Ondanks dat gaan de omroepen vrolijk door met hun zichzelf verheerlijkende tv-spotjes ’Wij vertellen uw verhaal’. Een slechtere timing is nauwelijks denkbaar. „Kijk dan eens naar ’VI Oranje’. Daar zul je van opknappen”, adviseerde een vriend, die mij bittere tranen zag plengen boven de omroepgids. En inderdaad, dit RTL 7-programma is carnaval. Johan Derksen is een boertige , oude knorrepot die, geflankeerd door vaste tafelgenoot René van der Gijp en presentator Wilfred Genee, anderen én zichzelf voortdurend bespot. Zo zei hij vóór de wedstrijd Nederland-Kameroen: „Van Marwijk heeft met zijn twee assistenten om tafel gezeten en daar is een heel goede opstelling uitgekomen.” Genee: „Welke?” Derksen: „Dat weet ik niet.”

Vergelijk dat eens met ’Studio sportzomer’ (NOS), dat zichzelf tomeloos serieus neemt. Van de week waren Beenhakker en Advocaat te gast, qua humeur toch al de Waldorf en Statler van de voetballerij, waarbij de eerste sporen van een glimlach meende te ontwaren op het gezicht van de tweede en hem toebeet: „Wat zit je nou te lachen?!” Nee, dan ’VI Oranje’. Een greep uit de rijke oogst Derksen-aforismen van afgelopen week. Na het echec van Frankrijk: „Ik heb Franse schoonfamilie en kan je verzekeren: Fransen zijn erger dan Duitsers.” Na het spelen van de huisband: „Ik hoor Doe maar, Toontje lager en reggae en ik houd niet van Doe maar, Toontje lager en reggae”. Over de door Derksen verafschuwde Dirk Kuyt: „Als je hem niet ziet, maar alleen hoort, denk je: dit is de ChristenUnie.” Over de voetballerij in het algemeen: „Het is niet gepast om te lachen. De enige die we zien lachen is Maradona en van hem denken we dat hij niet goed snik is.”

Het praten zonder meel in de mond, het e-mailcontact met de kijker, de interacties met het Kurhaus-publiek (dat zaterdagavond zelfs een spreekkoor aanhief voor Derksen) en de livemuziek maken dat ’VI Oranje’ zoveel aangenamer is om naar te kijken dan het saaie ’Studio sportzomer’ van Jack van Gelder. Niettemin scoort de NOS ruim twee keer zoveel kijkers dan RTL 7 – zo’n dikke één miljoen – maar dat komt voor een deel doordat ’Studio sportzomer’ direct na de voetbalwedstrijden komt, terwijl ’VI Oranje’ de kijker op eigen kracht moet binnenhalen.

En dat doet het programma voor een habbekrats. RTL 7 zit goedkoop in Scheveningen, de NOS peperduur in een hotelkamer in Johannesburg. Elke dag moeten gasten, zoals de multimiljonairs Beenhakker en Advocaat, op rekening van de publieke omroep worden ingevlogen. En wat voegt die hotelkamer toe? Niets. Het had net zo goed Gasselternijveen kunnen zijn. Bij de BBC, die in Kaapstad zit, zie je in elk geval nog de Tafelberg op de achtergrond.
Nee, geef mij Johan Derksen maar. Ik ben verslaafd geraakt, en verkeer daarover in permanente staat van verbijstering.

----------------------
Trouw, 25 juni 2010

Laten we ophouden over Wacko Jacko

Het is vandaag een jaar geleden dat Michael Jackson stierf. In die tijd heeft de Nederlandse televisie ons, naast een paar imitatieshows bij de commerciële omroep, weinig meer weten te vertellen dan wat we al lang wisten: dat ’ie excentriek was en aan de pillen. En dat ’ie niet van de jongetjes kon afblijven, wat overigens nooit voor de rechtbank is bewezen: één zaak werd afgekocht en in een tweede werd Jackson vrijgesproken.

Ook vandaag brengt de publieke omroep niets nieuws over The king of pop.

Terwijl er toch zoveel interessants over hem te melden is. Over zijn immense invloed op de popmuziek bijvoorbeeld. Maandagnacht om 1.20 uur laat ’The culture show’ op BBC 2 Smokey Robinson, Jermaine Jackson en Martha Reeves aan het woord. Het programma gaat terug naar de wortels van de Afro-Amerikaanse popcultuur: het ’Chitlin’ Circuit’. Dat waren de podia in het oosten en zuiden van de Verenigde Staten, die tijdens en na de segregatie veilig en toegankelijk waren voor zwarte artiesten als The Jackson 5.

Bijna vermoeid klinkt het in het BBC-persbericht: „Dit keer negeren we de rechtszaken, de schandalen en Jacksons bizarre gedrag.” Een verfrissend besluit. En als je het dan toch per se over Jacksons privéleven wilt hebben, doe het dan zoals de ARD afgelopen maandagavond, met ’nieuwe’ gezichten – onder wie Jacksons vertrouweling rabbijn Shmuley Boteach – en nieuwe verhalen.

Omdat ik door het mooie weer in een erg goede bui ben, geef ik de Nederlandse televisie een paar gratis tips voor boeiende, nieuwe programma’s over Jackson.

Tip één: Ga eens na hoeveel projecten in de wereld nog steeds draaien op zijn miljoenen. Tijdens zijn leven steunde Jackson ten minste negenendertig liefdadigheidsinstellingen – van aidsprojecten tot kankercentra en jeugdhulpverlening – de initiatieven van zijn Heal the world foundation niet eens meegerekend. Na zijn dood ging de geldstroom door. Een deel van zijn erfenis schonk Jackson aan humanitaire doelen en dankzij heruitgave van ’We are the world’ in februari dit jaar kon er dure noodhulp naar de slachtoffers van de aardbeving in Haïti. Tijdens zijn begrafenis in juli vorig jaar vergeleek het Democratische Congreslid Sheila Jackson de popster met de barmhartige Samaritaan.

Andere tip: Bestudeer zijn optredens en ontdek nu eens niet hoe vaak hij naar zijn kruis grijpt, maar hoe hij ook in zijn songteksten wordt bewogen door (religieus gedreven) humaniteit. In ’We are the world’, dat hij in 1985 met Lionel Richie schreef ten behoeve van armen in Afrika en de VS, roept hij de wereldbevolking toe: ,,As God has shown us by turning stone to bread, so we all must lend a helping hand.” In ’Heal the world’ (1991) bezingt hij een paradijselijk visioen: „Together we’ll cry happy tears. See the nations turn their swords into plowshares.” En in ’Cry’ (2001): „Faith is found in the winds. All we have to do is to reach for the truth, the truth.”

Bruikbare tips of niet, laat Hilversum één ding besluiten: we hebben het niet meer over Wacko Jacko.

----------------------
Trouw, 23 juni 2010

Ikon en de pil van Drion

Protestantse omroepen hebben een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van de euthanasiewet en dat doen ze nu weer bij de mogelijke introductie van pil van Drion. De Ikon sloot zondag de serie ’Op sterven na dood’ af, waarin een evenwichtig beeld werd geschetst van de medisch-ethische en maatschappelijke dilemma’s die aan de laatste-wil-pil kleven. Eerder dit jaar, in februari, besteedde de NCRV op radio en tv aandacht aan het vrijwillige levenseinde, waarbij ze zich, anders dan de Ikon, nogal voor het karretje van de NVVE (Nederlandse vereniging voor een vrijwillig levenseinde) liet spannen.

De betrokkenheid van de protestantse zendgemachtigden bij het euthanasievraagstuk dateert van jaren her. Al in 1972 presenteerde Henk Mochel voor de NCRV ’Een milde dood’, waarin voor- en tegenstanders van euthanasie met elkaar in discussie gingen. In 1994 zond de Ikon ’Dood op verzoek’ uit, een film die in binnen- en buitenland veel reacties losmaakte en het euthanasiedebat in een beslissende fase bracht.

Waarom zijn het juist protestantse omroepen die zich zo om de milde dood bekommeren? Het antwoord ligt in de vrijheid die protestanten hebben om zelf de Bijbel te interpreteren, en daarin vonden ze het woord barmhartigheid. Voor veel protestanten is dat begrip de legitimatie voor het toepassen van hulp bij zelfdoding. Anders dan in de rooms-katholieke kerk is er geen centraal leergezag dat sancties kan uitvaardigen op het ventileren van individuele opvattingen. Zo publiceerde de vrijzinnig-gereformeerde theoloog Kuitert ongestraft positieve boeken over euthanasie en was de protestantse jurist Ekelmans voorzitter van de NVVE. Euthanasie is in Nederland niet óp maar dóór christenen bevochten, concludeert Trouw-redacteur Gerbert van Loenen in zijn boek ’Hij had beter dood kunnen zijn’.

Maar dat wil niet zeggen dat alle protestanten er hetzelfde over denken. Het was goed dat de Ikon in zijn laatste serie ook de sceptici over verdere oprekking van de euthanasiewet een stem gaf. Wanneer is een leven voltooid, moeten we opnieuw leren afhankelijk te zijn, kun je een ander met jouw doodswens belasten en wat is een waardig sterfbed? Barmhartigheid is volgens velen inmiddels een achterhaald religieus begrip, het gaat nu over zelfbeschikking en autonomie. In deel drie zette de Belgische palliatieve arts en Jezuïet Desmet grote vraagtekens bij waar het met die autonomie naar toe gaat. Is er in de moderne maatschappij nog plaats voor lijden en moet autonomie niet altijd in relatie worden gezien met de omgeving, vroeg hij zich af.

Een aspect dat in de Ikon-reeks niet aan de orde kwam, is dat bejaarden zich minder geïsoleerd voelen wanneer ze deel uitmaken van een bezielend verband. In het zuiden is dat gemeenschapsgevoel nog wat sterker aanwezig, zoals ’Kruispunt’ (RKK) zondagavond liet zien in een reportage over de zestigjarige Brabantse Katholieke Bond van Ouderen. De KBO geeft cursussen, bezoekt zieken en organiseert excursies. Er kwam een 99-jarige man in beeld die ondanks gezondheidsproblemen een levenslustige indruk maakte doordat hij met aandacht wordt omringd. Van zo’n beeld word je vrolijker dan dat wat de NCRV ons in februari voorschotelde: een hoogbejaarde vrouw die ondersteund door haar zoon een bord met pillen leegeet.

----------------------
Trouw, 18 juni 2010

De NCRV heeft last van voyeurisme

De vergrijsde NCRV is al jaren op zoek naar een jongere doelgroep en meestal slaat ze de plank daarbij volledig mis. Zo trok de omroep in 2002 Paul de Leeuw aan. De achterban zegde bij bosjes op en De Leeuw beleefde bij de NCRV het akeligste jaar uit zijn hele carrière. Onlangs werd vanwege de verjonging Cees Grimbergen (’Rondom 10’) na tien jaar trouwe dienst aan de dijk gezet, waarmee Hilversum een van zijn meest getalenteerde discussieleiders verloor. Nu denkt de NCRV de jeugd op het spoor te zijn met ’Zeg ’ns soaaa!’

De ’geslachtsziekten-show’, die dinsdag werd herhaald, opent met de belofte dat „we vanavond echt de diepte in gaan”. Die mededeling komt uit de mond van Evelien Bosch, een presentatrice die vroeger bij BNN werkte, en dan weet je eigenlijk al genoeg. Terwijl aids in Afrika het dagelijks leven ontwricht en in Nederland alleen al jaarlijks duizend vrouwen onvruchtbaar worden door chlamydia, houdt Bosch in de studio giechelende vraaggesprekjes: „Zou je een druiper willen hebben of hiv?” „Een druiper, graag!”, sms’te ik meteen.

Je zou denken, de NCRV gaat die promiscue jongeren een beetje op weg helpen in de liefde. Velen lijden overduidelijk aan bindingsangst en een laag zelfbeeld, en kunnen wel een steuntje in de rug gebruiken. Maar nee, de omroep van liefde, fatsoen en vertrouwen achtervolgt de jongeren tot in de soa-kliniek met de camera. Bij het wachten op de uitslag druipt bij velen het ongeluk van het gezicht, maar dat belet Bosch niet om vrolijk door de kliniek te huppelen, hier en daar naar binnen gillend: „Hé, hij wil geen dingetje in zijn dingetje, hoor!”

Wat voor medische NCRV-programma’s staan ons nog meer te wachten? Gieren met je galsteen? Brullen met je buikloop? Met ’Zeg ’ns soaaa!’ heeft de NCRV, zoals eerder met ’DNA onbekend’, vooral een ontluisterend portret geschilderd van zichzelf. De diagnose van de seksuoloog zou vermoedelijk luiden: de NCRV lijdt aan een ernstige vorm van voyeurisme, gecombineerd met een pijnlijk gebrek aan fijngevoeligheid en een latente neiging tot sadisme.
Het was dus een herhaling. Die worden ons deze weken veelvuldig voorgeschoteld, en meestal zeggen de omroepen het er niet bij. Ze zijn niet gek: waarom zou je ermee te koop lopen dat tijdens de vier maanden durende Hilversumse zomervakantie nauwelijks iets wordt gepresteerd en twee netten meer dan voldoende zijn? Maar er is hoop. De (oud-)journalisten Nico Haasbroek, Ad ’s-Gravesande en Antonie Dake presenteerden woensdag in Pulchri een plan voor een nieuw publiek bestel zonder derde net en zonder zomerstop. Ze willen een smalle programmering met nieuws, informatie en kunst. Amusement mag wat hen betreft volledig naar de commerciële omroep. Dat zou jammer zijn, want met die ban zou het wat meer gelaagde amusement, zoals ’Van Kooten en de Bie’ en ’Koefnoen’, geheel van de buis verdwijnen.

’Opium op Oerol’ (Avro) zou waarschijnlijk prima in de plannen van de omroepvernieuwers passen. Ik kijk elke avond, maar het is vooralsnog een beetje te veel praten en te weinig voorstelling. Jammer.

----------------------
Trouw, 14 juni 2010

Satire teert op assertieve burger

Nadat in de jaren tachtig psychotherapeuten ons hadden wijsgemaakt dat brutaliteit eigenlijk een heel goede karaktertrek is, ontstond in Nederland een nieuw massa-fenomeen: de assertieve mens. Moest tot dan toe vooral de autoriteit van kerk en staat het ontgelden in satirische tv-series, begin jaren negentig verschoof het perspectief langzaam naar de vrijgevochten burger. Botteriken die beleefde landgenoten terroriseren, figureerden veelvuldig als hyperbool in ’Jiskefet’ en ’Debiteuren/crediteuren’, VPRO-series die onlangs werden herhaald op Nederland 3.

Legendarisch is de ’Jiskefet’-sketch waarin twee mannen van een keurige boekverkoopster een boek met open einde eisen. Wanneer na lezing het boek niet blijkt te zijn bevallen – ,,noem jij dat een open einde!?” – keren ze terug om onder de tonen van Snap (’I’ve got the power!’) met hun auto twee boekenkasten aan gort te trekken. In ’Debiteuren/crediteuren’ is juffrouw Jannie voortdurend de sloof, terwijl het duo Jos en Edgar in de tijd van de baas brutaal zit te kaarten. Maar hun ’assertiviteit’ valt in het niet bij die van collega Storm, die op kantoor rustig een pistool afschiet of Sinterklaas aanrandt. Moet kunnen, nietwaar?

’Koefnoen’ (AVRO) heeft van de overassertieve burger zo’n beetje zijn handelsmerk gemaakt. Goed, de politiek is ook veelvuldig voorwerp van spot, maar vaak zit in die sketches een dubbele laag die het Dikke Ik op de korrel neemt. Zo zagen we in de onlangs uitgezonden verkiezingsspecial een terrasscène met Job Cohen, waarin beide elementen op ingenieuze wijze waren vervlochten. Cohen en zijn aan een rolstoel gekluisterde echtgenote nuttigen op hun gemak een consumptie, waarna een tafeltje verderop een vrouw begint te roepen dat ,,hij wel thee zal zitten drinken.” De voor de Cohens onwelkome conversatie krijgt een pijnlijk vervolg: ,,Zeg luister eens even, wat heeft zij eigenlijk? Ms? Dat hoor je zo vaak tegenwoordig, dat je bijna zou denken dat het een mode-ziekte is.” Het echtpaar Cohen voelt zich gedwongen het terras te verlaten.

Hufterigheid tegenover beschaving, je ziet het ook in ’Little Britain’, een serie die tot voor kort bij de VPRO te zien was. Deze Engelse reeks maakt gebruik van het satirische stijlmiddel van de omkering: ’onderdrukte’ minderheden maken het leven van ’machthebbers’ tot een hel, in plaats van omgekeerd. De kwaadaardige rolstoelgebruiker Andy troggelt zijn goedige begeleider Lou voortdurend dure cadeaus en uitstapjes af, maar wanneer Lou hem vertelt dat hij (Lou) een paar dagen naar huis moet om de begrafenis van zijn zojuist overleden moeder te regelen roept Andy: ,,Egoïst! En ik dan!?” En op Downing Street 10 is niet de prime minister de baas, maar zijn tirannieke nichterige woordvoerder. Als de p.m. stilvalt na een harde aanval in het Lagerhuis, trekt Sebastiaan hem aan zijn hand mee, de oppositie nijdig toezingend: ,,We are beautiful, no matter what you say. Yes, words can’t bring us down.”

Een voorzichtige conclusie mag zijn dat de assertieve burger ook in het buitenland is ontdekt als doelwit van televisie-satire. En wat ons eigen land betreft: zolang kerk en staat als autoriteit steeds minder lijken mee te tellen, kunnen programmamakers met de nog altijd aanwassende stroom van vrijgevochten Nederlanders jaren vooruit.

----------------------
Trouw, 9 juni 2010

Avro roeptoeter van Joop van den Ende

Een paar jaar geleden ’dreigde’ de Avro commercieel te gaan, zoals dat heet, en je vraagt je af waarom ze dat plan niet heeft doorgezet.

De oudste dame van Hilversum zendt een voortdurende reclamespot uit voor Joop van den Ende Theaterproducties. Eerst zoekt ze gehoorzaam hoofdrolspelers voor zijn musicals (Op zoek naar Evita, Joseph, Mary Poppins en straks Zorro) om diezelfde producties later kritiekloos te overladen met Musical Awards. ’Mary Poppins’ won er dinsdagavond tijdens een gelikte show vijf.

Het geestige is dat Van den Ende de Avro-hulde voor zijn musicals zelf heeft bedacht. Met zijn Stichting Musical Awards wil de producent het genre, waarin hij zo uitblinkt, promoten en met prijzen vereren, zo staat op zijn website te lezen. De stichting maakt daarbij handig gebruik van zowel de commerciële als de zogeheten publieke omroep: eerst de 69 (!) nominaties bij RTL 4 en daarna het gala bij de ’algemene’. Maakt de Avro geen misbruik van publiek geld? We hebben de zaak in onderzoek, zegt het Commissariaat voor de Media.

Niet alleen commerciële bedrijven weten hun belangen bij de publieke omroep onder te brengen, ook non-profit organisaties hebben de weg naar Hilversum gevonden. De ene na de andere programmamaker reist vanwege het WK voetbal af naar Afrika (Paul Rosenmöller, Jan Mulder en Abdelkader Benali, Sander de Kramer en Joris Linssen) en vaak worden ze gesponsord door liefdadigheidsorganisaties. Zo laat Linssen zich met ’Joris en de jonge helden van Zuid-Afrika’ (NCRV) ondersteunen door Unicef. Dat is aan het programma te zien. Unicef heeft een speciaal sportproject opgezet voor kansloze kinderen in Zuid-Afrika, en wat is de boodschap van Linssen? Dat kinderen vooral aan sport moeten doen om aan een crimineel leven te ontkomen. En die oproep wordt in een half uur talloze malen herhaald.

Niets tegen Unicef of haar sportproject en het is ook goed denkbaar dat een omroepvereniging er aandacht aan besteedt. Maar niet op deze manier. Hoe leuk Linssen ook met kinderen omgaat, zijn programma is flinterdun en niet meer dan een verlengstuk van de Unicefcampagne. Van een publieke omroep mag je een eigen journalistieke inbreng verwachten in plaats van de roeptoeter te spelen van een belangenorganisatie. Wat is nog echt in Hilversum?
In elk geval ’Reporter’. De KRO, die zich in april overigens nog voor het karretje liet spannen van de Nationale Sportweek, wijdde vier delen van dit onderzoeksprogramma aan de foute vriendjes die de Nederlandse staat erop nahoudt. Na Poetin, Berlusconi en Karzai was gisteren, tot slot, Fifa-voorzitter Sepp Blatter aan de beurt. Hij wordt verdacht van fraude, omkoping en corruptie, maar loopt nog steeds vrij rond. Sterker, grote kans dat hij binnenkort als een staatshoofd zijn opwachting maakt bij koningin Beatrix om te overleggen over het WK voetbal 2018, dat Nederland en België willen organiseren. Stel nu dat de KRO zich voor dit programma had laten ’ondersteunen’ door de Fifa? Wat hadden we dan te zien gekregen? Sepp Blatter, de nobele en hardwerkende voetbalvriend, die onze huiskamers verblijdt met de mooiste sport ter wereld? Zoiets.

----------------------
Trouw, 2 juni 2010

Beagle leed schipbreuk

Voor het laatst voer de klipper Stad Amsterdam zondagavond uit met, net als alle vierendertig eerdere afleveringen, de vraag: hoe staat de wereld er nu voor? Heeft de VPRO na negen maanden ’Beagle, in het kielzog van Darwin’ een levensvatbare boreling gebaard? Laten we zeggen dat het een nogal zeeziek kindje is geworden.

Naarmate de reeks verstreek, zag de kijker hoezeer de makers het water over de schoenen begon te lopen. Dat is ook geen wonder als je nagaat welke megalomane opdracht de programmamakers zich hadden gesteld: een reconstructie van de ’evolutie-reis’ die Charles Darwin tussen 1831 en 1836 ondernam en tegelijkertijd in beeld brengen hoe het anno 2010 met de aarde is gesteld. Vaak was het verband tussen beide volledig zoek. Wat hebben overbevissing in Chiloe of ’plastic eilanden’ in de oceaan te maken met ’On the origin of species’? Toen in aflevering tweeëntwintig conservator Bert Sliggers van het Teylers Museum aan boord stapte om uitleg te geven over zijn nieuwste expositie, zette ik de tv uit en trok ik zelf Darwin maar uit de boekenkast.

Gelukkig was Redmond O’Hanlon aan boord, een Brits schrijver, die in de maalstroom van informatie een constante en relativerende factor was. „Een ecologische voetafdruk? Die heb ik niet. Ik lig de meeste tijd met mijn kat in bed.” Die man verdient een ere-Nipkow!

Voor het overige hadden de makers er verstandiger aan gedaan om een keuze te maken: óf de evolutietheorie óf de verwoesting van het milieu. Dan was het een kleiner en goedkoper project geworden, maar wel behapbaarder voor kijker én maker. Juist de afleveringen waarin die scheiding tot stand was gebracht, waren het boeiendst. Zoals die in februari over de Galapagos-eilanden. Hier is de evolutietheorie bijna tastbaar. Fascinerend om te zien hoe Darwin er de meest bijzondere dieren aantrof – van vogels die niet kunnen vliegen tot onder water grazende zeeleguanen – zonder op dat moment in de gaten te hebben dat op deze archipel de sleutel tot zijn evolutietheorie lag.

Als uit alle wirwar van gegevens toch een rode lijn moet worden gedestilleerd, dan is het deze, een paradox: door toedoen van de mens is een traag en miljarden jaren oud natuurlijk proces uit evenwicht geraakt en diezelfde mens probeert de balans in dat proces te herstellen door het op wetenschappelijk-technologische wijze juist te versnellen. Genetisch gemanipuleerd voedsel moet het tekort aan landbouwgronden en de noodzakelijke rem op kunstmestgebruik compenseren. En omdat de oude mens met zijn gebreken en schadelijke invloeden niet meer voldoet, wordt in Australië gesleuteld aan de perfecte mens in robotpak: robo sapiens.

En zo komt in een tijdperk waarin, als we de Beagle-programmamakers mogen geloven, het einde van de soorten dreigt, tevens een nieuw begin tot stand. Adam wordt voor de tweede keer geschapen. Dit keer niet in de hemel, maar in een ’emotie-lab’ in Sydney. Maar dat deze nieuwe Adam ooit, zoals de oude, een Hof van Eden om zich heen zal treffen, is onwaarschijnlijk. Die vraag ging de ’Beagle’ dan ook wijselijk uit de weg.

----------------------
Trouw, 14 mei 2010

De oerknal  biedt zo weinig troost

Richard Dawkins is voller van God dan menig SGP-ouderling. Eerst had hij bijna twee keer zoveel pagina’s  als het hele Nieuwe Testament nodig om uit te leggen dat God een misvatting is en deze week mocht hij bij Human zijn atheïstische evangelie nog eens herkauwen in de documentaire `De wortel van het kwaad’.  We zagen beelden van een Maria lichtprocessie in Lourdes, waarbij de Britse evolutiebioloog suggereerde dat deze lammen,  kreupelen en halfblinden de rugzakterroristen van morgen zijn.

Behalve dat het nogal onwetenschappelijk en een beetje inhumaan is om een dergelijke beschuldiging te uiten, maakt Dawkins in zijn film twee grote denkfouten.  Niet religies zijn de wortel van het kwaad, maar de mens zelf. Hoe verklaart Dawkins anders dat op wetenschappelijke leest geschoeide atheïstische ideologieën als nazisme en communisme in één eeuw meer slachtoffers hebben geëist dan de drie wereldgodsdiensten bij elkaar in alle eeuwen daarvóór? Tweede misvatting van de Oxford-geleerde  is dat de mens een puur rationeel wezen zou zijn.  Er bestaan vermoedelijk weinig mensen die op hun sterfbed zijn getroost door de gedachte dat er ooit een oerknal is geweest.   Een lied van Huub Oosterhuis schijnt beter te werken. Jammer dat Human drie kwartier inruimde voor deze malligheid.

Dat er ook een ander, vrijzinniger  soort gelovigen is dan de minderheid van fanatieke gekken die Dawkins representatief stelt voor alle religies, bewezen deze week het RKK en de EO, die beide de Rotterdamse journalist en weldoener Sander de Kramer aan het woord lieten.  In `De kist’ (‘je mag bij de EO wel uit de kist komen maar niet uit de kast’, grapte pas een collega) vertelde De Kramer over zijn acties om samen met Hugo Borst kindslaven te bevrijden uit de diamantmijnen van Sierra Leone.  De Kramer trekt zich het lot van minderbedeelden aan, zonder zich daarbij voortdurend op God te beroepen.  ‘Ik denk dat Hij bestaat’, zei  hij weifelend.  Een verstandige houding. Waarover men niet kan spreken,  moet men zwijgen, zei Wittgenstein al.

Bij het RKK voelt De Kramer wel ánderen aan de tand over het hogere. In  ‘Hand van God’ praat hij, voorafgaand aan het WK Voetbal in Zuid-Afrika, met voetballers over hun geloof.  Enigszins bevooroordeeld begon ik aan het eerste deel.  Voetballers geloven waarschijnlijk alleen maar in een Hemelse Coach die met Zijn heilige adem de bal in het juiste doel blaast, was mijn gedachte.  Maar dat viel mee. De Kramer bezocht het voelbalgekke Kameroen, waar hij sterspeler Samuel  Eto’o de tekst ontlokte:  ,,God heeft ons het leven gegeven en onze gezondheid en Hij laat ons doen wat we het liefste willen, namelijk voetballen. We moeten Hem daarvoor blijvend bedanken.”  Dankbaarheid,  en dat in het straatarme Kameroen. Misschien moet de welvarende westerling Dawkins  maar eens met Eto’o op pad. Dan zal hij wel anders piepen.

----------------------
Trouw, 4 mei 2010

Catherine kan beter ophouden

Is het hondje van Gordon geëlektrocuteerd tijdens ` X-factor’? Op het voorhoofd van oorlogscorrespondent Arnold Karskens verschijnt een diepe denkrimpel.  Ondraaglijk is de spanning.  Plagerig plukt presentator Patrick Lodiers aan zijn baardje. Kom nou Lodiers, verlos ons uit deze hel.  Eindelijk, daar komt het antwoord in beeld. Hij leeft nog! Gelukkig. Het beestje zou wel een tikkeltje drukker zijn geworden.
 
Maar wat raar toch dat het studiopubliek zo flauwtjes applaudisseert.  Net of er een vertraagde geluidsband wordt afgespeeld.  Zouden ze `De bubbel’ misschien saai vinden of vervelend?  Maar dat is toch onmogelijk? Waar immers vind je zo’n  enerverende quiz die zwenkt van sterrendom via internationale politiek (‘is president Loekasjenko gek op drop?’) naar lokale calamiteiten (‘heeft een Zeeuwse autohandelaar aangeboden alle zwarte Suzuki’s Swift oranje te spuiten?’).

Om `De bubbel’ nog spannender te maken heeft BNN de quiz-kandidaten van tevoren vijf dagen opgesloten in een huis, zonder tv, internet en telefoon. Daardoor weten de deelnemers op het moment dat ze de BNN-studio betreden helemaal niets van het wereldgebeuren! Anders zou quizkandidaat Karskens, wiens dagtaak het is om tussen knetterend mitrailleurvuur te liggen, natuurlijk direct de geraffineerde desinformatie over Gordons chihuahua hebben doorzien.  Hij zou hebben gecommandeerd:  ,,Mijn bronnen vertellen iets heel anders!  Het gedierte is tijdens de opnames van `X-factor’  weliswaar in de buurt van een stroomkabel gesignaleerd, maar het heeft geen offensief ingezet. Er is dus óók geen sprake geweest van een reële doodsdreiging, laat staan dat het bewegende object na de niet-geregistreerde aanval een grotere intensiteit zou vertonen.”

We zijn ondertussen wel benieuwd geworden naar dat huis zonder informatiebronnen. Wie zou het  bewaken zodat de kandidaten er niet stiekem tussenuit kunnen piepen om een krantje te kopen? De voorzitter van BNN? Het Commissariaat voor de Media? De Navo? Waar zou dat huis eigenlijk staan, of is er misschien helemaal geen huis?
Goeie vraag om over na te denken voordat  u afstemt op  `Catherine voor de verandering’ (EO). Keyl lijkt een beetje moe. Haar vragen zijn vlak en verlopen in de trant van:  ,,Je bent toch niet…”,  ,,meen je dat nou…” of ,,je gaat me toch niet vertellen…” Haar gasten zijn mensen die na een moeilijk leven het Licht hebben gezien. Vorige keer was het een ex-hooligan. In de cel had hij  zijn bijbeltje opengeslagen bij het boek Openbaringen en daarna was hij bekeerd.  De EO-kijker zal denken:  een hooligan bekeerd door een bijbelboek dat zelfs voor doorgewinterde theologen ondoorgrondelijk is? Maar Keyl vraagt er niet naar. Ze beperkt zich tot haar journalistieke oerkreten.       

Misschien moet Keyl er maar mee ophouden. Voor de verandering. Of zou ze vijf dagen in dat BNN-huis zonder informatiebronnen hebben gezeten?

----------------------
Trouw, 30 april 2010

Hare Geestigheid viel buiten de prijzen

Over één ding was de Nipkowjury het deze week roerend eens:  het was een rijk televisiejaar. Veel nieuw drama zoals `Annie M.G.’ (Nps/Vara) en `Bernhard, schavuit van Oranje’ (Vpro), verdieping in `De oorlog’ (Nps) en ‘Kijken in de ziel’ (Rvu) en boeiende reisreportages van Jelle Brandt Corstius in `Van Moskou tot Moermansk’ (Vpro).

Over `Annie M.G.’ bestond binnen de jury grote verdeeldheid. De één roemde het scenario en de acteerprestaties, de ander had zich geërgerd aan de ronkende voorpubliciteit ,terwijl de derde vond dat de serie goed in beeld bracht hoe Schmidt de deuren van `een stinkend huis’ had opengezet. En dat laatste was nou juist het bezwaar van uw recensent. Schmidt werd te veel  geëtaleerd als zuurpruimerig politiek icoon en te weinig als scheppend kunstenaar. Een serie over Hare Geestigheid Zelve zonder één grap, dat is toch een knappe prestatie van Nps/Vara.

`Bernhard’  haalde evenmin de finale.  Over het briljante acteerwerk van Eric Schneider, Daan Schuurmans en Ellen Vogel bestond geen verschil van mening, evenmin over het prettig-ironische gehalte, dat de reeks ook voor niet-‘Blauw bloed’-kijkers aantrekkelijk maakte. Minder te spreken was de jury over het één-dimensionale karakter, waardoor Bernhard te veel kon gloriëren als  charmante prins, verdwaald in zijn eigen James Bond-film. Had Maria Goos het scenario geschreven, dan had er meer verdieping in gezeten, dacht een jurylid.

Jelle Brandt Corstius is zeker Nipkow-waardig, maar zijn pech is dat hij lijdt aan de wet van de remmende voorsprong. Voor zijn vorige serie ontving hij een eervolle vermelding en dan kun je hem een jaar later alleen de hoofdprijs geven als de tweede reeks nog beter is dan de eerste. En dat was volgens de jury niet het geval. Daarmee blíjft Brandt Corstius een getalenteerd programmamaker, die het gewone bijzonder maakt doordat hij zijn verhalen niet put uit overheidsbulletins, maar uit het dagelijkse leven van de Rus.

Bleven in de eindronde over `De oorlog’ en `Kijken in de ziel’.  `De oorlog’ van Ad van Liempt is een heel andere dan die van Loe de Jong. Minder gemaakt volgens het goed-fout-schema, en dat is begrijpelijk, want naarmate de tijd verstrijkt komt er meer oog voor nuance.  Eén jurylid merkte op:  ,,Prettig om een normaal mens als presentator te zien”, waarmee Rob Trip werd bedoeld. Toch, toen het op stemmen aankwam, bleken meer Nipkow-juryleden tegen `De oorlog’ dan vóór `De oorlog’.

Aan het eind van de middag ontkurkten we een goede fles wijn op `Kijken in de ziel’.  `Superieure journalistiek’, klonk het euforisch. ‘Coen Verbraak verleidt psychiaters tot een onthullende blik in het eigen binnenste’, riep de één. ‘Een indrukwekkend portret van een wetenschap, waarbij er door de montage een soort continue gesprek op gang kwam tussen vooraanstaande psychiaters’, vond de ander. Kortom, de Zilveren Nipkowschijf staat klaar voor televisie-zielenknijper Verbraak.

----------------------
Trouw, 26 april 2010

De omgekeerde Knevel-methode

In Hilversum denken ze dat kijkers geen lange interviews aankunnen. Waar die kennis op is gebaseerd is een raadsel. Misschien op de ongedurigheid van de omroepdirecteuren zelf?

De schrijfster Marga Minco ( ‘Het bittere kruid’) boeide vrijdagavond in `Het uur van de wolf’ (VPRO) zestig minuten lang.  Al haar familieleden werden in de oorlog vermoord, alleen zíj bleef over. Het interview had de vorm van een monoloog, een terechte keuze van Maarten Schmidt en Thomas Doebele. De monoloog leent zich bij uitstek voor aangrijpende verhalen. De journalist monteert zijn vragen weg uit het gesprek en maakt daarmee de vorm en zichzelf geheel dienstbaar aan de inhoud, zeg maar de omgekeerde Knevel-methode.

Er was nog een tweede reden waarom deze vorm zo goed paste. Minco is als auteur gewend haar eigen verhalen te vertellen. Daarom was het logisch om haar ook op de televisie de rol te geven van meesteres van haar eigen geschiedenis.  Nog een ander hardnekkig Hilversums misverstand werd door deze uitzending  ontzenuwd.  In een wat langer interview zou vooral veel actie moeten zitten: op zoek naar plaatsen van herinnering, decorwisselingen, en, in het allerergste geval : kakelende sidekicks.

Vrijdagavond zagen we een uur lang een frêle joodse vrouw achter een bureau, met tussen haar vingers een flinterdun sigaretje. Ze vertelde een adembenemend en ontroerend relaas. Hoe ze door een spontane ingeving (‘ik woon hier niet’) was ontsnapt aan de razzia in de Lepelstraat, dat ze na de oorlog telkens naar het station liep om te kijken of er familieleden uit de trein zouden stappen en over de schuld die ze voelde als enig overgeblevene van haar familie.
Misschien komt het omdat WO II straks vijfenzestig jaar achter de rug is dat ook Het gesprek zaterdagavond aandacht besteedde aan het verschijnsel oorlog. Oorlogsverslaggever Arnold Karskens was in `Dossier BvD’ te gast bij Frits Barend en Theodor Holman. Na Minco een contrasterende ervaring. De oorlog heeft niet alleen tragische maar ook mooie kanten, vindt Karskens.  ,,Er ontstaat een soort broederschap die je onder andere omstandigheden nooit ziet.”  De interviewers probeerden Karskens telkens cynisme aan te wrijven, maar dat verwijt wist de Pers-verslaggever behendig te pareren.  ,,Ik ben juist betrokken bij het leed van mensen. Als je niet van mensen houdt, ben je niet geschikt als oorlogsverslaggever.”

Het programma legde vlijmscherp de dilemma’s van de oorlogscorrespondent bloot. Als je door in te grijpen een mensenleven kunt redden, doe je dat dan, wilden de interviewers weten. Karskens had één keer die kans gegrepen in Suriname, maar had na zijn geslaagde reddingsactie spijt.  ,,Ik verzuimde verslag te doen van het gevecht.” Cynisme of vakmanschap?  Ofwel:  waar eindigt de oorlogscorrespondent en waar begint de mens? Met het oog op 5 mei een interessant thema.

----------------------
Trouw, 21 april 2010

Er is een pedo-priester in Bad Tölz

`Nova’ daalde af naar Beieren en kwam terug met een scoop: Ratzinger wist ervan! Als aartsbisschop van München-Freising  sloeg hij een psychiatrisch advies om een pedo-priester in zijn bisdom aan de kant te zetten in de wind en liet hem gewoon doorwerken!  Opengaande kerkdeuren verschijnen in beeld, orgelspel weerklinkt.  Een vertegenwoordiger van de lekengroep `Wir sind kirche’, Christian Weisner, spreekt:   ,,Je mag ervan uitgaan dat Ratzinger van het misbruik op de hoogte was.”

Mag ervan uitgaan? Het was toch zeker? Maar wat een opluchting, `Nova’ heeft Alpendorp-kerkbestuurder Klaus Mittermeier achter de hand.   ,,Toen die priester naar Beieren kwam”, zegt hij veelbetekenend,  ,,had Ratzinger hier de leiding.”  Dramatische vioolmuziek op de achtergrond. De spanning stijgt. Zouden ze toch beet hebben?  Andreas Steppan,  een journalist van de Tölzer Kurier verschijnt ten tonele. ,,Ik dacht: wat moet ik nu, hoe zal ik het aanpakken, hoe zal men reageren?”  Ach,  der Andreas is een jonge journalist, hij moet het vak nog een beetje leren.
Gelukkig hebben wíj onze ervaren `Nova’-ploeg. Maar die belt, hoe  vreemd, net zomin als Andreas, bij die priester aan (althans niet in beeld).  De voormalige psychiater van de geestelijke sporen ze wel op.  Aan de telefoon zegt deze Werner Huth  dat de pater vooral in therapie wilde uit angst zijn priesterschap te verliezen. Geen woord over een advies aan Joseph Ratzinger. Die tekst neemt de voice over voor zijn rekening.  Durft de psychiater vanwege zijn beroepsgeheim niet over het advies te praten? Maar waarom vertelt hij dan wel allerlei ándere intieme details over zijn vroegere patiënt? Heeft `Nova’ misschien uit andere betrouwbare bron van dat advies gehoord en zo ja, waarom wordt dat dan niet uitgelegd? Het bisdom München wil ook al niet meewerken.

Het einde van de uitzending komt in zicht. De kerkdeuren sluiten en de kijker is weer helemaal op de hoogte:  Er is een pedo-priester in Bad Tölz.

Dezelfde maandagavond brengt de ARD in `Sexobjekt Kind’  wel  belangwekkende informatie over kindermisbruik in Duitsland. Het komt naar schatting honderd- tot tweehonderdduizend keer per jaar voor, vooral in gezinsverband. En het wordt alleen maar erger. Een van de redenen:  er is geen verplichte therapie voor veroordeelde pedoseksuelen, waardoor ze steeds verder afglijden.  En zij die vrijwillig bij de psychiater aankloppen, krijgen vaak te horen dat het maar fantasieën zijn of dat er niets aan te doen is. Zorgverzekeringen vergoeden therapieën voor pedoseksuelen niet.

In Zwitserland is het beter geregeld. Forensisch psychiater Frank Urbaniok uit Zürich vertelt dat een pedoseksueel pas uit therapie mag als het risico op een zedenmisdrijf aanmerkelijk is gezakt. Dankzij de therapieën is de terugval  van pedo’s in hun oude gewoonten volgens hem met vijftig procent gedaald.  ,,Er is in Duitsland helaas geen strategie voor bescherming van kinderen tegen seksueel geweld”, reageert SPD Bondsdaglid Marlene Rupprecht.  

Zolang de overheid niets anders doet dan de straffen voor zedendelinquenten verhogen (en het daarbij laat) gaan particulieren organisaties als Berliner Jungs de straat op om ouders en kinderen voor pedofielen te waarschuwen. Berlijn is een magneet voor pedoseksuelen, vertellen de programmamakers, evenals München. Maar dat laatste wisten we al. Dankzij `Nova’.

----------------------
Trouw,  16 april 2010

Waar waren de echte verdachten?

Langzaam zagen we haar groeien in haar rol als vertelster over de horrorfilm. In het NOS Journaal was ze nog sprakeloos. Ze leek nauwelijks te kunnen bevatten dat dankzij het Arnhemse gerechtshof eindelijk de aftiteling in beeld was verschenen. We aanschouwden een eenvoudige vrouw van middelbare leeftijd met een spijkerjasje en een afwezige gelaatsuitdrukking. Haar advocaat gaf haar een kus. Lucia de B. werd weer Lucia de Berk. Happy end.
Bij Nova zat ze aan tafel met Willem Lust, die er vijf jaar geleden al op wees dat in haar zaak sprake was van ondeugdelijk bewijsmateriaal.  Lucia vertelde hoe verbaasd zij en haar collega’s  waren dat steeds meer patiëntjes van het Juliana Kinderziekenhuis plotseling stierven. Geen mens die Lucia verdacht, ofschoon ze wel vaak dienst had tijdens de sterfgevallen.  ,,Gezellig Luus om vanavond weer met je te werken”, had een collega nog geroepen.

Lucia kon op dat moment niet bevroeden dat  achter haar rug om de eerste pennenstreken voor  het horrorscenario op papier werden gezet.  ,,Een raar mens om mee te werken”, had een collega aan de recherche verteld.  ,,Ze heeft een tweeling in haar buik vermoord”, briefde haar moeder door. Lucia werd figurant in een scenario waar ze niets mee had.  ,,Ik ben onschuldig en beroep me op mijn zwijgrecht”, was al die jaren haar enige tekst.

Maar zo’n oneliner worden politie en justitie snel zat. In Pauw en Witteman vertelde haar advocaat Stijn Franken dat er zoveel beeldvorming rond `de engel des doods’ was ontstaan dat niemand meer wilde geloven in haar onschuld. ,,Er moest een dader worden gezocht bij vermeende strafbare feiten.”  Vooral dankzij de klokkenluiders Metta de Noo en Ton Derksen, die in Netwerk aan het woord kwamen, werd haar zaak heropend.

Een televisie-avond die een ontluisterend  beeld bood van hoe ernstig officieren van justitie en rechters kunnen dwalen, maar ook een enigszins eenzijdig schouwspel.  Goed, Harm Brouwer bood namens het OM zijn excuses aan in Eén vandaag, maar de rest van de avond lag de nadruk toch vooral op het verhaal van Lucia en haar emoties. Geen actualiteitenrubriek of talkshow vermeldde dat het al de derde keer in ruim twintig jaar is dat steeds hetzelfde gerechtshof, het Haagse, onderuit gaat:  de veroordeelde van de Schiedammer parkmoord (levenslang in 2000) bleek onschuldig,  de zaak Ina Post (zes jaar in 1987) wordt heropend en nu blijkt tegen Lucia de B. (levenslang in 2004) zelfs geen spoor van bewijs te bestaan.

Waar waren al die blunderende officieren en rechters,  waar de deskundigen die met hun rammelende verklaringen eraan meewerkten dat Lucia de B. ruim zes jaar achter de tralies verdween, waar de rechercheurs die, opgesloten in een tunnelvisie, maar één doel voor ogen hadden: Lucia moet hangen ? Ze zaten thuis voor de buis, net als u en ik. Erik van den Eemster biechtte in het Journaal  namens de Raad voor de Rechtspraak nog wel op dat  ,,helaas was gekozen voor de verkeerde deskundigen.” ,,Maar”, voegde hij er blijmoedig aan toe,  ,,gelukkig  is mevrouw nu door een andere rechter gerehabiliteerd.” Hij zei het met een gezicht alsof hij nog nooit een horrorfilm had gezien.

----------------------
Trouw, 12 april 2010

De kus van Claus

‘Kom’, zei prins Claus op een mooie zomeravond tot zijn vrouw. ‘Ik moest maar eens contact opnemen met generaal Couzy.’  ‘Waarom?’, vroeg de vorstin, terwijl ze wat doezelig opkeek van haar stukken. ‘Wel, ik vind dat Willem-Alexander nu lang genoeg  in Leiden heeft gewoond.’ ’Maar hij studéért toch in Leiden, lieveling?  Bovendien, wat heeft Couzy daarmede te maken? ‘ ‘Ik vind het de hoogste tijd dat hij zich bij ons in Den Haag vervoegt en ik zal de generaal opdragen met zijn manschappen naar Het Rapenburg  op te rukken om Alexander geboeid bij ons af te leveren.’ ‘Hoe wreed! ’, protesteerde de vorstin nog,  maar het was al te laat. Claus had zijn bevel door de telefoon geblaft en de koningin kon de generaal nog juist horen stamelen:  ‘Tot uw orders Koninklijke Hoogheid.’

Wat nu ondenkbaar is, was ruim anderhalve eeuw geleden bij de Van Oranje-Nassau’s de gewoonste zaak van de wereld:  het leger inzetten tegen de eigen familie.  In de zaterdag beëindigde AVRO-serie De Troon zagen we hoe Willem I zijn zoon, de kroonprins, letterlijk van Brussel naar de noordelijke Nederlanden liet sleuren. En dat was nog maar één van de vele uit de hand gelopen vader-zoon-ruzies die dit kostuumdrama in beeld bracht.  Willem III had zelfs zo’n bittere relatie met zijn vader dat hij, volgens de serie,  ontbrak op diens begrafenis in 1849.
  
 Kun je een goede vader des vaderlands zijn als je zelf een slechte verhouding hebt gehad met je vader, is de vraag die na afloop van deze serie blijft hangen? Onze eerste monarchen waren, Willem I misschien uitgezonderd, bepaald geen succes.  Willem II was wankelmoedig en besluiteloos, zo kunnen we lezen in Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren (Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra) en Willem III schoffeerde zijn regering en onderdanen.
Beiden hadden hun eigen strijd te voeren. Willem II met zijn biseksuele geaardheid, die geheim moest blijven, en Willem III met zijn overspelige en grillige karakter, dat hem de bijnaam koning Gorilla bezorgde. Bovendien moesten ze tandenknarsend toezien hoe hun vorstelijke macht steeds verder werd ingeperkt, met als sluitstuk de grondwet van 1848. Maar de hevigste strijd voerden ze toch niet met Thorbecke of Cupido, maar met hun vaders. Dat leverde flamboyante en kleurrijke taferelen op.

Hoe relatief rimpelloos verliepen de regeringen van hun vrouwelijke erfopvolgers Wilhelmina, Juliana en Beatrix.  De dames bleven altijd op veilige afstand van politieke machtsspelletjes, om van buitenechtelijke affaires maar te zwijgen. Zou dat evenwichtige gedrag behalve met de tijd ook niet te maken kunnen hebben met een liefdevolle opvoeding? Wilhelmina spreekt in haar autobiografie Eenzaam maar niet alleen met grote waardering over haar ouders, Juliana voelde een diepe genegenheid tot  haar vader en moeder en ook Beatrix droeg haar ouders op handen.  Een vorstin die zelf  liefde heeft ontvangen, kan ook liefde aan familie en volk geven en wordt een standvastig en gerespecteerd Moeder des Vaderlands.

Prins Claus begroette zijn zoons altijd met een kus. Willem IV wordt vast een voorbeeldig monarch. En veel te saai voor een tv-serie.

^ terug naar boven | of sluit dit venster om terug te keren naar de site

 

Gepubliceerd in Trouw op 7 november 2009

Els Borst verdient geen prijs

Willem Pekelder

Tot mijn niet geringe verbazing heeft palliatief Nederland een prijs vernoemd naar Els Borst. De onderscheiding  is enkele weken geleden toegekend aan de netwerken palliatieve zorg in Brabant. Maar wat heeft Els Borst daarmee te maken? We hebben het hier toch over de oud- bewindsvrouw die de euthanasiewet  heeft opgesteld?
Borst heeft als minister bijzonder weinig gedaan voor de palliatieve zorg. Haar ijver om levensbeëindiging op verzoek wettelijk te regelen was des te groter.  Al in 1983 zette ze als medisch directeur van het Academisch Ziekenhuis Utrecht de eerste stappen. Ze ging praten met de officier van justitie om garanties los te krijgen voor `haar’ ziekenhuisartsen die, ondanks het verbod op euthanasie, patiënten toch levenbeëindigende middelen toedienden.
In 1986 werd ze vice-voorzitter van de Gezondheidsraad, een functie waarin ze over verschillende deelaspecten van euthanasie, zoals definities en zorgvuldigheidsciteria, advies gaf. Een aantal jaren later maakte ze deel uit van de commissie Remmelink, die het eerste grootschalige onderzoek deed naar de euthanasiepraktijk in Nederland.
In 1994 trad ze aan als minister van volksgezondheid in het eerste paarse kabinet.  In een interview in 2007 in Relevant, het tijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde,  vertelde Borst dat ze het onderwerp euthanasie verschillende keren in de ministerraad had aangesneden.  Maar tevergeefs. De andere ministers waren `er nog niet aan toe.’  Bang voor reacties uit het buitenland, vermoedde ze.
Toen pas, omdat de politiek nog niet rijp was voor euthanasie, heeft ze iets gedaan voor de palliatieve zorg.  Zo heeft ze enkele Centra voor de Ontwikkeling van de Palliatieve Zorg opgericht, die vijf jaar later alweer werden opgedoekt,  en een projectgroep integratie hospicezorg.  Een erg magere oogst voor acht jaar ministerschap en zeker geen reden om een palliatieve onderscheiding  naar haar te vernoemen.
In vergelijking met veel buitenlanden, met name Groot-Brittannië, staat de palliatieve zorg in Nederland nog steeds in de kinderschoenen. De reden is dat we, zoals hoogleraar palliatieve zorg Kris Vissers enkele jaren geleden meldde, voor de omgekeerde volgorde hebben gekozen: eerst euthanasie,  vervolgens palliatieve sedatie (inslapen) en daarna pas palliatieve zorg.
Bij de aanvaarding van zijn hoogleraarschap aan de Radboud Universiteit in 2006 uitte Vissers zijn grote zorg over het primitieve stadium waarin de palliatieve zorg in Nederland zich bevindt: ‘Een groot deel van het palliatieve netwerk wordt door vrijwilligers gedragen. Bovendien is structurele financiering van palliatieve zorg en efficiënte pijnbehandeling in ziekenhuizen volledig afwezig, waardoor een kleine groep van enthousiaste maar naïeve hulpverleners meer en meer gefrustreerd raakt.’
Duidelijke taal, dunkt me.  Borst lijkt er echter geen boodschap aan te hebben. In het reeds aangehaalde interview in Relevant pleitte ze ervoor een Engelse hoogleraar aan de Universiteit van Groningen op het matje te roepen omdat deze vrouw in het Engelse Hogerhuis  `op hoge toon’ had beweerd dat er in Nederland , `nauwelijks palliatieve zorg en hospicezorg is.’
Vermoedelijk heeft palliatief Nederland voor Els Borst gekozen omdat ze een bekende persoon is. De naam van een oud-minister maakt natuurlijk veel meer  indruk dan die van een anonieme hospice-vrijwilliger die onbetaald maar idealistisch zijn koesterende handen uitstrekt naar de stervende mens.

^ terug naar boven | of sluit dit venster om terug te keren naar de site

 

Gepubliceerd in Trouw op 19 januari 2009

Bastiaan van der Weijden 1989-2009

Bas van der Weijden was een jongen voor wie alles te vroeg kwam:  zijn geboorte en zijn sterven.  Oudjaar was de laatste avond van zijn leven.

Willem Pekelder

Zijn leven begon als een teken van tegenspraak. Vijf weken te vroeg geboren,  maar  wel met een gewicht van  acht pond. Bastiaan van der Weijden kwam ter wereld in een couveuse.  Artsen en familie vreesden voor zijn leven, maar Bas verraste iedereen en werd een gezonde baby.
Zijn moeder Nanda, receptioniste in Amsterdam, maakte al snel kennis met het eigenzinnige doorzettingsvermogen van haar enig kind. Als ze hem plaatjesboeken voorlas  in de hoop dat hij de woorden zou herhalen, hield hij zijn lippen stijf op elkaar. Pas als hij hele zinnen kon uitspreken, deed hij zijn mond open. Met lopen ging het precies hetzelfde. Bas begon er pas aan toen hij meteen elf meter door de huiskamer kon afleggen. Nanda belde die dag verrukt naar het kantoor van haar man.
Toen hij vijf jaar was, werd zijn leven opnieuw ernstig bedreigd. Hij bleek te lijden aan een erfelijke ziekte, die hem zijn galblaas en driekwart van zijn milt kostte. Een dag na de operatie liep Bas al met de infuusstang in de hand door de gangen van het ziekenhuis.
De lagere school doorliep hij fluitend evenals het Rijnlands Lyceum in Oegstgeest. Toen een leraar belde dat Bas nu toch eindelijk eens dat proefwerk moest inhalen, was zijn reactie dat hij daar even geen tijd voor had vanwege het gamen.  Bas stond onder vrienden bekend als `lui  op een leuke manier.’  Toen zijn klas in ernstige tijdnood kwam met een wiskunde-opdracht, hield Bas het hoofd koel. Hij maakte een opzetje voor het uitwerken van het vraagstuk en liet daarna zijn mede-studenten het karwei afmaken. Bas lag ondertussen met een flesje Fanta in de zon.
Bas was gesteld op harmonie (‘de laatste om een vechtpartij te beginnen’), maar had zijn eigen leven nog niet helemaal op orde.  Wat hij wilde worden in het leven, was voor hem een vraag. In elk geval moest het iets zelfstandigs zijn.  Hij begon aan een studie bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, maar haakte al snel af. Misschien zou bedrijfswetenschappen aan de VU hem beter passen. Bas bevond zich in het laatste jaar van zijn leven in een overgangsfase en die tijd benutte hij door veel met zijn vrienden om te gaan. Overdag gamen en ’s avonds naar de disco.
In het weekeinde werd hij dikwijls laat in de middag wakker. Zijn vader Hans, manager bij het Productschap Diervoeder,  trof  hem dan met een verwarde haardos aan het aanrecht.  Een boterham smerend vertelde Bas hem in geuren en kleuren over de belevenissen van de vorige nacht.  Het avondeten gebruikte Bas afwisselend bij zijn vader en zijn moeder, die in 2008 uit elkaar gingen. Maar in zijn `eetrooster’ was weinig lijn te ontdekken. Op het laatste moment kon hij bellen:  ,,Hoi mam, kan ik vanavond bij jou eten?.”  Als hij bij zijn vader de avondmaaltijd gebruikte en deze bij het afwassen een bord niet goed had gereinigd,  hield Bas dat graag demonstratief omhoog  onder de verzuchting:  ,,Wel een beetje teleurstellend, pap.”
Ook onder collega’s in het Oegstgeester partycentrum La France, waar hij sinds twee jaar een bijbaantje had, viel hij op door zijn droge gevoel voor humor.  Soms werd het bij het uitgaan zo laat dat Bas en zijn bevriende collega’s, onderweg naar huis, mensen in kamerjassen ontwaarden.  ,,Een degelijk mens staat zondagochtend om negen uur op”, was het commentaar van Bas.
Een speciale plaats in zijn leven nam het voetballen in. Hij voetbalde bij vv UDO in Oegstgeest, waar hij opviel door zijn sociale maar ook eigenzinnige gedrag.  Jongens die een training hadden gemist werden direct door hem bijgepraat, maar als Bas een trainingsopdracht kreeg waarvan hij het nut niet inzag, bleef hij demonstratief aan de kant zitten.  Na een actieve voetbalperiode werd hij jeugdtrainer, samen met zijn beste vriend Kevin.  Geestverwanten waren het, die zich door elkaar lieten vormen. Toen  Kevin zijn oog had laten vallen op een meisje, maar nog niet helemaal zeker was van zijn zaak, stapte Bas in de Leidse studentendiscotheek In Casa op haar af en vertrouwde haar toe dat ze geweldig in de smaak zou vallen bij Kevins moeder.  Het was de aanzet tot een verhouding tussen Kevin en Eva die tot vandaag voortduurt.
Sommigen vonden hem arrogant, maar wie Bas beter leerde kennen, merkte dat dat maar schijn was.  Hij keek door de buitenkant van mensen heen  en had een speciaal gevoel voor wat er in hen omging.  Zijn vrienden hoefden vaak maar één woord te zeggen of Bas maakte hun zinnen af onder de plagerige uitroep:  ,,Vervelend hè, dat ik alles van tevoren weet?!”  Ook voor de televisie - favoriete serie `Friends’ - prevelde hij de zinnen voor die de acteurs en actrices zouden gaan zeggen. Een tv-avondje sloot hij steevast af met Discovery Channel. De volgende dag bestookte hij zijn vrienden met `het feitje van de week.’
De laatste avond van het jaar zou hij met zijn kameraden feestelijk uitluiden in de Rotterdamse discotheek Outland. Kevin was er natuurlijk bij. Er werden foto’s gemaakt waar de levenslust van afspat. Na afloop van de party ontstond op station Rotterdam-Alexander een ruzie tussen twee groepen jongens op het spoor.  Bas en Kevin grepen in toen ze, volgens getuigen, enkele vrienden wilden verdedigen die al eerder bij het conflict betrokken waren geraakt.  Het was mistig. De aanstormende intercity merkten ze te laat op.  Bas maakte van het nieuwe jaar slechts zes uur en drie kwartier mee, Kevin (21) belandde zwaar gewond in het ziekenhuis. 
V.v. UDO, waarvan Bas’ vader voorzitter is, luidde een week van rouw in. De uitvaart in Leiden was zo druk bezocht dat velen de plechtigheid via videoschermen naast de aula moesten volgen. Kevin was door middel van een straalverbinding vanuit het ziekenhuis met Bas en de rouwenden verbonden.  Bijna twintig jaar geleden, zo memoreerde zijn moeder,  was Bas geboren in een glazen kistje, nu al moest ze hem afstaan in een houten.
 Bas van der Weijden werd geboren op 4 januari 1989 in Hoorn en overleed op 1 januari 2009 in Rotterdam.

^ terug naar boven | of sluit dit venster om terug te keren naar de site

 
 

Gepubliceerd in Trouw op 23 december 2008

`Stille nacht’ rond gemeentelijke kerstboom

Door de secularisatie lijkt de overheid steeds meer gedwongen vanouds kerkelijke taken op zich te nemen. In Rotterdam wordt aan de secularisatie een positieve draai gegeven. De gemeente experimenteert met nieuwe vormen van samenwerking tussen kerk en staat.

Willem Pekelder

Minister Rouvoet kondigt een offensief aan tegen `breezerseks’, zijn collega Ter Horst een waardencatalogus en in Rotterdam kunnen buurtbewoners kerstfeest vieren rond gemeentelijke kerstbomen, met gemeentelijke chocolademelk en dito speculaas. Gemeenschapsvorming en waardenoverdracht behoorden vanouds tot het traditionele takenpakket van de kerk, maar het lijkt erop alsof de overheid, gedwongen door de secularisatie, steeds meer het terrein van de kerk gaat betreden.
In Rotterdam, de meest multiculturele stad van Nederland, kan iedere buurt bij de `Coolsingel’ aankloppen voor een gratis feestpakket (zie kader) om samen kerst te vieren. Maar is het kerstfeest niet bij uitstek het privilege van de kerk? ,,We nemen natuurlijk niet het christelijke kerstfeest over”, legt GroenLinks-wethouder Rik Grashoff (participatie en cultuur) uit. ,,Wat we wel doen is in het gat springen dat niet alleen door de ontkerkelijking, maar door de ontzuiling in het algemeen is ontstaan. De overheid heeft jarenlang geen antwoord geweten op de individualisering van de samenleving. Nu zie je overal in de stad stappen om tot meer binding te komen. Rotterdam is jaren geleden al begonnen met het Opzoomeren, een actie om straten op te knappen maar ook de sociale cohesie en participatie te bevorderen. De decemberfeesten liggen in het verlengde daarvan.”
Waar de grens ligt van de overheidsbemoeienis, vindt hij moeilijk aan te geven. ,,Het is een samenspel. Wij proberen, bijvoorbeeld met die feestpakketten, burgers te verleiden tot binding en burgerschap. Ons doel is om mensen aan te moedigen zelf actief te worden. De taak van de gemeente ligt vooral op het terrein van entamering van het debat en facilitering. Zo hebben we tijdens de ramadan bewust een aanmoedigingssubsidie gegeven aan de `islamitische tent’ op het Schouwburgplein, omdat daar een debat tussen religies plaatsvond.”
De wethouder vraagt zich af waar de werkelijke oorzaak van de segregatie ligt, bij de ontkerkelijking of de individualisering. ,,Voorlopig houd ik het op het laatste.”
Dat neemt niet weg dat de kerk in de stad terrein verliest, en rap ook. Dominee Piet de Jong van hervormde Pelgrimvaderskerk in de achterstandswijk Delfshaven herinnert zich dat er vroeger ruim twintig predikanten waren in het stadscentrum. In 2012 zullen dat er nog maar twee zijn. ,,Vanaf de jaren zestig, zeventig is steeds meer kerkelijk werk overgegaan naar de overheid. Eerst de materiële taken: de bejaarden- en ziekenzorg. Diaconie werd bijstand. De kerk was hooguit goed voor de restantjes, het werk na vijven. Nú zie je dat de overheid zich ook op het immateriële terrein begeeft: waardencatalogi, liefde en seks, en kerstfeestjes in de straat.’
De Jong erkent dat hij het afbrokkelende kerkenwerk vroeger met lede ogen heeft aanschouwd - ‘er werd een nieuw huis opgebouwd en wij kwamen er niet meer in voor’ -, maar nu ziet hij dat de slinger van de secularisatie ook een andere beweging maakt. ,,De overheid neemt niet meer louter taken over. De burgerlijke gemeente zoekt ook samenwerking met het grote potentieel aan kerkelijke vrijwilligers. Ze is niet meer bang voor de kerk.”
Hij memoreert hoe plezierig-verbaasd hij was toen hij enkele maanden geleden werd uitgenodigd in de Burgerzaal van het stadhuis voor de oprichting van het Platform voor Levensbeschouwing en Religie. ,,In die puur seculiere omgeving zat het vol met dominees, priesters en imams. Een zangeres zong de christelijke hymne Amazing Grace. Onder vorige burgemeesters was een dergelijke bijeenkomst ondenkbaar geweest. Het lijkt erop alsof de gemeente Rotterdam de maatschappelijke betekenis van religie opnieuw heeft ontdekt. Dat een in deze stad kleine partij als het CDA twee wethouders heeft is daarvan in mijn ogen ook een teken.”
Een belangrijke rol in de herwaardering van religie speelt het rapport Tel je zegeningen dat afgelopen jaar verscheen. Tot verbazing van velen bleken in de wereldhavenstad nog steeds tweehonderdduizend mensen te wonen die zich christen noemen, ofwel ruim eenderde van de bevolking. De secularisatie van de traditionele, Nederlandse kerken gaat gewoon door, maar door de opkomst van vele migrantenkerken lijkt het stedelijke christendom zich op zijn minst te stabiliseren. Kerkelijke vrijwilligers - in totaal zo’n vijfentwintigduizend, variërend van huiswerkbegeleiders en maaltijdverstrekkers tot rouwbegeleiders - bleken de stad jaarlijks 110 tot 133 miljoen euro aan sociaal-maatschappelijke zorg te besparen.
,,Het rapport was voor mij de bevestiging van het belang van vrijwilligerswerk en samenwerking met kerken”, zegt PvdA-wethouder Jantine Kriens (volksgezondheid, welzijn en maatschappelijke opvang). ,,Kerken, maar ook moskeeën en andere gebedshuizen vormen het sociale weefsel van de stad. De overheid moet af van de arrogante houding dat zij het leven in de stad wel even zal maken. Dat gedachtegoed is in een sociaal-democratische gemeente als Rotterdam diep ingesleten. Zelf heb ik daar nooit zo in geloofd. Gelukkig zien we nu, ook in de Rotterdamse PvdA, een ommekeer in dat denken.”
Zonder te tornen aan de scheiding tussen kerk en staat lijkt in Rotterdam een nieuwe ruimte te zijn ontstaan waar religie en overheid elkaar kunnen ontmoeten. Kriens bevestigt dat. ,,Voor de overheid gelden op het grensvlak van kerk en staat drie principes: de democratische rechtsstaat bewaken, ruimte bieden voor ontmoeting en belemmeringen wegnemen voor participatie in de publieke ruimte. Nieuw is dat we op alle drie de vlakken in voorwaarden scheppende en ondersteunende zin bewust een samenwerking zijn aangegaan met kerken en moskeeën.”
Zo praat de gemeente in genoemd platform zonodig over de gelijkwaardigheid van man en vrouw, geeft ze via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning miljoenen aan (kerkelijk) vrijwilligerswerk en heeft ze een meldpunt ingesteld voor vrouwen die door hun man worden mishandeld en daardoor niet kunnen deelnemen aan het publieke leven.
,,Kerken en moskeeën zijn als trait d’union tussen bevolking en gemeente van onschatbare waarde”, vindt de wethouder. Dat de traditionele kerken vermoedelijk verder zullen afbrokkelen, ziet Kriens in die samenwerking niet als probleem . ,,Wat ervoor in de plaats komt zijn loosely couples of networks van levensbeschouwelijk geïnspireerde mensen. Neem de Voedselbanken, die vaak door christenen zijn opgezet. Met hen hebben we de afspraak dat ze krepeergevallen, bijvoorbeeld inwoners die diep in de schulden zitten, aan ons doorgeven. Wij kunnen deze mensen dan in contact brengen met het schuldhulpverleningsprogramma van de gemeente. Zonder de Voedselbanken zouden we deze mensen vermoedelijk veel moeilijker op het spoor komen.”
Een ander voorbeeld speelt zich af in de wijk IJsselmonde. Een groepje kerkelijke vrijwilligers gaat daar op bezoek bij eenzame mensen, waarbij ze worden getipt door de plaatselijke huisarts. ,,De deelgemeente betaalt de trainingen voor zingevingsgesprekken, die deze vrijwilligers volgen, en hun reiskosten. Vroeger zou de overheid dit werk alleen subsidiëren als het door professionals werd verricht. Als ik nu zou moeten kiezen tussen twee professionals subsidiëren of één professional en één vrijwilliger zou ik voor het laatste kiezen. Vrijwilligers hebben een meerwaarde op het gebied van gelijkwaardigheid en intermenselijk contact.”
Ds. De Jong tekent aan dat de gemeente bovendien `verrekte goed inziet’ dat dankzij de kerken veel geld in de knip kan blijven. ,,Ik lees nog bijna elke zondag de Tien Geboden voor. Als daarmee de kerkleden een beetje op het rechte pad blijven, bespaart dat de Riagg’s een hoop geld en profiteert de hele samenleving daarvan mee. Maar het gaat in de kerk natuurlijk niet om economische motieven. Wij proberen aan de hand van evangelische waarden als vergeving en verzoening als goede mensen te leven. We hebben het in de kerk niet alleen over de hemel, maar ook over de aarde. Als de overheid daar een graantje van meepikt, heb Ik daar geen enkel probleem mee. Zolang ik maar over Jezus mag vertellen onder die gemeentelijke kerstboom.”

Wat zit er in het feestpakket?
De Rotterdamse Stichting Opzoomer Mee verstrekt in december door de gemeente gesubsidieerde gratis feestpakketten waarmee buurtbewoners naar believen Sinterklaas, Kerst of Oud en Nieuw kunnen vieren.
De inhoud is als volgt:
Vijftig uitnodigingskaarten, vijftig meter lint, dertig grote kartonnen kerstballen, een kortingsbon voor de lichtslang van vijfenveertig meter, pakjes koffie, thee en cacao, plastic bekertjes en lepeltjes, speculaas en chocolaatjes en een waardebon van 175 euro voor een straatfeest.
Buurten die een gratis kerstboom (van zeven meter) willen moeten dat apart aanvragen. Dat kon tot begin december. Volgens de gemeente is de actie een succes: veertienhonderd straten deden mee.

^ terug naar boven | of sluit dit venster om terug te keren naar de site

   
 

Gepubliceerd in Trouw op 25 januari 2008

Sinds de Oost-Europese grenzen open zijn, stromen Polen in groten getale toe naar Nederland. Zullen deze vrome katholieken de Nederlandse kerk veranderen of zoeken ze het isolement? ,,Hollanders hebben hun eigen regels, wij gehoorzamen de paus.”

Een Pool verwacht veel van zijn priester

Willem Pekelder

Het is de tweede week van januari, maar de kerststal en de kerstboom in de Poolse parochie OLV Sterre der Zee staan nog fier overeind. ,,Bij ons is kerst pas afgelopen op 2 februari, met Maria lichtmis”, legt pastoor Slawomir Trypuc uit tijdens een rondleiding door de kerk. ,,Tot die tijd blijven we ook gewoon kerstliederen zingen.”
Het is niet het enige verschil met een Nederlandse parochie. Wie op zondag naar de Poolse mis in Rotterdam gaat, ziet een uitpuilende kerk. Daar waar een doorsnee stadsparochie dunbevolkt en vergrijsd is, zijn in de Sterre der Zee, ooit een zieltogende Nederlandse kerk, alle plaatsen bezet. Zelfs in de hal staan kerkgangers. ,,De gemiddelde leeftijd van onze gelovigen is zo’n 35 jaar”, zegt pastoor Trypuc (49) tevreden. ,,Je ziet bij ons ook heel veel kinderen. Op zaterdag doen 96 kinderen mee aan cathechese en lessen Poolse taal. Het geloof zit ons Polen in het bloed.”
Maar zo vol als de kerk, zo gering is het aantal gelovigen dat ter communie gaat. En zij die de gang naar voren wél maken ontvangen de hostie geknield op de tong, iets wat al sinds het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) niet meer verplicht is. ,,Polen hechten aan traditie en eerbied”, legt Trypuc uit. ,,Overigens, Nederlanders gingen vroeger ook zeer spaarzaam ter communie, maar sinds het biechten in onbruik is geraakt, gaat iedereen. Geen biecht, geen zonde.”
Hij denkt dat gemengd gehuwde Polen wel eens een Nederlandse kerk van binnen zien, maar voor de rest zal er, naar zijn inschatting, van integratie weinig sprake zijn. ,,Je hebt natuurlijk ten eerste het taalprobleem, maar veel belangrijker zijn de verschillen in kerkelijk gebruik. De Nederlanders vinden ons conservatief. Wij zeggen: we zijn consequent. Laten we eens kijken naar de sacramenten. Er zijn er zeven die allemaal even belangrijk zijn. Maar de biecht bestaat bijna niet meer in Nederland. Moet je bij ons eens kijken. Met Pasen moet ik de hulp van andere Poolse priesters, tot in Duitsland toe, inroepen om het grote aantal biechtelingen te verwerken. Ook wordt in lang niet elke Nederlandse parochie op zondag de eucharistie gevierd. Dat is bij ons onbestaanbaar. Een Pool wíl elke zondag een eucharistieviering. Woord- en communiediensten kennen wij niet.”
Zullen de naar schatting 100.000 Polen in Nederland de Nederlandse kerk veranderen? Aarzelend: ,,Op kleine schaal misschien. Nederlanders kunnen door een huwelijk met een Pool hun eigen geloof verversen. Die invloed zou ook in de parochie kunnen doorsijpelen. Er zou meer aandacht kunnen komen voor gebed, regelmatige kerkgang, huwelijksvoorbereiding, enzovoort. Begrijp me goed: ik zeg niet dat de Nederlandse kerk slecht is, alleen ze is anders in gewoonte en sfeer.”
Irena Verbrugh-Bykowska, geboren in het Poolse Olstynek, vindt Nederlandse missen te modern. ,,Ik woonde in Hellevoetluis en tijdens de kerstnachtmis kwamen vrouwen langs met de communie. Dat zijn wij Polen niet gewend. De hostie weigeren was bijna onmogelijk. Alsof het een snoepje is.”
Zelf gaat ze bijna elke zondag naar de Sterre der Zee, maar nooit ter communie. ,,Ik ben twintig jaar geleden na een echtscheiding voor de tweede keer gehuwd. Volgens het kerkelijk recht ben je dan uitgesloten van de communie. Nederlandse katholieken zullen me misschien uitlachen, maar ik houd me aan de regels. Hollanders hebben hun eigen recht, wij gehoorzamen de paus.”
Dat ze niet kan deelnemen aan de eucharistie is pijnlijk, beaamt ze, maar het is nu eenmaal de consequentie van haar handelen. ,,Ik houd van mijn man, maar mijn ziel is niet schoon. Dat is mijn persoonlijke opvatting. Ik ben ouderwets ja, maar ik geloof dat ik op deze manier wel rechtvaardig leef.”
Een aantal jaren geleden heeft Irena’s echtgenoot geprobeerd haar eerste huwelijk te laten annuleren door het Vaticaan. Hij schreef een brief aan paus Johannes Paulus II. Kardinaal Simonis antwoordde. ,,Ik begrijp uw moeilijkheden, maar zie toch geen mogelijkheden uw huwelijk nietig te verklaren”, citeert Irena (60) het schrijfsel. “Het zij zo”, zegt ze berustend.
De geest van de overleden Poolse paus is nog prominent in de Sterre der Zee aanwezig. Het is zíjn afbeelding die bij het altaar hangt en niet die van Benedictus XVI. ,,We bidden voor de heiligverklaring van Johannes Paulus”, haast priester Trypuc zich te verklaren. ,,Een foto van de nieuwe paus hangt in de sacristie.”
In die ruimte is het na de zondagsmis een drukte van belang. Gelovigen staan in de rij om hun priester te mogen spreken. De één geeft een kind op voor de doop, een ander wil een voorgenomen huwelijk bespreken, een derde vraagt aandacht voor een ziek familielid. De herder noteert de verzoeken geduldig in zijn agenda.
,,Dat is ook een groot verschil met de Nederlandse praktijk”, legt Trypuc enkele dagen later uit. ,,In het Poolse pastoraat is het persoonlijke contact tussen priester en parochiaan heel belangrijk. Een Nederlandse priester concentreert zich vooral op de liturgie. Voor ziekenbezoek en dergelijke heeft hij meestal vrijwilligers. Een Pool wil een priester naast zijn bed zien als hij in het ziekenhuis ligt, geen vrijwilliger. Hij verwacht veel van zijn priester.”
Trypuc heeft het als priester steeds drukker gekregen. Toen hij in 1990, als lid van de congregatie voor Poolse emigranten, voor het eerst in Amsterdam de mis celebreerde, trok hij tachtig toehoorders. Bij zijn vertrek een jaar geleden was de hoofdstedelijk Poolse parochie al uitgedijd tot vijfhonderd gelovigen. Ook in zijn nieuwe parochie in Rotterdam ziet hij het aantal kerkgangers bijna maandelijks toenemen: nu al zo’n dikke vijfhonderd. ,,Er is ook veel doorstroming”, erkent de geestelijke. ,,Tachtig procent van mijn kerkgangers bestaat uit seizoenarbeiders, studenten en anderen die slechts tijdelijk in Nederland zijn. Illegalen ook ja. Vooral voor hen is de kerkgang belangrijk. Door de week voelen ze zich slaven met een loon van vijf euro per uur, op zondag krijgen ze geestelijke kracht om het leven weer aan te kunnen.”
Van de vier Poolse parochies in Nederland - er zijn er verder in Amsterdam, Arnhem en Meterik, met elk een Poolse priester - is Rotterdam volgens Trypuc de grootste. Het zal niet verbazen dat zondag voor Trypuc de drukste dag van de week is. Hij gaat dan niet alleen voor in zijn `eigen’ Sterre der Zee, maar bedient ook Poolse gelovigen in Den Haag, Hillegom, en afwisselend Leiden en Goes. ,,Ik reis op een gemiddelde zondag zo’n vierhonderd kilometer”, zegt hij met een lach. ,,Nederlandse priesters vragen zich wel eens verbaasd af: hoe krijg jij je kerken toch zo vol?!”
Irena Verbrugh denkt dat dat vooral te danken is aan de traditiegevoelige Poolse ziel. ,,Door onze hang naar traditie zullen Nederlandse katholieken zich moeilijk in ons kunnen herkennen. Veel Polen zien religie als geschiedenis. Er verandert nooit iets, en dat is maar goed ook.”

Polen hoeven niet integreren in Nederlandse kerk
Het beleid van de Nederlandse katholieke kerk is er niet op gericht Nederlandse en Poolse katholieken te laten integreren. ,,Een van de afwegingen om Poolse parochies op te richten is dat het vaak om seizoenarbeiders gaat, die niet van plan zijn lang in Nederland te blijven. Ze willen in die periode hun eigen liturgievieringen”, zegt Matheu Bemelmans van de Nederlandse kerkprovincie, die daarbij aantekent dat sinds de pastorale zorg voor migranten is gedecentraliseerd de bisdommen hun eigen beleid mogen voeren.
Het bisdom Rotterdam waar een groot aantal Polen woont (alleen al in de stad circa 15.000) gunt migranten hun eigen kerk. ,,We hebben in deze stad zo’n 165 nationaliteiten. Voorzover katholiek hebben vele hun eigen parochies. Het samen kunnen beleven van het geloof is een belangrijk houvast voor nieuwkomers”, zegt woordvoerster Francis Wout. Het is aan de katholieken zelf om aan integratie vorm te geven. ,,Het bisdom is daarbij behulpzaam met de digitale snelweg, waar autochtone en allochtone parochies elkaar kunnen ontmoeten en van elkaar kunnen leren.”
Nederland telt naast vier Poolse priesters met Poolse parochies, circa vijf Poolse priesters met een Nederlandse parochie. Is Polen de weg om de Nederlandse kerk weer dichter bij Rome te krijgen? Bemelmans: ,,Er zijn verschillende tradities gegroeid, maar je kunt niet zeggen dat de Nederlandse katholieken afgedwaald zijn. Wel zie je in sommige bisdommen zeer vitale migrantenparochies. In die zin kun je zeker spreken van beïnvloeding van de Nederlandse kerk.”

^ terug naar boven | of sluit dit venster om terug te keren naar de site

   
 

Gepubliceerd in Trouw op 20 oktober 2007

Euthanasie en katholieke uitvaart

 

Wat niet weet, wat niet deert

Een terminale patiënt die voor euthanasie koos, kon in Kaatsheuvel geen kerkelijke uitvaart krijgen. Het beleid van het bisdom Den Bosch lijkt illustratief voor de hele Nederlandse kerkprovincie. Een katholieke Brabantse dorpsarts komt in opstand.

Willem Pekelder

Binnen korte tijd was het gebeurd. Een jaar nadat bij een 35-jarige inwoner van Kaatsheuvel een ongeneeslijke progressieve spierziekte was geconstateerd, zette de terminale fase in. Armen en benen lieten het afweten, praten en slikken gingen steeds moeizamer. Op het laatst kon de patiënt alleen nog maar ademen door met de hand de kin te ondersteunen. In overleg met partner en familie werd gekozen voor euthanasie. Daarna zou een kerkelijke begrafenis moeten plaatsvinden in de H.H. Martelaren van Gorkum. Maar dat laatste ging niet door. Pastoor J. Groos weigerde.
In zijn pastorie in de Brabantse gemeente vertelt de 63-jarige geestelijke dat hij nog steeds achter zijn besluit staat. “Natuurlijk was het moeilijk om `nee’ te verkopen aan deze hevig lijdende mens, maar het was voor mij nóg moeilijker geweest om op het verzoek in te gaan. De rooms-katholieke kerk is tegen euthanasie omdat, zoals paus Johannes Paulus II in zijn encycliek Evangelium Vitae schreef, we geen dodende mensen moeten worden. Ik kón in geweten niet anders dan een kerkelijke uitvaart weigeren. Het is het enige machtsmiddel dat we als kerk hebben.”
De priester herinnert zich dat toen de familie hem in het hospice vertelde dat een dag later euthanasie zou worden toegepast, hij zich totaal overrompeld voelde. “Ik heb iets dergelijks in mijn twintigjarige loopbaan als priester niet eerder meegemaakt. Als deze mensen zich in de kou voelen gezet door de kerk, kan ik daarvoor enig begrip opbrengen, maar wat moeten wij als priesters? Men kan van ons toch niet verwachten dat we de visie van de wereldkerk gaan ondergraven?! Nu is het euthanasie, straks de pil van Drion, we zijn bang dat het steeds verder gaat.”
De houding van de pastoor heeft in midden-Brabant het nodige losgemaakt. De familie van de overledene, die een partner en een driejarig zoontje naliet, heeft zich bewust buiten de publiciteit gehouden, maar hun huisarts riep in mei in het Brabants Dagblad de kerk op zich humaner te gedragen. “Deze mensen hebben zich bot behandeld gevoeld door de pastoor”, zegt dokter Mick Raeven (62) in zijn praktijk in Loon op Zand. “Ze zaten misschien niet elke zondag in de kerk, maar ze voelden zich wel katholiek en waren voor het altaar getrouwd. Het afscheid van het leven wilden ze ook graag in de kerk gedenken. Dat is hun niet vergund geweest. Ze hebben boos en verdrietig hun toevlucht moeten nemen tot het crematorium, zonder enig kerkelijk ritueel.”
Het is in Brabant niet de eerste keer dat het schrappen van een requiemmis wegens euthanasie leidt tot perspublicaties. In 2002 verscheen het bericht dat Toos Timmermans uit Eindhoven geen kerkelijke uitvaart kon krijgen. De twee priesters van de H. Hartkerk die de familie de deur hadden gewezen, kregen volop steun van bisschop A. Hurkmans van ‘s-Hertogenbosch. “Een priester moet zo lang mogelijk blijven zoeken naar een weg ten leven en alternatieven aanbieden. Maar als iemand blijft kiezen voor actieve euthanasie dan denk ik dat een priester zich respectvol moet terugtrekken”, sprak de bisschop in februari dat jaar bij Kruispunt (KRO/RKK). Ná de euthanasie is er volgens Hurkmans sprake van een `nieuwe situatie’. “Dan kan er iets van berouw aan de oppervlakte komen en heeft de gelovige recht op een kerkelijke uitvaart.”
Raeven - katholiek, maar niet praktiserend - noemt dat een hypocriet standpunt. “Veel terminale patiënten vinden het belangrijk om bij leven de begrafenis te regelen, met de partner, het gezin en de pastoor erbij. Voor de patiënt is het een enorme opluchting als hij weet dat het goed zit met de uitvaart. Misschien kan hij zelfs dan pas rustig sterven.”
De huisarts en palliatief consulent weet dat veel inwoners van het katholieke Brabant bij het naderend levenseinde hopen op een kerk met een menselijk gezicht, een liefdevol instituut van medeleven en troost. “De kerk hoeft haar standpunt over euthanasie niet te veranderen, maar ze moet bij iemand die zij ziet als een dief niet de hand afhakken. Overlijden is al erg genoeg, daar hoeft niet nog een straf bovenop.”
Volgens Raeven blijven de kerkelijke moeilijkheden rond euthanasie niet beperkt tot die paar zaken die de (Brabantse) pers halen. “Euthanasie komt gelukkig niet vaak voor, maar ik weet uit eigen ervaring én uit verhalen van collega-artsen dat er genoeg Brabanders zijn die uit angst voor de kerk maar niet voor euthanasie kiezen. Vooral oudere Brabanders zijn nog altijd erg gevoelig voor wat mijnheer pastoor vindt. Anderen zien geen andere uitweg dan de priester onkundig te houden. Ik heb als scen-arts (een arts die moeten beoordelen of een euthanasie-toewijzing van een collega voldoet aan de juridische zorgvuldigheidseisen, W.P.) meegemaakt dat mensen zich eerst door een onwetende priester lieten bedienen, vervolgens euthanasie kregen en tot slot een kerkelijke begrafenis. Wil de kerk leven met ‘wat niet weet wat niet deert?”
Raeven zou graag meer kerkelijke openheid zien in plaats van vasthouden aan `oude opvattingen en regels’. Onder de kop `De kerk kan wreed en harteloos zijn’ vroeg hij zich in het Brabants Dagblad af of euthanasie wel altijd kan worden beschouwd als een ingrijpen in een natuurlijk proces. “Bij de huidige stand van de medische wetenschap worden zeer veel patiënten veel langer in leven gehouden dan de natuur zelf aangeeft. Is ingrijpen in deze lijdensverlenging niet een daad die direct voortvloeit uit eerder medisch handelen in plaats van beïnvloeding van een natuurlijk proces?”
Op zijn stuk in de regionale krant ontving de Brabantse dorpsarts zo’n tien reacties van pastores. “En allemaal positief, hoor. Eentje stelde zelfs voor om een poule te vormen van pastores die wél willen begraven na euthanasie.”
Pastor Frans Hendriks (61) uit Tilburg lijkt dat een goed idee. De gepensioneerd geestelijk verzorger kan geen begrip opbrengen voor het strikte standpunt van bisschop Hurkmans. “De vraag is niet of een priester voor of tegen euthanasie is, maar of hij een parochiaan na euthanasie de laatste eer moet bewijzen. Wat mij betreft is het antwoord ja. Als pastor moet je náást de mensen gaan staan en je niet blindstaren op wat paus en bisschoppen vinden.”
Hij erkent dat hij in zijn tijd als ziekenhuispastor in Breda katholieken kerkelijk heeft begraven na euthanasie. “Ik heb in het bisdom Breda nooit gehoord over moeilijkheden op dit terrein. In het bisdom Den Bosch destemeer. In Tilburg zijn er problemen geweest, in Eindhoven en nu weer in Kaatsheuvel. Het zijn vooral de - jonge - afgestudeerden van de nieuwe priesteropleiding St. Janscentrum in ‘s-Hertogenbosch die zich zo orthodox opstellen. Oudere priesters, die de vooruitstrevende bisschoppen Bekkers en Bluyssen nog hebben meegemaakt, handelen vaak pastoraler.”
Hendriks maakt gewag van een geladen atmosfeer in het bisdom Den Bosch. “Veel pastores durven hun mond niet open te doen uit angst voor Hurkmans. Een akelige sfeer. Moeten we straks uit berouw monumenten gaan oprichten voor mensen die een kerkelijke uitvaart is geweigerd, zoals we monumenten hebben geplaatst voor ongedoopte kinderen die vroeger niet in gewijde aarde mochten worden begraven? Ik hoop dat het niet zo ver komt en dat het bisdom iets doet met de noodkreet van Raeven.”
Bisschop Hurkmans laat in een reactie op die oproep weten dat een pastor in de huidige praktijk veelal wordt beschouwd `als een van de dienstverleners rondom de uitvaart, waarbij niet altijd sprake is van een langdurige relatie met de stervende.’ Hoewel de pastor `liefdevol en begrijpend’ moet zijn, kan de vraag naar euthanasie hem in gewetensnood brengen, vindt het bisdom. “Een afwijzing van de wensen van de stervende en zijn familie wordt daarbij, ook al is de communicatie eerlijk, veelal als teleurstellend ervaren”, zo is het bisdom zich bewust.

^ terug naar boven | of sluit dit venster om terug te keren naar de site

   
 

Gepubliceerd in Trouw op 20 oktober 2007

Kerkprovincie 'volgt' Den Bosch

Het euthanasiebeleid zoals het bisdom Den Bosch dat sinds een aantal jaren voert, is vanaf 2005 ook het officiële standpunt van de Nederlandse kerkprovincie. In de vrij onbekende, want niet aan de pers ter beschikking gestelde bezinningsnota ‘Pastoraat rond het verzoek om euthanasie of hulp bij suïcide’ schrijft de bisschoppenconferentie dat een kerkelijke uitvaart niet kan worden verleend aan katholieken die te kennen hebben gegeven euthanasie te willen plegen, omdat de kerk op die manier zou worden betrokken in het proces van actieve levensbeëindiging. Ook op toediening van de laatste sacramenten hoeven deze katholieken niet te rekenen.
Woordvoerder Matheu Bemelmans tekent aan dat na de euthanasie een nieuwe situatie ontstaat. “Als pas op dat moment een priester wordt geroepen, zal hij in principe uitgaan van een natuurlijke dood. Mocht hem worden verteld dat euthanasie is gepleegd, dan is het verstandig als hij pastoraal en naar bevind van zaken handelt.”

^ terug naar boven | of sluit dit venster om terug te keren naar de site

   
 

Gepubliceerd in Trouw op 30 augustus 2007

 

Harpenau: Secret is hoopvol voor mensheid

 

Patty Harpenau, een Amsterdamse kunstenares die Secret-workshops geeft, noemt het gedachtegoed van Rhonda Byrne ‘hoopvol voor de mensheid.’ ,,Natuurlijk is het commercieel gezien slim om ergens het etiket Geheim op te plakken, want dan wordt het verkocht. Maar de inhoud is niet commercieel. Het gaat erom mensen gelukkig te maken, dat is een geweldige boodschap.”
Ze geeft toe dat The Secret in zijn aanpak `wat Amerikaans’ is, maar ze is bezig met een eigen werkboek om het gedachtegoed naar de Nederlandse situatie te vertalen. ,,Ik vind het bijvoorbeeld wel belangrijk om te delen. Van alles wat je ontvangt moet je jouw deel afhalen en de rest doorgeven. Deel, al is het een glimlach!”
Harpenau (50) vindt niet dat Byrne zieke mensen een schuldgevoel zou aanpraten. “Wel geloof ik dat je zelf beslist over beter worden of niet. Alleen wordt die beslissing soms genomen op een voor veel mensen onbewust niveau: de ziel. Ik heb Karel Glastra van Loon in zijn laatste dagen gecoacht. Op fysiek en emotioneel niveau wilde hij leven, maar op zielsniveau had hij besloten om naar een andere frequentie over te gaan. Het was kennelijk zijn tijd.”

 

^ terug naar boven | of sluit dit venster om terug te keren naar de site

   
 

Gepubliceerd in Trouw op 30 augustus 2007

Er is weinig moois aan The Secret

Miljoenen mensen zijn in de ban van The Secret. Boek en film beloven een leven waarin alle verlangens maakbaar zijn, mits je maar positief genoeg denkt. In werkelijkheid vertelt The Secret niets nieuws en is de achterliggende filosofie nogal hard en onmenselijk.

Willem Pekelder

In het Laurens-verpleeghuis in Rotterdam werd enkele maanden geleden een patiënt binnengebracht met een terminale hersentumor. De man was ervan overtuigd dat hij zou genezen. Hij nodigde zijn vrienden uit aan zijn bed, at met hen verrukkelijke maaltijden en hief het wijnglas. De ziekte bracht hem soms letterlijk uit zijn evenwicht, maar wanneer hij al wandelend door de gang ter aarde viel, riep hij vrolijk: “Zie, de tumor ligt op straat.”
Enkele weken later was de man, een veertiger nog, overleden. Ondanks al zijn optimisme. Als we het boek The Secret (Het Geheim) van de Australische schrijfster Rhonda Byrne mogen geloven, heeft de man zowel zijn ziekte als zijn dood aan zichzelf te wijten. ‘Je kunt alleen iets oplopen als je aan die mogelijkheid denkt, en eraan denken staat gelijk aan erom vragen met je gedachten’, staat op pagina 132. En op pagina 130: ‘Ziekte kan niet bestaan in een lichaam dat harmonieuze gedachten heeft.’ Met andere woorden: alles is maakbaar, met positieve gedachten jagen we de kankercellen uit ons lijf. Gaan we toch dood, dan is het onze eigen schuld.
Ondanks deze hardvochtige boodschap geloven miljoenen mensen heilig in de gedachtengang die Byrne met behulp van een aantal Amerikaanse goeroes in zowel haar boek als de gelijknamige film ontvouwt: wat je aan het universum vraagt krijg je, en wie zijn wensen maar sterk genoeg visualiseert, zal ontdekken dat ál zijn dromen uitkomen. In een poging haar werk van een wetenschappelijk sausje te voorzien vat Byrne deze wijze van denken samen onder de noemer: Wet van de Aantrekkingskracht.
De wet, die op geen enkel wetenschappelijk bewijs berust, zou al zijn ontdekt door Plato, Shakespeare, Newton, Einstein en Beethoven. Een niet erg geheim Geheim aldus. Maar geheimen zijn commercieel nu eenmaal zeer aantrekkelijk, weet Byrne, zeker als je erin slaagt ze in verband te brengen met een complot. En dat doet The Secret. De autoriteiten hebben ons, simpele zielen, Het Geheim eeuwenlang onthouden zodat zij door konden gaan met hun onderdrukking en hun geldverdienerij over onze ruggen.
The Secret sluit hierin naadloos aan bij haar New Age-voorganger De Celestijnse Belofte van James Redfield (1996). Ook in die bestseller draait het om een geheim dat door het gezag verborgen wordt gehouden. In krakkemikkig proza verhaalt Redfield over een zoektocht diep in het regenwoud van Peru naar een kostbaar, onbezoedeld manuscript, dat de mensheid de ogen kan openen voor negen verlossende inzichten. Nadat de gekte rond Redfield was uitgewoed (wie heeft het nog over hem?), volgde in 2003 een nieuwe hype, aangesticht door De Da Vinci Code van Dan Brown. En weer draaide het om een Groot Geheim - de vooraanstaande rol die Maria Magdalena aanvankelijk in het geloof zou hebben gespeeld -, dit keer verdonkeremaand door de Rooms-Katholieke kerk.
Kun je van De Da Vinci Code nog zeggen dat Brown, inmiddels multimiljonair, zich in elk geval de moeite heeft getroost om een ingenieus complot te bedenken, in The Secret is ook op dit terrein van diepgang geen sprake. Het zogenaamde complot wordt op geen enkele wijze uitgewerkt of aannemelijk gemaakt. Dat is ook een beetje moeilijk als je weet dat Het Geheim pontificaal in het meest verkochte boek ter wereld staat. De Bijbel meldt in Mattheüs 21: 22: ‘En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen.’ De Wet van de Aantrekkingskracht, geformuleerd door niemand minder dan Jezus Christus zelf!
Toch zijn er, uiterst orthodoxe beoefenaren uitgezonderd, weinig theologen die à la The Secret deze tekst letterlijk zullen uitleggen. Ze zullen zeggen dat door positief bidden of denken de dingen misschien niet zozeer veranderen als wel jouw kíjk op de dingen. Voor een dergelijke ruime interpretatie is in The Secret echter geen plaats. Het `bidt en u zal gegeven worden’ wordt in de meest letterlijke zin verstaan, waarmee The Secret zich in dit opzicht de zwarte kousenkerk van de New Age-beweging mag noemen. En daarmee houdt de vergelijking met kerkelijk denken meteen op, want waar het christelijk geloof zich toelegt op zingeving van leven, lijden en sterven, komt The Secret niet verder dan het verwoorden van puur materialistische verlangens. ‘Ik woon dankzij de toepassing van Het Geheim in een huis van vierenhalf miljoen dollar, heb een goddelijke vrouw en ga op vakantie naar alle fantastische plekken in de wereld’, roept de Amerikaanse succes-goeroe Jack Canfield op pagina 40.
Het is het New Age-denken in zijn meest basale vorm: het gaat alleen om het ik en mijn verlangens, enige verantwoordelijkheid voor de buitenwereld is niet aan de orde. Sterker: de buitenwereld bestáát zelfs niet. Ga niet teveel met zieken om, want je kan er zelf ziek van worden, waarschuwt The Secret haar aanhangers. Je kunt beter weglopen van het ziekbed en ervoor zorgen dat `je eigen beker overvloeit.’
The Secret gaat uit van een wereldbeeld zonder God, Lot, Noodlot, of hoe je de invloed van buitenaf ook mag noemen. Ieder is verantwoordelijk voor zijn eigen succes, en lijden is slechts een negatieve energie die is op te lossen door positieve gedachten.
Hoe oppervlakkig dit denken in eerste instantie ook lijkt, geheel ontdaan van een filosofische bodem is het niet. Zoals gebruikelijk in New Age speelt The Secret leentjebuur bij verscheidene religies en filosofieën en maakt daar een brouwsel van dat voor de postmoderne, op consumptie gerichte mens aanlokkelijk is. Een stukje gnosis (er is een geheime kennis in onszelf die tot verlossing lijdt), een stukje neo-platonisme (als je innerlijk tot de ware ideeënwereld kunt komen vind je bevrijding), een beetje Boeddhisme (de mens is zijn eigen schepper en god), een snufje Sartre (je bent wat je van jezelf maakt) en een beetje christendom (Mattheüs 21: 22).
Probleem is dat The Secret alleen de commercieel aantrekkelijke krenten uit de filosofische pap pikt en die losweekt uit het grotere verhaal dat die filosofen ook te vertellen hebben en dat vaak haaks staat op de leer van Byrne. Plato bijvoorbeeld ontvouwt in zijn Ideeënleer de filosofie dat het doel van de mens is in contact te komen met de Idee van het Goede door zich te verheffen boven het zintuigelijke en het materiële. In The Secret is van deze houding van onthechting niets terug te vinden. In tegendeel: opofferingen zijn nergens goed voor, het gaat om het binnenhalen van de buit (zie Canfield).
Een boek aldus voor welvarende westerlingen die op zoek zijn naar nog meer. Immers, wat heeft een uitgehongerd kind in Darfur aan de platitude dat hij positiever moet denken? Of een verkrachte vrouw in Nigeria aan de bewering dat je de Michelangelo bent van je eigen leven (pag. 23 )? Het trieste antwoord moet luiden: ze hebben niet alleen niets aan Byrne, ze hebben ook nog eens niets aan haar fanatieke aanhangers. Want die zijn alleen maar met zichzelf bezig.
Een van de weinigen die echt beter zal worden van The Secret is vermoedelijk Byrne zelf. Wie op internet de woorden The Secret intikt krijgt 245 miljoen resultaten (vergelijk de Celestijnse Belofte: 74.700 pagina’s). De miljoenen zullen binnenstromen bij de Australische schrijfster. Totdat er over een paar jaar weer een nieuwe goeroe-met-een-giro opstaat die een Geheim heeft ontdekt dat niet geheim is en iets Nieuws verkondigt dat niet nieuw is.

^ terug naar boven | of sluit dit venster om terug te keren naar de site

 

   
 

Gepubliceerd in Trouw op 19 juni 2007

Mgr. Karel Kasteel, rechterhand van de paus

Bisdom van Simonis véél te groot

Mgr. Karel Kasteel is als decaan van de Apostolische Kamer de rechterhand van de paus. De hoogste Nederlander in het Vaticaan wordt grote invloed toegedicht op de benoeming van de opvolger van kardinaal Simonis. “Als je iemand snel overspannen of dood wilt hebben, moet je hem zo’n groot aartsbisdom geven als Utrecht.”

Willem Pekelder

Na bijna 50 jaar in Rome is mgr. dr. Karel Kasteel Romein onder de Romeinen. Onderweg van zijn appartement in het stadspaleis aan de Via della Conciliazione naar een restaurant een paar straten verderop heeft hij een goed woord voor iedereen die hij tegenkomt. Hier een praatje met een deelnemer aan het internationale caritas-congres, daar een gift aan een straatmuzikant en tot slot neusje-neusje met een kind op de arm van zijn vader.
“Salve”, groet Kasteel wanneer we zijn gearriveerd bij het restaurant. “Is er nog plaats op het terras?” “Voor u altijd”, antwoordt de kastelein. Kasteel (72) is niet alleen diepgelovig, maar ook een man van de wereld, een bijzondere combinatie. Na het gebed voor de maaltijd (‘zegen het werk van deze journalist’) schakelt hij moeiteloos over op de wijnkaart. “De gemiddelde Italiaanse wijn is tegenwoordig beter dan Franse. Chileense zijn ook flink in kwaliteit vooruit gegaan. Uit de tijd dat mijn vader ambassadeur was in Chili herinner ik mij dat de plaatselijke wijn bijna geen bouquet had.”
Kasteel, zoon van oud-diplomaat wijlen Piet Kasteel (1901-2003), is decaan van de Apostolische Kamer en secretaris van de pauselijke organisatie voor ontwikkelingshulp en charitatieve bijstand Cor Unum. Als rechterhand van de paus was hij mede-verantwoordelijk voor de organisatie van het conclaaf na de dood van Johannes Paulus II. De Apostolische Kamer moet tevens het gezag van een paus waarnemen wanneer deze niet meer tot regeren in staat is. “Dat is bij Johannes Paulus nooit aan de orde geweest”, zegt Kasteel beslist. “Lichamelijk ging hij achteruit, maar mentaal is hij altijd heel sterk gebleven.” Van geluiden om een paus op zekere leeftijd te laten aftreden, zoals geuit door onder anderen bisschop Muskens van Breda, wil de decaan niets weten. “Die pleidooien zijn in het Vaticaan nooit onderwerp van serieuze discussie geweest. En waarom ook? We hebben in 678 een paus gehad die 116 jaar oud was, de heilige Agatho. De paus is een universeel leider, aan dat ambt moet je geen leeftijdsgrens stellen.”
Voor bisschoppen geldt die grens wel: 75 jaar. Zo is kardinaal Simonis van Utrecht onlangs het emeritaat verleend en het kapittel van het aartsbisdom heeft inmiddels een geheime voordracht gedaan voor zijn opvolging. Wat is het Vaticaanse profiel voor de nieuwe aartsbisschop van Utrecht? “Belangrijk is dat hij een goede herder is over dat grote bisdom en tevens in staat zal zijn eenheid in de kerkprovincie te bewerkstelligen. Over de persoon zal een zekere consensus moeten bestaan en hij zal goed moeten overkomen in de media. Dat is tegenwoordig erg belangrijk.”
De naam van bisschop Van Luyn van Rotterdam, vice-voorzitter van de bisschoppenconferentie, wordt veelvuldig gehoord. Hoe groot is zijn kans? “Namen noemen is normaal’, zegt Kasteel. “New York moet nog vacant worden, maar ik heb al tien namen voorbij zien komen. Voor de opvolging van Danneels in België doen ook allerlei namen de ronde. Wat Van Luyn betreft: een uitstekend bestuurder. Niet voor niets is hij voorzitter van de Europese bisschoppen. Limburgse pelgrims, die hier pas op bezoek waren vanwege de heiligverklaring van pater Karel Houben, hebben zich tegenover mij zeer positief uitgelaten over hun bisschop Wiertz. Een paar jaar geleden hoorde je die geluiden beslist minder. De vraag is: kies je voor een ervaren bisschop die vlak tegen zijn emeritaat aan zit, zoals Van Luyn, of valt de keuze op een jonger iemand?”
Het verhaal gaat dat hij de onzichtbare hand was achter de benoemingen van de conservatieve bisschoppen Simonis, met wie hij al een halve eeuw bevriend is, en Gijsen. Zelf relativeert Kasteel zijn rol. “Als de Heilige Vader mijn advies vroeg, heb ik altijd eerlijk en oprecht geantwoord. Toevallig ben ik in de positie dat ik vrij aardig op de hoogte ben. Maar de beslissing wordt uiteindelijk dáár genomen”, zegt hij wijzend naar de St. Pieter.
Het lijkt Kasteel een zinnige zaak als bij de komende benoeming ook de grenzen van het aartsbisdom in ogenschouw worden genomen. “Dat bisdom omvat drie provincies en eenderde van Flevoland. Van een bisschop wordt tegenwoordig verwacht dat hij dicht bij de mensen staat. Wel, als je iemand snel overspannen of dood wilt hebben, moet je hem zo’n groot aartsbisdom geven als Utrecht.”
Rome zal geen nieuwe bisdomindeling opleggen, zegt Kasteel, maar ‘het zou wel wenselijk zijn als Nederland inzag dat er nu teveel wordt gevergd van de aartsbisschop.’ “Je zou”, filosofeert hij verder, “drie kerkprovincies kunnen stichten, naar de drie onderscheiden gebieden die Nederland kent: het noordoosten, de randstad en het zuiden. Binnen die kerkprovincies zou je de lijnen van de bisdommen opnieuw kunnen trekken, waarbij Amsterdam wat mij betreft een aartsbisdom of bisdom mag worden, zoals in 1829 al is geopperd. Bijna alle Europese landen hebben een bisschop of een aartsbisschop in de hoofdstad, behalve Nederland en Zwitserland.”
Nederland is altijd een uitzondering in de wereld geweest, had Kasteel al eerder tijdens het gesprek verzucht. Toen de Reformatie kwam, werden in alle landen protestantse staatskerken gesticht behalve in Nederland, waar de hervormde kerk nooit de meerderheid van het volk wist te verenigen. Protestanten mogen zich ‘in eigenlijke zin’ niet eens kerk noemen, zo verkondigde kardinaal Ratzinger - nu paus - in 2000 in de verklaring Dominus Jesus. “Wat bedoelt hij daarmee?”, vraagt Kasteel retorisch, “dat Christus niet allerlei kerken heeft gesticht maar slechts één kerk, die zich voortzet in de Rooms-Katholieke kerk.” Ooit, denkt de decaan van de Apostolische Kamer, zal er nog maar één universele kerk zijn. “At God’s own time. De katholieke kerk zal de andere christelijke kerken niet opslokken, maar de gelovigen zullen zelf concluderen dat ze, indachtig Christus’ laatste gebed, één moeten zijn.”
Voor Italianen horen protestanten er sowieso al bij, weet Kasteel. “Ze begrijpen het gewoon niet. Ja, die protestanten zijn een beetje in verzet en enigszins verdwaald, maar vallen nog wel onder de Rooms-Katholieke kerk. Er is immers maar één kerk?!”
Tussen de huidige en de vorige paus zal inhoudelijk weinig onderscheid aan het daglicht treden, denkt Kasteel. “Ze hebben zolang samengewerkt dat de verschillen hooguit complementair zullen zijn. Johannes Paulus was een Slaaf, dat is een wat emotioneler volk dan het Duitse. Benedictus is een Zuid-Beier. Zijn moeder komt van Tirol. Dan zit je al bijna aan de Middellandse Zee. Benedictus kent een barokke, uitbundige uiting van het geloof.”
Maakt de paus zich net zoveel zorgen over Nederland als kardinaal Simonis? “Hij houdt zich met Nederland bezig, maar natuurlijk niet de hele dag, want dan zou hij 99,5 procent van de wereldkerk verwaarlozen”, zegt Kasteel met tongue in cheek. “Maar de paus heeft zeker veel liefde voor Nederland. Dat blijkt alleen al uit het feit dat hij de heiligverklaring van Karel Houben naar voren heeft getrokken van oktober naar juni.”
Voor het overige is Nederland in vergelijking met andere kerkprovincies op dit moment niet erg spannend, vindt Kasteel. “Vroeger toen Nederland de meeste missionarissen leverde en er wereldwijd zeventig Nederlandse bisschoppen waren, toen was het een interessant land. Maar nu… Er zijn onder de leken bijna geen grote of bekende geloofsgetuigen meer. We horen eigenlijk alleen van Nederland als er rare dingen aan de hand zijn. Nu weer met die moedwillige hiv-infecties in Groningen. Er is in Nederland de laatste jaren geen morele of sociale rem meer, dan krijg je dit soort toestanden. Velen weten van God noch gebod. Ook wat dat betreft is ons lieve vaderland een uitzondering in de wereld. Maar goed, in de natuur komt na de winter de zomer. Zo zal het in Nederland ook wel gaan.”

^ terug naar boven | of sluit dit venster om terug te keren naar de site